|
| Verslag (95) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 Alfabetische index |
|
Dubbelklim Mijn eerste - en tot voor een paar weken enige - ervaring met de Ventoux dateert van 22 jaar geleden. Met een onmenselijk grote versnelling (46/23) en zonder enige hooggebergte-ervaring, werd de beklimming vanuit Malaucène een echte penitentie: ik schat er ongeveer tweeënhalf uur over te hebben gezet, inclusief vijf keer afstappen wegens lege benzinetank. Ik keek dan ook allang uit naar een nieuwe kans. Onze jaarlijkse fietsvakantie, dit jaar door omstandigheden in september, leidde eindelijk opnieuw naar de Provence. Na ruim een week Provençaalse wegen a rato van 90 tot 140 km/dag, is Martine, mijn echtgenote, vandaag toe aan een 'rustige hersteltraining': vanuit onze standplaats Aurel, bij Sault, reden we gisteren immers een voor haar loodzware, door Mistral en deels ook door slechte weg geteisterde rit over o.m. de Lubéron en de col des Lignettes. Ze neemt alvast een vrije voormiddag, dit moet mijn 'moment de gloire' worden. Ik stel met plezier vast dat ik 's morgensvroeg het geboomte niet meer hoor ruisen (en ook veel minder zie bewegen) dan de afgelopen dagen, wanneer windstoten tot 100 km/h de Ventoux geselden en een beklimming zowat gelijk stond aan zelfmoord. Wanneer ik langs de enig mooie Gorges de la Nesque rustig naar de voet van de berg rijd, naar het haast mytische Bedoin, heb ik een uitgebalanceerd tijdschema in gedachten: als ik nu in de aanloopstrook van Bedoin naar Saint-Estève (5,5 km) goed doortrek, moet dit toch kunnen in een kwartier? En dan het bos (9,5 km): snelheid steeds boven de 10 per uur houden, dus: een klein uur. Blijft dan het stuk van het Châlet naar de top (6,2 km): iets minder steil, dus versnellen tot een 'moyenne' van 12, dus een goed halfuur, of samengeteld: 1 uur 45 minuten als richttijd. Koud als het is, heb ik geopteerd voor de winteruitrusting: lange broek, en blouson, zeker onmisbaar voor de afdaling. Een klein rugzakje is dan ook het noodzakelijk kwaad. Tussen Villes-sur-Auzon en Flassans doe ik een sanitaire stop en trek mijn blouson uit.Aan de befaamde fontein van Bedoin zet ik de fietscomputer op nul, doch het verstand voorlopig niet. Trapsgewijze op naar Saint-Estève, schakelend tussen 18,19 en 21. Ik concentreer me zodanig op 'de bocht' dat ik vergeet mijn tussentijd te controleren. Vooraleer ik het goed besef, ben ik dus het gevreesde 'bos' binnengereden. Het was me niet bekend dat de kilometerpalen, behalve de in het Franse gebergte vaak aangegeven hoogteligging, hier de fietser tevens laconiek informeren over het vijandige stijgingspercentage dat over de komende kilometer het melkzuur in zijn/haar benen tot een voor het metabolisme onaanvaardbaar gehalte zal opdrijven. Maar eigenlijk heb ik het profiel van de klim reeds zovele malen bestudeerd, dat dit overbodige informatie is. Net zo overbodig als de vele meldingen op het asfalt dat Jalabert de meest geliefde Franse renner is. Tot een eind in het bos weet ik vrij gemakkelijk mijn streefsnelheid van 10 per uur te handhaven, ondanks de toch ruim te grote versnelling van 42/25, een ezel stoot zich immers geen twee keer aan dezelfde steen, nietwaar. Regelmatig steek ik vóór mij gestarte gegadigden voorbij: hoopgevend. Haast allen rijden op een triple, dit ding moet ik helemaal niet, tenzij dan misschien voor de Angliru. Zo'n vier, vijf km voorbij Saint-Estève wordt het me toch lastiger om in het ritme te blijven, schouders beginnen meer over en weer te gaan, ik moet vaker uit het zadel, zeker wanneer het bos magerder wordt, en de wind zich laat gevoelen, meer dan me lief is. Zullen de omstandigheden me er nu toch van weerhouden om mijn wanprestatie van destijds definitief naar de geschiedenis te verwijzen? Even moet ik het defaitistische idee onderdrukken dat de top bereiken hoe dan ook het enige is wat telt. Uitnodiging over te schakelen op een lager tempo? Nee hoor, zwoegen dan maar à la Santiago Botero. Enkele hutten, een verkeersbord 'parkeerverbod': voorbode van Châlet Reynard. Aan het Châlet wordt het minder steil, en ... even windvoordeel. Ik ben 1.16 uur onderweg en schakel naar 23, zelfs 21. Tegen een snelheid die Gaul en Bahamontes zouden hebben gedegradeerd tot toeschouwers, duik ik het maanlandschap in. De eerste haarspeldbocht. Ik heb goed geanticipeerd en teruggelegd naar de 25. Maar goed ook, want zoals ik al vermoedde krijg ik achter de bocht de wind pal op de neus. Die afwisseling tussen beschutting en langere stukken waar de harde wind vrij spel heeft, kenmerken het resterende traject. Een keer krijg ik een verraderlijk zwiepertje dat me een helemaal van mijn lijn doet afwijken, maar gelukkig is de weg hier zowat zo breed als eens startbaan. Voorbij het monument Tom Simpson, op de Col des Tempêtes, waar de weg even de oostgraat van de berg aftast, word ik zelfs bijna geparkeerd, mede omdat ik uitgerekend daar