Verslag (36)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  154  155  Alfabetische index

 18 juni 2003

Beklimming Mont Ventoux 5 mei 2003
Door Sjef (54) en Rudi (16) Schellings

Na onze eerste avonturen in 2000 en 2001 heeft het twee jaar geduurd voordat we terug konden komen (zie verslag hieronder). Ik ben twee jaar ouder geworden, maar niet te geloven, ik word nog altijd beter. Rudi is nu 16 en veel sterker en sneller geworden. Ik kan hem absoluut niet meer bijhouden, als hij op kop rijdt, dan moet ik minstens twee versnellingen bijschakelen. Dat belooft wat. Emile, nu 14, is niet meer op de fiets te krijgen. Dus we zijn nu met z'n tweeën. Voor Bedoin staat in elk geval een tijd van onder de twee uur op het verlanglijstje.
Voor mij, en velen met mij, wil ik het antwoord op de vraag  welke beklimming  zwaarder is: Bedoin of Malaucène? Velen, ook snelle jongens, denken dat het qua tijd niets uitmaakt. Wat ligt je het beste, dat is bepalend. Word je ouder, dan kun je minder goed tegen tempoveranderingen. Dat pleit dus tegen Malaucène. Maar op die klim heb je de afleiding van het uitzicht. Je weet waar je zit. In het bos van Bedoin zegt alleen je teller waar je zit. 10 km door het bos is claustrofobisch, je raakt helemaal gefixeerd op je pedalen, op je hartslag, op je frequentie en in te halen fietsers. Het bos is een psychische kwelling, meer dan een fysieke. Oh ja, en die vliegen, waarvan onze Ventoux-vriend Raf Calberson, een vlaamse Zeeuw, pas 41 en al 45 beklimmingen, zonder bravour zegt: "ik rijd zo hard, daar heb ik geen last van". Wij hadden er trouwens ook geen last van, niet omdat we hard reden, 8-9 km/u is toch niet hard, maar door de Autan stick, die het net zo goed doet als de waspoeder-tip van Alex. Trouwens die Raf, die moet toch eens een verslag schrijven, met zijn toptijd staat hij gelijk bij de top van de ranglijst, maar een schrijver, nee dat is hij niet.

Zoals frequente bezoekers van deze site wel weten, reken ik bij wijze van spreken uit met welk verzet ik naar boven rijd. Op mijn Giant TCR 1999 zit een hoog geplaatst ossekop-stuur, voor een krom stuur ben ik veel te stijf, en een Shimano XT ATB-cranckstel met 44/32/22 tanden voor en achter een cassette 12/27. Ik trap minstens 80 t/min. Daar heb ik meer dan een jaar op getraind en het bevalt me uitstekend. Mijn klimsnelheid gaat nog steeds omhoog. Snelheidsrecords omlaag laat ik aan jongere waaghalzen. Bij 50 km/u houdt bij mij het meetrappen op.

