![]() |
| Verslag (44) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 Alfabetische index |
Hallo Alex, op woensdag 8 augustus heb ik samen met mijn vriend Vincent de Mont Ventoux beklommen. Omdat ik zelf intens genoten heb van elk verslag op je website, heb ik er een lange versie van gemaakt. Hopelijk is er plaats voor. Vooraf Onder het motto: "Eerst de kilometers, dan de kilo's", werd een trainingskalender voor het voorjaar opgesteld met zoveel mogelijk klimwerk. Naast de rally's van Leiedal en Luik-Bastenaken-Luik, concentreerden onze tochtjes zich vooral rond de Vlaamse Ardennen. De hellingen uit de finale van de Ronde van Vlaanderen werden frequent opgezocht: Kluisberg, Côte de Trieu, Oude Kwaremont, Paterberg, Kortekeer, Taaienberg, Eikenberg en andere "bulten". De conditie steeg gestaag naar augustus toe, maar één ding bleef: de kilo's. Hoe hard ik ook reed (3000 km in de benen), afvallen en in vakantie zijn (ik sta in het onderwijs, weet je wel) bleek een onverenigbare combinatie voor mij. Hoewel elke steile helling een marteling is, behield mijn Bourgondische aard tussen de ritten de macht over mijn lichaam en geest. Mijn vriend Vincent is met zijn 72 kg een begiftigd klimmer. Hoewel hij zowat evenveel drinkt en eet als ik, volstaat het fietsen bij hem om zijn gewicht naar beneden te halen. Terwijl ik me met een 40-28 te pletter zwoeg op een helling, kan hij nog rustig een praatje slaan en enkele tandjes over houden. Enkele weken voor ons vertrek probeerde ik hem te overtuigen om alleen vanuit Bedoin de Ventoux te beklimmen en mij vanuit Sault te laten vertrekken. Dit vond hij een belachelijk idee. Bij mijn zoveelste poging om hem dit idee aan te praten, vloog mijn vrouw uit: "Je hebt vijf maanden over niets anders gepraat dan deze beklimming: je zult hem doen ook!" Geen ontkomen meer aan dus. Er restte mij nog één ding: een triple steken vooraan en hopen dat dit het hem zou doen. De eerste
dagen in de Vaucluse De
beklimming van de Ventoux We volgen nog een raad van anderen en nemen een stevig ontbijt. Onze buurman, Lieven Herman uit Avelgem, die de Ventoux twee dagen eerder beklom vanuit Malaucène, komt ons succes wensen. "Het zit hem niet hier, maar hier," zegt hij (respectievelijk wijzend naar de benen en dan naar het kopje). Als we klaar staan om met de wagen te vertrekken, begint het zowaar te druppelen. Het zal wel niet veel zijn. Maar als we in Bedoin aankomen, breekt er een hels onweer los. Het regent pijpenstelen en het schuimende water stroomt in geulen van de flanken. Toch zijn er nog groepjes wielertoeristen die nu aan de klim beginnen. Een bliksemschicht gevolgd door een harde knal als van een F-16 die door de geluidsmuur gaat. Het alarm van een auto gaat af en wij vluchten de auto in. Na drie kwartier blijkt het ergste over: we gaan ervoor. Al gauw blijk ik vanalles vergeten (de
stress?) Een onoverkomelijk probleem: ik vind mijn linkerhandschoentje
niet! Ik kan niet zonder! In gedachten zie ik het zweet al langs mijn
armen gutsen en mijn handen wegglijden van het stuur. Ik vertrek met
een het-zit-niet-goed-gevoel. De eerste (nochtans meest vlakke
kilometers) voel ik me ook helemaal niet goed. Ik ben niet warm gereden
en vanuit mijn onderrug zindert een stekende pijn door Nog een enorme meevaller: er staat bijna geen wind! Dit is haast niet te geloven. De kale top ligt in een lichte mistsluier. Na 17 km hoor ik een andere wielertoerist in mijn wiel. Na een paar minuten komt hij naast me rijden: een Zwitser die de Ventoux al eens beklom en al heel wat cols op zijn palmares heeft. Ik sta er versteld van: ook nu heb ik nog adem genoeg om een aangenaam praatje te maken. Na een kilometer bedank ik hem en ik vraag of hij de groeten wil doen aan mijn vriend voor ons in de bolletjestrui. Hij heeft het begrepen en gaat er "en danseuse" vandoor. Benieuwd of hij mijn vriend nog te pakken krijgt. Nog 2 km, de zon is er door gekomen en het wordt nu lastig in het maanlandschap. Mijn vriend blijft in mijn gezichtsveld en ook bij hem zie ik de schouders nu schudden. De Zwitser gaat af en toe op de trappers staan, maar hij krijgt het gat niet dicht. Een bocht lager zie ik een tandem naderen. Nog 1 km: er staat wat volk bij het monument van Tom Simpson. De sfeer is er sereen. Het laatste stuk naar de top is zwaar. De tandem komt dichter. Ik slaag erin niet uit het zadel te gaan. Volhouden nu. Op 200 meter van de top komt mijn vriend me aanmoedigen. "Is het nog ver?" hijg ik. "Nog één bocht!" De tandem is nu dichtbij. Mijn vrouw neemt een foto van mij terwijl ik het zegegebaar maak. Ik schakel een tandje bij en geef nog eens alles. Een groepje toeristen applaudisseert. Eentje merkt bewonderend op dat ik toch geen lichtgewicht ben (poid lourd om eerlijk te zijn). Een steile bocht en dan eindelijk: de top! Net voorbij de streep jumpt de tandem me voorbij. Ik was duidelijk het doel. Jammer voor hen. Mijn tijd: 2u.13 minuten. Die van mijn vriend: 2u.9 minuten. Maar dit was totaal onbelangrijk, het enige doel was boven op de Ventoux geraken. Boven wordt het genieten: van de
geleverde prestatie, het uitzicht, het gelukzalige gevoel. Van hieruit
lijkt de wereld heel De afdaling (terug naar Bedoin) wordt voor mij één en al genieten. Als ik sneller dan 73 km per uur ga, laat mijn snelheidsmetertje het afweten. Dit is zalig! Mijn lichtere vriend probeert me aanvankelijk te volgen, maar als zijn achterwiel in een bocht wegslaat, laat hij me rijden. Voor hem wordt het bibberen. Pas tijdens het afdalen besef ik welke berg ik ben opgereden. Machtig! Terug op de camping wil onze buur Lieven meteen weten hoe het geweest is. Na enkele biertjes geeft hij toe dat hij niet gedacht had dat ik de top zou halen. Twee dagen later rijdt hij de Ventoux nog eens op vanuit Bedoin in een tijd van 1 uur en 40 minuten. Whaw! "Als je de Ventoux beklommen hebt, kun je alle cols aan," zegt hij en hij begint meteen informatie te geven over goede logeerplaatsen voor het beklimmen van de Alpen- en Pyreneeëncols. Benieuwd waar dat naartoe gaat… Tijd: 2 uur 9 minuten (Vincent Monserez) -
zie Klassement
MV Meer fietsen op mannespages, de site van Emmanuel |