Verslag (37)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  154  155  156  Alfabetische index

  2 juni 2001

Mijn Mont Ventoux-ervaring

Even voorstellen, ik ben Luc Van Wijnsberghe, een 51-jarige Vlaming uit Sint-Denijs-Westrem (Gent). ik ben sinds 2 jaar lid van wielerclub "De Ooiketrappers" uit Ooike (Wortegem-Petegem).
Op mijn 50ste (25 april 2000) kreeg ik van de familie een Koga Myata Gentslux als verjaardagsgeschenk. Na een jaar en 4500 km. fietsen met dit juweeltje groeide een droom, Le Mont Ventoux beklimmen.

Vrijdag 18 mei 2001 vertrok ik met mijn echtgenote en een bevriend koppel (An & Paul) naar Bedoin met als doel Le Mont Ventoux (een stoute droom!) te bedwingen.

We verbleven in "Hotel des Pins", een sfeervol en fietsvriendelijk hotelletje gelegen net buiten het dorp. Aangezien we reeds om 15.30 uur ter plaatse aankwamen konden we nog even op de fiets voor een verkenning van de eerste kilometers van de beklimming. Na een zestal gemakkelijke kilometers zagen we wat er ons te wachten stond tijdens de ultieme klim vanuit Bedoin, dus demi-tour, lekker avondeten en naar bed.

Zaterdag 19 mei 2001 zouden we eens kijken hoe zwaar die klim vanuit oostelijke richting nu wel was en begonnen we vanuit het hotel aan een zogenaamde oefenrit; mijn vriend Luc op de top Paul zag er wat nerveus uit, we hadden over deze klim immers al 8 maand gepraat en gedroomd.
Toen we op het dorpsplein arriveerden zagen we dat dit vol stond met prachtige oude wagens. Net die dag was er de "Tour du Mont Ventoux", een klimkoers voor Oldtimers.
Le Mont Ventoux vanuit Bedoin afgesloten voor fietsers gedurende 2 dagen!
Opeens weet ik het! Er is ook een noordelijke klim via Malaucène  en dit is de oplossing; via de Col de la Madeleine (niet de echte) fietsen we ons warm om de noordelijke klim aan te vatten. Natuurlijk vergeet ik mijn fietscomputer op nul te stellen en dus zal dit een tijdloze rit worden, stel ik mezelf gerust, alleen de hartslagmeter moet ik in het oog houden; ik probeer op een ritme van rond de 160 te blijven wat me aardig lukt de eerste 10 km.

Plots zie ik voor mij een muur opdoemen, dit moet de 12.8 % zijn van km. 11! Met veel moeite en met mijn 30x21 vat ik deze steile klim aan. Ik zie voor mij enkele heren waggelen of te voet staan, wat is dit een taai stuk; halfweg merk ik in de bocht dat er een rustbank uitnodigend wenkt en aangezien mijn vriend Paul niet te bespeuren is besluit ik hem op te wachten (een goed excuus!). Ik drink mijn eerste drinkbus helemaal leeg en stop een energiereep achter de kiezen en wacht…… Na een 10 minuten daagt Paul op; hij ziet er moe uit en klaagt van rugpijn maar we gaan door zegt hij, elk op zijn ritme en we zien wel waar we uitkomen. Ik vertrek en voel onmiddellijk dat je niet ongestraft afstapt op zo een steil stuk; dat wordt direct pompen of verzuipen; met mijn kleinste verzet (30x23) lukt het mij om weer een ritme op te bouwen en wanneer ik vind dat ik weer goed rij, stormen er na mekaar een tiental stinkende en rook verspreidende oldtimers naar beneden, dit duurt zo tot ik de boomgrens bereik; ik zie plots "de raket" die de top siert en mijn doel lijkt meer dan ooit nabij.

Ik besluit te wachten op Paul om samen te trachten alsnog de top te bereiken. Als ik een tijdje stilsta, besef ik hoe koud het hier eigenlijk is; dat wordt nog een hele kluif die laatste paar kilometers. Het is koud op de top...Als Paul arriveert vertrek ik meteen en samen gebruiken we onze laatste krachten en aansporingen om uitgeput de top te bereiken. Het is inmiddels koud en winderig geworden en we besluiten onze regenjas aan te trekken en onmiddellijk rechtsomkeer te maken, aan een snelheid van rond de 70 km/u (max. 75.6) snellen we naar beneden en vlak voor de laatste bocht naar Malaucène stoppen we aan het café en genieten van een frisse pint en een sandwich au jambon cru. Een zestal Belgen horen ons bezig en wensen ons proficiat met ons exploot. Moe maar tevreden fietsen we Bedoin-waarts om onze vrouwen te verrassen met het feit dat we de klim reeds op de eerste dag hebben volbracht. Ik heb alleen spijt dat ik geen chrono heb; nu reeds beslis ik dat ik ook vanuit de oostelijke kant de reus wil bekampen en dan wil ik weten hoelang ik erover doe.

Het weer slaat tegen, zondag, maandag en dinsdag is het koud en de top van de berg is gehuld in mist en dus niet te beklimmen, dan maar beneden blijven en de conditie onderhouden.

