Verslag (64)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  Alfabetische index


   12 december 2001

Bier, kaas, wijn, afzien en zadelpijn

Dit is bijna een traditie: indien het weer in de Alpen omslaat, en dat doet het altijd in september, wordt er uitgeweken naar de Provence, naar omgeving Mont Ventoux, wel te verstaan.
De Waaiberg, letterlijk. De Provence staat bekend om zijn mistral, de harde wind die vanuit het noorden door de trechter tussen Alpen en het Centraal massief wordt geperst. En daar is geen woord teveel van gezegd.

Malaucène, een stadje aan de voet van de berg der bergen, ontpopte zichaan het eind van de dag als het reisdoel. Omdat iedereen er blijkbaar verschillende ideeën op nahoudt over wat een fatsoenlijke camping inhoudt werd uiteindelijk de voorkeur gegeven aan een echt dak boven het hoofd. Misschien ook omdat het zo hard waaide.
De volgende dag waaide het nog steeds zo hard dat je bijna van je fiets werd afgeblazen. Te gevaarlijk om naar negentienhonderd meter te klimmen, vonden we. We besloten een tochtje in de omgeving te maken en te kijken of het de volgende dag wat minder waaide. Gelukkig wel.
Dus de volgende dag werd eindelijk begonnen aan de klim der klims, de berg der bergen, de scherprechter van alle wielrenners. Aan eigenwijsheid heeft het me nooit ontbroken. Omdat Malaucène direct aan de voet van de noordelijke beklimming van de Ventoux ligt besloot ik de in mijn ogen overbodige rit naar Bedouín - het startpunt van dezuidelijke en meest beruchte beklimming via het gevreesde bos - te latenvoor wat hij was en meteen in de pedalen te gaan.
Ja, ik weet het: ik heb de mietjeskant beklommen. Vraag me niet waarom het de mietjeskant is. Om het verschil in starthoogte gaat het niet. Malaucène ligt op 340 meter hoogte en Bedouín op driehonderd meter hoogte. Om het verschil in het aantal te klimmen kilometers gaat het ook niet, want die is voor zowel noord als zuid gelijk.
Noord begint vrijwel meteen rond de twaalf procent en houdt dat zo'ndrie kilometer vol waarna het wat vlakker wordt (zo'n 7%, maar dat is dan een verademing).
Zuid begint in Bedouín met een zes kilometer lang stuk over vals plat. Pas na een bocht links wordt het steil om niet meer af te laten.

Pas na het naaldbos - een klimaatverschil met de zuidkant waar typische Provence bomen groeien - begon de tegenwind een rol te spelen. Een veelbelangrijker rol speelde mijn hoogtevrees, een ietwat lastige eigenschap als je graag in de bergen fietst. De laatste twee á drie kilometer kom je terecht in het beroemde 'maandlandschap' van de Ventoux.
De hellingen naast de weg vallen steil naar beneden.
Uiteindelijk heb ik sneller de top bereikt dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Ongeveer twee uur (tja, mietjeskant hè?, pffft). Niet slecht voor een roker, zoals ik altijd tegen mijn fietscompanen roep. Ik was niet eens moe. In ieder geval niet zo moe als na de beklimming van de Croix de Fêr een paar dagen ervoor.
Ik heb niet lang op mijn fietsvrienden hoeven wachten die van de andere kant af de berg opkwamen. Als eerste vriend Daniël, gevolgd door Rémy mijn tweelingbroer, en tenslotte oud-collega Ernst-Jan. De foto laat ons zien in vol ornaat. Met vol bedoel ik ook de snel aangetrokken jackjes en tights, want het was er berekoud.
Wat rest me nog te zeggen dan dat ik het ook nu weer heb klaargespeeld mijn reputatie van de 'Man die sneller stijgt dan daalt' hoog te houden. Het eerste stuk naar beneden heb ik gelopen. De afgronden waren mij iets te steil om zomaar leuk op mijn fietsie te springen met alle duizelingen van de hoogtevrees.
De verloren tijd heb ik nooit meer weten goed te maken, zodat mijn gemiddelde omhoog sneller was dan naar beneden, haha! Wie kan me dat nazeggen?
Volgende keer doe ik de zuidhelling, en die volgende keer zou wel eens volgend jaar kunnen zijn.

Van links naar rechts staan op de foto: Daniel Schipper (1:48); ondergetekende Rick Vermunt (2:00), mijn broer Rémy Vermunt (1:55 heeft in maart vorig jaar zelf een verslag ingediend - Verslag 26 ) en Ernst-Jan Braakman (2:00)

Rick Vermunt Amsterdam


omhoog© www.dekaleberg.nl