Verslag (44)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  Alfabetische index

  27 augustus 2001

Hallo Alex,

op woensdag 8 augustus heb ik samen met mijn vriend Vincent de Mont Ventoux beklommen. Omdat ik zelf intens genoten heb van elk verslag op je website, heb ik er een lange versie van gemaakt. Hopelijk is er plaats voor.

Vooraf
Sinds 1997 maak ik geregeld ritjes met de rennersfiets. Aanvankelijk heel af en toe, maar sedert dit jaar steeds frequenter. Van jongs af aan ben ik een voetballer en nog steeds voetbal ik op zondagmorgen. Het fietsen kwam aanvankelijk om het zwarte gat op te vullen tussen elke seizoensovergang, maar nu wordt er al gefietst als het buiten nog vriest. Niet dat ik een kilometervreter ben, maar bijna alle gemeenschappelijke vrije momenten die ik en mijn beste vriend Vincent hebben worden gespendeerd aan een ritje. Onze objectieven werden elk jaar stoutmoediger. In mijn tweede fietsjaar was het doel Gent-Wevelgem voor wielertoeristen uitrijden (225 km, met een lastige finale rond de Kemmelberg, max. 23%), een jaar later kwam daar Luik-Bastenaken-Luik bij (de 150 km en je weet dat het daar geen kilometer plat gaat). Alhoewel ik helemaal geen lichtgewicht ben (altijd vooraan in de 90 kg), werden al deze objectieven met succes bereikt. Beiden zijn we wielergek en toen we de Tour de France in 2000 over de Mont Ventoux zagen klauteren, droomden we hardop: hier zullen we ooit nog eens oprijden. Dat zou sneller gebeuren dan we toen dachten. We sloegen aan het surfen en kwamen al gauw op jouw site terecht: een pareltje voor wie van wielrennen houdt. Alle verslagen werden gedownload en watertandend gelezen en herlezen en herlezen. We kennen ze zowat uit het hoofd. De vakantiebestemming voor 2001 stond nog niet vast en stilaan groeide de idee om richting de Ventoux te trekken. Mijn vrouw Veerle wou altijd al eens in de lavendelvelden van de Provence wandelen, en met een paar fotootjes van het landschap rond de Ventoux, was ook zij overtuigd. Wel een trendbreuk met onze vorige vakanties die zich vooral focusten op fuiven en relaxen. Het kostte wat moeite om een bungalowpark rond de Ventoux te vinden met wat comfort voor vrouw en dochtertje van 2,5 jaar. Uiteindelijk boekten we in camping Beauregard in Mornas, op 50 km van de Ventoux (mét prachtig zwembad).

Onder het motto: "Eerst de kilometers, dan de kilo's", werd een trainingskalender voor het voorjaar opgesteld met zoveel mogelijk klimwerk. Naast de rally's van Leiedal en Luik-Bastenaken-Luik, concentreerden onze tochtjes zich vooral rond de Vlaamse Ardennen. De hellingen uit de finale van de Ronde van Vlaanderen werden frequent opgezocht: Kluisberg, Côte de Trieu, Oude Kwaremont, Paterberg, Kortekeer, Taaienberg, Eikenberg en andere "bulten". De conditie steeg gestaag naar augustus toe, maar één ding bleef: de kilo's. Hoe hard ik ook reed (3000 km in de benen), afvallen en in vakantie zijn (ik sta in het onderwijs, weet je wel) bleek een onverenigbare combinatie voor mij. Hoewel elke steile helling een marteling is, behield mijn Bourgondische aard tussen de ritten de macht over mijn lichaam en geest. Mijn vriend Vincent is met zijn 72 kg een begiftigd klimmer. Hoewel hij zowat evenveel drinkt en eet als ik, volstaat het fietsen bij hem om zijn gewicht naar beneden te halen. Terwijl ik me met een 40-28 te pletter zwoeg op een helling, kan hij nog rustig een praatje slaan en enkele tandjes over houden. Enkele weken voor ons vertrek probeerde ik hem te overtuigen om alleen vanuit Bedoin de Ventoux te beklimmen en mij vanuit Sault te laten vertrekken. Dit vond hij een belachelijk idee. Bij mijn zoveelste poging om hem dit idee aan te praten, vloog mijn vrouw uit: "Je hebt vijf maanden over niets anders gepraat dan deze beklimming: je zult hem doen ook!"

Geen ontkomen meer aan dus. Er restte mij nog één ding: een triple steken vooraan en hopen dat dit het hem zou doen.

De eerste dagen in de Vaucluse
De camping waar we logeren is bijzonder kindvriendelijk. De eerste dagen rijden we wat los in de buurt van Mornas, waar het volgens onze campingbaas "plat" is. Al bij de eerste oefenrit blijkt mijn triple niet te werken zoals het hoort. Ook bijstellen helpt niet. Dan maar manueel: een duwtje met de vinger bij het schakelen naar de kleinste plaat en de ketting ligt erop. Het lijkt ongelooflijk belachelijk, maar wat doe je als je meer dan 900 km gereden hebt om een berg te beklimmen. Na 3 dagen beslist vrouwlief dat het tijd is om de Reus van de Provence te beklimmen. Het moet dan maar.

