![]() |
| Verslag (30) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 Alfabetische index |
|
Ventoux op vrijdag Dat jaar (1996) waren we met een groep fietsvrienden in Zuid Frankrijk. Vanaf Valence zou de reis via de Drôme en de Camargue richting Mont Ventoux gaan. Iedereen wist dat elke andere eerste doorkomst op een col in het niet zou vallen bij een doorkomst als eerste op de Mont Ventoux. Die bewuste vrijdag merkte je aan alles en iedereen dat er sprake was van een meer dan gemiddelde spanning. We zouden de Ventoux beklimmen vanaf de moeilijke kant: vanaf Bedoin. Met opmerkingen als ´het wordt heet vandaag´, ´heb jij maar één bidon bij je?´ en ´dit is gekkenwerk´ werd de psychologische oorlogvoering flink ter hand genomen. Maar het was verrassend om te merken dat het mij allemaal weinig deed. Mijn ´moraalkleding´ was in orde. Mijn fiets leek in orde en die ene bidon, nou ja dat was niet anders. Daar zou ik het wel mee redden. Na vier kilometer begon het steile stuk door het bos. Bij het terug schakelen merkte ik het: de ketting schuurde langs de geleiderail en dat kreeg ik al fietsend omhoog tegen 9 procent niet verholpen. Meteen besefte ik dat ik daar dus nu niets aan zou kunnen doen en dat ik het maar beter kon accepteren: vandaag moest dat zo zijn. Na 100 meter lukte het me om me door dat geluid niet van de wijs te laten brengen. Later realiseerde ik me dat ik het zelfs niet meer heb gehoord, terwijl het er natuurlijk wel was. Na 6 kilometer moest ik twee medekoplopers ´laten gaan´. Maar anders dan anders had ik nooit het gevoel te zijn ´gelost´. Ik bleef zoals dat heet ´bij mezelf´ en sprak met me zelf af dat we in de komende 16 kilometer wel zouden zien. Wie er geweest is weet dat je na tien zware kilometers het bos verlaat en in een soort maanlandschap terecht komt. Niet de kaalheid maar vooral de ruimte die daar ontstond versterkte de rust die ik de hele dag al met me mee droeg. Gestaag fietste ik door en plotseling zag ik mijn twee maatjes die eerder bij me weg waren gereden in beeld komen. Ik was niet bezig met ´inhalen´ maar ik constateerde na elke bocht dat ik dichterbij kwam. Eén kilometer onder de top reed ik alleen voorop. Het gevoel dat ik had toen ik langs de gedenksteen voor Tommy Simpson reed zal ik nooit vergeten. De kracht die ik in me voelde deed me werkelijk op dat moment de rillingen over mijn rug lopen. Als een echte winnaar kwam ik boven, niet als een winnaar van anderen, maar vooral als een winnaar op mezelf. De rust die ik in mezelf had, bracht me letterlijk tot grote hoogte die dag. Toen was geluk:op een muurtje zitten en van de omgeving genieten. |