|
| Verslag (47) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 Alfabetische index |
|
Afspraak Mont Ventoux Degene die
één keer de Mont Ventoux (MV) heeft beklommen is
een gelukkig mens. Degene die voor een tweede keer terugkomt is ergens
een tikkeltje gestoord. Wij behoren dus tot die tweede categorie. Het
is vakantie 2002 en we hebben ervoor gekozen om andermaal in Frankrijk
de Provence aan te doen voor een afspraak met de MV. Andermaal? Jawel,
in 2001 bedwongen we voor de eerste maal deze Geant de Provence (reus
van de Provence). Sindsdien raken we er niet over uitgepraat en is de
aantrekkingskracht van de kale berg enorm. Onze afspraak is tweeledig: Wie zijn 'we'
eigenlijk. Ik stel ons even aan u voor: De tweeledige
afspraak staat geenszins los van elkaar. Als we op vrijdag 19 juli op
weg zijn naar onze camping in Bedoin komen we honderden campers tegen,
allemaal op weg naar de flanken van de MV om een plekje voor de
TdF-etappe te bemachtigen. Het is warm in Bedoin, zo'n 35 ºC.
Mede daarom bepalen we een tactiek hoe we het probleem MV willen
aanpakken. Dezelfde avond nog gaan we naar boven met de auto. Er zijn
reeds zeer veel fans van de TdF aanwezig.
v.l.n.r. Jan, Bart en Evert bij het monument van Tom Simpson. Het doet ons besluiten om ons plan, zelf ook te overnachten boven op de berg, te schrappen en de berg op zaterdag 20 juli te gaan beklimmen. De volgende dag zullen we een plekje zoeken aan het begin van de klim. Afspraak 1 Op km 7 passeer ik Jan en rij ik voor
het eerst sinds jaren van ons groepje op kop. Ik rij in mijn
'KELME-setje'. Dit doet een aantal Spanjaarden in luide toon
kretologieën aan mij toekomen. Ik trek een glimlach en bedank
hun: 'gracias', zonder er ook maar één woord van
te hebben begrepen.
Zelf op de top Na de gebruikelijke foto's gaan we
retour naar Bedoin. Dalend in een laag tempo, met al dat verkeer op de
weg. Onderweg honderden fietsers, allen in gevecht met de 'Reus van de
Provence'. Veilig komen we terug op de camping. Het eerste gedeelte van
onze afspraak met de Mont Ventoux zit er op. Morgen als toetje de Tour
de France dus nog….
Op de Mont Ventoux Al jaren op vakantie naar Frankrijk. Verslaafd aan de Tour de France en daarom in het spoor van de wielerlegendes die de bergen bedwingen, die we allemaal zo goed kennen. Wie kent niet de Col de la Madeleine, Col du Galibier, Col du Glandon en natuurlijk Alpe d'Huez. Allemaal hebben we ze al gefietst. De heroïek opsnuivend terwijl we in diepe concentratie de benen martelen en met een voldaan gevoel de top bereiken. Eén berg hoort ABSOLUUT in dat rijtje thuis: 'de berg van de wind' of zo als wij hem allemaal kennen: Mont Ventoux. Even de gegevens uit de
klimspecial van FIETS: In de 14e eeuw schijnt de Mont Ventoux veel dichter bebost te zijn geweest dan nu het geval is. De bossen zijn in grote getale gekapt hetgeen die kale maanachtige top ten aanschouwen geeft, zoals we dat maar zo goed van de TV-beelden kennen. Wat maakt nu die Ventoux zo speciaal. Het is natuurlijk het verhaal van Tommy Simpson. Simpson was van geboorte een Brit maar ten tijde van zijn profloopbaan woonde hij in het Belgische Gent – Mariakerke. Hij was niet zomaar een renner. Hij wist in zijn loopbaan grote koersen te winnen zoals de Ronde van Vlaanderen (1961). In 1962 werd hij de eerste Britse gele-truidrager in de Tour. In 1964 wint hij Milaan-San Remo en in 1967 Parijs–Nice. In dat jaar rijdt hij de Tour de France, waar hij zo jammerlijk aan zijn eind zou komen. Op 13 juli is de etappe Marseille?Carpentras. Het is die dag 40º C in de zon. Op de Mont Ventoux ontstaat een kopgroep van alleen maar zeer goede renners zoals Jimines, Poulidor, Gimondi, Janssen. En Simpson. De kopgroep bestaat uit ongeveer 10 renners. Op een gegeven moment moet Simpson lossen. Zo'n twee kilometer onder de top slingert hij over de weg en komt ten val. Supporters helpen hem op de fiets maar na een paar meter valt hij opnieuw. Reanimatie mocht niet meer helpen en op de flanken van deze verschrikkelijke berg sterft Tommy Simpson. Eén versie van de oorzaak is dat het gebruik van whisky en amfetamines in combinatie met de extreme hitte en de onmenselijke inspanningen Simpson fataal zijn geworden. Simpson wordt zodoende de eerste dopingdode. Deze berg is onze eerste reisbestemming in de zomervakantie van 2001. Samen met mijn broer Evert trekken we naar een camping in de nabijheid van deze berg. Op de dag dat we hem gaan 'aanvallen' voegt zich een andere Toer 80-er bij ons. Het is Ruud Pzn, die even verderop in de Alpen op een camping staat. Gecompleteerd met de jongste zoon van mijn broer beginnen we aan dit karwei. De
