Verslag (67)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  154  155  156  Alfabetische index


  22 maart 2002

Na jarenlang het wielercircus languit op de bank gadegeslagen te hebben besloot ik dat het eens tijd werd om zelf eens eventjes die Mont Ventoux op te knallen. Op mijn Colnago uit het jaar nul, tot dan toe alleen gebruikt voor woon-werkverkeer, moest het gebeuren. Kleinste verzet 42-23, zal wel goed zijn, wist ik veel. Enige training of voorbereiding vooraf achtte ik niet noodzakelijk. Per slot van rekening was mijn moeder ooit met een fiets met bagage naar de top van de Tourmalet geklommen. Weliswaar een hele dag over gedaan en het grootste deel te voet maar toch. Dan moet de Mont Ventoux een eitje zijn, dacht ik vol zelfoverschatting.

Op 10 augustus kwam mijn vriend Jos zondag samen met zijn vriendin Conny op bezoek. Ik maakte hem deelgenoot van mijn plannen. Jos was meteen razendenthousiast. Jos, de voetbal en wielerkenner bij uitstek, had sinds 1972 geen uitzending van Studio Sport gemist! Zelf had hij de Ventoux al enige jaren eerder bedwongen. Met de auto natuurlijk, Jos deed alles met de
auto. Het werd een mooie, legendarische avond vol nostalgie en zattemanspraat. "Wat Armstrong kan, kan ik ook!", hoorde ik mezelf roepen. Na de nodige Bavaria'tjes weggewerkt te hebben namen we rond drie uur afscheid. Het was de laatste keer dat ik hem zou zien.

Zondagochtend 12 augustus ging om halfelf de telefoon en kreeg ik te horen dat Jos die ochtend thuis op de bank na een hartaanval was overleden. Pas 34 jaar, vol plannen. Jos, mijn vriend die ik al dertig jaar kende... mijn wereld stortte in.

Een maand later waren we dan in Frankrijk, Petra en ik. Als eerbetoon aan Jos moest de Mont Ventoux er aan geloven. In Bedoin bleef Petra met een dik boek achter en begon ik aan mijn pelgrimstocht. Eerst even een rondje door de wijnvelden om de spieren wat op te warmen. De machtige berg keek met een zekere spot op me neer alsof hij zeggen wilde "wie denk je wel dat je bent, onnozelaar, om met zo'n matige voorbereiding voor mij te verschijnen...". Een
spoortje van angst sudderde door mijn lichaam, waar was ik aan begonnen? Met een minieme hoeveelheid eten en drinken maar met een overdosis wilskracht vertrok ik dan. "Jos, deze is voor jou!" riep ik terwijl de eerste twee kilometer soepeltjes onder mijn wielen weggleden. Toen een bocht naar links en na tweehonderd meter moest ik toch even stoppen om naar adem te happen. Die verrekte 42-23 was nog veel te groot verdorie en kleiner had ik niet! Ik
vervloekte mezelf maar zat alweer op de fiets. Een eindje voor mij zag ik een man met een jaloersmakend hoog beentempo rijden. In no-time overbrugde ik de 300 meter maar helaas moest ik weer stoppen om mijn adem te hervinden. Gaat lekker zo, nog negentien kilometer te gaan en nu al buiten adem. Als Jos in de buurt was zat hij zeker bij me achterop me hardop uit te lachen. Zo stiefelde ik naar boven, de achterstand naar mijn voorganger dichtrijdend en dan weer naar adem happen.

Lekke band, niet erg, kan ik even stoppen. Een vriendelijke Zwitserse wielertoerist van een jaar of 65 zag me klooien met mijn plakkertjes en bood me vol medelijden een binnenband aan. Fantastische vent. Moeizaam vervolgde ik de helletocht. Iedere vezel in mijn lijf wilde
terugkeren maar ik moest voort. Ik kreeg het koud en voelde me leeg. Pap in de benen, dan maar een eindje lopen. Ja ik weet het, puristen beschouwen dat als een nederlaag maar die gasten rijden ook met een verzet waarmee mijn oma nog wel de top zou bereiken.

Voorbij Chalet Reynard, als een zombie ploeter ik voort. Mijn gedachten klonteren aan elkaar, een verontrustend hoge hartslag. De Rhône glinstert in de zon, vlekken voor mijn ogen. In mijn hoofd hoor ik echo's van gitaarmuren, een schaterlach, in de verte staat een in het zwart geklede schim met zijn duim omhoog, ik zie een Albert Heyn-tas vol snaren en snoeren, drumstokjes en een beatring, lege flesjes Bavaria rammelen in een stille Nijmeegse Pontanusstraat, Stompbrother Joseph bij Radio Rataplan, knisperende voetstappen op het grind, vier junkskes op een voetbalveld, handen in de zakken, een rode Nissan Sunny met een geblokte zwarte schaduw achter het stuur passeert me, LG forever... hallucineer ik? Staat daar Jos' naam op het Simpson-monument? Tranen, voor wie? Verder. Ik voel de nabijheid
van de dood, een toterende wagen, "allez allez Virenque!!" Langzaam kom ik bij mijn positieven, nog dertig meter...

Op de top veel auto's en mensen met dikke jassen, geen plek om lang te blijven als je staat te rillen in je korte broek en trainingsjasje. "Jos mag trots op me zijn" denk ik uitkijkend over het maanlandschap in de enorme diepte. Een steentje verdwijnt in mijn binnenzak, als aandenken voor op Jos' graf.

Naar beneden weer, snelheden van in de 70, de geur van smeltende remblokjes, alsof ik in een achtbaan zit! Twintig minuten later ben ik weer terug bij mijn liefste. Ze had ruim drie
uur op me gewacht en begon zich zachtjes aan een beetje ongerust te maken, helemaal nadat een groepje Duitsers die na mij waren gestart al een uur eerder teruggekeerd waren.
Die avond hebben we het er eens goed van genomen in een restaurant in Arles, de voldoening was groot. Nu is de Mont Ventoux ook een beetje Jos' berg voor mij geworden, een kolossaal monument voor een kolossaal mens.

Pieter Coolegem, Eindhoven


omhoog© www.dekaleberg.nl