![]() |
| Verslag (67) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 154 155 156 Alfabetische index |
|
Na jarenlang het wielercircus languit op de bank gadegeslagen te hebben besloot ik dat het eens tijd werd om zelf eens eventjes die Mont Ventoux op te knallen. Op mijn Colnago uit het jaar nul, tot dan toe alleen gebruikt voor woon-werkverkeer, moest het gebeuren. Kleinste verzet 42-23, zal wel goed zijn, wist ik veel. Enige training of voorbereiding vooraf achtte ik niet noodzakelijk. Per slot van rekening was mijn moeder ooit met een fiets met bagage naar de top van de Tourmalet geklommen. Weliswaar een hele dag over gedaan en het grootste deel te voet maar toch. Dan moet de Mont Ventoux een eitje zijn, dacht ik vol zelfoverschatting. Op 10 augustus kwam mijn vriend Jos zondag samen met
zijn vriendin Conny op bezoek. Ik maakte hem deelgenoot van mijn
plannen. Jos was meteen razendenthousiast. Jos, de voetbal en
wielerkenner bij uitstek, had sinds 1972 geen uitzending van Studio
Sport gemist! Zelf had hij de Ventoux al enige jaren eerder bedwongen.
Met de auto natuurlijk, Jos deed alles met de Zondagochtend 12 augustus ging om halfelf de telefoon en kreeg ik te horen dat Jos die ochtend thuis op de bank na een hartaanval was overleden. Pas 34 jaar, vol plannen. Jos, mijn vriend die ik al dertig jaar kende... mijn wereld stortte in. Een maand later waren we dan in Frankrijk, Petra en ik.
Als eerbetoon aan Jos moest de Mont Ventoux er aan geloven. In Bedoin
bleef Petra met een dik boek achter en begon ik aan mijn pelgrimstocht.
Eerst even een rondje door de wijnvelden om de spieren wat op te
warmen. De machtige berg keek met een zekere spot op me neer alsof hij
zeggen wilde "wie denk je wel dat je bent, onnozelaar, om met zo'n
matige voorbereiding voor mij te verschijnen...". Een Lekke band, niet erg, kan ik even stoppen. Een
vriendelijke Zwitserse wielertoerist van een jaar of 65 zag me klooien
met mijn plakkertjes en bood me vol medelijden een binnenband aan.
Fantastische vent. Moeizaam vervolgde ik de helletocht. Iedere vezel in
mijn lijf wilde Voorbij Chalet Reynard, als een zombie ploeter ik voort.
Mijn gedachten klonteren aan elkaar, een verontrustend hoge hartslag.
De Rhône glinstert in de zon, vlekken voor mijn ogen. In mijn
hoofd hoor ik echo's van gitaarmuren, een schaterlach, in de verte
staat een in het zwart geklede schim met zijn duim omhoog, ik zie een
Albert Heyn-tas vol snaren en snoeren, drumstokjes en een beatring,
lege flesjes Bavaria rammelen in een stille Nijmeegse Pontanusstraat,
Stompbrother Joseph bij Radio Rataplan, knisperende voetstappen op het
grind, vier junkskes op een voetbalveld, handen in de zakken, een rode
Nissan Sunny met een geblokte zwarte schaduw achter het stuur passeert
me, LG forever... hallucineer ik? Staat daar Jos' naam op het
Simpson-monument? Tranen, voor wie? Verder. Ik voel de nabijheid |