Verslag (20)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  Alfabetische index

  22-8-1999

Hallo Alex,

Mijn avonturen op de Mont Ventoux

Deze kale puist in het zuiden van Frankrijk heeft een speciaal plekje in mijn wielerhart. In 1994 heb ik hem voor de eerste klim bedwongen, in 1996 en 1999 ben ik op herhaling gegaan. In 1993 begon ik met fietsvriend Klaas aan de honderd colsroute, het eerste jaar kwamen we niet echt ‘zware' jongens tegen. Uitschieters waren de Puy Marie (Central Massif) en de Marie Blanque (Pyreneeën).

De tocht van 1994 was van een heel ander kaliber, de eerste week al over o.a. Aubisque, Tourmalet en Peyresourde. 
Mooi maanlandschap Mont Ventoux Na het passeren van de Cevennen kwam de Mont Ventoux snel dichterbij. De zomer van 1994 was snikheet, derhalve wilden wij vroeg aan de Ventoux beginnen. Wij vertrokken wij woensdag 30 juni vier uur 's ochtends vanaf onze camping in Malaucène richting Bedoin. In het pikkedonker over een drukke verkeersweg was geen pretje. Rond kwart over vijf kon de klim beginnen. Dankzij het vroege tijdstip hadden we geen last van de warmte en in de vlakke aanloop draaiden wij dan ook een lekker tempo. Eenmaal in het bos aangekomen liet de Ventoux haar ware gezicht zien. Bijna tien kilometer lang en ca 10% steil was geen pretje. Zo vroeg in de ochtend was het nog wel uit te houden in het anders zo benauwde bos, lastig klimmen was het echter wel. Klaas is geen superklimmer en had dan ook de grootste moeite om vooruit te komen. Ik had redelijk goede benen en peddelde met een gangetje van 10 km naar boven. Halverwege het bos even gestopt om wat te eten en Klaas de kans geboden weer langszij te komen. Na 15 kilometer ploeteren passeer ik Chalet Reynard en het zien van de top gaf mij al een bijzondere kick. Klaas kwam even na mij voorbij het chalet, waarna het laatste stuk kale vlakte ons nog restte. Het maanlandschap beviel mij goed, de bochten liepen erg lekker ik kon zowaar versnellen. Onderweg nog gestopt bij het monument van Simpson en nog enkele foto's gemaakt. Klaas fietste met een opvallend oranje hesje aan, zodat ik zijn vorderingen goed kon volgen. Vlak voor de top werd het nog even gemeen steil, maar even na halfacht kwam ik toch boven. Een dik kwartier later kwam ook Klaas helemaal kapot boven. Op de top een kleine teleurstelling, we konden nog geen controle-stempel halen omdat de horeca nog gesloten was. Na een wandeling over de top van de Mont Ventoux rond halftien toch ons begeerde stempeltje kunnen halen. Wij hebben de Mont Ventoux op hybrides bedwongen.

Zaterdag acht juni 1996 ben ik samen met mijn broer Camiel de Ventoux nog een keer op geweest. Na een weekje fietsen in de Cevennen wilden wij in stijl afsluiten door op de terugreis de Mont Ventoux nog even mee te pikken. De ruim twintig kilometer beklimming zal mij nog lang heugen, daar ik na vijf kilometer al helemaal kapot zit. Al aan het begin van het bos had ik de grootste moeite om de pedalen rond te krijgen. Het flesje wijn van de avond ervoor vergde blijkbaar zijn tol. Met een slakkengang van 8 kilometer per uur (ik koerste op een schema van 2 uur 30 minuten) worstelde ik mij in de tropische hitte naar boven. Er leek maar geen einde aan dat ‘rotbos' te komen Tot mijn grote frustratie raceten er tientallen wielrijders en Nederlandse auto's met caravan met een rotvaart naar beneden Mijn broer was al lang uit het zicht verdwenen, die trapte heel wat tandjes zwaarder naar boven. Na de passage van Chalet Reynard ging het een heel stuk beter, omdat ik gezelschap kreeg van een aantal Franse toerrijders. Zij klommen vanaf Sault naar boven en gingen de laatste 6 kilometers met mij de strijd aan. Ik schakelde een drietal tandjes bij en bond de strijd aan met de Franse krasse knarren. Ik kreeg weer moed en kon de trappers weer behoorlijk rond krijgen, maar vlak voor de top werd ik wel ‘opgehaald' door mijn broer die het wachten boven op de col meer dan beu was. Camiel passeerde na 1 uur en 36 minuten de top, ik 18 minuten later. Op de Mont Ventoux was het hartstikke koud en leek er een hoosbui in aantocht. De lucht klaarde echter helemaal op en we konden onder prima omstandigheden afdalen.