Op maandag is het markt in Bedoin, daardoor moeten we warm rijden op de eerste kms van de klim en dat is duidelijk geen goed begin. Warm rijden doe je op vlakke wegen en daar neem je de tijd voor. Na het rekken om spierverkorting - komt veel voor onder fietsers - tegen te gaan, zoeken we de natuurstenen streep op en vertrekken. Ik ben niet warm en merk dat gelijk. Na drie km komt me een Zwitser voorbij op een zwaar verzet. Ik rijd nog heel licht. Rudi, die korte tijd later door hem bijgehaald wordt, praat even met hem. Bonjour, combien de kilomètres? Rudi zegt: "quatre, et toi". De Zwitser zegt "deux cent cinq." 205 en hij moet nog naar boven! Dan zal hij toch wel stoppen. Nee, hoor, in de middag, na klim en afdaling, passeren we hem met de auto, hij is nog altijd aan het fietsen, nu met 260 op de teller.
Ik draai het bos in met 5,73 op de teller. Ik weet: hier zit ik minstens een uur in. Ritme handhaven. Een na kleinste verzet, 22/24, draait aanvankelijk soepel, tussen de 9 en 9,5 km/u, maar er zitten steile stukjes in tot 14 %, en dan heb ik de 27 kort nodig. Die steile stukjes kun je niet zien, alleen voelen. Je hebt geen referentie, het bos is een psychische kwelling.
Bij 9 km loopt een groep mannen naast fietsen met spatborden. Willen die het hele eind lopen? Ik kan er tientallen oprapen met een slakkengangetje van 8 - 9 km/u! Op de hele klim halen 2 mannen me in, er rijden ook vandaag weer veel vrouwen: de Zwitser en een US Postal replica op de laatste kms voor de top.
De psychische kwelling van het bos doet me meerdere keren denken: ik stop bij het Chalet, maar tegelijk denk ik, dat ik dan nog een keer door het bos moet om toch een keer op de top te komen langs deze kant. Gedachte verdrongen door de rede. Ik neem me ook nog voor de komende winter wat krachttraining te gaan doen. Meer kracht + mijn souplesse = kortere psychische kwelling.
En dan ineens gaat het bos open, het chalet is nabij, ik kijk naar mijn tijd 1.28, dat is met meer hoogtemeters zelfs 2 minuten sneller dan mijn snelste tijd naar Mont Serein. Het is dus lichter, maar het lijkt veel zwaarder. Wat de psyche met een mens kan doen!
In de eerste meters tussen de keien komt Ventoux-vriend Raf Calberson me tegemoet van zijn 43e beklimming en waarschuwt me voor de storm tegen tussen de Col de Tempètes en de toren. Die bocht heet niet voor niets zo. Ik heb lucht zat en mijn hartslag zit veraf van mijn omslagpunt. De wind in de rug is natuurlijk heerlijk, maar ik voel me vooral bevrijd van het claustrofobische bos.

Op 2 km van de top komt Rudi me tegemoet, hij remt en schreeuwt enthousiast 1 uur 50! Veel eerder dan ik denk ben ik bij Tom, waarna de US Postal replica het nog nodig vindt me voorbij te rijden en dan op 50 meter voor me te blijven hangen. Bij het nemen van de Tempètes bocht is er de storm tegen, die aan mijn fiets trekt en me voor de auto's dreigt te smijten. Die automobilisten merken misschien niets van die wind, hebben ze wel begrip voor mijn situatie? De rukkende wind, het voortdurend corrigeren bij een tempo van 7 km/u houden me zo bezig, dat ik plots de laatste bocht voor me zie. Ik ga midden op de weg rijden, minder steil, maar vooral om de auto's achter me te houden. Ik kan nog versnellen, ik voel niets meer en kan nog bijschakelen. Eén meter na de streep sta ik stil. Met 2 uur, 4 minuten en 23 seconden, zit ik op een gemiddelde van 10,3 km/u en ben ik dik tevreden. Vandaag waren er maar twee sneller dan ik, drie, ik ben Raf vergeten, maar die is van een andere planeet.
Ik geniet even van het fantastische uitzicht, maar wil hier weg, Je kunt nauwelijks op je benen staan. De eerste bocht ben ik te voet gegaan, mijn stuur stevig omklemmend. De wind smijt het achterdeel van de fiets heen en weer. De eerste km heb ik nog nooit zo langzaam gedaald. Respect voor de natuurkrachten.

