04.00
- Mont Ventoux, Zuid-Frankrijk. Op het bordes van De Kale Berg
roezemoest de wind in de spanten van de kleine stalen zendmast. Met
mijn schijnwerper in de hand en extra bijgelicht door een ongekend
aantal sterren zoek ik me een weg in het aardedonker voor de markante
witte hoofdtoren. De atmosfeer boven de Provence is kraakhelder. Diep
onder me twinkelen de talloze dorpen en stadjes in de vlakte van de
Vaucluse. Ver weg in het zuiden knippert de vuurtoren van Marseille met
regelmatige intervallen.
Hier zal ik getuige zijn van de zonsopgang. Hier, op ruim 1900 m
hoogte, zal er niets zijn tussen mij en de geboorte van de dag.
05.04 - Als een ontzagwekkende uitvergroting van een ver en onbekend
zonnestelsel strekt zich in het oosten een vage, bruin-oranjeachtige
streep uit boven de volstrekt donkere Westelijke Alpen. De bergen
liggen nog onherkenbaar opgerold in de slaapzak van de nacht.
05.20 - De bergruggen in het oosten beginnen zich los te maken uit hun
symbiose met de duisternis, beetje bij beetje krijgt de horizon de
contouren van een slordig uitgescheurde krantenpagina. Boven de scherpe
pieken verbreedt de streep licht zich in een lichter wordend oranje dat
via okerachtige gele vegen overgaat in het nog zwarte deel van de
hemel; de nacht maakt zich op voor de aftocht.
5.35 Lichter en lichter wordt de kleurengordel, de oranjes vervagen en
verschieten naar gelen en wit, almaar witter wit. Het zwart van de
hemel erboven lost op in licht azuur.
05.56 - En dan geschiedt het wonder. Vlak naast de plaats waar nog niet
zo lang geleden radarpost Réseau terminal T2 waakte over
Frankrijks nucleaire hellevuur breekt in een verbijsterende, gouden
explosie de horizon open in een ongemeen felle lichtpunt: De
Annunciatie.
Een zucht later al kruipt de zon boven de scherpe randen van de Alpen
uit. Op datzelfde ogenblik raakt Aurora’s adem mij en
vervluchtigt de kilte van de ochtend als de schaduw van de Dood,
haastig op weg naar Ispahaan. Het is 06.02.
De dalen tussen de Ventoux en de horizon plooien zich naar het penseel
van de klassieke Japanse meester: ze vullen zich met grijzig-witte
nevels tot een geruisloze prehistorische zee waarboven de berggraten
uitsteken als de rugvinnen van al even stille walvissen. De dag is
begonnen. Ik voel me licht en stil van binnen.
Willem Janssen Steenberg.