![]() |
| Verslag (19) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 Alfabetische index |
Beste wielrenfanaten, Zoals elk jaar weer, komen er tijdens de koude winterdagen in januari en februari de eerste vakantie kriebels weer naar boven. Ik zou dit jaar weer met drie vrienden op vakantie gaan. Maar waarheen? Frankrijk dat was al duidelijk. We zijn namelijk wel duidelijk verslaafd aan dat land. Maar ja Frankrijk is zo groot. Ik wilde samen met Roel de koersfiets meenemen. We wilden nou eens een wat actievere vakantie dan de vorige twee jaren. En als we dan toch de fiets meenemen dan moesten en zouden we naar de bergen. De alpen leek ons wel wat, maar aangezien Jos en Sander niet zulke wielrenfanaten zijn moest de omgeving en het publiek dat daar naar toe komt ook wat meer te bieden hebben dan alleen wielrennen. Hummm…. Geen Alpen dus. Wat houdt je dan nog over? De Pyreneeën zijn hetzelfde laken en pak….. Toen kwam Roel met het idee om naar de Mont Ventoux te gaan. Een mooie omgeving met die ene kiezel die overal bovenuit steekt. De keuze was gemaakt. Op naar de Mont! Via de slaapbus van cycletours komen in het Oudromeinse dorpje Vaison-la-romaine aan. Hier kunnen we op de enigste camping van formaat, Carpe Diem, in het dorp de allerlaatste vrije plek bemachtigen. Vanaf de camping torende de Mont overal bovenuit. Een schitterend gezicht. Alleen al bij de gedachte dat ik binnen een paar dagen daar op die Kiezel zou staan, deed mij al de zenuwen door mijn keel en maag gieren als ware het je eerste afspraak met het meisje van je dromen. Het leek Roel en mij verstandig om eerst wat te acclimatiseren en eerst wat door de omgeving te toeren. De eerste drie dagen hebben we twee ritten ten noorden van de Mont gemaakt. Dit bleek wel een goede voorbereiding op de Mont, omdat er in deze omgeving ook al een aantal colletjes van formaat ligt. (Richting Propiac en Buis-les-Baronnies). De vijfde dag moest het er dan maar eens van komen. Mijn doel was immers de Mont van alle drie de kanten te beklimmen. En we hadden maar drie weken. Deze dag zouden we de kant vanaf Malaucène omhoog gaan. Vanaf Vaison-la-romaine is het een kleine tien kilometer heel licht klimmen naar Malaucène; een goede opwarming. In het centrum van Malaucène staan een bord met daarop de woorden: Le Mont Ventoux 21. Het startpunt van de beklimming. Vanaf hier was het ieder voor zich. Al snel fietste ik alleen. Voor Roel is dit het eerste jaar dat hij serieus aan het wielrennen is en moet nog groeien. Nu pas realiseerde ik me hoe lang het geleden was dat ik met m'n vader in de Vogezen de Grand Ballon en de Ballon d'Alsace (1248m) beklommen had. Ik realiseerde me ook dat dat kinderspel is vergeleken met deze Kiezel. 21 kilometer lang klimmen. M'n eerste schatting was dat ik er twee uur over zou doen om boven te komen. Al snel moest ik deze schatting aanpassen aangezien m'n snelheid varieerde tussen de 12 en 14 kilometer per uur met uitschieters naar de 16 kilometer per uur. Na een paar kilometer kijk ik eens achterom om te zien
of Roel nog in zicht is. Nee hij niet meer, maar een onbekende
wielrenner die er eerst nog niet was naderde langzaam. Hij moest dus
harder fietsen dan ik deed. Twee kilometer later fietste hij naast me.
