Verslag (47)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  Alfabetische index

 

 23 juli 2002

Afspraak Mont Ventoux
Door Bart Kruizinga

Degene die één keer de Mont Ventoux (MV) heeft beklommen is een gelukkig mens. Degene die voor een tweede keer terugkomt is ergens een tikkeltje gestoord. Wij behoren dus tot die tweede categorie. Het is vakantie 2002 en we hebben ervoor gekozen om andermaal in Frankrijk de Provence aan te doen voor een afspraak met de MV. Andermaal? Jawel, in 2001 bedwongen we voor de eerste maal deze Geant de Provence (reus van de Provence). Sindsdien raken we er niet over uitgepraat en is de aantrekkingskracht van de kale berg enorm. Onze afspraak is tweeledig:
1: natuurlijk zelf de berg bedwingen;
2: voor de etappe van de Tour de France (TdF).

Wie zijn 'we' eigenlijk. Ik stel ons even aan u voor:
- Evert Kruizinga (49) afkomstig uit Winschoten;
- Jan Clermonts (44) afkomstig uit Bellingwolde;
- Bart Kruizinga (42) afkomstig uit Bellingwolde;
- Marcel Hoppentocht (19) afkomstig uit Scheemda;
- Robert Kruizinga (20) afkomstig uit Winschoten.
De eerste drie zijn allen lid van de FTC Toer '80 uit Bellingwolde,  een zeer gezellige fietsclub met een typisch 'dorps' karakter.

De tweeledige afspraak staat geenszins los van elkaar. Als we op vrijdag 19 juli op weg zijn naar onze camping in Bedoin komen we honderden campers tegen, allemaal op weg naar de flanken van de MV om een plekje voor de TdF-etappe te bemachtigen. Het is warm in Bedoin, zo'n 35 ºC. Mede daarom bepalen we een tactiek hoe we het probleem MV willen aanpakken. Dezelfde avond nog gaan we naar boven met de auto. Er zijn reeds zeer veel fans van de TdF aanwezig. 
 

v.l.n.r. Jan, Bart en Evert bij het monument van Tom Simpson.

Het doet ons besluiten om ons plan, zelf ook te overnachten boven op de berg, te schrappen en de berg op zaterdag 20 juli te gaan beklimmen. De volgende dag zullen we een plekje zoeken aan het begin van de klim.

Afspraak 1
Al heel vroeg zijn we uit de veren. Jan Clermonts, de fietsende marinier, is om 06.30 uur al druk in de weer voor het ontbijt. Hij heeft nog nooit een hoge col beklommen, het is dus zijn vuurdoop en dan ook nog gelijk de MV. We zijn zo vroeg opgestaan om de ondraaglijke hitte te ontlopen en ook om het vele verkeer te mijden. Om 07.15 uur zitten we al op de fiets. In Bedoin is het nog stil. Aan alles is echter de spanning te merken van de TdF-etappe van morgen. Een TdF etappe-aankomt op de MV staat vaak garant voor legendarische gevechten van 's werelds beste wielerprofessionals, en geeft de berg een nog grotere aantrekkingskracht. Het bepaalt de sfeer die voor een wielerliefhebber zoals ik als het ware word opgesnoven, prachtig gewoon. Bedoin, dat karakteristieke plaatsje met die prachtige hoofdweg omringd met platanen met de kroegjes en terrasjes aan de kant.

Bij het fonteintje worden de stopwatches ingedrukt en kan de 22 km lange klus beginnen. We hebben er goed aangedaan zo vroeg te starten. De temperatuur is met zo'n 22 ºC zeer aangenaam en de zon is nog niet op sterkte. In het eerste (lichte) stuk staan al veel campers aan het parcours. Ze versieren de berg met hun spandoeken en geven ons de indruk als renner in de TdF te zijn verzeild geraakt. De eerste mensen staan al aan het parcours en moedigen ons aan. Jan heeft kennelijk veel vertrouwen want hij rijdt al snel bij ons vandaan. Daarachter zoeken we allemaal naar ons ritme en zwijgend zijn we aan de slag. Mijn benen voelen goed en ik heb er zin in. Ik heb als verzet voor de 39 gemonteerd met achter oplopend 23 / 26 / 28. In het bos schakel ik naar de 26 en kom daar niet meer van af, althans bijna niet meer. Ik vind een perfect ritme en weet steeds de teller tussen de 10 - 13 km/u te houden. Ik rij weliswaar alleen maar de afleiding is enorm. Overal in het bos bivakkeren duizenden TdF-aanhangers, de wegen staan vol gekalkt en de mensen ontwaken uit hun slaap. De MV lijkt hiermee de langste camping van Europa te zijn. Het bos valt me dit keer mee. Oké, het is natuurlijk wel steil maar de aangename temperatuur zorgt er voor dat ik niet overmatig zweet.

