|
| Verslag (38) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 Alfabetische index |
Hondenweer Het fietskamp werd opgezet aan de Cote d' Azur, aan de voet van het Esterel-gebergte. De vrouw kreeg de zon, de kinderen het zwembad en ikzelf een racefiets en... 700 km MTB-paden! Slechts 2 wegen in dat overigens prachtig natuurgebied waren geasfalteerd en liepen elk naar een berg; de Mont Vinaigre (614m) en de Pic de l' Ours (562m). Omdat de MV het hoofddoel was van dit "trainingskamp" legde ik mij hierbij neer en de ene dag deed ik de Vinaigre, de andere dag de l' Ours; zo 10 dagen aan een stuk. Na een tweetal dagen rust werd verkast naar de Ardèche van waaruit ik op 15 juli '01 mijn aanval begon. Die 15de juli werd de 8ste etappe gereden in de TdF, van Colmar naar Montparlier. s' Anderendaags werd in de krant geschreven dat het geen weer was om een hond door te jagen, zelfs geen renner. En dat heb ik mogen weten! Als het die dag in de late morgen de goede kant lijkt uit te gaan met het weer vertrek ik naar Bedoin, vergezeld van mijn schoonbroer die fungeert als tijdwaarnemer en de respectievelijke kinderen als mijn vurigste supporters. Gauw nog een liter mineraalwater en een Franse appelflap al rijdend achter de kiezen slaan en een vijftal km vóór Bedoin op de fiets gesprongen om op te warmen. Aan de beruchte meet nog gauw een foto nemen en na een keer diep ademhalen wordt de GSM-chrono gestart. De eerste 5 km lopen vlot en vooral droog, met het stijgen van de weg, stijgt de vochtigheid en daalt het zicht. De 39 x 24 gaat er al snel op en wat later volgt de 39 x 27. Plensbuien wisselen af met hevige plensbuien en al gauw ben ik drijfnat. Ik baal om het veel te dure ultralichte zadel en banden en bedenk dat die 200 gr niet opwegen tegen de 2 kg die mijn kletsnatte fietskleding onderhand moet gaan wegen. Ik drink nauwelijks, het vocht wordt geabsorbeerd langs mijn poriën. Op sommige plaatsen is de weg herleid tot rivier en ik bedenk dat de rolweerstand wellicht in die omstandigheden nog niet is becijferd. Ik troost mij met de gedachte dat ik tenminste die vervelende vliegen niet heb, de lucht rijk aan zuurstof moet zijn en krachtige motorfietsen net als ik beschikken over waterkoeling. Het stijgingspercentage weerspiegelt zich in mijn hartslagmeter; steile stukken jagen op tot 172 sl/min terwijl de minder lastige stukken daar maximaal 3 slagen af doen. Een tijd van 1 u 03 aan Chalet Reynard weerhoudt mij er van om te stoppen. Ik becijfer snel met nog 6 km te gaan dat als ik de fietsteller zoveel mogelijk rond de 12 km/u kan houden, er een tijd in zit van 1 u 33. De mist wordt nu heel dik en de laatste 5 km voel ik mij als een piloot die vliegt op instrumenten. Enkel de gegevens op mijn teller en de afscheiding tussen asfalt en stenen verraden mijn positie. Het wordt nu erg koud en mijn spieren verstijven terwijl krampen niet veraf meer zijn. Als de weg zeer steil begint te gaan en de teller richting 21 km en meer gaat, weet ik dat de streep niet ver meer kan zijn. Een laatste scherpe bocht en ik zie de meet pas op een fietslengte van mij. Ik rijd mijn schoonbroer bijna over de voeten als hij euforisch mijn tijd uitroept; 1 u 32 min 43 sec! (zie klassement) . Ik ga onmiddellijk "full monty" en kruip in de klaarstaande auto met de verwarming op de hoogste stand. Na een minuutje schudden en daveren kom ik op positieven, aan afdalen dacht ik al lang niet meer. Deze dag moest de Mont Ventoux mij helemaal niet hebben maar ik ben blij dat ik daar niet aan heb toegegeven. Groeten, |