Verslag (99)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  Alfabetische index


   24 augustus 2002

‘Amai, dit gaat hier wel serieus omhoog!'

Na een tweetal jaren regelmatig tochtjes met een standaard-racefiets te hebben gemaakt, schafte ik mij in augustus 2002 een lichtere fiets (alukader) aan, afgemonteerd met Shimano 105 (50/38 – 27/12). Iedere week werden er met dit machientje serieus wat kilometers afgemaald. Al gauw nam ik ook regelmatig deel aan georganiseerde fietsritten waar er nu en dan pittige hellingen in het parcours waren opgenomen. Stilaan begon het verlangen zich van mij meester te maken om eens een echte col te beklimmen en om eens af te zien zoals een renner uit de Tour de France. De eerste col die in mijn gedachten opdoemde was de legendarische Mont Ventoux. Hier en daar had ik al vernomen dat dit geen gewone berg was, niet zo één waar je zomaar eventjes opfietst, zonder veel voorbereiding. Op internet ben ik dus gaan zoeken naar informatie over deze kanjer en al spoedig kwam ik op de AlexPages terecht (schitterende site trouwens) waar ik uren op heb doorgebracht. Ieder verslag heb ik gelezen, herlezen en nog eens herlezen. Heel interessant de avonturen van andere Ventoux-fanaten te kunnen lezen en meebeleven. Je boek ‘De kale berg' ben ik ook onmiddellijk gaan kopen en ook hieruit heb ik enorm veel nieuwe info verkregen.

In januari 2002 boekte ik onze vakantie in het pittoreske dorpje Mollans-sur-Ouvèze aan de voet van de Mont Ventoux. We zouden er logeren in het vakantiedomein ‘Pas du Ventoux' op een goeie 20 km van Bedoin, waar de officiële startplaats voor DE klim zich bevindt. Op zaterdag 27 juli kwamen we (mijn echtgenote, ons zoontje, schoonbroer en schoonouders) aan op onze vakantiebestemming. Ik was onmiddellijk onder de indruk van die machtige berg die je werkelijk van overal in de regio ziet liggen. Zijn naam heeft hij inderdaad zeker niet gestolen: ‘Reus van de Provence'. Telkens als ik naar de berg keek begon ik aan mezelf te twijfelen: ‘Zou het wel lukken?' Ik was me hier nu al zolang op aan het voorbereiden. In ieder geval, ik wou hem zo snel mogelijk beklimmen, zodat ik van die onzekerheid af was. Ik was er echter van overtuigd dat het geen enkele zin had om al op zondag of maandag aan te vallen. ‘Eerst wat acclimatiseren', dacht ik.

Dus, zondagmorgen de raceschoenen aangetrokken, banden opgepompt en weg voor een eerste verkenningsrit in de streek. De tocht ging van Mollans-sur-Ouvèze via Malaucène naar Bedoin en terug: 44 km op de teller en serieus bergop, bergaf: ideaal om eens los te rijden. Terug in ons vakantiehuis besliste ik dat ik op dinsdag 30 juli 2002 zo vroeg mogelijk 's morgens de klim zou aanvatten vanuit Bedoin. Op maandag 29 juli 2002 platte rust, geen alcohol, en vroeg naar bed (Morgen D DAY!). Op dinsdag ben ik om 6 uur opgestaan en probeerde ik wat te eten, zeg wel probeerde, de zenuwen gierden nu al door gans mijn lijf! Ik had me nochtans voorgenomen om een bord spaghetti te eten maar op dit uur van de dag krijg ik dit niet binnen. Toch maar snel twee bananen en twee energierepen naar binnengespeeld en op weg naar Bedoin waar we (mijn echtgenote, schoonbroer, schoonpa en ikzelf) om 7h15 aankwamen. Drie begeleiders dus die me tijdens mijn martelgang zullen volgen en voorzien van drank, voeding en de nodige aanmoedigingen. Daaraan zal het dus zeker niet liggen!!

Na een vijftiental minuten losrijden druk ik aan het fonteintje in Bedoin mijn fietscomputer in: 7h33 - 0 km: Here I go!!!! Hier heb ik maanden naar toegeleefd. Dat alles goed mag gaan…

Na een tweetal km vals plat door de wijngaarden voel ik onmiddellijk dat mijn hartslag hoger ligt dan normaal. Puur van de zenuwen. Ik denk bij mezelf: ‘Rustig blijven, dit heeft totaal geen zin, het is nog een heel eind tot de top.' Ik heb mij voorgenomen om tot in St. Estève op de 38/21 te blijven rijden wat me aardig lukt. Mijn snelheid ligt constant rond de 16 km/h.

