![]() |
||
![]() foto 1 ![]() foto 2 ![]() foto 3 ![]() foto 4 ![]() foto 5 ![]() foto 6 ![]() foto 10 ![]() foto 11 ![]() foto 12 ![]() kaart 1 ![]() kaart 2 ![]() kaart 3 |
Toestand van de boswegen Door Willem Janssen Steenberg - Cinglé, mede-auteur van De kale berg - op en over de Mont Ventoux. Met dank voor hun inbreng aan Willy Reuvis - Cinglé, Marnix Van Hecke - Galérien en Dominic Rosé - Diable d'Or. Geactualiseerd: 27 februari 2006. Route des Chamois en Route des Cèdres Het Gemzenpad (Route des Chamois; zie ook Uitdagingen/NBG De Kale Berg/Diable) is tamelijk vlak. Vanuit Chalet Reynard gezien loopt het van 1452 m bij Vallon de la Grave afwisselend licht stijgend en dalend over de westelijke flank van de Ventoux via 1521 m naar 1423 m bij Les Grands Pins. Vervolgens klimt de weg naar 1526 m hoogte in de Tournant de l'Anglais waar hij aansluit op de bekende D 974 van Malaucène naar de top. Nee, het klimpercentage is het probleem niet. Dat zit hem in de slechte staat waarin een groot deel van de weg zich bevindt. Nu eens is die heel behoorlijk te berijden, dan weer is de nodige stuurmanskunst vereist om allerlei ongerief als kuilen en keien uit de weg te gaan. Is de Route des Chamois al geen wonder van wegenbouwkunst, het wegdek van de Route des Cèdres, dus vanuit Bedoin gezien vóór Les Grands Pins, verdient evenmin de schoonheidsprijs. Ook daar krijgt de fietser grote en nog grotere gaten, diverse kleuren zand en grind en alle soorten en maten steenslag en keien voor de wielen. Hele stukken zien eruit alsof ze doelbewust en met grof geweld zijn opgebroken. Ik heb beide paden per racefiets bereden en vond indertijd het wegdek van het Gemzenpad het slechtste. Dominic Rosé (zie Uitdagingen/NBG De Kale Berg/Het Genootschap en Uitdagingen/NBG De Kale Berg/Diable) is dezelfde mening toegedaan, maar anderen vinden het Cederpad weer minder. Een en ander zal stellig samenhangen met de geestelijke en lichamelijke conditie waarin de renner zich ter plaatse bevindt… Een niet te veronachtzamen rol zal ook het hellingspercentage spelen. Is de Route des Chamois relatief ‘vlak’, de Route des Cèdres laat je af en toe flink zweten: 4.7 km van 9 tot 9.4 % over een slecht wegdek is niet flauw… Reken er ook maar niet op dat de Fransen na elke vriesperiode of stevige storm met man en macht uitrukken om de schade aan hun boswegen eens piekfijn te herstellen, al moet gezegd, dat de Route des Cèdres in 2003 aanmerkelijk is opgeknapt. Laat het echter duidelijk zijn dat het wegdek aan continue verandering onderhevig is en er na ieder noodweer weer anders uitziet. Op beide routes forestières is de racefiets weliswaar beslist geen hopeloos vervoermiddel, maar een mountainbike is toch meer geëigend en wellicht zal soms iemand er zelfs de voorkeur aan geven een stukje te lopen. Wie de Diable of Cannibale op een normale racefiets rijdt, kan er in elk geval zeker van zijn dat zijn tempo op de routes forestières laag zal liggen en dat zijn fiets na de rit de nodige beschadigingen zal vertonen als hij niet heel goed uitkijkt. Aan de andere kant: de omgeving is overweldigend. Op een groot deel van de Route des Chamois heb je een magnifiek uitzicht op het Observatoire hoog boven je. Je passeert verstilde combes en na een bocht kun je zomaar oog in oog komen staan met een paar gemzen, twintig, dertig meter voor je. Als je je gedeisd houdt, blijven die beesten nog rustig staan herkauwen ook. Even later zie je ze sierlijk en volkomen geruisloos over de losse keien een 50%-helling afhuppelen. Op beide bosroutes kom je nauwelijks een mens tegen en de natuur toont er zich in al haar glorie. Als je er nog oog voor hebt, kun je hier met volle teugen genieten en misschien wel geestelijk recupereren – vooropgesteld dat je tegen de eenzaamheid kunt… Route Joseph Eymard (het deel Bedoin – Les Grands Pins; voor de Route des Chamois: zie boven) Het eerste deel van de Joseph Eymard voert nog door de ‘beschaafde wereld’ en is ook door zijn geringe stijgingspercentage heel geschikt om warm te draaien, maar eenmaal Bélézy voorbij ga je toch echt het MTB-gebied