|
| Verslag (59) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 Alfabetische index |
|
Als mijn geheugen me niet bedriegt, heb ik de gedenkwaardige Tour de France etappe van 13 juli 1967 live op de televisie gezien. Als er geen live uitzending is geweest, wil ik dat eigenlijk niet meer weten. Ik wil deze herinneringen koesteren zoals ze bezit van me hebben genomen. De beklimming van de Mont Ventoux werd niet van begin tot eind in beeld gebracht. De renners werden op vaste punten gefilmd. Het was meer een radioverslag met beelden. Zo was er de mededeling, dat Tom Simpson uit de achtervolgende groep was weggevallen, zonder dat het moment zelf te zien was. Van de doorkomst op de top herinner ik me nog mijn verbazing over de grote achterstand die hij in de laatste kilometers had opgelopen. Ik wist nog niet van de zware tol die de berg die dag geëist had. Het nieuws van zijn dood werd na de etappe bekend gemaakt. Ook de even indrukwekkende als afschuwelijke beelden van de zwalkende en stervende Simpson waren pas later op de dag, of de volgende dag, te zien. De zwart-wit televisiebeelden van het imposante, bijna angstaanjagende, maanlandschap waren mijn eerste kennismaking met de Mont Ventoux. Zij vormden de kiem van het verlangen zelf ooit eens deze berg te beklimmen. 1979/1980 Na mijn tweede mislukte poging kwam ik tot de conclusie, dat de Ventoux voor mij in meer dan één opzicht te hoog gegrepen was. Dat ik te weinig kilometers had gemaakt, nog nooit een berg had beklommen en te zwaar reed (ik had in "De Renner" gelezen, dat Tim Krabbé drieënveertig niet door drieëntwintig kon delen, dus 42x23 leek me wel een geschikt verzet), wilde ik niet als verzachtende omstandigheden aanvoeren. Op 7 juli, drie dagen na mijn laatste mislukte poging, ontmoette ik op een terrasje in Vaison-la-Romaine een collega-fietsvriend, die mij terloops vertelde, dat hij de Ventoux had gedaan. Weliswaar de klim uit Sault, maar toch (ik was zelf zo gebiologeerd door de klim uit Bedoin, dat ik andere beklimmingen niet eens had overwogen). Ik schatte mijn klimcapaciteiten niet lager in dan de zijne en toog nog dezelfde dag naar Sault om ook een poging te wagen. Deze keer lukte het, ik deed er iets meer dan honderd minuten over. Toen twee dagen later ook de klim uit Malaucène slaagde (2-07-40, nog steeds met 42x23) was de ban gebroken. Maar de Mont Ventoux zou me nooit meer loslaten. De beklimmingen In een periode van ruim 21 jaar heb ik de Mont Ventoux 14 keer beklommen. Zes keer uit Sault, waarvan vijf keer als onderdeel van een langere fietstocht, en twee keer uit Malaucène. De "enige echte" klim uit Bedoin heb ik zes keer gedaan met als snelste tijd 1-55-48 op 22 juli 1987. De laatste beklimming (Bedoin) dateert van 23 september 2001. Deze maakte onderdeel uit van een tocht van ruim 85 km met start en finish in de buurt van Mollans-sur-Ouvèze en vond plaats op de eerste dag van de elfde fietsweek met mijn vrienden van "la pédale folle". Deze fietsweektraditie gaat terug tot 1984 en de Mont Ventoux heeft meer dan eens op het programma gestaan. Onlosmakelijk verbonden met de beklimmingen van de Ventoux zijn de afdalingen. Naar Sault is de mooiste en naar Bedoin de spectaculairste, maar Malaucène is de leukste, omdat het zo hard gaat. Al meerdere malen heb ik er 'probleemloos' 80 km/uur gehaald en ondanks mijn meer dan middelbare leeftijd (bijna 55) geeft dat nog steeds een geweldige kick. Hoe nu verder? En zo leefden zij nog lang en gelukkig. Tijd: 1 uur 55 minuten 48 seconden - zie Klassement MV |