![]() |
| Verslag (63) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 154 155 156 Alfabetische index |
|
In september 2001 bracht ik een weekje door in St. Didier, op een kilometer of 18 van Bedoin. Tot deze trip werd vorig jaar besloten toen we – op vakantie in de Ardennen – op TV de touretappe met aankomst op Ventoux bekeken. De schoonvader – die ook het rijwiel wel eens ter hand neemt, maar dan in de winderige polders aan de Belgische kust – vond dat we daar best ook wel eens naartoe konden. Voor mij niet gelaten en hup, een dik jaar later met de hele familie richting Provence. Het nieuws dat ik de Ventoux zou beklimmen leidde in de vriendenkring onmiddellijk tot een uitdaging: de voorzitter van ons fietsclubje (De Moorduvels) had de berg in juli in 1 uur 53 beklommen. De vraag was of ik beter zou doen. Op zaterdag 8 september kwamen we in St. Didier aan. De berg zagen we op de autoweg al van ver liggen. De dames en de niet-fietsers in het gezelschap uitten de eerste twijfels over onze klimcapaciteiten. Totaal onterecht volgens ons. De eerste dagen werd volop genoten van het goede leven. De zon was overvloedig aanwezig, de mistral evenwel ook. Op dinsdag werd beslist om met de wagen toch even de berg te verkennen. Je weet nooit waar het goed voor is. Uit de vele verhalen die ik over de Ventoux had gelezen (uiteraard menig uur op Alexpages doorgebracht) wist ik dat de eerste kilometers behoorlijk meevielen. Pas vanaf de scherpe bocht in St. Estève zou het beginnen. We reden op de klim diverse fietsers voorbij, de één er al frisser uitziend dan de andere. Morgen, wisten we, zouden we daar ook zo rijden. En afzien. Wat een vooruitzicht. De dames konden niet nalaten nogmaals te betwijfelen of wij de berg wel zouden aankunnen. Boven op de top was het die dag verschrikkelijk. Er werd ons voor alle zekerheid overvloedig duidelijk gemaakt waarom het ding ‘Mont Ventoux' heet. Het was nauwelijks drie graden, maar open hemel en dus een schitterend uitzicht. Woensdag 12 september 2001. D-day. Nu zou het moeten gebeuren. Na een stevig ontbijt vertrokken de schoonvader en ik met de fiets richting Bedoin. De dames zouden later met de wagen vertrekken en ons op het marktplein van Bedoin opwachten. De 18 kilometer van St. Didier naar Bedoin bleken een fijne opwarmer. Af en toe moet er al eens iets kleiner worden geschakeld omdat de weg nijdig omhoog loopt. De spieren zijn dus al wat opgewarmd tegen dat we aan de klim moeten beginnen. Omdat de dames echter nog niet in Bedoin zijn krijgen ze nog de gelegenheid om opnieuw af te koelen terwijl we op een terras nog een koffie drinken. Als de dames eindelijk aankomen kunnen we omstreeks 11 uur vertrekken. Nog de drukke straat door tot aan de fontein, teller op nul, en we zijn vertrokken. Wat zou ik mogen verwachten? Dat ik boven zou komen wist ik wel zeker. Als het me met 5.000 trainingskilometers, een vierdaagse in de Vogezen, twee maal Luik-Bastenaken-Luik en als toetje een verschrikkelijke Marmotte in de benen niet zou lukken, kon ik beter met kanaalzwemmen of kleiduifschieten beginnen. De vraag was vooral: kon ik de tijd van 1 uur 53 min verbeteren. Omdat het al meer dan twee weken was geleden dat ik nog op de fiets had gezeten vreesde ik dat dit een onhaalbare kaart zou zijn. De voorzitter had me verteld dat je tot St. Estève nog ‘gemakkelijk' meer dan 20 km/u kon halen. Dat viel na een paar kilometer toch tegen. De snelheid zakte naar 18 à 19 km/u. De weg stond mij eigenlijk bijzonder tegen. Rechtdoor, breed, ongezellig. Nog voor St. Estève fietste ik een paar landgenoten voorbij. Ik zou ze boven nog terugzien, in het gezelschap van de schoonvader. De 10 kilometer door het bos schijnen de zwaarste van de hele klim te zijn. Dat begon ik al gauw te hopen want ik kon me niet voorstellen dat ik na pakweg 16 km nog steilere stukken zou moeten overwinnen. Gelukkig waren de omstandigheden ideaal: niet te warm, niet te koud, in het bos in ieder geval geen wind. Ook van de gevreesde vliegen bijzonder weinig gemerkt. Na een paar kilometer in het bos (ik reed al de eerste mensen voorbij die afgestapt waren, die hadden nog een lange wandeling voor de boeg) kwam onze volgwagen naast ons rijden. Mijn madam kent mij en dus ging het raampje omlaag: ‘Schakel toch eens wat kleiner!'