Verslag (46)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  154  155  156  Alfabetische index

  1 september 2001

De schrik van de Mont Ventoux

Voor dit beest moet je gewoon het nodige respect vertonen. Ondanks alle "beklimmingen" die ik al heb gezien of gedaan en alle verhalen die ik al hoorde, is de realiteit gewoonweg schrikwekkend. Zoals dit monster heeft moeder natuur geen 2 exemplaren geschapen.

Vanuit het hotel zie je hem op ongeveer 100 kilometer liggen. En reeds dan is hij ontzaglijk groot. Een pukkel zoals sommigen hem omschrijven. Een alleenstaand gedrocht noem ik hem. De top, van hieruit gezien slechts een kleine witte vlek, staat je gewoon uit te lachen. En dat reeds van op deze afstand.

De dag voor de beklimming met de fiets gaan we de route een keer verkennen met de wagen om een eerste gedacht van de route te krijgen. Wanneer je deze gigant nadert met de auto, wordt hij enkel maar groter en tegelijkertijd nog indrukwekkender. De witte vlek op de top verandert stilaan in een wreedaardige grijns op het gezicht van een indrukwekkend monster. Dat is de plaats waar ik morgen wil staan met de fiets. Tegelijkertijd komt echter het besef dat dit beest er alles aan zal doen om dit te verhinderen. Alle natuurkrachten tegenover de krachten van 1 nietig mens.

Tijdens de tocht met de wagen wordt duidelijk dat deze moeite wel een keer haar voordelen zou kunnen opleveren. Nu wordt reeds duidelijk waar de zware punten zullen komen. Dan kan je de klim toch proberen in te delen om niet te roekeloos je energie te verkwisten. Anders begin je totaal onvoorbereid aan een 20 kilometer lange lijdensweg.

Donderdag moet de grote dag worden. 's Morgens staan bij iedereen de zenuwen op het gezicht te lezen. Ondanks alle grootspraak aan tafel vooraf, moet iedereen nu toegeven dat hij met schrik aan dit gevecht zal beginnen. De vraag is heel simpel. Wie wordt de overwinnaar van dit gevecht? Het monster van de Ventoux of ikzelf. De laatste dagen hebben we getraind op het klimmen, maar tijdens de verkenning lijkt dit compleet in het niets te verzinken wanneer je aan de voet staat en stilaan naar boven rijdt.

Wanneer we donderdagochtend op de parkeerplaats in Bedoin staan en de fietsen aan het klaarmaken zijn, wordt het wel heel stil binnen de groep. Vanaf nu bereidt iedereen zich op zijn eigen manier voor op de klim. Sommigen staan nog te lachen, ik word stilaan heel stil. Het monster boezemt me toch de nodige angst in. De twijfels over de uiteindelijke winnaar van dit gevecht worden groter. Ik heb echter mezelf reeds lang tevoren voorgenomen om er toch alles aan te doen om het beest te temmen. Het uur van de waarheid is aangebroken en nu moet blijken of ik sterk genoeg ben voor deze uitdaging.

Het begin van de lijdensweg begint bij het kruisen van de marmeren streep in Bedoin. Dit is het begin van een gevecht dat 21 kilometer zal duren. Één mens tegenover een onmenselijke massa steen. Nu pas besef je hoe nietig wij zijn. We wensen iedereen nog een keer het allerbeste en hopen om elkaar boven terug te zullen zien. Ik sla nog een snel kruisteken en hoop dat zowel ik als mijn fiets in topconditie zijn.

De eerste kilometers tot Saint Colombe zijn te doen. De baan kronkelt licht golvend omhoog, een ideale opwarming om tijdens de eerste kilometers in je ritme te komen. Stilaan gaat echter de weg ook sterker stijgen. De eerste percentages boven de 5 % worden vlot verteerd. Het blijft echter zaak om nu zo lang mogelijk te doseren en de hartslag te controleren om niet te snel de reserves aan te tasten. We rijden Saint Estève door, wat wil zeggen dat we al 6 kilometer aan het klimmen zijn en wat ineens ook betekent dat vanaf nu de klim permanent boven de 8 % blijft stijgen.

