|
| Verslag (42) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 Alfabetische index |
Yes, I did it!
Een fascinatie voor bergen heb ik altijd al gehad. Al van jongsaf aan keek ik als gebiologeerd naar de bergetappes in de Tour de France en droomde weg bij het idee dat ikzelf op de flanken van zo'n berg van de buitencategorie zou rijden. Nadat ik verschillende sporten heb beoefend ben ik op een gegeven moment gaan fietsen en kwam het idee boven water om de Berg der bergen een keer te bedwingen. Nadat ik van internet alle informatie over de Ventoux had verzameld, ben ik me gericht gaan voorbereiden. Aangezien wij hier in dit vlakke landje verstoken zijn van bergen zat ervoor mij niets anders op dan flink tegen de wind in te gaan fietsen om conditie op te bouwen. Gelukkig woon ik aan het IJsselmeer (Hoorn) en daar staat altijd wind en die wind wordt nog versterkt door het talud van de dijk. Anderhalf jaar lang heb ik getraind en 3200 trainingskilometer achter de rug. Uiteindelijk kon ik twee uur achter elkaar hard fietsen met een hartslag tussen de 140 en 160 per minuut. Behalve de training heb ik ook de beklimming verschillende malen gevisualiseerd en mij op deze manier mentaal voorbereid. In mijn eigen woonplaats had ik mijn fiets, een sport hybride Batavus Be One Axima, een grote beurt laten geven en in de plaatselijke supermarkt had ik de nodige Isostar-repen, müsli-repen, AA-drink en Isostarpoeder gekocht om ervoor te zorgen dat ik niet geconfronteerd kon worden met hongerklop of een gebrek aan vocht. Eindelijk, tijdens de Pinkstervakantie 2001, vertrok ik met mijn vrouw naar de Provence. Aangekomen in de buurt van Orange zie je de Ventoux in al zijn majesteit op jou zien wachten. Een indrukwekkende puist met een kale kop die denkt "Kom maar op vriend, probeer me maar eens te bedwingen". Nadat we eerst de plaatsjes St. Remy de Provence en Les Baux hadden bezocht, hebben we ons hoofdkwartier opgeslagen in een Chambre d'Hotes in de buurt van Bedoin, de plaats waar je moet starten als je de "echte" klim wilt maken. De eerste dag heb ik op het einde van de middag een eerste verkennings, annex trainingstocht gemaakt naar de Ventoux. Mijn bedoeling was om tot ongeveer de helft van de berg te fietsen en uit te vogelen welk verzet het beste gebruikt kon worden. Het eerste gedeelte vals plat tot St. Estève had ik voorgenomen om rustig te rijden, maar achteraf gezien ben ik toch te snel omhoog gegaan en dat wreekt zich na de scherpe bocht in St. Estève waar de echte klim begint. Heel stimulerend werkte trouwens de aanmoedigingen van de wielrenners die afdaalden en die telkens tegen mij zeiden "Allez, allez!". Ik had me toen direct voorgenomen om diezelfde aanmoedigingskreten naar andere klimmers te schreeuwen als ik aan het afdalen was. Die middag ben ik gekomen tot 10 km. onder de top. Tijdens het klimmen heb ik ervoor gezorgd dat mijn hartslag niet boven de 160 uitkwam, hoewel ik even op 170 zat toen ik besloot om te keren, want mijn gezondheid vind ik veel belangrijker dan om kostte wat het kost je zelf te forceren met alle mogelijke gevolgen van dien. Verder fietsen had ik trouwens niet gekund, want de hitte van die dag blijft hangen in het bos en slaat je helemaal lam. De volgende middag heb ik opnieuw geoefend, het eerste stuk nog rustiger gereden dan de vorige dag en uiteindelijk het juiste verzet gevonden. Een verzet waarmee