Verslag (68)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  Alfabetische index


  12 april 2002

Anderhalve beklimming (13 & 14 juli 2000)

13 juli

De voorgaande keer dat we in de Pyreneeën waren had het 3 weken geregend en dus wilden we nog wel eens teruggaan om te kijken hoe ze er uitzien bij mooi weer. Na ongeveer een week hadden we de zon toch al 3 uur gezien en net als de Tour de France-renners die we een verzopen Aubisque hadden zien oprijden besloten we ons te verplaatsen naar de Provence. Als we uiteindelijk in de Provence arriveren, blijken enkele tienduizenden Tourdefrans-fanaten dat een paar uur voor ons ook gedaan te hebben. Geen enkele camping heeft nog een plaatsje vrij. Na enkele uren wanhopig rondrijden en vergeefs onderhandelen besluiten we het heft in eigen handen te nemen. Op een camping volgen we vliegensvlug iemand die net de automatische slagboom geopend heeft.

De volgende ochtend is het prachtig weer. Tijd voor een ritje met de fiets. De Mont Ventoux ligt daar schitterend te liggen (de top blinkt bijna in het zonlicht) en er is een verfrissend briesje. De Fransen noemen dat zuchtje wind ook wel Mistral.

Vandaag starten de renners in Carpentras, fietsen een paar cols van 2de en 4de categorie omhoog, om dan de berg der bergen te beklimmen. Ik beslis naar Carpentras te fietsen om de start te aanschouwen en daarna via de Côte de Mormoiron (4de categorie) de Ventoux te beklimmen om zo de renners te zien finishen. Tijdens die voorbije dagen had ik twee keer de Aspin en de Tourmalet bedwongen. De conditie was dus ok en ik was er gerust in op deze manier voor hen boven te komen.

Dat was natuurlijk buiten de waard gerekend.

Na het vertrek van de renners fiets ik richting Mormoiron. Deze helling speelt mij weinig parten er staan her en der wat wielerliefhebbers te supporteren. De hele tijd ligt de Ventoux op mij te loeren. In Bedoin is het een drukte van jewelste. De terrasjes zitten vol, de sfeer is ontspannen, het bier en de pastis vloeien rijkelijk, iedereen wacht uitgelaten op de
tourkaravaan. Maar, de plicht roept, de aankomstlijn roept. Nog even de bidon vullen en op weg.

Bij het verlaten van Bedoin valt alles wel mee, vind ik. Licht vals plat, het soort dat ik graag fiets. Met mij fietsen een paar honderd andere toeristen naar boven. Een paar honderd meter verder valt het al iets meer tegen. Bocht naar links en vanaf dan begint de echte beklimming. Na een km of 5 is het reclamecircus in aantocht. Dat heb ik al meegemaakt en onverdroten zet ik de tocht verder. De chauffeurs die de meest onnozele voertuigen besturen vinden dat de voorrangs- en andere verkeersregels niet voor hen gelden en vlammen ons aan onverantwoorde snelheden voorbij. Mensen storten zich - zonder uitkijken - op de waardeloze rommel die langs Franse wegen verspreid wordt. Geen wonder dat er ongelukken gebeuren. Zelfs de vliegen laten zich vandaag niet zien.

Een paar kilometer verder word ik door een gendarme naar de kant geroepen. De mens ziet er overspannen uit en ik beslis zijn bevel niet te negeren, ondanks het feit dat de tijd begint te dringen. Hij loopt ongetwijfeld sneller bergop dan ik fiets.

Ik zet me even te rusten op een stuk vangrail en wacht tot het gedoe voorbij is om dan mijn tocht verder te zetten. Een boze meneer komt op mij toegestapt en snauwt dat ik zijn zitplaats heb afgenomen. Ik verontschuldig mij en zeg dat ik niet wist dat de vangrails in Frankrijk persoonlijk bezit zijn. Wat hem doet ontvlammen en hij begint mij de meest onwaarschijnlijke racistische prietpraat toe te slingeren (dat ik in mijn land moet blijven, dat ik zijn wegen kapotrij (?), u kent het wel). Kortom, een fijn dagje uit voor de meneer die naar 47 verschillende nationaliteiten renners komt kijken.

Soit, eenmaal het circus voorbij start ik weer, beseffende dat het halen van de top waarschijnlijk niet meer voor vandaag zal zijn. Als ik km 13 bereik is het bijna zover. De renners zijn in aantocht, iedereen moet van de weg. Ik parkeer mijn fiets tegen een boom, vlakbij een paar sympathieke, licht aangeschoten Belgen met mobilhome en tv. Blijkt dat ze er al van gisteren staan en grote supporters zijn van Steels (die die dag opgeeft). Bovendien staat aan de overkant een uitgelaten stel Nederlanders luidruchtig te zijn. Ze hebben net een boodschap voor Michael - boogie - Boogerd op de weg gekalkt en willen graag dat ik een foto van hen neem, inclusief boodschap. Geen probleem, al zullen ze waarschijnlijk tot het einde der tijden die Belg verwensen die hun hoofden niet op de foto gezet heeft.