Terug bij het Chalet, slaan Rudi en ik de handen hard tegen elkaar. Terwijl er naast ons met bewondering wordt geapplaudiseerd door een getaande Franse baas. Hij is zeker over de zeventig, maar ziet er nog heel gezond uit. Wel drie keer zegt hij "formidable", wanneer hij mijn leeftijd hoort en verhaalt vervolgens van zijn eigen ervaring in de Dauphiné Libéré van 1952 en 1955. De man die hier voor me staat te klappen is Michel Llorca, nu bijna 76 en destijds reed hij in de Franse ploeg als amateur independent. Hij spreekt met grote bewondering over Fausto Coppi. Fietsen zijn hem blijven boeien, want hij heeft in de buurt van Grenoble nog een fietsenzaak.
Rudi vertelt enthousiast dat hij de kilometervretende Zwitser die de hele klim zo'n 50 meter voor hem als richtpunt heeft gediend in de laatste honderden meters heeft beslopen en voorbij is gegaan.
De afdaling is zoals altijd een feest en Rudi haalt nog 77 km/u in het bos.

Tijden:  Sjef Schellings (54) 2.04.23 - zie Klassement MV
            Rudi Schellings (16) 1.50.34 - zie Klassement MV


 

  6 mei 2001

Beklimming van de Mont Ventoux, de berg der bergen
door Sjef, Rudi en Emile Schellings op 24 en 26 april 2001

Wat de meeste fietsers verafschuwen, vind ik het leukste: bergop! Omdat de Cauberg veel te kort is, neem ik al een aantal jaren de fietsen mee naar Frankrijk. Fietsen, in meervoud, ook een voor Rudi, nu 14, maar die toen hij 9 was, al met me mee fietste op zijn gewone jongensfiets, ook over 80 km. En sinds kort ook een renfiets voor Emile, net 12 geworden. Juli 1999 kampeerde de familie in de buurt van Vaison la Romaine in departement Vaucluse, in het noorden van de Provence. Op fietsafstand daarvandaan ligt de Mont Ventoux. (Foto genomen vanuit Pas du Ventoux in Mollans s/Ouveze)

Je begrijpt het al: wij wilden die berg dichterbij gaan bekijken, zonder speciale voorbereiding. Bij de eerste verkenning hielden Rudi en ik het na 8 km klim voor gezien, het was rond het middaguur en dus veel te heet om zoiets door te zetten. Een paar dagen daarna begonnen we om 08.00 uur aan de klim vanuit Malaucène. 13000 meter verder, op het steilste stuk (12%) stapten we af. Maar het onheil was geschied: net als duizenden anderen zouden we terugkomen om De Berg te beklimmen. Vorig jaar (2000) zijn we in de maand april met zijn drieën twee weken aan de voet van de Ventoux geweest. Rudi had echter, vanwege een val twee weken voor vertrek, zijn linkerbeen in het gips. Die moest met tranen in de ogen aanzien dat Emile (toen 11) en ik na enkele voorbereidende tochtjes aan de lichtste beklimming begonnen (vanuit Sault). Deze klim valt voor de laatste 6 km samen met die uit Bedoin. Die beklimmingen zijn resp. 25 en 21 kilometer lang, en resp 4,9 en 7,7 % gemiddeld.