ik het gevoel had op souplesse te fietsen en waarmee ik toch mijn spierkracht optimaal kon benutten. Je behoort er wel voor te zorgen dat je bij een pedaalomslag voldoende meters maakt en niet dat je als een gek pedaleert en bijna geen meter vooruit komt. Opnieuw omgekeerd bij het 12 km. punt en afgedaald naar Bedoin. Tegen het dalen zag ik meer op dan tegen de klim, maar na deze tweede oefensessie voelde ik mij in de afdaling steeds zekerder worden. Deze middag had ik beslist verder kunnen fietsen en wellicht de top kunnen halen, maar omdat ik alleen maar drinken bij me had ben ik toen niet verder gefietst. Mijn hartslag zat tegen de 160 aan. Op dat moment wist ik dat het mij zou lukken om de top te bereiken en besloot ik om de volgende ochtend de aanval te maken, maar dan wel 's morgens vroeg, omdat het dan nog koel is. Woensdag 6 juni 2001 was het dan zover. De wekker liep om zes uur af en mijn voorbereidingen begonnen. Het nuttigen van een koolhydraat ontbijt en het drinken van een flesje AA-drink waren mijn eerste activiteiten. Mijn twee bidons vulde ik met Isostardrank en in de zakjes van mijn shirt had ik een aantal müsli- en isostarrepen gestopt. Mijn rugzak had ik vol gestouwd met een waterzak (met 1,8 liter water). Aan de waterzak was een drinkslang bevestigd, zodat ik tijdens het klimmen ongestoord kon drinken. Tevens had ik in mijn rugzak meegenomen een extra wielrennersshirt, een winddicht jack, handschoenen, extra voeding, een bandenreparatieset, een klein fietspompje, mijn mobieltje en uiteraard een fototoestel. Nadat ik mijn gezicht, armen en benen met antivliegencrême had ingesmeerd, mijn haarband, mijn helm en mijn zonnebril had opgezet en mijn hartslagmeter had omgedaan, vertrok ik om 7.15 uur naar Bedoin, nadat ik tegen mijn vrouw stoer had gezegd "Tot straks". Op weg naar Bedoin had ik gemerkt dat het die nacht had geregend en dat de top van de Ventoux in nevelen was gehuld. De temperatuur beneden was ongeveer 20 graden. Ik besloot om toch verder te gaan en te hopen dat de juni-zonnestralen, krachtig genoeg zouden zijn om de bewolking rond de top snel te doen oplossen. Om precies 7.30 uur kwam ik bij het startpunt, het fonteintje in Bedoin aan. Ik schakelde mijn fietscomputertje in en dacht: "Nu moet het dan echt gaan gebeuren en …. wat staat er mij de komende uren nog te wachten ?". Ik had gelezen dat de meeste recreantklimmers ongeveer twee uur met de beklimming bezig zijn. Het was voor mij geen prioriteit om binnen de twee uur boven te komen, maar het was mijn doel om de top te bereiken en het maakte niet uit hoelang ik erover zou doen. Het eerste gedeelte tot St.Estève heb ik bewust nog rustiger gereden dan de vorige twee dagen, om ervoor te zorgen dat ik mezelf niet over de kop zou rijden en dat ik voor de laatste kilometers voldoende reserve zou overhouden. Na 5 km kwam ik in het bos en kwam het steile gedeelte. Het juiste verzet had ik al gauw te pakken en alleen mijn blik gericht op het wegdek en op mijn pols-hartslagmeter, kwam ik in een soort trance terecht. Mijn hartslag kwam niet boven de 160 uit en van lastige vliegen heb ik geen enkele last gehad. Een kilometer voor het Chalet Reynard begon het kouder te worden. Er kwam wat wind opzetten en het werd wat nevelig. Aangekomen bij Chalet Reynard, twijfelde ik of ik mijn droge extra wielrenshirtje en windjack zou aantrekken, om mezelf te beschermen