![]() |
| Verslag (36) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 154 155 Alfabetische index |
Beklimming
Mont Ventoux 5 mei 2003 Na onze eerste
avonturen in 2000 en 2001 heeft het twee jaar geduurd voordat we terug
konden komen (zie verslag hieronder). Ik ben twee jaar ouder geworden,
maar niet te geloven, ik word nog altijd beter. Rudi is nu 16 en veel
sterker en sneller geworden. Ik kan hem absoluut niet meer bijhouden,
als hij op kop rijdt, dan moet ik minstens twee versnellingen
bijschakelen. Dat belooft wat. Emile, nu 14, is niet meer op de fiets
te krijgen. Dus we zijn nu met z'n tweeën. Voor Bedoin staat
in elk geval een tijd van onder de twee uur op het verlanglijstje. Tijden:
Sjef Schellings (54) 2.04.23
- zie Klassement MV
Beklimming van de Mont Ventoux, de berg der bergen
Je begrijpt het al: wij wilden die berg dichterbij gaan bekijken, zonder speciale voorbereiding. Bij de eerste verkenning hielden Rudi en ik het na 8 km klim voor gezien, het was rond het middaguur en dus veel te heet om zoiets door te zetten. Een paar dagen daarna begonnen we om 08.00 uur aan de klim vanuit Malaucène. 13000 meter verder, op het steilste stuk (12%) stapten we af. Maar het onheil was geschied: net als duizenden anderen zouden we terugkomen om De Berg te beklimmen. Vorig jaar (2000) zijn we in de maand april met zijn drieën twee weken aan de voet van de Ventoux geweest. Rudi had echter, vanwege een val twee weken voor vertrek, zijn linkerbeen in het gips. Die moest met tranen in de ogen aanzien dat Emile (toen 11) en ik na enkele voorbereidende tochtjes aan de lichtste beklimming begonnen (vanuit Sault). Deze klim valt voor de laatste 6 km samen met die uit Bedoin. Die beklimmingen zijn resp. 25 en 21 kilometer lang, en resp 4,9 en 7,7 % gemiddeld. Na 18,5 km klim van 4% (vanuit Sault)
ligt een café met terras, voor de kenners: Chalet Reynard.
Na een drankje, het terras zat vol met vooral mannen in wielertenue
(kinderen zie je niet, en vrouwen op de fiets: als een jongen van 11
het kan….?) besloten we toch maar eens te kijken hoe het is
om over een 8% steil maanlandschap te fietsen. We liepen vast in de
sneeuw op 1500 meter van de streep! Voor Emile, die nog dagelijks
medicijnen neemt tegen astma, een fantastische prestatie. Voor mijzelf,
40 jaar ouder, eveneens een geweldige kick! De verslaving is nu niet
meer te keren! Dit jaar zou het anders gaan, met z'n drieën,
en op drie fietsen van rond de 9 kilo, met de goede versnellingen. De
grafieken van de beklimmingen van internet gehaald en in het hoofd
geprent. We hadden alleen de laatste week van april, en iedereen weet
hoe koud het in april is geweest, trouwens ook in de Provence. Al snel
bleek gelukkig dat de top vanuit Sault en Bedoin te berijden is, ook al
staat er 'Col Fermé'. Vanuit Malaucène is een
ander verhaal, daarover later meer. Na ruim 100 voorbereidende
kilometers met wat lokale colletjes van de 2e
categorie, gingen we dinsdag 24 april vanuit Sault op pad met als doel
alle drie op de top. Bovendien wilden we, zoals velen, een aandenken
achterlaten bij het monument voor Tommy Simpson, op 13 juli 1967
tijdens een Tour-etappe van de fiets gevallen en ter plaatse gestorven
aan een combinatie van uitputting en naar men zegt amfetamine-gebruik.
Afspraak: ieder rijdt op eigen tempo en we wachten op elkaar bij Chalet
Reynard, na 18400 meter klimmen. Rudi en ik klimmen een aantal
kilometer samen, d.w.z. ik zit in zijn wiel, maar mijn hartslagmeter
zegt me dat ik hem moet laten gaan, anders heb ik geen reserves meer
voor de beruchte laatste 6 kilometer van 8% en met krachtige wind
tegen. Ik verlies 2.29 min, maar beiden maken we een gemiddelde van
meer dan 15 km/u. Het is fijn weer, 16-17 graden, bijna alle sneeuw is
gesmolten en er is heel weinig verkeer. Emile komt, inclusief
plaspauzes, een half uur later (je moet heel wat kleren uit en aan
trekken!) boven en verheugt zich op een cola op het terras, maar mardi
is het fermé. We eten een mueslireepje, maken een foto en
vertrekken voor de finale. Rudi gaat er gelijk als een speer vandoor.