Na 18,5 km klim van 4% (vanuit Sault) ligt een café met terras, voor de kenners: Chalet Reynard. Na een drankje, het terras zat vol met vooral mannen in wielertenue (kinderen zie je niet, en vrouwen op de fiets: als een jongen van 11 het kan….?) besloten we toch maar eens te kijken hoe het is om over een 8% steil maanlandschap te fietsen. We liepen vast in de sneeuw op 1500 meter van de streep! Voor Emile, die nog dagelijks medicijnen neemt tegen astma, een fantastische prestatie. Voor mijzelf, 40 jaar ouder, eveneens een geweldige kick! De verslaving is nu niet meer te keren! Dit jaar zou het anders gaan, met z'n drieën, en op drie fietsen van rond de 9 kilo, met de goede versnellingen. De grafieken van de beklimmingen van internet gehaald en in het hoofd geprent. We hadden alleen de laatste week van april, en iedereen weet hoe koud het in april is geweest, trouwens ook in de Provence. Al snel bleek gelukkig dat de top vanuit Sault en Bedoin te berijden is, ook al staat er 'Col Fermé'. Vanuit Malaucène is een ander verhaal, daarover later meer. Na ruim 100 voorbereidende kilometers met wat lokale colletjes van de 2e categorie, gingen we dinsdag 24 april vanuit Sault op pad met als doel alle drie op de top. Bovendien wilden we, zoals velen, een aandenken achterlaten bij het monument voor Tommy Simpson, op 13 juli 1967 tijdens een Tour-etappe van de fiets gevallen en ter plaatse gestorven aan een combinatie van uitputting en naar men zegt amfetamine-gebruik. Afspraak: ieder rijdt op eigen tempo en we wachten op elkaar bij Chalet Reynard, na 18400 meter klimmen. Rudi en ik klimmen een aantal kilometer samen, d.w.z. ik zit in zijn wiel, maar mijn hartslagmeter zegt me dat ik hem moet laten gaan, anders heb ik geen reserves meer voor de beruchte laatste 6 kilometer van 8% en met krachtige wind tegen. Ik verlies 2.29 min, maar beiden maken we een gemiddelde van meer dan 15 km/u. Het is fijn weer, 16-17 graden, bijna alle sneeuw is gesmolten en er is heel weinig verkeer. Emile komt, inclusief plaspauzes, een half uur later (je moet heel wat kleren uit en aan trekken!) boven en verheugt zich op een cola op het terras, maar mardi is het fermé. We eten een mueslireepje, maken een foto en vertrekken voor de finale. Rudi gaat er gelijk als een speer vandoor. Ik denk: die rijdt zich over de kop, maar nee, ik krijg nog 7 minuten meer aan de nu wel doorgezeten broek. Totale klimtijd van de winnaar 1.45.17, gemeten na de kilometer afdaling in Sault, een gemiddelde van 13,9 km/u). Ik had 1.54.05 en Emile volgt nog een kwartier later. Zijn tellertje weigerde dienst. Alle drie op de top! Ik ben trots op die jongens, wat een kanjers!

De française die de foto wilde maken vroeg ongelovig of we met de fiets naar boven waren gekomen, terwijl ze zocht waar we de auto hadden verstopt. Toen ze die niet zag, mompelde ze iets van courage. Helemaal van haar stuk gebracht, liet ze het fotograferen aan haar man over. Ik ben een zittende klimmer, gaat het even steiler, dan schakel ik. Het type Pantani danst op de pedalen en rijdt bij voorkeur met de handen onderin het stuur. Rudi klimt zoals zijn favoriet Pantani. Van zijn spaargeld heeft hij een Mercatone Uno-shirt (ploeg Pantani) gekocht en uiteraard zo'n piratendoekje op z'n kop (een bandana). En Rudi rijdt de Ventoux op een dubbel cranckstel, d.w.z. met twee tandwielen vóór en acht versnellingen achter, met als grootste 30 tanden. Fietsenthousiasten rijden als ze verstandig zijn, met een triple cranckstel in de Alpen. Emile en ik zijn zittende klimmers en rijden met een triple lekker licht in een hoog tempo ( 70-75/min). Op de site van Lance Armstrong kun je lezen dat hij in de winter heeft getraind om zittend te klimmen met een cadans van meer dan 80.

Het monument voor Tommy Simpsom staat op 1500 meter onder de top. Bij de afdaling zijn we afgestapt en de jongens hebben beiden een aandenken achtergelaten: Emile een bandje van een klapband op zondag en Rudi zijn tot op de draad versleten allereerste wielerpetje. De afdaling naar Sault, hebben we grotendeels samen gereden onder het slaken van overwinningskreten.