De beklimming van de Ventoux
Na een slapeloze nacht (veel te warm en ons dochtertje al wakker om 2 u. met een verschrikkelijke hoestbui), slepen we ons om 6.00 u. het bed uit. Na de afschrikwekkende verhalen over de verzengende hitte in het bos en de loden zon op de kale flanken, hadden we al lang besloten om de klim vroeg aan te vangen.

We volgen nog een raad van anderen en nemen een stevig ontbijt.

Onze buurman, Lieven Herman uit Avelgem, die de Ventoux twee dagen eerder beklom vanuit Malaucène, komt ons succes wensen. "Het zit hem niet hier, maar hier," zegt hij (respectievelijk wijzend naar de benen en dan naar het kopje).

Als we klaar staan om met de wagen te vertrekken, begint het zowaar te druppelen. Het zal wel niet veel zijn. Maar als we in Bedoin aankomen, breekt er een hels onweer los. Het regent pijpenstelen en het schuimende water stroomt in geulen van de flanken. Toch zijn er nog groepjes wielertoeristen die nu aan de klim beginnen. Een bliksemschicht gevolgd door een harde knal als van een F-16 die door de geluidsmuur gaat. Het alarm van een auto gaat af en wij vluchten de auto in. Na drie kwartier blijkt het ergste over: we gaan ervoor.

Al gauw blijk ik vanalles vergeten (de stress?) Een onoverkomelijk probleem: ik vind mijn linkerhandschoentje niet! Ik kan niet zonder! In gedachten zie ik het zweet al langs mijn armen gutsen en mijn handen wegglijden van het stuur. Ik vertrek met een het-zit-niet-goed-gevoel. De eerste (nochtans meest vlakke kilometers) voel ik me ook helemaal niet goed. Ik ben niet warm gereden en vanuit mijn onderrug zindert een stekende pijn door Vinnie en Manne onderwegmijn linkerbeen. Dit gaat slecht. Ik vind ook helemaal geen kadans. In St.-Colombe vrees ik dat ik de kop van de reus nooit zal zien. Na het dorpje Les Bruns en wat stretchoefeningen gaat het wat beter. Dan komt de berucht bocht van St.-Estève. Ik gooi hem meteen op het kleinste wat ik heb: 32-28, uit vrees voor wat komen gaat. Vreemd genoeg valt de hellingsgraad behoorlijk mee. In feite voel ik me nu veel beter dan in de eerste kilometers. De "hel van het bos" blijkt nu een aangename omgeving te zijn: het is er lekker fris en er hangt behoorlijk veel zuurstof in de lucht. Het tempo wordt laag gehouden, zodat ook de ademhaling volledig onder controle blijft. Tot kilometer 9 gaat het verrassend vlot. Wat een contrast met de groene hel die ik verwacht had. Er is zelfs tijd voor wat praatjes en een geintje met mijn dochtertje. Mijn vrouw heeft haar een oud truitje van de Belgische wielerploeg aangetrokken en af en toe fietst ze een eindje mee met haar loopfietsje (zo snel gaat het dus…) Om de "heroïsche tocht" op plaat vast te leggen, neemt Veerle zowat elke kilometer een foto van ons. Vanaf kilometer 10 gaat het wat steiler naar 11-12 procent, maar het blijft aangenaam fietsen in de rustgevende omgeving. Wie hier vloekte op de "groene marteling" zal dit bijna niet kunnen geloven. Hier en daar duiken wat vliegjes op, maar die zijn niet echt lastig. Elke bocht is welkom, omdat je hier gemakkelijk wat sneller kunt gaan rijden. Vreemd toch wel: bij de enige haarspeldbocht (le virage du Bois) denk je: hier gaat het steil, maar in werkelijkheid peddel je hier vlotter. Een Fransman is ons met de auto vanaf de voet gevolgd en moedigt ons bij elk moeilijk punt aan. C'est sympa! Na 11 km komen we in een zone waar de bomen wat minder dik staan. Het wordt nu iets warmer. Weer een steiler stuk tot km 13, waar twee Franse mountainbikers te voet gaan. Hier al? denk ik. Mijn vriend blijft op me wachten, hoewel hij gemakkelijk wat sneller kan. Af en toe komt hij naast me rijden en kijkt in mijn gezicht: "Je zit goed," zegt hij voortdurend. Ik voel me inderdaad ook goed en geniet van deze tocht (voorlopig toch). Ik heb een weliswaar heel traag tempo, maar een lekker ritme te pakken, dat ik voortdurend kan aanhouden. Bij Chalet Reynard na 16 km weet ik dat ik de top zal halen, al moet het op handen en voeten. Ook mijn vriend beseft dit en hij schakelt een tandje bij. Ik neem van Veerle een mueslireep aan en rij dan het gaatje weer dicht. Maar al snel besef ik dat dit niet verstandig is en ik laat hem gaan.

