|
15 augustus 2007
Diable en Forestier
(de laatste twee klassementen)
Tja,
wat moet ik nu nog schrijven.
Laten we maar beginnen bij het begin van deze twee inspanningen.
Na de zomervakantie van 2006, toen ik voor het goede doel heb gefietst,
moest er toch weer wat nieuwe uitdagingen gevonden worden om goed
gemotiveerd de binnen training gedurende de wintermaanden door te komen.
Graag zou ik het rijtje 1 t/m 6 volbrengen, wat inhoudt dat ik nog Diable moet worden.
Toen ik deze inschrijving geregeld had, wees de webmaster (Lex
Reurings) mij er nog even fijntjes op dat ik Forestier ook nog niet
had. Nou goed dan maar, doe deze er dan ook maar bij en ik zie wel.
Eind vorig jaar werd mij duidelijk dat er twee zuiderburen waren die
ook in alle klassementen zouden willen komen. Dit konden de
Nederlanders toch niet laten gebeuren. Daarom besloot ik, uiteraard in
goed onderling overleg met mijn vrouw, al vroeg in dit jaar dat het in
de meivakantie moest gebeuren om de zuiderburen voor te blijven.
Uiteraard goed getraind kwam ik op 29-04-2007 aan op de voor mij
inmiddels bekende camping La Garenne in Bedoin.
Mijn planning was om 2 mei de Forestier te doen en op 8 mei de Diable.
Het weer zat echter niet mee de eerste week van mei en dit in
tegenstelling tot Nederland, waar het verschrikkelijk mooi weer was.
Dan zit je daar in zuid Frankrijk in de regen bij ca. 10 graden.
Forestier op 2 mei (gestaakt)
Op 2 mei ben ik om 09.00 uur begonnen vanuit Bedoin. Vol goede moed
vertrokken maar toch ook wat onrustig over de weersomstandigheden.
Onderweg naar Les Grand Pins een schaapskudde met
de
daarbij behorende schaapsherder en honden tegen gekomen. Niet erg
lekker met twee blaffende honden naast je terwijl je op moet letten
waar je fietst. Maar goed, ook dit weer overleefd.
De lucht om me heen begint zolangzamerhand wel erg donker te worden en
de wind wordt steeds heftiger. Na ca 1 uur begint het ook nog eens
zachtjes te regenen. Mijn ongerustheid neemt met elke trap toe.
Bij Les Grands Pins zie ik de vangrail weer als
eerste.
Nooit geweten dat je zo blij zou kunnen zijn bij het zien van een stuk
vangrail.
Het weer wordt echter steeds slechter en slechter. De regen komt met
steeds grotere hoeveelheden naar beneden en het waait inmiddels zo hard
dat ik mij ernstig begin af te vragen of ik straks wel door moet gaan.
Tot mijn grote schrik begin ik nu ook nog eens sneeuw te zien. Wat een
ellende is het aan het worden. Het eerste gedeelte vanaf Les
Grands Pins naar Chalet Reynard is
licht stijgend
en door mijn inspanning kan ik nog enigszins wat warm blijven. Het
tweede gedeelte is licht dalen. In dit tweede gedeelte kan ik mijn
vingers bijna niet meer gebruiken om de remmen te hanteren, wat toch
echt noodzaak is in dit stuk route. Dit heb ik eerder meegemaakt
tijdens de Marmotte van 2002, toen ik in de sneeuw de Galibier moest
afdalen. Dat was ééns maar nooit weer, het was
toen een
levensgevaarlijke afdaling. Stel je maar eens voor dat je vingers half
bevroren zijn door de kou en dat door de sneeuw je remmen het bijna
niet doen.
Zo goed als het kan probeer ik mijn gedachten in toom te houden en
probeer ik na te denken of ik de poging moet gaan staken of dat ik
verder zal gaan. Los hiervan begin ik er ook ernstig aan te twijfelen
of mijn vrouw wel door zou willen gaan. Zelf denk ik van niet, en ik
kan haar daar, gegeven de weersomstandigheden, geen ongelijk in geven.
Ik wil zelf een besluit nemen voordat ik mijn vrouw spreek. Inmiddels
scheren de wolken ook al om mij heen.
Ik weet het: Ik stop.
Ik baal verschrikkelijk, maar er is nog meer voor me te doen in deze
vakantie (Diable) en ik kan geen onnodige risico’s gaan
nemen.