Op km 7 passeer ik Jan en rij ik voor het eerst sinds jaren van ons groepje op kop. Ik rij in mijn 'KELME-setje'. Dit doet een aantal Spanjaarden in luide toon kretologieën aan mij toekomen. Ik trek een glimlach en bedank hun: 'gracias', zonder er ook maar één woord van te hebben begrepen.
Mijn gedachten gaan terug naar de vorige dag. Op een TV bij een Belgische man zien we de TdF-etappe naar Plateau De Beille. Lance Armstrong vernedert de concurrentie en wint daar wellicht al zijn 4de TdF. Wat een kracht, souplesse en wilskracht, verenigd in één persoon. Hij zou de MV de volgende dag dan ook twee keer zo snel als ik omhoog rijden, waar haalt een mens dat vandaan, ongelooflijk.

Op km 10 moet ik even 'stijf' langs de kant. Azzuri hebben bezit genomen van het wegdek en er verschijnt een Italiaanse vlag van 25 m². Korte tijd daarna kom ik bij het befaamde Chalet Reijnard. Wat ik hier te zien krijg grenst aan het onwezenlijke. De eigenaars van honderden en misschien wel duizenden campers bevolken de berg. Waar je ook maar kijkt, nergens vind je nog een plekje om te staan. Het is een drukte van belang. Vrijwilligers zijn bezig met het plaatsen van dranghekken; mensen halen bij Chalet Reijnard hun fouragering; rijen supporters langs de kant van de weg die me aanmoedigen, geweldig. Het doet een koude rilling in mij opkomen. Het is een euforisch gevoel en ik voel terstond de benen niet meer. De aanwezigheid van zoveel mensen pusht me verder naar boven. Ik voer het tempo maar eens fors op en moet dat natuurlijk verderop nog flink bekopen. Dan hoor ik ineens de accordeonklanken en de 'Tulpen uit Amsterdam', Herman Emminks gouden klassieker bekend van bruiloften en partijen. Mensen zingen de melodie luidkeels mee.

Op zo'n vijf km onder de top is een slagboom. De MV is 's nachts tussen 22.00 en 05.00 uur afgesloten. Vanaf hier ook geen campers meer. De vrije plaatsen bij de berg zijn bestemd voor de Tourkaravaan. Hier kom ik terug in de stilte. Voor mij zie ik op de top het imposante gebouw van de France Meteo. Vijf kilometer nog. Het ritme wordt ietwat gebroken. Bij het monument van Tom Simpson wordt het weer steil. Het is voor de eerste maal dat ik de 28 moet zetten. Het is slechts nog 1 1/2 kilometer. Vierkant rijdend kom ik in 1.50.23 boven. Zowaar zo'n 3 minuten sneller dan vorig jaar. Kort na mij komen Robert, Jan, Evert en Marcel ook op de top. Hun indrukken van onderweg zijn hetzelfde als die van mij.

Zelf op de top

Na de gebruikelijke foto's gaan we retour naar Bedoin. Dalend in een laag tempo, met al dat verkeer op de weg. Onderweg honderden fietsers, allen in gevecht met de 'Reus van de Provence'. Veilig komen we terug op de camping. Het eerste gedeelte van onze afspraak met de Mont Ventoux zit er op. Morgen als toetje de Tour de France dus nog….

Bart Kruizinga

 


  2 september 2001

Op de Mont Ventoux
Op zoek naar de legende van Tommy Simpson
Door Bart Kruizinga

Tom Simpsons laatste meters op de Mont Ventoux

Al jaren op vakantie naar Frankrijk. Verslaafd aan de Tour de France en daarom in het spoor van de wielerlegendes die de bergen bedwingen, die we allemaal zo goed kennen. Wie kent niet de Col de la Madeleine, Col du Galibier, Col du Glandon en natuurlijk Alpe d'Huez. Allemaal hebben we ze al gefietst. De heroïek opsnuivend terwijl we in diepe concentratie de benen martelen en met een voldaan gevoel de top bereiken. Eén berg hoort ABSOLUUT in dat rijtje thuis: 'de berg van de wind' of zo als wij hem allemaal kennen: Mont Ventoux.