in. Niet dat het wegdek een ramp is, maar wat boven gezegd is over de Route des Cèdres en de Route des Chamois gaat ook voor enkele delen van de Joseph Eymard op. Bovendien is de klim naar Collet Rouge Haut niet mis: ruim 6 km bosweg met een percentage van 8.7 betekent toch dat je dient te werken. Grote delen van de route naar Collet Rouge Haut echter zijn flink breed en heel behoorlijk te berijden - zie foto 1+2+3. Er zijn enkele steile passages die louter uit grote, puntige en dus vlijmscherpe keien bestaan en waar gedoseerd trappen is geboden – lopen is echter nergens echt noodzakelijk. Zijn het Gemzenpad en het Cederpad nog wel per racefiets te doen, vooral deze stukken van de Joseph Eymard schrééuwen om een goed geprepareerde mountainbike. En laat je reparatiemateriaal niet thuis… Op dit deel van de route is het uitzicht vaak adembenemend. In het begin vooral richting Bedoin - zie foto 4 (Bedoin op een heiige dag), later met name richting Malaucène en verder - zie foto 5 (Les Dentelles de Montmirail). Dat is misschien reden om een camera mee te nemen, maar heel zeker aanleiding om iets op je hoofd te zetten en voor extra water te zorgen: de zon en de hitte zijn in deze open ruimte onbarmhartig. Het stuk tussen Collet Rouge Haut en Les Grands Pins is soms bezaaid met grote, scherpe keien en daardoor redelijk pittig, maar best te doen. De laatste honderden meters gaan zelfs iets omlaag, of zijn ze alleen maar minder steil? Route Jean des Baumes (het deel Bedoin – D 974; voor de Route des Chamois: zie boven) Het begin van deze route voert over een gewone harde weg door het ‘buitengebied’ van Bedoin naar Les Colombets: prettig om de spieren op temperatuur te brengen. Alleen het stuk bij Les Colombets is lastig.Direct voorbij een soort uitspanning begint een zeer smal pad door een complete woestenij van grote, losse, scherpe keien op de oevers en in de bedding van een riviertje. ’s Zomers staat hier normaliter geen water in, maar je zult zeker van de fiets moeten om aan de overkant te komen. Na de passage van het riviertje wordt het (soms zeer smalle) pad iets beter - zie foto 6. Na het nodige geworstel kom je op de kruising met de GR 91- zie foto 10. Recht vóór je zie je de beloning voor je geploeter: een schitterend kijkje in de Combe de Curnier met hoog daarboven je einddoel: de witte toren - zie foto 11+12. Rechtsaf ga je de GR 91 op. Eenmaal op de GR 91 is het prettig fietsen: de weg naar de D 974 over de voet van de Ventoux is behoorlijk breed, niet erg steil: 2.3 km à 5.1 % en goed te berijden. Het wegdek is grotendeels te vergelijken met dat op de route tussen Les Combarets en Collet Rouge Haut – zie Route Joseph Eymard. Je kunt op één plaats misrijden: op de kruising waar een bordje “Saint-Estève” je naar rechts wil hebben, moet je je instinct niet volgen, maar je weg vervolgen. Ga je toch op de aanwijzing in, dan kom je vlak vóór de bekende bocht op de D 974 uit. Ook geen ramp, maar wel een paar km extra klimmen. Ventur Al met al is het, mits je je goed voorbereidt, heel mooi mountainbiken op de Ventoux. Het is stevig aanpoten en je dient oplettend te sturen en je krachten te doseren, maar de voldoening zal groot zijn. Denk er wel aan dat je bij een val of materiaalpech in de problemen kunt raken. Een gsm heeft vaak geen bereik en als ze niet weten waar jeuithangt, zullen de hulpdiensten je niet gemakkelijk kunnen vinden. Trouwens, hoe moet je ze waarschuwen, als je telefoon niet werkt? Ga dus nooit alleen op de flanken van de Ventoux op stap, de berg heeft zo zijn nukken… Rijd je toch in je uppie, als aankomend Diable of Cannibale, als toekomstig Forestier of Grandonneur, moge de god Ventur de eenzame zwoeger dan genadig zijn… Foto's zijn stills van een video-opname van Karel Kleijn. Kaarten van de boswegen Hiernaast zie je kaarten van de Route des Cèdres (kaart 1), de Route des Chamois (kaart 2) en de route van Les Grands Pins naar le Tournant de l'Anglais (kaart 3). Klik op de kaarten voor een vergroting. De detailkaart van de Route Joseph Eymard en de Route Jean des Baumes vind je hier. |
|
|
||