|
| Verslag (89) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 154 155 Alfabetische index |
|
Tijdschema's? Ach wat, genieten! Mijn voorbereiding was top. Ik had heel veel
trainingskilometers op onverhard terrein op mijn ATB gemaakt, was in de
10 dagen vóór de beklimming van de Ventoux in de
Alpen de Télégraphe en de Galibier opgereden, in
de stromende regen en de mist overigens, boven op de Galibier was het 3
graden, en had fors wat klimkilometers in de Ardèche en de
Provence gemaakt. Na eerder in 2000 en 2001 de Ventoux per ATB te hebben beklommen (2 uur en 10 minuten, respectievelijk 2 uur en 5 minuten, waarbij ik in 2001 5 kilometer onder de top tegen een hongerklop aanliep en de laatste kilometers werkelijk omhoog moest kruipen), was ik nu klaar voor een ‘echte beklimming' met een ‘echt verzet'. Onze vakantiestek lag het Lac de St. Croix en na
een autorit rit van 2 uur en drie kwartier, kwamen we aan in Bedoin. Overigens heb ik weinig van ze gezien, want alhoewel ze me zijn gevolgd en langs de weg hebben gestaan om me te filmen en aan te moedigen, zit ik zo in mezelf tijdens die beklimming dat ik ze na het eerste begin niet meer heb opgemerkt.
Na, ter voorkoming van een herhaling van de hongerklop van het jaar ervoor, s' ochtends stevig te hebben ontbeten met bruin brood, mueslirepen en bananen, kleed ik me op de parkeerplaats in Bedoin om en vul mijn bidons met powerdrink. Ik stop mijn minidiscspeler met The Greatest Hits van Status Quo in mijn wielrentrui en de dopjes in mijn oren. Ik ga me eerst eens een paar kilometer warm rijden. Na een paar kilometer geloof ik het eigenlijk wel, ik heb geen geduld om nog langer te wachten en rij terug naar Bedoin. Bij het fonteintje druk ik mijn fietscomputer op nul, Status Quo begint Whatever you want te spelen en ik vertrek. Het is warm, ongeveer 33 graden en er staat eigenlijk geen wind. Ik geniet mateloos die eerste paar kilometers, het uitzicht is fantastisch, muziek op mijn hoofd en de hoge temperatuur en de droge lucht laten mijn motortje makkelijk draaien. Ik lees de teksten op de weg, een paar weken geleden reed het Tour-peloton hier, de naam Virenque kom ik het meeste tegen. De eerste 4 kilometer is het tempo vrij hoog, zo'n 20 tot 25 kilometer per uur. Wellicht zelfs weer wat te hoog, blijkt later. Bij kilometer 6 zakt het tempo, logisch, het wordt hier een stuk steiler, ik ga nu toch al vrij snel naar 39 x 21 en even later zelfs naar 39 x 24. Vanaf kilometer 7 begint de echte klim. De in mijn vooraf bedachte tijdsschema van 1 uur en 30 a 1 uur 40 geplande snelheid van 12 à 13 kilometer per uur in het tweede gedeelte van de klim houdt ik aardig vol. Maar snel blijkt dat de Ventoux zich niet laat beklimmen met behulp van tijdschema's. Ik merk al snel dat ik mijn voorgenomen schema uit mijn hoofd moet zetten en naar mijn lichaam moet luisteren. Ik ga zelfs terug naar 39 x 26 en het tempo zakt, ik besluit niet meer naar de tijd op mijn fietscomputer te kijken tot ik boven de streep heb gepasseerd en laat mijn fietscomputer vanaf dat moment alleen op afgelegde kilometers weergeven. Dan, rond kilometer 9 krijg ik een ontzettende inzinking. Wellicht door de (toch weer) te snelle start, voel ik de macht uit mijn lichaam wegvloeien. Ik snap er niets van. Veel getraind, de laatste 10 dagen nog veel klimkilometers in de Ardèche en de Provence gemaakt, en nu dit! De pijn neemt toe. Mijn hartslag loopt te hoog op en ik begin me in een lichte paniek te denken: Ik zal toch *@&%#…!!! niet van de fiets moeten om me te hervinden??? In kilometer 10 ligt een stukje asfalt van ongeveer 200 meter lengte waar (in ieder geval voor mijn gevoel) de weg iets minder snel stijgt. Misschien is het wel verbeelding, in ieder geval ervaar ik dat zo. Ik gun mezelf die 200 meter een iets lichtere inspanning door hier niet te proberen te versnellen, maar even hetzelfde tempo aan te houden als op die eerdere steile kilometers. Het werkt: Ik voel de macht langzaam terugkomen en kom ineens weer vrij gemakkelijk in mijn ritme. Mij hartslag daalt weer naar voor mijn gevoel zo'n 160 tot 170 slagen per minuut en mijn ademhaling komt ook weer in het goede ritme. Ik voel, terwijl ik me realiseer dat ik nog zo'n 3 kilometer van het steilste stuk in het bos te gaan heb, weer de macht om in dat