kale werkelijkheid De stopwatch wordt ingedrukt en merkwaardig genoeg wensen we elkaar veel succes. Vreemd toch eigenlijk. Al vele jaren ervaring met het fietsen in de bergen en dan toch angst voor deze kale berg? Waar komt die angst dan vandaan. Hebben we er teveel over gelezen misschien' ? In het begin valt het mee. De hitte is weliswaar enorm maar de berg is niet zo steil als werd gezegd. Dan komen we al snel in het bos. Het wordt hier steil en in tegenstelling tot wat je zou verwachten heb je niet veel voordeel van de schaduw. Er is hier geen zuchtje wind. De ademhaling gaat zwaar en het wordt een strijd met jezelf. Nog maar 18 km te gaan. Het tempo is laag. De teller wijst steeds tussen de 8 en 12 km/u aan. Vocht, veel vocht gaat er uit. Steeds een klein beetje bijtankend vullen we dat weer aan, het geeft slechts maar een klein stukje energie. Dan die tegenliggers. Ze razen ons tegemoet. Ze hebben de beklimming gehad en ik meen een glimlach te zien, als ze ons zo zien zwoegen. Het zijn echter collega's en ze roepen ons 'bon courage' toe. Zij hebben immers diezelfde pijn gevoeld ! Het bos begint te vervelen en zomaar uit het niets doemt het maanlandschap voor ons op. Op de kruising het beroemde Chalet Reynard. Degene die nog een verfrissing wil moet het hier doen, tot aan de top krijg je de gelegenheid niet meer. Op het terras zitten mensen met verkoelende drankjes. Dit beeld lokt om af te stappen. De wetenschap is aanwezig om dat niet te doen. Je komt niet meer op de fiets. Een bordje aan de kant van de weg. De col ?est ouvert', open dus. De gele stenenmassa, wat een apart gezicht. Dan voelen we ook de frisse wind. Je voelt de krachten terugkomen en het tempo gaat weer iets omhoog. Het gevoel bedriegt. Deze extra krachtsinspanning moet worden bekocht. Eén kilometer later slaat het toe in de benen. Het is weer steil. Vechtend tegen deze inzinking gaat het verder. Het gebouw van de France Meteo lijk je te kunnen aanpakken zo dichtbij, de top is echter nog 7 km verder. De vele fietsers om je heen houden je op de been. Duitsers, Belgen, Zwitsers, Denen, Nederlanders en een handjevol Fransen worden lotgenoten. Cést dur of t'is zwaar zunne. Afzien is dus internationaal. Kilometer voor kilometer naderen we de top. De laatste 2 kilometer wordt het nog weer even 11 %. Rechts doemt het monument op ter nagedachtenis aan Tom Simson. Onwillekeurig zie je die beelden, die van een doodstrijd in die loodzware bergetappe van 13 juli 1967. De gedachte 'zo boven te zijn' doen de laatste krachten in je naar boven komen. Eindelijk, de top is bereikt. Het gevoel is 'voldaan', het lichaam is even 'kapot'. Wat een zware berg onder deze weersomstandigheden. We hebben het echter gehaald en kunnen een mooie berg bijschrijven op ons lijstje. Na de gebruikelijke foto's dalen we even af naar het monument van Tom Simson. Een monument opgericht door Britse wielerfans. Op en bij het monument een verzameling van de meest uiteenlopende fietsartikelen. Bidons, kettingen, wielertruien etc. etc. sieren het 'graf' van Tom Simson, de dopingdode. Het geeft mij een tweeslachting gevoel. Enerzijds zie ik die heroïeke zwart/ witbeelden van toen. Anderzijds ook het besef dat een dopingzondaar zoveel eer krijgt toebedeeld. De afdaling is begonnen. We zoeven naar beneden. In de afdaling zien we veel fietsers, die midden in hun beklimming zitten. Onwillekeurig komt er een glimlach op mijn gezicht, ik heb het immers al gehad. Ik blijf echter een collega en wens hun 'bon courage'. Terug op de camping delen we de ervaringen van deze dag met onze gezinsleden en hebben we gezamenlijk de napraat, want daar is het toch allemaal om begonnen? Mont Ventoux. De poésie is verstomd. Voor ons is deze berg nu een 'kale werkelijkheid' geworden. |