Maar we hadden nog niet genoeg. Twee dagen later, donderdag 26 april zijn we vanuit Malaucène aan een van de twee echte klims begonnen. Van 330 naar 1909 meter in ruim 21 km. Dat is 7,7 %. Wanneer je de eerste 9 km hebt gehad, dan volgen er nog 12 km, die ongeveer hetzelfde profiel hebben als de hele klim naar Alpe d'Huez Maar deze klim kent geen hair-pins, de weg is breed en met een strak wegdek is er veel plaats voor die brede campers met een wit nummerbord met zwarte letters.... Het weer was perfect: 20-21 graden, de benen nog sterker en de fietsen waren perfect door de mecanicien (ikzelf dus) in orde gebracht. Voor de goede orde: wij rijden zonder volgwagen en ieder in zijn eigen tempo. Krijg je een lekke band, dan zelf maken. Thuis hebben de jongens daarop geoefend, ieder een reservesetje en een pompje aan boord en voor de afdaling en het wachten op de top een plastic jasje. Op een van de cols 2e categorie kreeg Emile op 1 km van de top een klapband, een scheur van 20 cm in de binnenband. Andere fietsers hadden hem bezig gezien met zijn voorwiel en vertelden ons dat op de top. Toen we bij hem kwamen, zat het wiel er al weer bijna in. Ik ben helemaal vergeten er een foto van te maken.

Om kort te gaan: ook deze echte Ventoux-klim hebben we voltooid met z'n drieën op de top. Pantani was weer eerste, maar nu was mijn achterstand minder dan 6 minuten. De eerste 15 km, dan is er een klein plateau (Mont Serein), verloor ik 5 minuten en Emile nog een half uur meer, maar na de herstart waar de weg was afgesloten voor het verkeer, heb ik hem niet meer uit het oog verloren. Op de laatste 6 km moesten we wel een aantal hindernissen nemen. Tweemaal van de fiets om onder slagbomen door te kruipen en driemaal hebben we stukken moeten lopen omdat de sneeuw tot aan de rand van de weg lag. In totaal zo'n 500 meter lopen op en naast de weg en dat op schoenen met van de spiegelgladde Look-plaatjes eronder en langs de afgrond. Ik zag dat eerst niet zitten, maar Rudi praatte me om: je hebt toch niet bijna 20 km geklommen en gaat dan terug? Op de foto (genomen in de afdaling) kunnen je zien hoe dat ging en hier staat er nog een rail langs de kant.

De totale klimtijd van Rudi was inclusief de stukken door de sneeuw, 2 uur 5 minuten en 14 seconden, onder normale omstandigheden ca 1.55 uur, een fantastische prestatie. Het is rond half zeven 's-avonds voordat we aan de laatste 15 km afdaling beginnen, alle autotoeristen zijn weg (wij waren de enige fietsers), geen verkeer op de brede afdaling, dus laat maar rollen die wielen, met een maximum van 74 km/uur. Binnen een kwartier ben je beneden, wat je in de andere richting anderhalf uur heeft gekost. Onderaan, midden in Malaucène, genieten we even van een heerlijk gevoel en worden de oren even ontstopt van de snelle afdaling. We hebben nog een dag en dan moeten we weer naar het vlakke land bij de zee. Zegt Emile ineens: ik heb een klein voorstelletje, als we vanavond nu eens alles inpakken voor het vertrek, dan kunnen we morgen de klim vanuit Bedoin doen...... Rudi en ik perplex. Die jongen van twaalf jaar heeft grootse plannen en kondigt ze aan als een klein voorstelletje. Dat hebben we maar niet gedaan. In 4 dagen hadden we immers al 230 km gereden, waarvan pakweg de helft bergop. Bedoin is de klassieke beklimming, zoals ook vorig jaar in de Tour en is zwaarder dan Malaucène, niet omdat er 30 hoogtemeters meer zijn, maar vooral door een stuk van 8 km constant 10 % en 1 km daarna begint de finale in het maanlandschap, meestal met een forse tegenwind. Maar vanuit Malaucène is de mooiste beklimming, mooiste weg en uitzicht. Bedoin is voor volgend jaar. De Ventoux is nog niet van ons af, hoewel de jongens eigenlijk ook wel eens even de Alpe d'Huez willen doen...., ja want die is maar 12 kilometer....

Sjef Schellings


omhoog© www.dekaleberg.nl