Verslag (93)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  154  155  156  Alfabetische index


  16 september 2002

Op de Mont Ventoux groeien geen geraniums

Maandagochtend is het dan zover. Op de camping worden de bidons gevuld, ook die van Swinda, mijn veertien jaar jongere vrouw en van Maurits, mijn niet-rokende zoon van 24. Swinda roept dat ze in een van de bidons de dubbele hoeveelheid isostar heeft gedaan. Nog een extra spuitje olie op de kettingen en de bandenspanning controleren. Ik heb een oud broekje en shirtje aan. Nostalgie, ik had ze 15 jaar geleden ook aan toen ik voor de laatste keer de Mont Ventoux reed. Iedereen is nerveus. Op het laatste moment prop ik wat cakejes in de achterzak.

Even flitst door mijn hoofd, waarom ik als 57-jarige als een kind zenuwachtig loop te zijn op 16 september om half tien op een camping bij Vaison-La-Romaine. Een jaar geleden kreeg ik van de huisarts te horen dat ik suikerziekte had, overgewicht was volgens hem de reden. Twintig kilo eraf en bewegen, veel bewegen was het recept. Of spuiten en een ziekelijk oud mannetje worden. Voorlopig pillen. Ik had geen keus. De zevenheuvelenloop was de eerste mijlpaal. Binnen drie maanden zat ik op het goede gewicht. Sinds januari zonder gebruik van pillen heb ik prima waarden voor de bloedsuikerspiegel.

En dan gaat Virenque, de senior, de Mont Ventoux op. Ik zie zijn gevecht. Ineens weet ik het, ik wil dat weer durven. Swinda is ook direct enthousiast, maar vraagt zich wel af of zij zoiets kan. Gelukkig hebben we tijdens de zomervakantie van juni veel gefietst in de heuvels rond Roanne (Loire). Maurits was daar ook bij. We bellen Maurits en die heeft zin. Volgend jaar is de planning, genoeg tijd voor een degelijke voorbereiding. Echter, door een reorganisatie bij de bank, waarbij ouderen kennelijk niets meer presteren en door jongeren worden vervangen, heb ik ineens behoefte me te bewijzen. We besluiten dit jaar al te gaan en de planning is medio september. Maurits gaat ook mee en belooft om tijdens de vakantie niet te roken.

Eerst naar de Franse Alpen, om te wennen. L'Alpe d'Huez. Swinda vraagt bij de eerste bocht wanhopig: "Blijft dat zo?". Ik roep: "Allez, je kan het!". Dan twee dagen later Col de La Croix de Fer. Ook Col d'Ornon, de Galibier en Les Deux Alpes worden soms met afzien gedaan door ons drieën. Iedere keer weer met dat emotionele gevoel: Ik ben er weer. Dat ziekelijke oud mannetje achter de geraniums klimt jaren jonger gezond en wel naar boven. Het afdalen gaat voorzichtiger. We vertrekken vanuit de Franse Alpen richting Provence, richting Mont Ventoux toe. We hebben d'r zin an.

