|
| Verslag (96) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 Alfabetische index |
|
Ontzag voor
het toetje
Bedoin, 05-08-2002 Het begint in Leeuwarden, als de wilde plannen in de
herfst al over de tafel vliegen. Wij, Sander (21) en Bart (21) willen van Nederland naar
Zuid-Frankrijk fietsen. Na eerder door Nederland en Denemarken gefietst te
hebben, lijkt Frankrijk ons nu een goed vervolg. Goede spullen worden
aangeschaft en langzaam aan begint die lange paklijst een beetje te
glimlachen. Tijdens het uitstippelen van de reis stuitten we
uiteindelijk op een bruine vlek op de kaart, in de voor de rest zo
groene ‘Provence'. De Mont Ventoux... Dat is toch die berg,
dat is toch dat monster die maar af en toe in de Tour terechtkomt, dat
is toch ‘Simpson', dat is toch de zwaarste... Een berg dus
die we niet kunnen missen. De gedetailleerde michelinkaarten van mijn ouders moeten
ons de weg naar het zuiden wijzen. We volgen geen boekje, we willen
zelf alles kunnen bepalen. We starten in Roermond, en zullen als eerst door de
Ardennen heen trekken. De hoogste heuvels in België en Luxemburg
vormen al heuse obstakels wanneer je 25 kilo bagage met je mee sleept.
We leggen dagafstanden af van zo rond de 80 km, het weer is prima en we
hebben er alle vertouwen in. Het nadeel echter van op eigen houtje
reizen is dat campings je niet altijd spontaan tegemoet komen en dat
het wel eens moeite kost om er voor het donker eentje te vinden. Dit
gebeurde dan ook en om half 10 's avonds, na 125 km. was het eindelijk
prijs. Dit gebeurde eigenlijk alleen maar in het minder toeristische
noorden van Frankrijk. Op een camping in Midden Frankrijk kunnen we de etappe
zien die op de Mont Ventoux eindigt. We zien Virenque ploeteren en
winnen en we kijken elkaar eens aan. Een oud Frans mannetje kijkt ook
met ons mee, en volgens hem houdt Virenque het niet vol, en moet hij
maar neervallen. Hieruit blijkt toch wel dat Virenque bij hem bepaald
niet populair is. We vervolgen onze weg door de Vogezen en de Jura, waar
de natuur erg mooi wordt. In de Jura krijgen we al serieuze beklimmingen voor de
kiezen, met als gevolg prachtige uitzichten. We trekken door, langs het
prachtige grensgebied met Zwitserland, en zien de Alpen links van ons.
Onze plannen om door het dal van Chamonix te trekken laten we varen,
omdat we niet in tijdnood willen komen. We willen nog wel ruimte houden
voor het toetje natuurlijk. Onderweg nog even lekker luxe gedaan door
mijn ouders te ontmoeten, die dan op de terugweg zijn uit
Zuid-Frankrijk. Echte Koffie en Stoelen! Nog in de buurt van de Alpen komen we een Belgisch gezin
tegen in de middle of no-where, met de vraag of dat misschien de Mont
Ventoux is...... Ja, zeker en vast meneer, dan moet u nog wat meer naar
het zuiden rijden. We gaan voorbij aan de Alpen, en steken westelijk
voorbij aan Grenoble. Na 1300 km ongeveer staan we na een colletje van het
uitzicht te genieten, met een appel die er dan wel in gaat. Toch krijg
ik bij het aanzien van een berg moeite om het huidige stuk appel weg te
werken. Daar is de Mont Ventoux al! Van deze afstand maakt hij al een
verpletterende indruk. We fietsen verder en we hebben het gevoel dat we er
bijna zijn, al vertekent dit behoorlijk want we zien hem nu
al twee dagen af en toe opdoemen. Het is nu zaterdag en we zoeken in Caromb, een prachtig
dorpje 10 km van Bedoin, een camping. Er is een camping, met mooie
terrasplaatsen waar we het weekend zeker goed door kunnen brengen. De
camping ligt midden in het bos, en de cigales (een zeer grote versie
van de krekel met geluid) voelen zich hier prima op hun gemak. De hele
dag door maken ze een oorverdovend lawaai dat precies om
half tien 's avonds ophoudt. Zeer irritant, vooral met de
zenuwen voor de komende dag. Het enige voordeel van deze beestjes is
dat het lawaai garant staat voor mooi weer. Zondag worden we al wat nerveus. Omdat het enige tijd
neemt om te wennen aan een kale fiets, besluiten we om het stuk naar
Bedoin even te verkennen. Slingerend als een stel gekken bewegen we ons
