Anderhalve beklimming (13
& 14 juli 2000)
13 juli
De voorgaande keer dat we in de Pyreneeën waren had het 3
weken geregend en dus wilden we nog wel eens teruggaan om te kijken hoe
ze er uitzien bij mooi weer. Na ongeveer een week hadden we de zon toch
al 3 uur gezien en net als de Tour de France-renners die we een
verzopen Aubisque hadden zien oprijden besloten we ons te verplaatsen
naar de Provence. Als we uiteindelijk in de Provence arriveren, blijken
enkele tienduizenden Tourdefrans-fanaten dat een paar uur voor ons ook
gedaan te hebben. Geen enkele camping heeft nog een plaatsje vrij. Na
enkele uren wanhopig rondrijden en vergeefs onderhandelen besluiten we
het heft in eigen handen te nemen. Op een camping volgen we
vliegensvlug iemand die net de automatische slagboom geopend heeft.
De volgende ochtend is het prachtig weer. Tijd voor een ritje met de
fiets. De Mont Ventoux ligt daar schitterend te liggen (de top blinkt
bijna in het zonlicht) en er is een verfrissend briesje. De Fransen
noemen dat zuchtje wind ook wel Mistral.
Vandaag starten de renners in Carpentras, fietsen een paar cols van 2de
en 4de categorie omhoog, om dan de berg der bergen te beklimmen. Ik
beslis naar Carpentras te fietsen om de start te aanschouwen en daarna
via de Côte de Mormoiron (4de categorie) de Ventoux te
beklimmen om zo de renners te zien finishen. Tijdens die voorbije dagen
had ik twee keer de Aspin en de Tourmalet bedwongen. De conditie was
dus ok en ik was er gerust in op deze manier voor hen boven te komen.
Dat was natuurlijk buiten de waard gerekend.
Na het vertrek van de renners fiets ik richting Mormoiron. Deze helling
speelt mij weinig parten er staan her en der wat wielerliefhebbers te
supporteren. De hele tijd ligt de Ventoux op mij te loeren. In Bedoin
is het een drukte van jewelste. De terrasjes zitten vol, de sfeer is
ontspannen, het bier en de pastis vloeien rijkelijk, iedereen wacht
uitgelaten op de
tourkaravaan. Maar, de plicht roept, de aankomstlijn roept. Nog even de
bidon vullen en op weg.
Bij het verlaten van Bedoin valt alles wel mee, vind ik. Licht vals
plat, het soort dat ik graag fiets. Met mij fietsen een paar honderd
andere toeristen naar boven. Een paar honderd meter verder valt het al
iets meer tegen. Bocht naar links en vanaf dan begint de echte
beklimming. Na een km of 5 is het reclamecircus in aantocht. Dat heb ik
al meegemaakt en onverdroten zet ik de tocht verder. De chauffeurs die
de meest onnozele voertuigen besturen vinden dat de voorrangs- en
andere verkeersregels niet voor hen gelden en vlammen ons aan
onverantwoorde snelheden voorbij. Mensen storten zich - zonder
uitkijken - op de waardeloze rommel die langs Franse wegen verspreid
wordt. Geen wonder dat er ongelukken gebeuren. Zelfs de vliegen
laten zich vandaag niet zien.
Een paar kilometer verder word ik door een gendarme naar
de kant geroepen. De mens ziet er overspannen uit en ik beslis zijn
bevel niet te negeren, ondanks het feit dat de tijd begint te dringen.
Hij loopt ongetwijfeld sneller bergop dan ik fiets.
Ik zet me even te rusten op een stuk vangrail en wacht tot het gedoe
voorbij is om dan mijn tocht verder te zetten. Een boze meneer komt op
mij toegestapt en snauwt dat ik zijn zitplaats heb afgenomen. Ik
verontschuldig mij en zeg dat ik niet wist dat de vangrails in
Frankrijk persoonlijk bezit zijn. Wat hem doet ontvlammen en hij begint
mij de meest onwaarschijnlijke racistische prietpraat toe te slingeren
(dat ik in mijn land moet blijven, dat ik zijn wegen kapotrij (?), u
kent het wel). Kortom, een fijn dagje uit voor de meneer die naar 47
verschillende nationaliteiten renners komt kijken.
Soit, eenmaal het circus voorbij start ik weer, beseffende dat het
halen van de top waarschijnlijk niet meer voor vandaag zal zijn. Als ik
km 13 bereik is het bijna zover. De renners zijn in aantocht, iedereen
moet van de weg. Ik parkeer mijn fiets tegen een boom, vlakbij een paar
sympathieke, licht aangeschoten Belgen met mobilhome en tv. Blijkt dat
ze er al van gisteren staan en grote supporters zijn van Steels (die
die dag opgeeft). Bovendien staat aan de overkant een uitgelaten stel
Nederlanders luidruchtig te zijn. Ze hebben net een boodschap voor
Michael - boogie - Boogerd op de weg gekalkt en willen graag dat ik een
foto van hen neem, inclusief boodschap. Geen probleem, al zullen ze
waarschijnlijk tot het einde der tijden die Belg verwensen die hun
hoofden niet op de foto gezet heeft.