Alle afspraken om samen te blijven, of toch zo lang mogelijk, blijken overbodig te zijn. Het is gewoon onmogelijk. Ik blijf de eerste stroken vlot lopen op de 21 of blijf in mijn zadel zitten op de 23. Walter, Frank en Bernard zijn al lang niet meer te bespeuren. Ik loop samen met Joeri en Vanessa steeds verder van hen weg. Jacques is echter al 150 meter verder en zal spoedig uit het gezicht verdwijnen. Een dikke kilometer na Saint Estève komt het zwaarste stuk van 14 %. Ik loop met een relatief lage hartslag hierover op de 23. Wanneer ik achterom kijk zijn Joeri en Vanessa een dikke 50 meter achter. Ik laat het gat terug kleiner worden, maar ze zullen spijtig genoeg nooit meer terug op mijn wiel komen. Onze klimritmes verschillen te hard. Vanaf nu zit ik alleen. Ik merk echter dat ik in mijn ritme zit en passeer de eerste andere moedige wielertoeristen die omhoog willen rijden.

Twee kilometer verder kom je in het bos en kronkelt de weg steil omhoog. Het is echter van levensbelang dat je hier een tempo kiest dat je kunt aanhouden en zelfs reserves overhoudt. Anders is de overwinnaar van het gevecht reeds gekend: de gigant!!! Op een gegeven moment word ik voorbij gesneld door een professioneel ogende klimmer. Hij komt mij echt voorbij gespurt en slaat direct een groot gat. Ik denk bij mezelf dat ik dan blijkbaar toch niet de beste blijk te zijn. Later zal echter het tegengestelde blijken. Ik verkies om in mijn eigen ritme te blijven en loop nog enkele anderen in en sluit aan bij een Rabobanker. We rijden alle twee op de 25 en kunnen samen hetzelfde ritme aanhouden. Na een dikke anderhalve kilometer begint hij ook te blokkeren en beetje bij beetje moet hij mij laten rijden. De weg slingert verder en de hoogtemeters kruipen omhoog en in de benen.

Op het stuk door het bos loop ik de ene na de andere klimmer in. Geen van hen kan echter in mijn wiel blijven en ik begin stilaan toch terug te geloven dat ik vrij vlot omhoog rijd. Tot aan Chalet Reynard zal ik alleen blijven. De zwaarste stukken bollen nu onder de wielen door. Het allerzwaarste stuk is echter gepasseerd. Het blijft echter bergop gaan met permanent percentages rond de 10 %. Stilaan begint de inspanning te wegen en wordt de lijdensweg zwaarder om te dragen. De begroeiing begint echter ook steeds dunner te worden en de ijlere lucht bevat minder zuurstof wat de hartslag tot boven de 180 slagen jaagt. Ik neem enkele haarspeldbochten aan de buitenkant om niets te forceren en rijd voorbij een vader met een zoontje van ongeveer 12 jaar. Ondanks zijn moed zal ik hem niet op de top zien aankomen.

Plotseling kom je in de bocht voor Chalet Reynard. Hier stopt ineens ook de laatste boom. Vanaf hier zie je de weg boven de bomen stevig omhoog gaan. Hier begint precies het zwaarste deel, maar later blijkt het gezichtsbedrog te zijn. De klim blijft vrij egaal stijgen zonder zware schommelingen. Nu rest enkel nog een grijze steenmassa als gezel naar de top. Voorbij het Chalet krijg ik Jacques ook terug in het zicht. Ik loop hem vrij snel in en blijf bij hem. Hij zit zonder eten en drinken en ik geef hem wat van mijn lopend voedsel. Hij komt zijn inzinking snel te boven en volgt mijn wiel een paar honderd meter. Ik eet ook nog wat voor het laatste stuk en laat de hartslag terug binnen de 170 slagen zakken. We passeren Marie-Paule die met de wagen op een parking staat te wachten om te fotograferen en worden luid aangemoedigd door enkele Belgische toeristen van een fietser die we net passeerden. Hij maakte deel uit van enkele Belgen, die ik kort daarna nog zal oprapen. We rijden voorbij de parking met onze handen in elkaar en onze armen omhoog. Net Ullrich en Armstrong. Elke haarspeldbocht geeft de indruk 45° te stijgen. Jacques moet kort hierop lossen en ik rijd naar de volgende moedige klimmer. Dit blijkt de snelle jongen te zijn die mij in het bos voorbij knalde. Enkele honderden meter verder bijt hij zich vast in mijn wiel. Hij zit compleet dood maar volgt op karakter. Elke trap vreet nu aan je lichaam. Tijd om rond te kijken is er niet en de goesting is nog kleiner. Enkel de laag asfalt kruipt tergend langzaam onder je wielen door. Vanaf nu moet de winnaar gekend zijn: IK!!!