naar Bedoin. De namen op de weg vertellen ons dat "ze" hier vorige week
langs zijn gekomen. Het is erg warm als we in Bedoin aankomen. We
stoppen bij het fonteintje. Tja, morgen is ie van ons... Eenmaal terug op de camping bekijken we uitgebreid de
uitgeprinte informatie over de berg. AlexPages hebben we natuurlijk allang gevonden en we
gaan de tips nog eens bij langs. Het maakt ons wel huiverig, want het
liegt er allemaal niet om. Zenuwachtig beginnen we onze fietsen schoon
te maken. Ook zetten we onze sturen even een standje lager, voor de
betere klimhouding. Morgenvroeg willen we op tijd weg, want om acht uur
willen we aan de klim beginnen. Dus moeten we genoeg eten en drinken
hebben, want maandagochtend is er geen bakker open. Met een
beetje geluk bemachtigen we twee stokbroden en wat flessen
water. 'S Avonds werken we traditioneel een bord spaghetti naar
binnen met een lekker flesje Yop ‘energy'. Extra goed
opletten bij het bakken van het gehakt hoort er allemaal bij.. Op tijd naar bed, want de wekker gaat om kwart voor
zeven. Natuurlijk slecht geslapen, maar het weer lijkt prachtig, al
vragen we ons af hoe het daarboven zit, vooral met de wind. Bij de tent
smeren we ons in met muggengel, vullen de bidonnen met water, en
vertrekken. Op weg naar Bedoin zeggen we niks tegen elkaar. Een
beetje zeuren dat de fiets wat geluid maakt, of dat de benen niet goed
voelen, maar verder niet. In Bedoin is er al markt. We zoeken bananen,
maar laten die er nou net niet zijn. Bij het fonteintje gaan de tellers
op nul. Daar gaan we, met onze trekkingfietsen de Ventoux op. Het weer is prima, de zon komt al door en prikt op m'n
armen. Om goed te laten weten dat we Nederlanders zijn heb ik mijn
Raboshirt aangetrokken. Het is nog lekker rustig op de weg, en de
eerste kilometers leggen we zeer rustig af. Het gaat ons absoluut niet
om de tijd, bovenkomen telt. We hebben eigenlijk geen enkel idee hoe
zwaar de Ventoux nu echt is, ook omdat we nog niet eerder een echte
berg beklommen hebben. We worden meteen voorbij gestoken door een Franse
wielrenner die ons nog even glimlachend gelukwenst. We hebben ons
voorgenomen ons eigen tempo te rijden en ons niet druk te maken over
andere weggebruikers. Na drie km begint het echte werk. Een scherpe bocht bij
Saint-Estève betekent dat het vanaf nu ongeveer 10 km met
10% omhoog gaat. Ik wil nog wel twee versnellingen overhouden, want
tijdens de laatste kilometers zijn dat absoluut de populairste. Ik
fiets weg bij Bart, die een kleinere versnelling trapt dan ik. We
zitten in het bos, en ik kijk eens om me heen waar die muggen blijven,
maar ik zie ze nergens. Dat is nog eens geluk. Het is nog rustig op de
weg, op af en toe een camper na. Het is lastig om het ritme te vinden, en mijn benen
doen pijn. De snelheid daalt af en toe naar 8 a 9 km/u. Het is
loodzwaar, maar ik heb het ritme aardig te pakken. Er komt een
wielrenner in het zicht, en ik moet me vreselijk inhouden om niet
harder te fietsen. Je fietst in deze 10 km voortdurend in het rood. Ik
haal twee wielrenners in. Ze hebben het erg moeilijk en alles
wat kan bewegen, beweegt dan ook. Ik ben natuurlijk wel bevoorrecht met
mijn triple en ik groet ze dan ook vrolijk. Drinken doe ik genoeg, al heb ik aan twee bidonnen meer
dan genoeg. De bordjes aan de kant van de weg vertellen me de hoogte.
Het houdt maar niet op. Ik kijk vooruit, en zie een bocht naar rechts
die asociaal steil gaat. Het zal onbetwist het steilste stukje zijn. Ik
neem de binnenbocht, en moet hierdoor voor de eerste keer uit het
zadel. Het woord "Boogerd", in de lengte op de weg gekalkt, kruipt
tergend langzaam aan me voorbij. Een Franse lotgenoot is wat verstandiger en neemt de
lange bocht. Resultaat is wel dat ik meteen een stuk voor lig. Dit moet
ik wel wat bekopen en er is ook geen enkel stuk waar het wat vlakker
gaat om bij te komen. Goeiedag... ik las ergens dat het bos een keer zou
eindigen, maar ik zie nog niks. Dit is toch wel even flink doorbijten.
