|
| Verslag (94) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 Alfabetische index |
|
Net op tijd boven voor het noodweer! We schrijven maandag 9 september 2002. Een fantastische vakantie aan het Lac de St. Croix, 150 km zuidoostelijker, wil ik passend afsluiten met mijn eerste beklimming van de Ventoux. De afgelopen jaren wel vaker zware cols (o.a. Grossglockner, Mont du Chat, Tourmalet, Alpe d'Huez) gereden, maar de verhalen op de "AlexPages" doen me steeds vaster geloven in het feit dat de Ventoux toch iets speciaals moet zijn. De avond ervoor in Bedoin een hotelletje opgezocht. Het onweert en het waait dus dat belooft niet veel goeds. Ook voelen de benen na twee keer een ronde voluit rond het Lac de St. Croix de dagen ervoor niet helemaal fit meer. Maar een goede maaltijd en goeie nachtrust verder moet het wel in orde komen. 's Ochtends om 8 uur opgestaan en dan blijkt de wind nog verder aangetrokken te zijn. Gelukkig rijdt Maartje met de auto mee en ga ik in elk geval een poging wagen. Na de eerste meters vol tegen de wind in zie ik het allemaal niet zo zitten. Afijn, in de auto stappen en naar huis rijden blijft altijd een optie. Het eerste stuk "vals plat" is direct flink aanpoten. Gelukkig loopt de weg niet zo steil, maar windkracht 6 vol op kop is geen pretje. Een goeie tijd zal er dus niet meer inzitten.... Maar ja, ik moet eerst überhaupt nog maar boven zien te komen. Het bos inkomend blijkt het stijgingspercentage flink toe te nemen en ik schakel vrij snel terug naar 30*23, het lichtste dat ik heb. Stoempen is nooit mijn sterke punt geweest, dus de triple komt nu weer goed van pas. Gelukkig neemt de wind in het bos juist erg af en hoef ik maar weinig extra inspanning te leveren om door te gaan. Ik heb het ritme vrij snel te pakken en met een hartslag van tussen de 160-165 en een snelheid van ca. 11 km per uur zit ik nog steeds in mijn "groene zone". Op het steilste stuk van 11% passeer ik twee fietsers langs de kant van de weg en het blijken, hoe kan het ook anders, Nederlanders te zijn. Na een korte groet pedaleer ik verder. Het begint zowaar
al minder steil te worden en.... Chalet Reynard is niet ver meer weg.
Ik gooi er een versnelling bij en de snelheid gaat richting 14 km p/u.
De top is in de verste verte nog niet te zien, want is door een dichte
mist volledig aan het zicht onttrokken. Ik kijk op mijn teller en zit
ter hoogte van het Chalet Reynard iets onder 1 uur 12. Hmmm 1u40 gaat
niet meer lukken. Wel ben ik er van overtuigd dat Maar vandaag heb ik geluk, de Mont Ventoux heeft mededogen. Het is zelfs net alsof de berg mij een zetje in de rug wil geven en me snel naar boven wil helpen, want ik heb hele stukken de wind precies in de rug. Ik kan daardoor de snelheid opvoeren tot 14, 15, 16 en zelfs stukken 18 km per uur! De kilometerpaaltjes doemen dan ook met grote regelmaat uit de mist op en na snel een warm jack aangetrokken te hebben, voel ik me steeds beter in mijn sas. Bij het monument van Simpson neem ik mijn denkbeeldige pet af en leg ook ik een kransje. Met 30*18 moet ik het wel tot boven kunnen redden, denk ik optimitisch. Dat optimisme wordt direct afgestraft en doordat de wind nu ineens van schuinvoor komt en het weer boven de 10% omhoog loopt, moet ik weer flink terugschakelen. Ik moet nu ook op mijn tanden bijten om de snelheid boven de 11 per uur te houden. Het wordt nu toch echt afzien (hartslag richting 180), maar gelukkig is het nog maar een paar honderd meter. Als ik de laatste bocht in wil rijden, word ik verrast door een plotselinge stormwind. Ik kan absoluut niet op mijn fiets blijven zitten en ik stap snel af. De wind waait nu zo hard dat mijn wielen gewoonweg van de grond worden gelicht. Door de enorme stormwind heen kruipend, met de fiets zo laag mogelijk, weet ik een opdoemende muur te bereiken en beschutting te vinden. Dan zie ik een paar meter verder een lotgenoot. Het blijkt, uiteraard, een Nederlander te zijn die beschutting heeft gevonden bij een muur met een warme luchtstroom uit het ventilatiekanaal van het gebouw. We maken een kort praatje en dan komt Maartje mij redden van deze onmenselijke omstandigheden. Ik laad mijn fiets in de auto en we beginnen aan onze terugtocht naar Nederland. Op mijn horloge zie ik tot mijn plezier een tijd van 1.38. Heb ik de laatste 7 kilometer (30 minuten) van de klim mijn gemiddelde nog aardig opgevijzeld! Niet lang daarna beginnen de eerste regendruppels te vallen en vervolgens breekt het noodweer echt los. Onze terugreis wordt met een dag vertraagd vanwege afgesloten wegen en snelwegen die door het ergste noodweer in jaren onbegaanbaar worden. Maar ik mag niet klagen, ik heb geluk gehad, ik ben net op tijd bovengekomen, mèt hulp van de Ventoux zelf, en heb de ellende van de overstromingen en het noodweer alleen maar vanuit de auto en via tv-beelden gezien.
|