Even later komen wat renners aangefietst. Ik herken Ullrich, met aan zijn wiel Armstrong. Enkele tientallen seconden later puft Pantani voorbij. Het is duidelijk wat de Mont Ventoux met renners aanvangt. Groepjes fietsen voorbij. Enkelingen. De "bus". Iedereen heeft het zwaar. De laatste renner, een nobele onbekende, krijgt nog een hoop aanmoedigingen. Volgens mij verwenst hij elke toeschouwer. Ik blijf nog even bij mijn nieuwe vrienden staan. Ze hebben immers een tv en dankzij hen zie ik Armstrong de overwinning aan Pantani schenken.

Tijdens de afdaling passeer ik de onvriendelijke Franse meneer van zo-even die de dalende wielertoeristen geregeld van een dikke klodder mondvocht voorziet.

Vandaag is het niet gelukt. Morgen beter.


14 juli

Het weer is nog altijd schitterend, de mistral is precies nog aangewakkerd, de Fransen vieren hun feestdag, de nationale petanquekampioenschappen bereiken hun hoogtepunt. Vandaag zal het gebeuren: ik zal de Mont Ventoux beklimmen. Geen enkele Franse flik zal me daar vandaag van weerhouden. Bovendien speelt mijn vriendin volgwagen, zodat ik niet alles zelf mee moet
sleuren.

Vandaag rij ik onmiddellijk naar Bedoin. Mijn vriendin heeft zich daar al op een terrasje genesteld met een koffie en moedigt me nog even aan. Ze zal me wel inhalen. Ik twijfel er geen moment aan. Op het gemak fiets ik naar boven. Als ik gisteren al iets geleerd heb, dan is het dat er niet gespot wordt met de Ventoux. In het bos is het snikheet. Zelfs de vliegen vinden het te warm. Ik kom nauwelijks een andere wielrenner tegen.

Na een kilometer of 8 komt mijn vriendin voorbij. Gelukkig, want mijn drinken is op. Een Nederlandse dame stopt ook. Haar man is ook bezig met de beklimming en volgt mij op een paar minuten. Later kom ik voorbij de plaats waar ik gisteren stond. Michael Boogerd begint al een beetje te vervagen. (In het vervolg eerst een goede primer gebruiken jongens.) Het gaat. Maar het is o zo lastig. Geen seconde kan je je benen even stilhouden. Vlakbij chalet Reynard staat mijn vriendin me op te wachten, samen met de Nederlandse. Ik ben stokstijfsteendood. Een wellekome slok (lees: halve fles) limonade kikkert mij niet op. Bovendien begint het, nu ik het bos bijna uit ben, stevig te waaien. Dit is het moeilijkste wat ik ooit gedaan heb.

Na een aarzeling besluit ik toch verder te fietsen. Eenmaal voorbij de bocht ben ik blij dat ik mijn regenjasje heb aangetrokken. De wind snijdt door merg en been. Hier begint het maanlandschap. Geen beschutting van de bomen. Tussen twee haarspeldbochten fiets ik ofwel 4 km per uur, ofwel 24 km per uur. Zo hard waait het. Vreemd genoeg begin ik er op die manier door te komen. Even voorbij het gedenkteken van Tom Simpson (hallo Tom) staat mijn vriendin me een laatste keer op te wachten. Een laatste slok limonade. Een andere toerist neemt dankbaar de fles aan. Blijkbaar zit hij al een tijdje zonder drinken. Tijdens de afdaling kom ik hem nog eens tegen. Hij heeft het fietsen opgegeven en probeert nu te voet op de top te geraken. Ook geen sinecure op fietsschoenen.

De laatste bocht. Ik heb het gehaald! De Nederlandse moedigt me een laatste keer aan. Ik neem de bocht, krijg de wind plots met volle kracht opzij en kan mijn evenwicht niet bewaren. Bijna val ik en sta in het grind aan de binnenkant van de bocht, maar niet getreurd, twintig meter verder kan ik juichend over de streep. Ik heb het gehaald in net iets meer dan 2 uur. Vlugvlug enkele foto's, het is namelijk bitter koud (3°) en dan terug naar beneden. 21 km (na)genieten.

Als ik Bedoin uitrijdt heb ik nog een onwaarschijnlijke ontmoeting met Wim, collega bij de Moorduvels. Hij is onverwacht op reis vertrokken en heeft de Provence als reisbestemming uitgekozen. Hij zou de Ventoux de volgende dag beklimmen met de MTB. Uiteindelijk bleek dat hij er 1u53 over gedaan had. Renzo, een andere Moorduvel, werkte de klim in 1u43 af. Zijn verslag kan je ook lezen op Alexpages (nr. 63).

Nu besef ik dat het weer mijn beurt is om deze tijd scherper te stellen. Daarom trek ik eind juni weer naar de Ventoux. Wie weet...

Wim


omhoog© www.dekaleberg.nl