|
| Verslag (55) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 Alfabetische index |
|
De Flandrienberg Stefke, joviale gezellige gast, heeft veel vrienden. Dat wisten wij. Wij (Chris, Andy, Frank) waren Stefkes vrienden maar kenden elkaar niet. Maar allen waren we fervente liefhebbers van het wielrennen. Begin 2001 begon het idee ‘Mont Ventoux' te roeren, eigenlijk als bewijs dat wij vroege dertigers toch nog een en ander kunnen presteren. Maar gezin, werk, vakantie zorgen ervoor dat het idee in de zomer begraven werd. Tot Stefke ons aansprak eind augustus: het weekend van 28/29/30 september 2001 zouden wij de Mont Ventoux beklimmen. Een nee werd niet aanvaard, Stef had de tickets al gereserveerd en zo leerden wij elkaar kennen. De
dinsdag voordien kwamen we bijeen om
de ‘expeditie' op poten te zetten: De zenuwen sloegen toe, maar vrijdagmorgen om 8.30 uur klikten we ons in de pedalen op weg naar Frankrijk. Iedereen keek wel eens naar iedereen, met de vraag: wat zou hij waard zijn op de berg. In Lille in koerskledij de trein op. Na enkele discussies met een bejaarde Fransman, én met een triatlonclub die klaarblijkelijk vonden dat hun bagage, respectievelijk een kanjer van een koffer en enkele fietszakken met dure carbonfietjes, voorrang genoten op onze bagage, zaten we gezellig te kaarten in de trein.Er werd al eens geprognosticeerd over het eigen kunnen, Chris dacht rond de 2 uur te kunnen klimmen, Andy gokte op 2.5 uur, Frank op 2.15 uur en Stef wilde gewoon boven geraken. Het gloednieuwe TGV-station van Avignon was indrukwekkend maar nog indrukwekkender was de warme zomerzon die ons opwachtte. Fietsjes monteren, koersschoentjes aan en weg waren wij. Na een korte maaltijd op een pittoresk binnenpleintje in Avignon werd de snelheid opgedreven op de weg naar Bedoin. De rugzakken knelden wel, maar algauw hadden we maar oog voor één iets: de witte top van de Mont Ventoux die ons in de verte wenkte. Na 64 kilometer reden we moe en bezweet Bedoin binnen op zoek naar het vakantiehuisje van Stef zijn ouders. Douche, andere kleren en terug op de fiets voor een korte rit naar een restaurantje in Bedoin. Frans dineetje maar veel water en weinig wijn en vroeg onder de wol. 's Nachts lagen we bang in ons bed. Nee geen spoken, geesten, trollen, kabouters of wat dan ook, maar een storm met regen, wind, zwiepende bomen teisterde Bedoin. De
volgende morgen wisten we het zeker:
het zou vandaag ‘Flandrien' weer zijn, voor de
niet-Vlamingen: het typische koude regenweer van de voorjaarskoersen.
En eigenlijk voelden we ons wel een beetje Flandrien. We trokken onze
winterwielerkledij en regenvest aan. We reden een vijftal kilometer
warm, keerden terug naar Bedoin, lieten ons fotograferen aan de
fontein: de spanning stond op onze gezichten. Chris
wou een goede tijd rijden en ging
ervandoor, de rest wou zich in ieder geval sparen en reed aan matig
tempo de eerste kilometers. Stef haakte af en ging op eigen ritme door.
Andy en Frank kwamen samen in St. Estève en draaiden het bos
in en dan: BAM. We wisten het: dit ging hier naar boven, dit zou hier
zwaar worden meer dan zwaar. We lazen allemaal de afgesleten aanmoedigingen die op de grond geschilderd stonden met de ijdele hoop onze naam tegen te komen. En dan een eerste teken van hoop: een reclamebord voor Chalet Reynard! Maar het bleef nog 2 kilometer stijgen vooraleer de brede bocht van dit restaurantje in het zicht kwam. Elkeen kreeg weer de moed om door te stoten naar de top, al was deze onzichtbaar in een dikke mist en regenlaag. We hadden afgesproken dat indien het op de top te koud zou zijn, we elkaar terug zouden opwachten in de chalet. Enige kilometers verder kwam Andy dan ook Chris tegen die als eerste boven kwam en terug aan het afdalen was. Chris trof even verder Frank aan en bij de Chalet Stef. Hij zag de ellende in onze ogen maar moedigde ons resoluut aan naar boven. De loeiende wind, de gutsende regen, de kille mist, niemand voelde iets op de weg naar boven. De top was een ware hel, in de laatste bocht naar het weerstation werd Frank van de fiets geblazen, en gelukkig weer recht geholpen door een behulpzame supporter. De laatste vijf meter naar de eindstreep deden we allen te voet, uit alle macht worstelend tegen de beukende wind, wegglijdend in de regen op onze gladde wielerschoentjes. Nee geen overwinningsfoto op de top, alles was dicht, geen kat te zien, behalve nog enkele andere zotte wielerfanaten. En dan naar beneden, nog geen honderd meter verder zaten we te daveren van de kou op onze fiets, de vingertoppen vastgevroren aan de remmen, klapperende tanden, schuddend bovenlijf, al kan dat ook van de tranen van emotie geweest zijn…. In Chalet Reynard troffen we elkaar aan en kropen dicht bij het haardvuur om nog driekwartier verder te daveren van de kou die ons lichaam verliet. Maar vooral voelden we ons helden en dat zou niemand ons meer afpakken ! Chris was er geraakt in 1.57 uur. Andy in 2.20 uur. Frank in 2.55 uur. Stef in 3.35 uur. Het deed er ons niet toe, al die verhalen van die topklimmers op snelheid verdwenen bij onze heldendaad. Die dag waren er niet veel de berg opgereden! Een beetje warmer stortten we ons opnieuw in de gietende regen, terug naar Bedoin, de weg in het bos was een kolkende rivier. We wilden weg, gaan vieren in het dorp en met snelheden van 67 kilometer per uur, met dampende remblokjes, kwamen we in ons vakantiehuisje aan. Nat, nat, nat, nat, kou, kou, kou, kou, kou, dus verwarming op maximum, de dampen sloegen op de ruiten. Die avond vierden we in een ander restaurantje in Bedoin, de trots glansde in onze ogen. We hoorden dat het in drie maanden niet geregend had!! De volgende ochtend, alles opruimen, opnieuw de fiets op voor 46 kilometer naar Avignon. En zie, ongelofelijk, de zon scheen ons tegemoet, en algauw was het stevig boven de 20 graden. De berg had voor ons een heroïsche dag voorbehouden. Opnieuw een lekker etentje in de zon in Avignon, de TGV op naar vrouw en kindjes, gesterkt met een ongelofelijke ervaring. Met
dank aan Stef, Chris, en Andy, |