tegen de elementen. Ik besloot om door te rijden, beseffende dat wanneer ik op de top zou zijn, ik ook zou moeten afdalen en dan had ik een droog shirtje en jack hard nodig. De laatste 5 à 6 km heb ik van de omgeving niets gezien. Ik reed van kilometerpaaltje naar kilometerpaaltje. Het werd steeds kouder, de harde wind had ik tegen of kwam van opzij en je zag geen 50 meter voor ogen. Ik heb nog geprobeerd een glimp op te vangen van het monument voor Tommy Simpson, maar ik heb helemaal niets kunnen ontdekken. Toen ik het laatste kilometerpaaltje zag verlangde ik naar het einde en heb ik de laatste honderden meters afgeteld. Nog 500m, nog 400m, nog 300m, nog 200m, nog 100m……. een laatste steile scherpe bocht en dan passeer je plotseling de over het wegdek getrokken witte streep. Yes,…I did it. Een doel waar je zo lang naar hebt toegeleefd en waar je zo hard voor hebt getraind is bereikt. Na twee uur, 15 minuten en 8 seconden kwam ik dan op de zo lang verlangde top. Ik heb het gehaald. Drijfnat van het transpiratievocht en toch verkleumd, want boven was het slechts 4 graden Celsius. Eindelijk….. Missie volbracht! Mijn fiets zette ik tegen het paaltje waar Le Sommet opstaat en ik neem een foto. Daarna ga ik het souvenierswinkeltje binnen en ik vraag een klant of hij van mij een foto wil nemen. Ik til mijn fiets in de lucht en ….klik…. zegt het fototoestel. Het bewijs is geleverd! Terug in het winkeltje trek ik mijn droge shirt en jack aan en vraag vervolgens aan de verkoopster of zij op mijn shirt het bekende stempel wil zetten. Dat doet zij ook op een aantal ansichtkaarten en nadat ik enigszins was bijgekomen van de inspanning maakte ik mij klaar voor de afdaling. Met mijn mobieltje probeer ik nog mijn vrouw te bellen, maar op de een of andere manier kreeg ik geen verbinding, dus dan maar snel naar beneden. Snel, vergeet het maar. Door de bewolking zag je geen hand voor ogen. Continu knijpend in de remmen, met een gang van 45 km naar beneden. Jeetje mina, wat koud, in een mum van tijd heb ik het gevoel dat mijn tenen en vingers bevroren zijn. Bij Chalet Reynard is de bewolking opgelost en brengt het zonnetje weer wat warmte in mijn lijf. Tijdens de afdaling kwam het echte besef naar voren dat ik het gehaald had. Onderweg naar beneden heb ik tientallen keren keihard uitgeschreewd "Yes..I did it, I did it..!". Een geweldige ontlading, dat een fantastisch euforistisch gevoel geeft. Wat een malloot zullen de mensen gedacht hebben als ze mij gehoord zouden hebben. Maar niemand heeft mij gehoord, alleen de drie klimmende wielrenners die ik tegengekomen ben. Hen heb ik toegeschreeuwd: "Allez, allez! Yes, I did it !". Het was een feest om af te dalen en naar de Chambre d'Hotes terug te keren, waar mijn vrouw op mij wachtte. Emotioneel vertelde ik dat ik de Ventoux beklommen had en de eigenaar van ons overnachtingsverblijf feliciteerde me en kwam gelijk met een karaf vruchtensap aandraven om de eerste dorst te lessen. Na een verfrissende douche heb ik samen met mijn vrouw de Ventoux opnieuw beklommen, maar dan met de auto. Het weer was ondertussen opgeknapt en beiden waren we diep onder de indruk van deze berg. Geen meter plat of dalend wegdek, alleen maar stijgend. Ruim 22 km lang en 1634m hoogte overbruggend. Achteraf gezien vervult de tijd van 2 uur en 15 minuten, mij met trots. Trots ….., want over 2 maanden word ik 52 jaar jong. |