Dan is het maandagochtend tien uur. De zon schijnt uitbundig. Om de top wat kleine wolkjes. Vanaf de camping via Malaucène en de Col de la Madeleine (460 meter) naar Bedoin. Het is markt, even zoeken naar het fonteintje, om de stopwatch aan te zetten. Ieder voor zich en goed warm gedraaid dankzij de aanlooproute, gaan we naar links schuin omhoog kijkend vol ontzag van start. De eerste kilometer blijven we bij elkaar. Daarna in je eigen tempo. Ik voel dat ik geen goeie dag heb, na drie kilometer moet ik al terug naar 39-23. Het stijgingspersentage loopt op, gelukkig hoef ik nog niet kleiner te gaan, maar lang zal dat niet meer duren. Een fransman haalt me in, courage, voor me zie ik een groepje van 3. Vooral geen wedstrijd van maken. Het wordt nu echt steil. Ik knal op de helling en ik heb net genoeg snelheid om terug te gaan naar 39-27, mijn kleinste verzet. De fransman en het groepje komen dichter bij, 11,1 % staat links op het paaltje. Ik haal de eerste van het groepje in, een jonge vent. De fransman stopt en stapt af. Ik roep: "Allez", hij kijkt een andere kant op. Dan weer een paaltje: afstand, hoogte en gemiddeld percentage voor de komende kilometer, 8.8 %.
Het drinken is lastig, twee keer in de bocht waar het minder steil is, komt een auto tegemoet. Nog tien kilometer. De eerste bidon is leeg, nu verwisselen met de andere. Met één hand aan het stuur val ik snel terug naar 8.5 km. Een kleiner verzet zou nu wel handig zijn. Ik zweet enorm, maar de zon is weg.
Ik haal er weer een in. De tiende al, allemaal jonge gasten, mooie shirtjes. Courage, de tweede bidon zit eindelijk voorop. Verdorrie, in plaats van de isostar proef ik water. Dat gaat mis, want ik moet nog minsten een uur klimmen. De cakejes! Een worsteling, cakejes uit je zak halen, ik verlies weer snelheid. Mijn jackje zit in de weg. Ik wacht tot de bocht, net een hele steile, weer een tegenligger. Toch naar links. De auto maakt zich klein en ik kan eten. Nog zeven kilometer, het wordt kaal. Ik mis ergens een kilometer. Dan ineens het restaurant. Ik ben het gevoel voor tijd kwijt. Ik neem de bocht wijd. Ik zie veel fietsers. Eentje staat er met een gewone fiets. Veel kleuren tegen een kale, troosteloze achtergrond. Ik voel wind en kou. Ik zweet niet meer. Van een autobus heb ik even last en ik ruik een roker. Het laatste stuk begint. Mooi groot bord. Minder dan 600 meter omhoog. Dat heb ik vaker overleefd. Ik weet dat het gaat lukken.
Dat raakt me. Het lijkt steil, maar is het niet. Ik zit weer op 12 km. Weer haal ik een groepje in, waarvan er een aantikt. Een mountainbiker. Geen wedstrijdje! Wat een beentempo, even ben ik jaloers. Hij laat los. Ik probeer water te drinken, maar dat lukt niet. Ik heb ademnood en spuw het water uit. Ik krijg pijn in mijn dijen en mijn rechter knie. Een half uur zonder drinken moet lukken. Ik spuit de bidon leeg, scheelt weer en het laatste stuk is steil. Ik passeer Simpson. Ik zie een leuke bidon staan, maar ik wil niet stoppen. Flarden mist jagen van links naar rechts. Na het bord met snacks nog een bocht. Even zak ik terug naar 8 km. Het einde van mijn krachten is nabij, geen goeie dag maar toch boven. De stopwatch staat op 2 uur 8 minuten en 55 seconden. Is dat goed of slecht? Weer dat emotionele gevoel: Ik ben er weer. Boven zijn is goed. Ondanks het snel aangetrokken jackje heb ik het koud. De moeiheid is weg.

Maurits doet er tweeëneenhalve minuut langer over en Swinda doet het in 2 uur en 29 minuten, een wereldprestatie van twee mensen waar ik veel van hou. Tijdens de afdaling via Malaucène haal ik rillend en gillend 80 km per uur. Toch een record.
Na een ontzettend lege en saaie rustdag starten we woensdag om 11 uur voor weer een beklimming naar de Mont Ventoux toe, maar nu vanaf Sault. Met goeie benen. Scheelt behoorlijk, alleen de laatste zes kilometer zijn zwaar, maar met nu wel voldoende isostar en een beetje pijn in de rechterknie een eitje. Swinda en Maurits hadden last van vermoeidheid, maar komen ook boven.

De volgende dag vertrekken we richting Nederland. Met een vreemd gevoel van heimwee naar de Mont Ventoux.

Ronald Barents

Tijd - zie Klassement MV
Ronald Barents:  2 uur 8 minuten en 55 seconden
Maurits Barents: 2 uur 11 minuten en 20 seconden
Swinda Barents:  2 uur en 29 minuten

 


omhoog© www.dekaleberg.nl