Een ritje naar Sault via de Gorges de la Nesque (een aanrader) en een tocht naar Beaumes-de-Venise en dan via de Dentelles de Montmirail (lastig) naar Malaucène en zo terug naar Bedoin laat ons genieten van de mooie Provence in al haar facetten. We zijn er klaar voor en de vrouwen beslissen dat ze ons gaan volgen met de wagen, kwestie van een en ander op de gevoelige plaat vast te leggen.

Donderdag 24 mei 2001 moet onze dag worden, de weergoden zijn ons goedgezind en om 9 u. staan we aan de voet van de berg. Aan "Le Portail de l'Olivier" (Belgische eigenaar) beloven we onszelf een blonde Leffe van het vat als ons exploot ten tweede male slaagt.

De chrono wordt ingedrukt en we vertrekken elk op zijn tempo zoals bij de noordelijke klim. Wat ben ik blij dat ik mij goed gedocumenteerd heb, twee drinkbussen is dus echt geen luxe en die energie-gel die ik kocht bij  "Godefroot" in Deurle zal vast ook van pas komen. Een reep ontdoen van de verpakking is hier quasi onmogelijk zonder in het decor te belanden!

Is de oostelijke klim moelijker dan de noordelijke, deze vraag stel ik mij dikwijls tijdens de klim, het antwoord is moeilijk, de weersomstandigheden lijken vandaag beter dan vorige klim, ik heb wind in de rug bij de moeilijkste stukken, of is dit inbeelding en is het mijn geestdrift die mij voortstuwt? Wie zal het zeggen? Ik schrik me rot als een Brit met een schicht mij voorbijfietst en "HELLO" schreeuwt. Paul op de top "Have a nice trip", roep ik hem achterna maar hij is reeds door de volgende bocht. Dit is een prof sus ik mezelf, blijf in je ritme en let op je hartslag verman ik mezelf en het lukt me nog aardig ook. Waar blijft die "le Chalet-Reynard" toch, heb ik net gedacht als mijn vrouwtje plots met de auto achter mij opdoemt en even verder stopt voor de eerste kiekjes van een nu wel heel stoer doende klimmer. "Waar zit Paul?", krijg ik er nog net uit. "Niet zo ver achterop", roept zijn vrouwtje fier. Ook ik ben blij, Paul is 5 jaar ouder dan ik maar heeft het uiterlijk van een veertiger en fietst op rollen in de winter, dus zijn conditie moet goed zijn; spijtig van zijn rugklachten af en toe, denk ik dan. Maar de tocht gaat verder en daar is het "Chalet" en "De woestijn", vlug een korte stop, een banaan, de eerste drinkbus ledigen, een gemeende "Good Luck"-kus van vrouwtjelief en ik vat de laatste 6 km. aan. De wind blijft uit de goede kant waaien en aan hartslag 165 à 170 peddel ik naar die verdomde "Raket" die staat te glimmen in de zon aan de top. Telkens als ik opkijk naar de top verbaast het mij hoe ver hij van mij verwijderd blijft. Waar blijft die gedenksteen van Tom Simpson toch?

Mij hartritme stijgt nu tot 183 en ik ga even "en danseuse" rijden, tracht mijn ademhaling te verzorgen en ik ben weer op 170 slagen als ik rechts van de weg de gedenksteen zie van mijn "Tom", de man waarvoor ik menige Gentse zesdaagse bezocht - ik liep zelfs onder de middag tijdens de neutralisatie even binnen in "het Kuipke" om mijn idool met een voet trappend zijn krant te zien lezen op de fiets (6-daagse was toen nog 6 dagen fietsen!). Ik pink een traan weg, zeg nog eens stilletjes "Hello" en weet me op 2 kilometer van de top, nu kan niets mij nog tegenhouden, ik presteer het zelfs van een tweetal mededingers voorbij te gaan, ik voel me even Pantani in zijn goede jaren en weldra neem ik de laatste bocht en overschrijd de eindstreep. Paul en Luc bij TomIk heb het gehaald, mijn chrono staat op 2u. 8min. Ik zie plots de twee vrouwtjes met het fototoestel in de aanslag, wat is dit mooi. "Waar is Paul?", zijn de eerste woorden die ik kan uitbrengen, een tiental minuten achterop aan "le Chalet-Reynard", dat wordt zowat 15 minuten op de top bereken ik vlug. Ik trek vast mijn regenjas aan en als Paul de laatste bocht neemt en puffend maar stralend boven komt verdwijnt de zon en een pak wolken doet de temperatuur plots met 5 graden dalen. "Wat hebben wij toch met die top", zegt Paul, en na een korte maar intense knuffel met de vrouwtjes beslissen we dat we onze "Leffe van 't vat" verdiend hebben en we laten ons naar beneden vallen als echte beroepsdalers.

Beneden gekomen zie ik voor "Le Portail de l'Olivier" een Belgische bus staan (uit Oostende) en het ganse terras zit vol met Vlamingen met een "Leffe van 't vat" in de hand; wij beslissen van door te rijden naar het hotel en trakteren er onszelf op een fles "Domaine Bon du Remède, Côtes du Ventoux"; tenslotte zijn we in de Provence en besluiten onze reis met een "Produit du Region". Voor volgend jaar plannen we alvast "Le Galibier".

Luc Van Wijnsberghe

Tijd: 2 uur 8 minuten - zie Klassement MV

omhoog© www.dekaleberg.nl