Ik denk: die rijdt zich over de kop, maar nee, ik krijg nog 7 minuten
meer aan de nu wel doorgezeten broek. De française die de foto wilde maken vroeg ongelovig of we met de fiets naar boven waren gekomen, terwijl ze zocht waar we de auto hadden verstopt. Toen ze die niet zag, mompelde ze iets van courage. Helemaal van haar stuk gebracht, liet ze het fotograferen aan haar man over. Ik ben een zittende klimmer, gaat het even steiler, dan schakel ik. Het type Pantani danst op de pedalen en rijdt bij voorkeur met de handen onderin het stuur. Rudi klimt zoals zijn favoriet Pantani. Van zijn spaargeld heeft hij een Mercatone Uno-shirt (ploeg Pantani) gekocht en uiteraard zo'n piratendoekje op z'n kop (een bandana). En Rudi rijdt de Ventoux op een dubbel cranckstel, d.w.z. met twee tandwielen vóór en acht versnellingen achter, met als grootste 30 tanden. Fietsenthousiasten rijden als ze verstandig zijn, met een triple cranckstel in de Alpen. Emile en ik zijn zittende klimmers en rijden met een triple lekker licht in een hoog tempo ( 70-75/min). Op de site van Lance Armstrong kun je lezen dat hij in de winter heeft getraind om zittend te klimmen met een cadans van meer dan 80. Het monument voor Tommy Simpsom staat op
1500 meter Maar we hadden nog niet genoeg. Twee dagen later, donderdag 26 april zijn we vanuit Malaucène aan een van de twee echte klims begonnen. Van 330 naar 1909 meter in ruim 21 km. Dat is 7,7 %. Wanneer je de eerste 9 km hebt gehad, dan volgen er nog 12 km, die ongeveer hetzelfde profiel hebben als de hele klim naar Alpe d'Huez Maar deze klim kent geen hair-pins, de weg is breed en met een strak wegdek is er veel plaats voor die brede campers met een wit nummerbord met zwarte letters.... Het weer was perfect: 20-21 graden, de benen nog sterker en de fietsen waren perfect door de mecanicien (ikzelf dus) in orde gebracht. Voor de goede orde: wij rijden zonder volgwagen en ieder in zijn eigen tempo. Krijg je een lekke band, dan zelf maken. Thuis hebben de jongens daarop geoefend, ieder een reservesetje en een pompje aan boord en voor de afdaling en het wachten op de top een plastic jasje. Op een van de cols 2e categorie kreeg Emile op 1 km van de top een klapband, een scheur van 20 cm in de binnenband. Andere fietsers hadden hem bezig gezien met zijn voorwiel en vertelden ons dat op de top. Toen we bij hem kwamen, zat het wiel er al weer bijna in. Ik ben helemaal vergeten er een foto van te maken. Om kort te gaan: ook deze echte
Ventoux-klim hebben we voltooid met z'n drieën op de top.
Pantani was weer eerste, maar nu was mijn achterstand minder dan 6
minuten. De eerste 15 km, dan is er een klein plateau (Mont Serein),
verloor ik 5 minuten en Emile nog een half uur meer, maar na de
herstart waar de weg was afgesloten voor het verkeer, heb ik hem niet
meer uit het oog verloren. Op de laatste 6 km moesten we wel een aantal
hindernissen nemen. Tweemaal van De totale klimtijd van Rudi was inclusief de stukken door de sneeuw, 2 uur 5 minuten en 14 seconden, onder normale omstandigheden ca 1.55 uur, een fantastische prestatie. Het is rond half zeven 's-avonds voordat we aan de laatste 15 km afdaling beginnen, alle autotoeristen zijn weg (wij waren de enige fietsers), geen verkeer op de brede afdaling, dus laat maar rollen die wielen, met een maximum van 74 km/uur. Binnen een kwartier ben je beneden, wat je in de andere richting anderhalf uur heeft gekost. Onderaan, midden in Malaucène, genieten we even van een heerlijk gevoel en worden de oren even ontstopt van de snelle afdaling. We hebben nog een dag en dan moeten we weer naar het vlakke land bij de zee. Zegt Emile ineens: ik heb een klein voorstelletje, als we vanavond nu eens alles inpakken voor het vertrek, dan kunnen we morgen de klim vanuit Bedoin doen...... Rudi en ik perplex. Die jongen van twaalf jaar heeft grootse plannen en kondigt ze aan als een klein voorstelletje. Dat hebben we maar niet gedaan. In 4 dagen hadden we immers al 230 km gereden, waarvan pakweg de helft bergop. Bedoin is de klassieke beklimming, zoals ook vorig jaar in de Tour en is zwaarder dan Malaucène, niet omdat er 30 hoogtemeters meer zijn, maar vooral door een stuk van 8 km constant 10 % en 1 km daarna begint de finale in het maanlandschap, meestal met een forse tegenwind. Maar vanuit Malaucène is de mooiste beklimming, mooiste weg en uitzicht. Bedoin is voor volgend jaar. De Ventoux is nog niet van ons af, hoewel de jongens eigenlijk ook wel eens even de Alpe d'Huez willen doen...., ja want die is maar 12 kilometer.... |