|
11
juni 2002
Een
memorabel avontuur
Bedoin, 9 mei 2002
'The Mont Ventoux is a killer, worse
than Alpe d'Huez'
Ik las het op Internet. Alpe d'Huez heb ik (nog niet) beklommen, maar
de Mont Ventoux dus wel. Ik moet de wijze Engelsman gelijk geven. De MV
is een VERSCHRIKKELIJKE col! De 'Reus van de Provence' heeft zijn naam
niet gestolen. Ik heb afgezien als een echte Flandrien. Puur op
karakter en wilskracht heb ik de top bereikt. Twee uur
en vijftien minuten heb ik er over gedaan. Een memorabel
avontuur in mijn 51 levensjaren.
Eigenlijk ging ik de MV beklimmen met mijn zoon Tim (23). Een
dag voor de afreis naar de Provence sloeg het noodlot echter
toe. Tim reed met zijn mountainbike tegen een boom
en hield er een schouderblessure aan over. De MV beklimmen was meteen
uitgesloten. Tim was er het hart van in en ikzelf
ook. Toch zijn we samen vertrokken, met
één koersfiets in de wagen.
Dat domme ongeluk is achteraf beschouwd mijn geluk geworden. Tim hulde
zich bijna moeiteloos in de gedaante van mentor en mecanicien. Mijn
nochtans gewone koersfiets liet me geen ogenblik in de steek. Onderweg
kroop Tim als een volleerd ploegleider achter het stuur en schreeuwde
mij naar de top. En dat was nodig. Op tijd en stond kreeg ik krachtvoer
('energy bar' noemt hij dat) en sportdrank toegestopt.
Even dacht ik - eerlijkheidshalve – aan opgeven. Na
7 kilometer, in het bos van Bedoin, bij een
stijgingspercentage van 10 procent, zag ik het plots niet
meer zitten. Tim had mij een Polar-hartslagmeter rond de borst gesnoerd
en die klom alarmerend naar 179 hartslagen per minuut. Diep in het rood
dus en dat voorspelde niet veel goeds. Maar ik beet door en probeerde
van dan af mijn 'tikker' onder controle te houden.
Aan de fameuze Chalet Reynard (km 15) ben ik toch even gestopt, zonder
van de fiets te stappen. Ik at een banaan en dronk een halve
bus sportdrank leeg.
Intussen hulde de MV zich in de mist, alsof hij
zijn laatste geheimen niet wou prijs geven. Het werd koud en
onweerachtig. 'The highway to hell' las ik op het wegdek. De
laatste kilometers waren inderdaad een verschrikking.
Ik trok me op aan de wit gekalkte aanmoedigingen
voor de Tour-renners. Toen moest ik ook aan de
betreurde Tom Simpson denken. Op die bloedhete julidag in 1967 waren
dit zijn fatale kilometers...
Door een mistgordijn sleepte ik mij naar de top. Het monument
van Tom Simpson durfde ik niet bekijken. Toch moest
ik op amper één kilometer van de top
nogmaals stoppen. Ik reed toen weer in het rood. 'Je bent aan het
verzuren', zei Tim en hij stopte me nog een extra energy-bar
in de mond.
De ultieme kilometer heb ik bijna meter voor meter afgeteld. Deze
fysieke slijtageslag MOEST ik winnen. Ik kroop naar boven,
zigzaggend over de weg.
De laatste bocht, de laatste meters. Ik bolde over de meet als een
afgepeigerd atleet.
In een hectisch weer stond Tim mij op te wachten. Hij moest
me van de fiets helpen. We vielen elkaar in de armen en ik
liet mijn tranen de vrije loop.
De vermaledijde Mont Ventoux, je hebt mij niet klein gekregen!
Erik
Van Hoecke
|