De "hardrijder" blijkt nog veel karakter te hebben en komt terug op de kop. We zitten op 4 kilometer van de top en racen omhoog tegen 18 kilometer per uur. Hij wil mij duidelijk lossen maar dat cadeau gun ik hem niet. Ik neem ook nog eens over en we knallen nu echt tegen 20 per uur omhoog. Op 2 kilometer voor de top passeren we het monument van Simpson. Ik merk het nog niet eens, zo snel gaat het. Plotseling blokkeert mijn aanhangwagen. Hij parkeert gewoon en zal op de resterende 1500 meter nog bijna 6 minuten verliezen. Ik sla dus heel snel een heel grote kloof. Enkele honderden meter later moet ik echter deze inspanningen ook bekopen. Op 1000 meter van de top begin ook ik in het rood te gaan. Ik rijd op de 28 verder, maar de benen willen precies niet meer mee. Maar opgeven staat niet meer in mijn woordenboek. Het enige wat nog voor me telt is boven geraken en ondanks het afzien zakt mijn snelheid niet onder de 12 per uur. Mijn hartslagmeter blijft echter ook rond de 190 slagen staan en dit zal ook niet meer zakken tot de top.

Op enkele honderden meter van de top staan de eerste supporters van anderen. Een Belg pikt nog bij me aan en we worden voorbij gereden door zijn vrouw en kinderen die luid supporterend uit de auto hangen. We blijven samen tot de top. Zij staan ons aan te moedigen in de laatste bocht. We beginnen te spurten met de streep in zicht op de top. Ik laat hem eerst gaan voor op de foto. Het levert me een cola op die me heel goed zal smaken.

Nu besef ik pas dat ik boven sta. De resultaten zijn schitterend. In mijn dromen hoopte ik op 1 uur 50 minuten boven te staan. Realistisch gezien rekende ik op 2 uur. Mijn computer staat echter stil op 1 uur 39 minuten, wat een gemiddelde betekent van 13 kilometer per uur. Vier minuten later komt Jacques naast me staan. Hij is gewoon op zijn eigen tempo verder gegaan. 20 minuten later staan Joeri en Frank naast ons en dan gaan we Vanessa aanmoedigen in haar laatste meter naar de top. Weer een tijd later komt ook een dolgelukkige Walter bovengekropen. We vragen ons enkel af of hij geen last heeft van de hoogte, vermits hij een nooit geziene vreugde-uitbarsting weggeeft. Enkele toeristen kijken even naar hem en vragen zich waarschijnlijk nog steeds af of fietsen wel een gezonde sport is voor gezonde mensen. Een dikke 50 minuten nadat ik over de streep reed, staat ook Bernard op zijn verjaardag op de top naast ons. Alle 7 moedige beginners zijn ook boven geraakt op de schrik van de Ventoux. De winnaars zijn gekend: WIJ!!! Iedereen staat dolgelukkig te glunderen.

We beseffen echter ook dat er nog een even zware proef volgt: een afdaling van 20 kilometer. Frank en Joeri stuiven als eerste weg en hen zullen we enkel maar in de verte naar beneden zien knallen. Ik vraag enkel nog aan Vanessa om een beetje uit te kijken vermits ze zonder helm rijdt. Ook zij gaat vlot omlaag, maar ik kan haar op enkele tientallen meter volgen, wat het inschatten van de bochten een pak vereenvoudigt. Op een lang en redelijk recht stuk dat goed in te schatten is, haal ik haar in en passeer haar. Vanaf hier blijven we samen in onze tocht naar beneden. Chalet Reynard komt binnen enkele minuten al terug in zicht en we gaan snel door de grote bocht en duiken het bos terug in. Hier is weinig verkeer en we stuiven verder naar beneden. De snelheid zakt niet meer onder de 50 per uur en staat meestal permanent boven de 60. We scheuren onze wagen voorbij vermits wij veel wendbaarder zijn. Stilaan krijg ik vertrouwen in mijn daalcapaciteiten en we gaan nog sneller. In het kronkelend deel van het bos is geen verkeer te bespeuren en we snijden de bochten volledig af langs de binnenkant. Al snel staat 75 op de fietscomputer: onze topsnelheid.

De steile stukken zijn voorbij en we doorkruisen Saint Estève en Saint Colombe. Vanaf hier moeten we bijtrappen en Vanessa lost mijn achterwiel. Tegen 50 per uur komt de parking in zicht en ik laat Vanessa terugkomen. Samen bollen we over de streep in Bedoin. Frank en Joeri zijn zich al aan het omkleden en kort na ons komt ook de rest van onze groep terug aan de auto. Terug bij het begin en het einde van een geslaagd wieleravontuur.

WTC Ten Dorpe
Vanessa Peeters, Joeri De Groof, Frank Pintens, Bernard Huysmans, Walter Coppieters, Jean-Jacques Fuster, en auteur Sven Van De Bruel


omhoog© www.dekaleberg.nl