een harkend trio stoethaspels moet passeren. In een wijde boog eromheen, en gelukkig, even verderop duikt (relatief, want steil bergop) de weg weer in de beschermende zuidflank van de berg, om over een nog knap lastig stuk de laatste hectometers vol te maken. Het is bitter koud op de top, maar daartegenover staat dat het zicht eindeloos is, zowel op de vlakte en de plateaus in het westen en zuiden, als op de besneeuwde massieven van de Pelvoux en de Mont-Blanc, die we als alpinisten zo goed kennen. Mijn stopwatch gaf op de meet 1.51.30 aan, beduidend boven wat ik had voorgerekend. Na enkele minuutjes toeven op de top rij ik dan ook met gemengde gevoelens terug. Hoeveel minuten heeft de harde wind me gekost? Twee, vijf, meer? En toch reed ik wellicht goed, want ik haalde er ruim een dozijn in, terwijl het omgekeerde niet gebeurde (sommigen die ik in het bos voorbijreed dwars ik nu ergens halverwege het maanlandschap...). Maar is dit überhaupt een prestatie? Armstrong verslindt de klim juist eens zo snel. En wat dan gezegd van 'les Galériens du Ventoux'? Tourfietsers die de berg achtereenvolgens van vier verschillende kanten aandoen, in een lange inspanning? * * * * * * * Na een gezamelijke 'rustige hersteltraining' 's namiddags over de Dentelles de Montmirail, besluiten we om 's anderendaags, uitgerekend op onze laatste vakantiedag, de klim samen nog eens over te doen. Ofschoon we oorspronkelijk hadden gepland om de top vanuit Sault te bereiken (de "vrouwenklim" of de "klim voor watjes") wist ik de vorige dagen Martine er progressief ervan te overtuigen dat de "officiële" klim vanuit Bedoin toch zoveel "Anspruchsvoller" is. Uiteindelijk is de Mistral na ruim vijf dagen even plots gaan liggen als hij opgekomen is. We krijgen op het nippertje eindelijk de bijna ideale omstandigheden voorgeschoteld: windstil, echter een tiental graden te koud. Liever zo dan omgekeerd, want op de Ventoux is het toch altijd iets: te koud, te warm, te veel wind, te nat, te ... We houden geen strikt schema voor ogen: beneden de 3 uur beschouwen we als aanvaardbaar, beneden de 2.40 als goed zonder meer. Martine is geen aangeboren graatmager klimmerstype zoals ik, dus komt het erop neer nooit te plafoneren, tenzij dan in de laatste kilometer, op de Col des Tempêtes en nabij de top. In het bos: 7 per uur als het kan, 6 per uur als het moet. Hoe dan ook, met de ervaring van twee beklimmingen van de Teide op Tenerife moet dit kunnen. De aanloopstrook verloopt zoals verwacht: ze trapt haar 42/23 en /25 nog behoorlijk rond, en mijn uitgebreide waarschuwingen indachtig, wordt 'de bocht' van Saint-Estève op de triple (32/25) goed verteerd. We rijden voortdurend naast elkaar, ik kan evenwel maar een enkele raad blijven herhalen: proberen op '90 %' te rijden. Anderhalf uur (of langer?) zal het immers duren vooraleer ze het versnellingshandeltje opnieuw zal/mag/kan bedienen. Vanaf halverwege het bos moet de snelheid inderdaad onherroepelijk terug naar 6,5 per uur, soms lager zelfs! Het inverse scenario van gisteren: wij worden nu regelmatig voorbijgestoken, maar het is hoopgevend dat we helemaal niet ter plaatse worden gelaten, we blijven de anderen nog behoorlijk lang in het vizier houden. Even hoopgevend is het dat Martine steeds de gegevens op de kilometerpalen blijft opnemen en analyseren : "9.8 %, dit is minder steil dan de vorige ..." enzovoort. De licht minderende steilte kan evenwel de zich progressief opbouwende vermoeidheid niet compenseren. Daar is het Châlet, baken van de hoop. En... nog steeds vrijwel windstil. Tussentijd van 1.55 uur. We blijven dus - zonder spectaculaire terugval - wel beneden de drie uur. Ook Martine kan hier nog fors bijschakelen, goed voorteken. En in de eerstvolgende bocht, terug naar de kleinste, voor nog eens een klein uurtje hard werken. Ik tracht nu een tempo van 7.5 à 8 per uur te handhaven, wat aanvankelijk goed meevalt. Nu kan ik mijn ervaring van gisteren goed aanwenden om het resterende traject in te delen: doenbaar tot juist voor het monument Simpson, dan opnieuw steil, daarna, voor zover ik mij herinner, nog een paar hectometers weerom binnen de perken, dan zeer lastig over de Col des Tempêtes naar het observatorium. Ik waarschuw ook voor de toenemende invloed van de ijlte van de lucht naarmate men de top nadert, zoals ik gisteren meende gewaar te worden. Een man die ons in het bos voorbijreed, dwarst ons nu en geeft een discrete, doch welkome aanmoediging. Geen nood echter, Martine heeft haar koers goed ingedeeld, en ook de laatste stukken worden langzaam maar zeker geschiedenis. Onder bewonderende blikken van een massa vooral Belgische toeristen ("hun doelloosheid vervulde me met medelijden", of iets dergelijks, schreef Tim Krabbé in "De Renner") bollen we na 2.47 uur over de meet. Tijd - zie Klassement
MV
Jan Devos (*1957): 1 uur 51 minuten en 30 seconden Martine Eecloo (*1957): 2 uur 47 minuten en 0 seconden |