Het gaat niet hard, daar ben ik me maar al te goed van bewust maar ik wil mijn motor zeker niet opblazen alvorens het echte zware werk begint. En van zwaar werk gesproken! Na 5.5 km een haarscherpe bocht naar links en dan word je keihard met je neus op de feiten gedrukt: een muur van 10-11%. Ik schakel onmiddellijk naar de 38/24. Zelfs dit verzet doet nu al pijn aan de benen. De ademhaling gaat vliegensvlug de hoogte in maar ik probeer een ritme te vinden. ‘Amai, dit gaat hier wel serieus omhoog!' Eventjes denk ik eraan om de ketting op de 38/27 te gooien maar doe het niet, daar ik van plan was deze versnelling (tevens mijn kleinste) te behouden tot wanneer ik het heel moeilijk zou krijgen. Lang zou dit echter niet duren want als ik zo'n 8 km ver ben krijg ik het plots heel moeilijk om de trappers rond te krijgen. ‘Dit moet die beruchte 14% zijn!' Hup, ik gooi de ketting op de 38/27 waardoor de benen toch ietwat vlotter ronddraaien. Na een tiental km vind ik precies mijn tweede adem en vind ik eindelijk een goeie balans tussen ademhaling, hartslag en cadans. Ondertussen ben ik al een aantal fietsers voorbijgereden. Ik groet hen telkens wat zij ook doen. Tijd om te praten is er niet bij. ‘Adem sparen!' Aan hun gelaat te zien lijken zij dit ook te denken. Ik denk bij mezelf: 'ik ga dus blijkbaar toch niet zo traag', waaruit ik toch weer wat extra kracht put.

Na een dertiental km zijn mijn twee bidons leeg. Gelukkig staan mijn drie supporters wat verder langs de kant zodat ik teken kan doen naar mijn vrouwtje. Al lopend neemt ze mijn lege bidon aan en reikt mij onmiddellijk een volle aan.‘Precies een echte rennersvrouw!', denk ik bij mezelf. Nu begin ik toch uit te kijken tot het Chalet Reynard verschijnt. Na vijftien km is dit eindelijk het geval en kan ik eventjes recupereren gezien de weg hier wat vlakker is. Lang duurt het echter niet want iets verder wachten de verraderlijke kilometers doorheen het maanlandschap. Mijn snelheid gaat weer iets de hoogte in: 16 km/h! Lang zal dit echter niet duren want het wordt algauw weer steiler. De top is al in zicht niettegenstaande ik nog 6 kilometers voor de boeg heb. Er staat hier ook al wat meer wind hoewel ik hierover zeker niet te klagen heb. Ik ben ervan overtuigd dat er hier van een serieuze mistralwind zeker geen sprake is. ‘Ik ben al zo ver, volhouden nu!' Tot kilometer 19 kan ik mijn ritme vasthouden maar met nog tweeënhalve kilometer te gaan begin ik het nu toch wel zeer moeilijk te krijgen. "Niet opgeven, doorbijten! Pijngrens verleggen! Plooien ja, maar breken zeker niet, niet nu ik al zover ben!'

Aan kilometer 20 passeer ik het monument ter nagedachtenis van Tom Simpson. Een knikje naar links: ‘Dag Tom!' Nog anderhalve kilometer! Het observatoire lijkt nu precies vlakbij. Nu zit ik werkelijk compleet kapot. Alles doet pijn. Ik sta recht op de trappers, ik zwoeg en ploeter verder, stamp zo hard ik kan op de pedalen en dan eindelijk een laatste maar o zo steile bocht naar rechts, nog een spurtje (of wat er op lijkt) en: ‘IK BEN ER!' Ik druk mijn fietscomputer in en ik kan mijn ogen haast niet geloven: 1h51 staat er op de teller. Zeker niet slecht voor een eerste beklimming daar ik dacht toch minstens 2h15 nodig te zullen hebben om boven te komen. Ik kan dus uiterst tevreden zijn. Enkele omstanders roepen: ‘Bravo!' Nog vlug wat foto's genomen, getuigschrift afgehaald in het souvenirwinkeltje, windjack aangetrokken en dan klaar voor de kers op de taart: de afdaling !

Met een rotvaart scheur ik naar beneden. Op de rechte stukken haal je hier makkelijk 75 km/h en waarschijnlijk zelfs harder maar dat durf ik niet. En dan na een twaalftal kilometer gedaald te hebben gebeurt het meest onwaarschijnlijke: een knal! Klapband vooraan! Mijn stuur begint te trillen ik en ik begin te zwalpen. Op mijn velg (door het exploderen van mijn binnenband werd de buitenband van de velg geduwd) dender ik een paar tiental meter verder waar ik (hoe ik het gedaan heb, ik weet het nog steeds niet) zonder vallen tot stilstand kom. Ik moet onmiddellijk denken aan die ongelukkige fietser die op 21 juli 2002 hetzelfde voor had maar dan met fatale afloop. ‘Ik heb hier serieus wat geluk gehad!!' Niettegenstaande ik erg geschrokken ben vervang ik toch het binnenbandje en daal ik rustig af tot in Bedoin. ‘Wat een dag !' denk ik bij mezelf terwijl ik mijn fiets terug in de wagen steek. Eén om nooit meer te vergeten: ‘Vandaag heb ik de Mont Ventoux bedwongen en het was zeker niet de laatste keer!!'

Anthony Vervaeke

Tijd: 1 uur 51 minuten - zie Klassement MV


omhoog© www.dekaleberg.nl