Even de gegevens uit de klimspecial van FIETS:
De top op 1909 m, aanvangshoogte zo ca. 300m. Dan gaat het aan de zware kant vanuit Bedoin in 21 km omhoog met een gemiddeld stijgingspercentage van 9,05 %. Aan de ?lichte' kant vanuit Malaucène is de klim eveneens 21 km lang met een gemiddeld percentage van 8,2 %.

In de 14e eeuw schijnt de Mont Ventoux veel dichter bebost te zijn geweest dan nu het geval is. De bossen zijn in grote getale gekapt hetgeen die kale maanachtige top ten aanschouwen geeft, zoals we dat maar zo goed van de TV-beelden kennen.

Wat maakt nu die Ventoux zo speciaal. Het is natuurlijk het verhaal van Tommy Simpson. Simpson was van geboorte een Brit maar ten tijde van zijn profloopbaan woonde hij in het Belgische Gent – Mariakerke. Hij was niet zomaar een renner. Hij wist in zijn loopbaan grote koersen te winnen zoals de Ronde van Vlaanderen (1961). In 1962 werd hij de eerste Britse gele-truidrager in de Tour. In 1964 wint hij Milaan-San Remo en in 1967 Parijs–Nice. In dat jaar rijdt hij de Tour de France, waar hij zo jammerlijk aan zijn eind zou komen. Op 13 juli is de etappe Marseille?Carpentras. Het is die dag 40º C in de zon. Op de Mont Ventoux ontstaat een kopgroep van alleen maar zeer goede renners zoals Jimines, Poulidor, Gimondi, Janssen. En Simpson. De kopgroep bestaat uit ongeveer 10 renners. Op een gegeven moment moet Simpson lossen. Zo'n twee kilometer onder de top slingert hij over de weg en komt ten val. Supporters helpen hem op de fiets maar na een paar meter valt hij opnieuw. Reanimatie mocht niet meer helpen en op de flanken van deze verschrikkelijke berg sterft Tommy Simpson.

Eén versie van de oorzaak is dat het gebruik van whisky en amfetamines in combinatie met de extreme hitte en de onmenselijke inspanningen Simpson fataal zijn geworden. Simpson wordt zodoende de eerste dopingdode.

Deze berg is onze eerste reisbestemming in de zomervakantie van 2001. Samen met mijn broer Evert trekken we naar een camping in de nabijheid van deze berg. Op de dag dat we hem gaan 'aanvallen' voegt zich een andere Toer 80-er bij ons. Het is Ruud Pzn, die even verderop in de Alpen op een camping staat. Gecompleteerd met de jongste zoon van mijn broer beginnen we aan dit karwei.

De kale werkelijkheid
Door Bart Kruizinga

Villes sur Auzon. Een klein dorpje in de Provence. Alles ademt hier een haast serene rust uit. De mensen hier houden hun siësta's, lijken zich niet te bekommeren om de grootste toeristische trekpleister in hun omgeving, n.l. de Mont Ventoux. Vanaf de camping hebben we uitzicht op deze berg met op de top het markante gebouw van de France Meteo. De berg daagt ons uit maar boezemt ons tegelijkertijd ontzag in en jaagt ons zelfs de stuipen op het lijf. De dag breekt aan dat we de mythe van Tom Simson gaan ontdekken. Woensdag 11 juli 2001. Nog snel een kop koffie en we gaan tegen 10.00 uur op weg. Eigenlijk is dit tijdstip al te laat. Even buiten de camping voelen de kracht van de zon die ter plaatse het kwik tot 30 / 35 ºC doet stijgen. De warmte stijgt op van het asfalt en slaat ons keihard in het gezicht. Na 10 km fietsen we Bedoin binnen. Weer zo'n karakteristiek dorpje in de Provence. Hier snuiven we de geuren van Platanen op. Het is goed te merken dat we niet de enige fietsers zijn die ons aan deze krachtproef zullen wagen. De Mont Ventoux heeft een aantrekkingskracht die zijn weerga niet kent. In de vakantieperiode wagen zich dagelijks enkele honderden dapperen aan deze berg.