Nog een enorme meevaller: er staat bijna geen wind! Dit is haast niet te geloven. De kale top ligt in een lichte mistsluier. Na 17 km hoor ik een andere wielertoerist in mijn wiel. Na een paar minuten komt hij naast me rijden: een Zwitser die de Ventoux al eens beklom en al heel wat cols op zijn palmares heeft. Ik sta er versteld van: ook nu heb ik nog adem genoeg om een aangenaam praatje te maken. Na een kilometer bedank ik hem en ik vraag of hij de groeten wil doen aan mijn vriend voor ons in de bolletjestrui. Hij heeft het begrepen en gaat er "en danseuse" vandoor. Benieuwd of hij mijn vriend nog te pakken krijgt. Nog 2 km, de zon is er door gekomen en het wordt nu lastig in het maanlandschap. Mijn vriend blijft in mijn gezichtsveld en ook bij hem zie ik de schouders nu schudden. De Zwitser gaat af en toe op de trappers staan, maar hij krijgt het gat niet dicht. Een bocht lager zie ik een tandem naderen. Nog 1 km: er staat wat volk bij het monument van Tom Simpson. De sfeer is er sereen. Het laatste stuk naar de top is zwaar. De tandem komt dichter. Ik slaag erin niet uit het zadel te gaan. Volhouden nu. Op 200 meter van de top komt mijn vriend me aanmoedigen. "Is het nog ver?" hijg ik. "Nog één bocht!" De tandem is nu dichtbij. Mijn vrouw neemt een foto van mij terwijl ik het zegegebaar maak. Ik schakel een tandje bij en geef nog eens alles. Een groepje toeristen applaudisseert. Eentje merkt bewonderend op dat ik toch geen lichtgewicht ben (poid lourd om eerlijk te zijn). Een steile bocht en dan eindelijk: de top! Net voorbij de streep jumpt de tandem me voorbij. Ik was duidelijk het doel. Jammer voor hen.

Mijn tijd: 2u.13 minuten. Die van mijn vriend: 2u.9 minuten. Maar dit was totaal onbelangrijk, het enige doel was boven op de Ventoux geraken.

Boven wordt het genieten: van de geleverde prestatie, het uitzicht, het gelukzalige gevoel. Van hieruit lijkt de wereld heelVinnie en Manne op de top klein. En hij is het ook, want op 900 km van thuis ontmoet ik streekgenoten met gemeenschappelijke vrienden van mij. In het winkeltje kopen we onze postkaarten. Ze zijn wel wat duur, maar ze hebben een emotionele meerwaarde. Net voor het afdalen besef ik dat ik te weinig warme kledij bij me heb. Dan maar behelpen met de vodden voor het fietsreinigen. Een oude handdoek wordt onder het truitje om de borst gespannen. Daarboven een regenjasje. Ik trek twee paar overschoentjes aan. Van een stuk vod maak ik een bandana voor onder de pothelm. Ik moet zeggen: ik had geen kledingstuk teveel aan. Bij het afdalen stoppen we nog even bij het monument van Tom Simpson waar een relletje ontstaat tussen een Fransman en wat Zwitsers over het respect voor Tom. Eigenlijk ergert de Fransman zich gewoon aan het feit dat de Zwitsers die net de Ventoux hebben beklommen naar zijn zin teveel foto's nemen en hij te lang moet wachten met zijn camera. Zielig.

De afdaling (terug naar Bedoin) wordt voor mij één en al genieten. Als ik sneller dan 73 km per uur ga, laat mijn snelheidsmetertje het afweten. Dit is zalig! Mijn lichtere vriend probeert me aanvankelijk te volgen, maar als zijn achterwiel in een bocht wegslaat, laat hij me rijden. Voor hem wordt het bibberen. Pas tijdens het afdalen besef ik welke berg ik ben opgereden. Machtig!

Terug op de camping wil onze buur Lieven meteen weten hoe het geweest is. Na enkele biertjes geeft hij toe dat hij niet gedacht had dat ik de top zou halen. Twee dagen later rijdt hij de Ventoux nog eens op vanuit Bedoin in een tijd van 1 uur en 40 minuten. Whaw! "Als je de Ventoux beklommen hebt, kun je alle cols aan," zegt hij en hij begint meteen informatie te geven over goede logeerplaatsen voor het beklimmen van de Alpen- en Pyreneeëncols. Benieuwd waar dat naartoe gaat…

Emmanuel Desmet

Tijd: 2 uur 9 minuten (Vincent Monserez) - zie Klassement MV
Tijd: 2 uur 13 minuten (Emmanuel Desmet) - zie Klassement MV

Meer fietsen op mannespages, de site van Emmanuel


omhoog© www.dekaleberg.nl