goede ritme wat te versnellen naar ongeveer 11 kilometer per uur. Nog steeds niet mijn schema voorgenomen 12 per uur in kilometer 7 tot en met 14, maar zoals ik al zei, tellen schema's volgens mij niet op de Ventoux. Ik realiseer me ineens dat ik in tegenstelling tot de eerste twee keer dat ik de Ventoux beklom, helemaal geen last heb van de horzels in het bos. Hoe dat komt, weet ik echt niet, maar erg prettig is het wel. De 2 kilometer voor Chalet Reynard lopen echt lekker. Ik kan naar een wat zwaarder verzet en op de een of andere manier (misschien toch het resultaat van mijn trainingsarbeid) heb ik zelfs de rust of de macht om voor Chalet Reynard nog een halve mueslireep naar binnen te werken, terwijl ik in de eerdere beklimmingen begon te kokhalzen als ik iets probeerde te eten.. Ik merk trouwens dat ik steeds meer andere klimmers, zonder m'n ritme te verstoren of me te forceren, inhaal. Da's een goed teken realiseer ik me en ik geniet er ontzettend van dat het me gelukt is na die rare inzinking op kilometer 9 zo te herstellen en weer in een puik ritme te komen. Na Chalet Reynard ga ik op de pedalen staan en het lukt me kilometer 15 tot en met 18 rond de 15 a 16 kilometer per uur vast te houden. Ik voel me nu echt heerlijk, geniet van het machtige uitzicht over de Provence, het elke keer weer adembenemende zicht op dat rare maanlandschap maar natuurlijk vooral van het feit dat ik nu zo lekker klim. Op kilometer 19 begint de inspanning z'n tol te eisen. Maar in plaats van door te stampen, verlaag ik mijn tempo iets houdt ik voor mijn gevoel iets reserve voor mezelf. Ik pas er voor weer zo'n klap te krijgen als in kilometer 9. De laatste kilometer is toch weer heel zwaar en begin mezelf af te vragen welke tijd er ondertussen op mijn klokje moet staan. Ik bedwing de neiging om te kijken en probeer de laatste 800 meter alles te geven wat ik nog heb. Het is stervensdruk op de top. Ik kijk rechts omhoog naar l'Observatoire en weet dat ik alleen nog de laatste bocht voor me heb. Ik ga op m'n pedalen staan en pers in een (voor mijn gevoel) ultieme sprint mijn hartslag naar ongezonde hoogte en het laatste beetje macht uit m'n benen. Ik rol over de streep, zet m'n fiets gewoon midden op de weg stil en druk mijn fietscomputer op de tijdregistratie: 1.43,29. Over m'n stuur gebogen probeer ik zo snel mogelijk mijn hartslag en ademhaling weer naar beneden te krijgen, terwijl ik geniet, ècht geniet van mijn geleverde prestatie. De tijd lijkt ineens niet meer zo belangrijk. Ik ben weer boven en ik voel me super! Als ik wat ben bijgekomen, ben ik enerzijds toch
wat teleurgesteld, 1 uur 35 was mischien mogelijk geweest zonder die
inzinking. Anderzijds, 1.43,29 (zeker ten opzichte van de 2 uur en 5
minuten die ik vorig jaar reed) Na een foto bij het bordje 'Le Mt Ventoux Alt. 1912 m' volgt natuurlijk de beloning : De afdaling. De eerste 10 kilometer lopen lekker : een max van 78.5 per uur, waarbij ik me bedenk dat ik in het tweede gedeelte tussen de bomen nog wel eens wat sneller zou kunnen dalen. Dan, vlak voor een scherpe bocht, blokkeert mijn achterwiel even en na het snel loslaten van de rem om vervolgens weer bij te remmen, vlieg ik eruit met ongeveer 40 a 45 per uur. De schade valt erg mee, wat schrammen hier en daar, een krom voorwiel, een lekke band en een beschadigde fietsstrui. Gelukkig draag ik een helm. Die heeft een flinke deuk en een barst opgelopen die anders mijn schedel zou moeten hebben verwerkt…Geluk gehad dus. Ik zou natuurlijk mijn fiets in de volgauto kunnen gooien, maar daar ben ik niet voor naar boven gereden. Ik moet dus in de tweede helft van de afdaling nog 2 keer m'n voorband oppompen om (zij het met een wat lager tempo) zelf naar beneden te rijden en de klimmers in hun beklimming te zien werken, ze, als ze opkijken, aanmoedigend met een hoofdknik. Beneden aangekomen drinken we met z'n vijven nog een biertje bij Bar L'Observatoire, om vervolgens tijdens de terugreis naar onze camping na te genieten van de videobeelden die m'n ‘begeleiding' tijdens de klim had gemaakt. 's Avonds, na het eten, met een koel glas rosé in m'n hand, luisterend naar de tsjirpende cigales en kijkend naar de heldere sterrenhemel, denk ik bij mezelf: Volgend, jaar, welke tijd zou er dan voor me inzitten??? Arthur
Berculo |