De stopwatch wordt ingedrukt en merkwaardig genoeg wensen we elkaar veel succes. Vreemd toch eigenlijk. Al vele jaren ervaring met het fietsen in de bergen en dan toch angst voor deze kale berg? Waar komt die angst dan vandaan. Hebben we er teveel over gelezen misschien' ?

In het begin valt het mee. De hitte is weliswaar enorm maar de berg is niet zo steil als werd gezegd. Dan komen we al snel in het bos. Het wordt hier steil en in tegenstelling tot wat je zou verwachten heb je niet veel voordeel van de schaduw. Er is hier geen zuchtje wind. De ademhaling gaat zwaar en het wordt een strijd met jezelf. Nog maar 18 km te gaan.

Het tempo is laag. De teller wijst steeds tussen de 8 en 12 km/u aan. Vocht, veel vocht gaat er uit. Steeds een klein beetje bijtankend vullen we dat weer aan, het geeft slechts maar een klein stukje energie.

Dan die tegenliggers. Ze razen ons tegemoet. Ze hebben de beklimming gehad en ik meen een glimlach te zien, als ze ons zo zien zwoegen. Het zijn echter collega's en ze roepen ons 'bon courage' toe. Zij hebben immers diezelfde pijn gevoeld ! Het bos begint te vervelen en zomaar uit het niets doemt het maanlandschap voor ons op. Op de kruising het beroemde Chalet Reynard. Degene die nog een verfrissing wil moet het hier doen, tot aan de top krijg je de gelegenheid niet meer. Op het terras zitten mensen met verkoelende drankjes. Dit beeld lokt om af te stappen. De wetenschap is aanwezig om dat niet te doen. Je komt niet meer op de fiets. Een bordje aan de kant van de weg. De col ?est ouvert', open dus.

De gele stenenmassa, wat een apart gezicht. Dan voelen we ook de frisse wind. Je voelt de krachten terugkomen en het tempo gaat weer iets omhoog. Het gevoel bedriegt. Deze extra krachtsinspanning moet worden bekocht. Eén kilometer later slaat het toe in de benen. Het is weer steil. Vechtend tegen deze inzinking gaat het verder. Het gebouw van de France Meteo lijk je te kunnen aanpakken zo dichtbij, de top is echter nog 7 km verder.

De vele fietsers om je heen houden je op de been. Duitsers, Belgen, Zwitsers, Denen, Nederlanders en een handjevol Fransen worden lotgenoten. Cést dur of t'is zwaar zunne. Afzien is dus internationaal. Kilometer voor kilometer naderen we de top. De laatste 2 kilometer wordt het nog weer even 11 %. Rechts doemt het monument op ter nagedachtenis aan Tom Simson. Onwillekeurig zie je die beelden, die van een doodstrijd in die loodzware bergetappe van 13 juli 1967.

De gedachte 'zo boven te zijn' doen de laatste krachten in je naar boven komen.

Eindelijk, de top is bereikt. Het gevoel is 'voldaan', het lichaam is even 'kapot'. Wat een zware berg onder deze weersomstandigheden. We hebben het echter gehaald en kunnen een mooie berg bijschrijven op ons lijstje.

Na de gebruikelijke foto's dalen we even af naar het monument van Tom Simson.

Een monument opgericht door Britse wielerfans. Op en bij het monument een verzameling van de meest uiteenlopende fietsartikelen. Bidons, kettingen, wielertruien etc. etc. sieren het 'graf' van Tom Simson, de dopingdode.

Het geeft mij een tweeslachting gevoel. Enerzijds zie ik die heroïeke zwart/ witbeelden van toen. Anderzijds ook het besef dat een dopingzondaar zoveel eer krijgt toebedeeld.

De afdaling is begonnen. We zoeven naar beneden. In de afdaling zien we veel fietsers, die midden in hun beklimming zitten. Onwillekeurig komt er een glimlach op mijn gezicht, ik heb het immers al gehad. Ik blijf echter een collega en wens hun 'bon courage'.

Terug op de camping delen we de ervaringen van deze dag met onze gezinsleden en hebben we gezamenlijk de napraat, want daar is het toch allemaal om begonnen?

Mont Ventoux. De poésie is verstomd. Voor ons is deze berg nu een 'kale werkelijkheid' geworden.

Bart Kruizinga


omhoog© www.dekaleberg.nl