Zaterdag 5 Juni 1999 gingen we met 12 personen naar Zuid-Frankrijk voor een weekje Mont Ventoux. Vanaf het terras van onze appartement in Mollans sur Ouvèze hadden wij elke dag mooi uitzicht op de Mont Ventoux. Na een paar dagen proefdraaien gingen wij woensdag 9 juni naar Sault om daar aan de klim te beginnen. Ons einddoel was in eerste instantie Chalet Reynard, vanwege de die dag verreden klimtijdrit in de Dauphiné Liberé zouden we niet verder kunnen. Vanaf Sault was het een lange heel geleidelijke klim. Met Jelle fietste ik snel bij de rest vandaan. Halverwege de klim moest ik passen op een tempoversnelling van Jelle en vlak voor het Chalet Reynard werd ik nog voorbij geracet door een soepel klimmende Hedzer. De Fransoos die door mij ingehaald werd, bleef mooi achter mij plakken. Het laatste stuk tot aan het Chalet kon makkelijk op het buitenblad genomen worden. Vanaf het Chalet Reijnard werd de weg pas op de namiddag weer vrijgegeven, dus besloten we maar weer naar Sault af te dalen. Jonathan Vaughters won die dag net voor Alexander Vinokourov de klimtijdrit, de winnende tijd van binnen de 57 minuten deed ons versteld staan.

De vijf trotse Mont Ventoux-bedwingers op een rij: v.l.n.r. Jelle, Hedzer, Bauke, Fred en Eddy. Donderdag 10 juni begon regenachtig maar Hedzer en ik besloten toch de Mont Ventoux te beklimmen. Jelle, Fred en Eddy wilden wel mee, maar wilden wachten tot het droog werd. Onder het koffiedrinken in Bedoin sloot het drietal alsnog bij ons aan, zodat we met vijf man aan de klus begonnen. Vanwege de kou en mijn blessuregevoeligheid fietste ik met kniebeschermers omhoog, dat bleek al snel niet zo'n handige zet. Jelle was oppermachtig en al in de vlakke aanloop fietste hij ons helemaal zoek. In het bos zag ik wel eens een flits voor mij, maar ik kwam nooit echt in zijn buurt. Mijn kniebeschermers bleken een ramp want ik kreeg na 10 kilometer kramp en liet ik ze maar snel zakken. In het bos passeerde ik een stel Nederlandse ATB'ers die zwaar aan het zwoegen waren. Vanuit de volgwagen werden zij en ik ook bemoedigend toegesproken. Ik streefde ernaar mijn tijd van 1 uur en 56 minuten van 1996 royaal te verbeteren, dat lukte niet echt. Voorbij het Chalet Reijnard bleek ik ditmaal niet bij machten om de snelheid op te vijzelen. In sommige bochten kwam ik amper boven de 7 km per uur uit. De kou en de vermoeidheid hadden zijn tol geëist. Jelle was weergaloos en zat al lang en breed uit de blazen toen ik aan mijn laatste kilometer begon. Vanaf de top sprak hij me wel moed in. Nog even aanzetten en na 1 uur en 52 minuten bereikte ik (tien minuten na Jelle) helemaal kapot de top. Een kleine tien minuten later kwamen ook Hedzer, Fred en Eddy vlak achter mekaar boven. 

Vrijdag 11 juni heb ik met Cees en Hedzer de Mont Ventoux nog eens vanaf Malaucène beklommen. Ik kan niet zeggen dat deze klim nu makkelijker is. Hij is veel onregelmatiger dan vanaf Bedoin. Ik houd meer van een lange geleidelijke klim, al heb je ook dan goede benen nodig. We gingen met zijn drieen van start maar ik ging al snel bij mijn vrienden vandaan. Gedurende de beklimming zag ik lange tijd geen schim van mijn achtervolger(s). Pas twee km onder de top zag ik een blauw Postbank-shirt naar later bleek van Cees. Hoewel ik toen niet echt meer fris was, haalde ik wel alles uit de kast en kon hem nipt voor blijven. Ik klokte een uur 51 en Cees een minuutje meer. Een kleine vijf kilometer voor de top kon er zelfs even op het buitenblad geklommen worden. Hier was ik niet blij mee, want in de volgende (wel steile) bocht, moest ik bijna van de fiets af. Ook ditmaal waren er veel Fransen onderweg, die ik nu wel eenvoudig van mij af kon schudden. In een paar kilometer kon je blijkbaar veel tijd verliezen c.q. winnen. Boven op de top wachtten we tevergeefs op Hedzer die wegens een rugblessure al snel rechtsomkeert was gegaan. We hadden als groep wielervrienden niet verwacht dat Cees binnen twee uur boven zou zijn en deze verloren weddenschap kostte ons een paar flessen Ventoux-wijn.

Groeten,
Bauke Hoogland

Tijd: 1 uur 52 minuten - zie Klassement MV

 

Meer verslagen? Zie bovenaan deze pagina!

omhoog© www.dekaleberg.nl