. Ze had gelijk. Ik heb de neiging altijd iets te groot te rijden, gewoon omdat het gaat. De ketting ging naar de 39x23 en al bij al kwam ik lekker in mijn ritme. Vooral de lange stukken rechtdoor vielen mij tegen. Ik hou van echte haarspeldbochten en ik geloof dat er gedurende de hele klim slechts een drietal zijn. Na één ervan (een hele steile) vond een sympathieke Duitse buschauffeur het nodig om mij even klem te rijden tegen een vangrail. 30 seconden van de fiets en dan terug aanzetten. Plezant. Ik passeerde het bord dat aangeeft dat je Chalet Reynard nadert en wist dat het dan nog een tweetal kilometer is tot je er effectief bent. De vegetatie werd wel al dunner, keien begonnen te overheersen. Aan Chalet Reynard fiets je een gigantische parking op. De dames waren op het terras volop aan het genieten van de zon. Meteen voel je dat je de bescherming tegen de wind die het bos bood kwijt bent. Gelukkig draai je onmiddellijk links op en vind je beschutting tegen de bergwand. De weg wordt wat minder steil, maar telkens je een bocht naar rechts neemt krijg je de wind pal op kop. En ik die dacht dat het windstil was. Net voor het monument van Tom Simpson staat iemand over zijn fiets gebogen zijn ontbijt uit te kotsen. Er staan mensen bij die hem willen overhalen in de wagen te stappen. Ik zal hem later toch nog met de fiets over de top zien komen. Uiteraard, liever doodvallen dan opgeven. Ik fiets Simpson voorbij en denk ‘Kijk Tom, zonder dope, zonder talent maar met karakter en voor de fun!'. De laatste twee kilometers lijken eindeloos lang te duren. Van ritme is nu geen sprake meer, nu is het echt afzien. Toch probeer ik af en toe links te kijken en van het landschap te genieten. Het is beter dan rechts te kijken hoe ver de top nog ligt. Vlak voor de laatste bocht haal ik nog iemand bij. Hij geeft zich, terecht, niet gewonnen en gaat nog de spurt aan. Van de verkenningsrit met de wagen weet ik dat de binnenkant van de laatste bocht verschrikkelijk steil is. Ik heb echter nog mijn 26 over, schakel daarop en schiet mijn fietsgenoot binnendoor voorbij. Ik kom net voor hem boven. We feliciteren elkaar dat we het gehaald hebben. Ik kijk naar mijn fietscomputertje en kan het bijna niet geloven: 1uur 43 minuten 23 seconden. Ongelooflijk. De tijd van de voorzitter verpulverd. De vermoeidheid is op slag vergeten. Meteen worden plannen gemaakt om later op de week nog een poging te doen de tijd scherper te stellen. Ik daal af naar het café net onder de top, zet mij op het terras, uit de wind in de zon en drink een cola om te bekomen. Een dik uur later komt de schoonvader boven met de mensen die ik in de eerste vier kilometer voorbij ben gefietst. Hij heeft het ook gehaald, zij het met de nodige moeite. We dalen af via Sault en fietsen terug via de Gorges de la Nesque. Het is een schitterende terugtocht. Na uiteindelijk 125 km komen we terug aan in St. Didier. Daar mag al eens een pastis op gedronken worden! Ik schrijf de voorzitter nog een kaartje met mijn tijd. Hij heeft er de hele nacht wakker van gelegen. Nu al staat vast dat hij er volgend jaar alles aan doet om beter te doen dan 1 uur 43. Ps: mijn tweede poging, twee dagen later, viel, letterlijk, in het water. In het bos hing mist, net voor Chalet Reynard begon het te gieten en net na Chalet Reynard ging de regen over in hagel. Ik besloot dan maar te keren en in Bedoin een warme chocolademelk te gaan drinken. Ik had toch slechte benen en was op dat moment al 9 minuten trager dan op woensdag. Die dag wel nog doorgefietst tot de Col de Mur, toch ook een aanrader. |