Even later komen wat renners aangefietst. Ik herken Ullrich, met aan
zijn wiel Armstrong. Enkele tientallen seconden later puft Pantani
voorbij. Het is duidelijk wat de Mont Ventoux met renners aanvangt.
Groepjes fietsen voorbij. Enkelingen. De "bus". Iedereen heeft het
zwaar. De laatste renner, een nobele onbekende, krijgt nog een hoop
aanmoedigingen. Volgens mij verwenst hij elke toeschouwer. Ik blijf nog
even bij mijn nieuwe vrienden staan. Ze hebben immers een tv en dankzij
hen zie ik Armstrong de overwinning aan Pantani schenken.
Tijdens de afdaling passeer ik de onvriendelijke Franse meneer van
zo-even die de dalende wielertoeristen geregeld van een dikke klodder
mondvocht voorziet.
Vandaag is het niet gelukt. Morgen beter.
14 juli
Het weer is nog altijd schitterend, de mistral is precies nog
aangewakkerd, de Fransen vieren hun feestdag, de nationale
petanquekampioenschappen bereiken hun hoogtepunt. Vandaag zal het
gebeuren: ik zal de Mont Ventoux beklimmen. Geen enkele Franse flik zal
me daar vandaag van weerhouden. Bovendien speelt mijn vriendin
volgwagen, zodat ik niet alles zelf mee moet
sleuren.
Vandaag rij ik onmiddellijk naar Bedoin. Mijn vriendin heeft zich daar
al op een terrasje genesteld met een koffie en moedigt me nog even aan.
Ze zal me wel inhalen. Ik twijfel er geen moment aan. Op het gemak
fiets ik naar boven. Als ik
gisteren al iets geleerd heb,
dan is het dat er niet gespot wordt met de Ventoux. In het bos is het
snikheet. Zelfs de vliegen vinden het te warm. Ik kom nauwelijks een
andere wielrenner tegen.
Na een kilometer of 8 komt mijn vriendin voorbij. Gelukkig, want mijn
drinken is op. Een Nederlandse dame stopt ook. Haar man is ook bezig
met de beklimming en volgt mij op een paar minuten. Later kom ik
voorbij de plaats waar ik gisteren stond. Michael Boogerd begint al een
beetje te vervagen. (In het vervolg eerst een goede primer gebruiken
jongens.) Het gaat. Maar het is o zo lastig. Geen seconde kan je je
benen even stilhouden. Vlakbij chalet Reynard staat mijn vriendin me op
te wachten, samen met de Nederlandse. Ik ben stokstijfsteendood. Een
wellekome slok (lees: halve fles) limonade kikkert mij niet op.
Bovendien begint het, nu ik het bos bijna uit ben, stevig te waaien.
Dit is het moeilijkste wat ik ooit gedaan heb.
Na een aarzeling besluit ik toch verder te fietsen. Eenmaal voorbij de
bocht ben ik blij dat ik mijn regenjasje heb aangetrokken. De wind
snijdt door merg en been. Hier begint het maanlandschap. Geen
beschutting van de bomen. Tussen twee haarspeldbochten fiets ik ofwel 4
km per uur, ofwel 24 km per uur. Zo hard waait het. Vreemd genoeg begin
ik er op die manier door te komen. Even voorbij het gedenkteken van Tom
Simpson (hallo Tom) staat mijn vriendin me een laatste keer op te
wachten. Een laatste slok limonade. Een andere toerist neemt dankbaar
de fles aan. Blijkbaar zit hij al een tijdje zonder drinken. Tijdens de
afdaling kom ik hem nog eens tegen. Hij heeft het fietsen opgegeven en
probeert nu te voet op de top te geraken. Ook geen sinecure op
fietsschoenen.
De laatste bocht. Ik heb het gehaald! De Nederlandse moedigt me een
laatste keer aan. Ik neem de bocht, krijg de wind plots met volle
kracht opzij en kan mijn evenwicht niet bewaren. Bijna val ik en sta in
het grind aan de binnenkant van de bocht, maar niet getreurd, twintig
meter verder kan ik juichend over de streep. Ik heb het gehaald in net
iets meer dan 2 uur. Vlugvlug enkele foto's, het is namelijk bitter
koud (3°) en dan terug naar beneden. 21 km (na)genieten.
Als ik Bedoin uitrijdt heb ik nog een onwaarschijnlijke ontmoeting met
Wim, collega bij de Moorduvels. Hij is onverwacht op reis vertrokken en
heeft de Provence als reisbestemming uitgekozen. Hij zou de Ventoux de
volgende dag beklimmen met de MTB. Uiteindelijk bleek dat hij er 1u53
over gedaan had. Renzo, een andere Moorduvel, werkte de klim in 1u43
af. Zijn verslag kan je ook lezen op Alexpages (nr. 63).
Nu besef ik dat het weer mijn beurt is om deze tijd scherper te
stellen. Daarom trek ik eind juni weer naar de Ventoux. Wie weet...
Wim