Ik bekijk m'n 'concurrent' van top tot teen. Dan zie ik zijn verzet. Ik
wist niet wat ik zag. Het lichtste was ongeveer 42 x 23. Dat moest een
fransman zijn en ja hoor op dat moment brabbelt hij in een
onverstaanbaar taaltje iets naar mij. Ik maak hem duidelijk dat ik geen
frans spreek en we zwoegen verder zonder verder woorden uit te
wisselen. Ik ben in zijn wiel gaan zitten en zo wisselden we af en toe
de kop af tot het punt waar het (dit zag ik later in de afdaling) 12 %
omhoog ging. Daar moest de fransman boeten voor zijn te zwaar gekozen
verzet. Ik heb hem verder niet meer gezien. Op de helft van de berg
begint zo langzamerhand de verveling toe te slaan. Zo af en toe Dan kom je op vier kilometer onder de top boven de boomgrens. Dit is werkelijk prachtig! Daar waar je uitzicht in het bos nogal eens werd belemmerd, wordt dat hier niet. Nu zie je pas hoe hoog je al zit en hoever je wel niet van je af kan kijken. In een woord: GEWELDIG. Nog 'maar' vier kilometer. Dat wat me erg aangreep was het feit dat afdalers je aanmoedigde. Zowel op de fiets als in de auto. Ik wist niet wat me overkwam, maar die mensen begrepen wat voor een prestatie je aan het leveren was. Op één kilometer onder de top het ik het niet meer. Ik kreeg gewoon de kourillingen over m'n hele lichaam. Ik besefte steeds meer hoe erg ik het afgelopen halve jaar naar dit moment heb toe geleefd. Anderhalf uur na de start bereikte ik de top en begonnen mensen voor me te klappen, voor een compleet anonieme renner die een topprestatie heeft geleverd. Op dat moment kwamen de tranen van blijdschap. Een mijlpaal in m'n leven. Nadat ik wat op adem ben gekomen trek ik m'n regenjack aan om niet te veel af te koelen, want het is er toch wel een graad of 8 tot 10 kouder. Ik ga op een muurtje zitten en geniet van het uitzicht. Na een kwartier komt Roel ook aan. Sneller dan ik verwacht had. Samen bekijken we de top. Er is eigenlijk niet zoveel te zien: een toeristen winkeltje, een paar kraampjes met snoepgoed en verder niets. Een kwartier later storten we ons in de afdaling. Bij de eerste bocht ging het al bijna fout. Een auto draait de weg op zonder te kijken. Lamzak. Aangezien ik de afdaling nog niet ken doe ik het rustig aan. Terug in Malaucène blijkt het een makkelijke afdaling te zijn. Het eerste gedeelte bevat wat haarspeldbochten, maar zodra de weg breder wordt, worden de bochten flauwer en de snelheid hoger. Ik heb hier mijn snelheidsrecord gebroken en gezet op 80,4 kilometer per uur. De twee keer dat ik deze afdaling heb gedaan verbeterde ik mijn record via 84,4 naar uiteindelijk 88,4 kilometer per uur. Shit…. net geen 90 per uur. Ik had wind tegen. Een week later heb ik met Roel de kant vanaf Sault beklommen. Dit is veruit de makkelijkste beklimming. Tot zes kilometer onder de top is het hellingspercentage zo gering dat we niet eens door hadden dat we al aan de klim begonnen waren. Maar de laatste zes kilometer sloegen des te harder terug. Wat zijn we daarop kapot gegaan door pure onderschatting. Met een zware zuurstofschuld viel ik boven in de armen van Sander en Jos die tegelijk vanuit Vaison waren vertrokken. Alleen zij zijn bij Malaucène omhoog gegaan. 15 Minuten laten stond Roel bij mij in de armen te happen naar zuurstof. Wat een klote stuk zeg. De laatste beklimming vanuit Bedoin, de meest bekende, is verreweg de zwaarste. Daar waar je bij de andere twee beklimming af en toe een rustpunt voor je spieren krijgt in de vorm van een minder steil stuk, is er bij deze beklimming geen sprake van rust. Zo af en toe… nee best vaak eigelijk… wenste ik dat ik een lichter verzet dan 39 x 28 had. Ik heb hele stukken moeten staan om niet stil te vallen. En dan te bedenken dat ik samen met een jongen uit Utrecht omhoog fietste die een lichtste verzet van 39 x 23 had. BELACHELIJK. In ongeveer 1uur en 20 minuten stond ik boven. Onderweg ben ik nog even gestopt bij het monument van Simpson om daar een bidon neer te leggen als eerbetoon aan de man die zijn leven gaf aan deze sport. Elke keer als ik de Mont beklommen had kreeg ik steeds meer respect voor de profs die op één dag wel drie of vier van die cols doen. Diep respect. Volgend jaar misschien de alpen. Groetjes, |
Meer verslagen? Zie bovenaan deze pagina! |