De bomen zijn hier trouwens erg bijzonder; een verklaring hiervoor
kreeg ik in het boek "De kale berg - op en over de Mont
Ventoux". Op een parkeerplaats zit een een compleet Nederlands
gezin te eten, dat hoorde ik al een aantal bochten eerder. De dochter
moet wat uit de auto hebben en ze vraagt al lopend of de auto op slot
zit. Ik roep naar haar dat de ramen wijd open staan, en ze begint te
lachen. "Oh, o ja, bedankt, succes hè!!!" Het hele gezin
roept me toe, dat is wel even lachen. Eenmaal uit het bos komt Chalet Renard in zicht en ik
kijk de afgrond in. Ik kijk al wijd uit over de Provence en zie
tegelijk de kale top. Dit bezorgt me een gevoel van euforie. Nog
ongeveer zes kilometer en het gaat nu echt goed. Ik
schakel twee tandjes bij, en laat me aanmoedigen door de voorbij
komende picknickende Nederlanders. Ik kan weer 13 a 14 km/u rijden, en weer haal ik iemand
in. Ik vraag me af hoe het met Bart gaat. Ik slinger door het
maanlandschap naar boven en kijk achterom of ik Bart misschien kan
zien. Ik zie wel iets blauws, maar ik kan het niet onderscheiden. De
wind waait hier erg hard, en de laatste kilometers zijn nog serieus
doorbijten. Ik zie mijn teller richting de twee uur gaan
en ik acht het mogelijk om binnen twee uren boven te zijn. Het
typische torentje komt nu echt dichtbij. Weer een bocht, en de wind
staat weer vol op kop. Ik kom langs het gedenkteken van Simpson, in de
afdaling zullen we hier stoppen. Toch bekruipt me een vreemd gevoel.
Daar waar hij tot twee keer toe van zijn fiets viel en dood ging in de
berm, fiets ik nu door naar de top. De berg heeft zo'n roemruchte
geschiedenis dat het je gewoon trots maakt erop te mogen rijden. In
Nederland zou er op de plaats van het fonteintje een kassa staan... De laatste bocht!!!! Precies twee uur heb ik er over
gedaan. Ik zet nog even aan... Ik ben er, en ik ben gewoon zo blij dat
ik het uitschreeuw. Wat een fantastisch gevoel om met je fiets boven op
deze berg te staan. Wow, wat een uitzicht. De Pyreneeën zijn
duidelijk te zien. Je bent er gewoon stil van. Het is iets over tienen, en ik zet de eerste stap op de
verhoogde zeebodem. Ik ga op ‘het' muurtje zitten, en praat
met een Belg die ook net boven is. Hij heeft er ‘een uur en
dertig' over gedaan, en gaat hem vandaag van nog twee kanten aanvallen.
Ik wens hem succes en tuur naar beneden om te kijken of Bart er ook al
aankomt. Onder me zie ik hem en ik schreeuw hem succes toe. Hij zwaait
even en na een paar minuten is ook hij boven. Het is dan nog geen
kwartier later. Hij komt breed lachend naar me toe gefietst. Het
verging hem ook erg goed. Wat ons het meest verbaast is dat we niet
eens echt kapot zijn. We drinken en eten wat, en nemen wat foto's. Ook bellen
we even naar huis en de familie is erg enthousiast. Sander: 2 uur 00 (10,8 km/u) In de afdaling stoppen we even bij Simpson en dalen met
een regenjack tegen de kou weer naar beneden. Wat we dan zien verbaast
ons echt. Het is iets over twaalven en dus het heetst van de dag. Het
is een lang lint van zwoegende renners die er ook alles voor over
hebben om boven te komen. Waarom toch niet een paar uurtjes eerder?!
Tegelijk razen wij met tegen de 60 km/uur naar beneden. Mijn oor doet
pijn, hij verwerkt het drukverschil geloof ik niet zoals het hoort. In Bedoin drinken we nog wat, waarna we terugkeren naar
de camping. Nu slapen we wel goed!! Wat een heerlijk toetje eigenlijk! De laatste etappe gaat naar Arles. Het was een prachtige
vakantie! Sander
Runia, Stiens Tijd - zie Klassement
MV |