Verslag (85)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  Alfabetische index


  Mont Ventoux, 20 juli 2002

Zot zijn doet geen zeer!

De uitdaging van de fietsvakantie 2002 was de beklimming van de Mont Ventoux, de witte reus uit de Provence. Op zaterdag 20 juli, één dag voor Richard Virenque vleugels kreeg op de magische col, startte ik om precies 7u31 voor het eerst naar de top vanuit Sault. De uiteindelijke bedoeling was om diezelfde dag driemaal de top te bereiken of 136 km fietsen om een positief hoogteverschil van 4285 m te overwinnen. Ik zou op het eind van de dag zot zijn, geen erg, want enkel op die manier zou ik toetreden tot het het select gezelschap van wielertoeristen die zich vinden in le club des cinglés du Mont Ventoux.

Sault was het vertrekpunt voor de eerste klim, algemeen wordt gezegd dat dit de makkelijkste kant is en dat beaam ik ten zeerste. Ik stempel bij de plaatselijke bakker, geniet van les deux petits pains au chocolat en daal verrassend het dorp af, dit was toch de klim naar de Ventoux? De eerste 13 kilometer fietsen makkelijk met amper een paar kilometer aan 6% wat meteen het maximum stijgingspercentage van de klim wordt. Vanaf kilometer 13 (hoogte 1280m) is het zowaar vals plat naar Chalet Reynard, kilometer 20. Gezien de geringe inspanning gedurende de eerste kilometers pak ik het maanlandschap aan met een 39/24, zou ik dan toch die 39/28 niet moeten gebruiken? Op de top is het redelijk kalm, zodat ik de tijd neem voor een foto en een stempel in het winkeltje. De afdaling naar Bedoin is gezien de drukte niet altijd even heerlijk maar recupereren kan natuurlijk wel.

In Bedoin wordt gezocht naar een verfrissende cola, worden de bidons gevuld en een stempel gehaald bij jawel de plaatselijke bakker. De bakkersvrouw stempelt verkeerd af, zij heeft duidelijk meer oog voor de kassa, begrijpelijk natuurlijk. De chocoladekoeken zijn wel reeds de deur uit zodat een dubbele suisse en drie bananen de energie moeten geven voor de aartsmoeilijke klim vanuit Bedoin. Tot aan het bos in Saint-Estève neem ik vooral tijd voor die bananen, de bocht aan het restaurant is het begin van de ware klim, de ketting vliegt soepel op de 28, de benen draaien minder soepel de volgende 10 kilometer af. Er is, één dag voor de Tour, enorme sfeer. Aanmoedigingen van Duitse drinkeboers kan ik moeilijk waarderen, de onverwachte West-Vlaamse aanmoedigingen daarentegen doen enorm plezier. Nu na 15 kilometer passeer ik een tweede keer aan Chalet Reynard. De bocht wordt breed genomen, ik neem zowaar een aanloop naar de witte bol op de top. Meer dan eens sta ik in de laatste kilometers versteld van het aantal fietsers die de berg opvliegen. Zijn ze wel in Bedoin gestart? De moed komt terug wanneer ik na een paar minuten diezelfde mannen en jawel ook vrouwen opnieuw voorbijfiets. Van Chalet Reynard naar het monument van Tom Simpson is het nog een flink eind. Op de tanden bijten dan maar en vooral het koppeke naar de grond richten. Hoe meer je naar de toren kijkt hoe minder je vooruitgaat. Vanaf Tom Simpson heb ik met de rechtse insprong (de col des Tempêtes) een paar honderd meter verder een nieuw mikpunt. De dag voordien hadden we daar in familieverband de Ventoux via onverharde wegen afgedaald. De laatste bocht neem ik zoals afgesproken met de kinderen aan de binnenkant, de steile kant dus. Beloofd is echter beloofd!

Voor de afdaling naar Malaucène stap ik andermaal het winkeltje binnen. Ik kies deze keer voor een halve liter water, de lauwe cola van een paar uur geleden was me niet echt bevallen. Het is opvallend stil en rustig aan de andere kant van de berg. Dat er toch een paar fietsers, ik tel er op weg naar beneden een tiental, naar boven puffen geeft me moed om de kelk tot op de bodem te ledigen. De afdaling eindigt zowaar aan het uitstalraam van de plaatselijke vélociste. De fietsenman zit wel bij de plaatselijke bakker te genieten van een stralend zonnetje. In de Provence leven ze nu éénmaal als God in Frankrijk en nemen ze wel eens vaker een loopje met de tijd. Zijn fietsenzaak opent pas om 15u zodat ik de energierepen mag vergeten. De plaatselijke bakker dan maar en une baguette met tonijn zonder de cola, deze keer wel fris, te vergeten. Ik besef dat deze derde beklimming de moeilijkste wordt en jawel reeds in de aanvangsfase is het van dat. En dat merkt ook een Antwerpenaar op die op een schaarse plek in de schaduw zijn fietsvrienden opwacht met de wagen. Hij had reeds opgegeven. Ik zet door maar de teller wijst amper 8 km per uur. De kilometerpalen geven kilometers lang dezelfde informatie: 10% sur 1 km. Aangezien de D 974 de bekendste departementale weg is in Frankrijk, zet ik er een paar keer mijn voet op. Het hart laat ik zo opnieuw menselijke slagen per minuut halen. Fietsers voor mij doen gezien de hitte, tot 33 graden, hetzelfde. Pas na 13 kilometer neemt de berg wat gas terug en kan rustig(!) tot aan de chalet op de Mont Serein gefietst worden. De koele cola's, aan de andere kant van de berg is Pepsi blijkbaar koning, geven me de kracht voor de laatste kilometers. Ik haal een Rabobanker in op een mountainbike. De jongen zit dood. En vooral zonder water. Ik reik hem de net gevulde koele bidon water aan. Hij pakt mijn wiel voor een paar honderd meter, alleen maar om nog wat meer water te krijgen. Daarna past hij, duidelijk is mijn ritme voor de jonge kerel te hoog. Wat de hel was in de aanvangskilometers is nu plots de hemel, de laatste 3 kilometers, dat is 3 minder dan vanuit het zuiden, door het maanlandschap gaan vlot omhoog. Nog maar eens een keer stap ik op de top het souvenirswinkeltje binnen. De mevrouw vertelt me dat ik fada ben, dat is provençaals voor gek en dat is nog waar ook! Best gek wordt de afdaling naar Sault toe, van bij de eerste meters reeds hoor ik een krassend geluid tijdens het remmen, blijkt dat het rubbertje uit de linker remhouder verdwenen is. Ik moet dringend de remhouder verwijderen wil ik geen kapotte velg aan het ongemak overhouden. Net over het monument van Tom Simpson krijg ik van een Engelsman een gepaste sleutel. Samen met zijn vriend brengt hij wel eens vaker zijn vakantie door in Boeschepe, op een boogscheut van waar ik woon (Nieuwkerke-Heuvelland). Ik vertel hem over mijn fietsdag, hij heeft het bij het rechte eind wanneer hij zegt dat ik ongetwijfeld een paar Kemmelbergen, Rodebergen, Zwartebergen, Catsbergen, Casselbergen en andere hellingen uit mijn omgeving heb beklommen als voorbereiding op deze Mont Ventoux. Op een halve achterrem daal ik af naar Sault. Aan de bakkerij van deze morgen vind ik de jongens en mijn vrouw terug. De laatste 23 kilometer naar het vakantieverblijf (www.chaloux.free.fr) gaan met de wagen….

Marc Desender, Cinglé

Meer fietsverhalen op de site van Marc www.desender.tk


omhoog© www.dekaleberg.nl