Diable worden is voor mij in deze vakantie het allerbelangrijkste en ik
heb hier geen ander moment voor als alternatief. Dit moet
in de meivakantie gebeuren. Als het echt niet anders kan, dan zou
Forestier ook nog in de zomervakantie kunnen gebeuren. Het enige nadeel
hiervan zou kunnen zijn dat ik niet als eerste in alle klassementen zou
staan omdat er twee zuiderburen, de heren uit het Diepenbeekse - Marc Claesen en Lucien Valkenborgh,
ook in de startblokken staan om in elk klassement te komen. Maar goed,
als het niet anders is, dan is het maar niet anders.
Eenmaal bij de auto aangekomen spring ik snel in een warme auto. Ik zit
volledig te shaken van de kou. Het is buiten net boven het vriespunt (2
graden). Gelukkig zorgt mijn vrouw goed voor me met warme kleding en
een heerlijke kop warme koffie en een broodje.
Eenmaal wat bijgekomen zeg ik haar dat ik ermee stop. Wat een
… moment.
Ze kijkt me aan en zegt tegen me dat als ik dat besluit niet had
genomen, zij mij tegen zou houden om verder te gaan. De enige kant die
zij nu, samen met mij opgaat, is terug naar de camping. Het is volgens
haar absoluut onverantwoord om door te gaan (mijn inschatting van haar
klopt dus wel een beetje). Zij heeft gelijk.
We besluiten dat ik zelfs niet met de fiets af ga dalen, maar dat de
ATB boven op de racefiets gelegd gaat worden en dan samen met de auto
naar beneden. Dit lukt allemaal, zodat ik ook in een warme auto terug
ga.
Het is me nog nooit overkomen dat ik in een auto daal, terwijl ik mijn
racefiets bij de hand heb. Toch baal ik van de inspanning die ik
geleverd heb die nu voor niets is geweest. Gelukkig kan ik deze
negatieve gedachte omzetten naar een positieve om dit dan maar
te
zien als een training. Wel een ongebruikelijke training voor me, maar
toch.
Eenmaal op de camping aangekomen eerst warm proberen te worden onder de
warme douche. Wat is het dan lekker dat je zonder enige schroom lang
onder een hete douche kan staan.
Conclusie: poging mislukt.
Herstellen en hopen op betere tijden.
Diable op 7 mei
Om 04.50 uur vertrek in het donker bij de rotonde in Bedoin. Eerst maar
eens even lekker in het klimmersritme komen om bij St Estève
de
spieren goed los te hebben voor het echte werk. Bij Chalet Reynard een
extra jack aangedaan i.v.m. de kou. In de koplampen van de auto lekker
rustig klimmen om precies twee uur later aan te komen op een top waar
het verschrikkelijk waait en waar het net boven het vriespunt is.
In de auto een lekkere kop koffie gedronken en een broodje gegeten om
daarna de helm op te zetten om ervoor te zorgen dat ik weer veilig
terug in Bedoin kom. Een rustige afdaling gemaakt en om 07.25 weer
vertrokken voor de tweede beklimming uit Bedoin om via het bospad en
dan via Chalet Reynard drie uur later weer op de top te staan.
De derde beklimming vertrek ik weer uit Bedoin om 11.05 uur en dan weer
via het bospad en dan via Mont Serein om 14.15 uur voor de derde keer
de top te bereiken. Dalen naar Malaucène met een maximale snelheid van
90 km per uur. Dit is toch wel erg hard. Niet al te veel bij nadenken
dat je op twee dunne bandjes rijdt en dat je niet meer hebt dan twee
hele dunne remkabels. Een helm zal dan echt niet veel helpen als er
iets vervelends gebeurt. Brrrrrrrrr, maar toch ook wel heel erg kicken.
De vierde beklimming gaat vanuit Malaucène waar ik om 14.45
uur
vertrek. Dit is voor mij een wat lastige beklimming i.v.m. zeer
wisselende stijgingspercentage’s. Ik trap een hoge frequentie
en
het gaat lekker rustig, maar het vordert wel. Om 17.15 bereik
ik
weer de top.
Om 18.30 vertrek ik pas uit Sault omdat we daar even zitten te praten
met wat Frans sprekende wielrenners. We hebben geen haast en een
praatje met hun, wat met handen en voeten gaat omdat wij bijna geen
Frans spreken, is wel gezellig. Het verbaast hun zeer dat er mensen
zijn die de berg 5 keer op één dag beklimmen. Na
een paar
ferme handdrukken en bemoedigende woorden (denk ik) vertrekken we weer om
de laatste klim te doen.
Zelf vind ik deze beklimming erg saai. Gewoon je ding doen en er niet
al te veel bij nadenken dan maar. Eenmaal bij Chalet Reynard wordt het
pas weer interessant. Nog 6 km en we zijn er. Het waait echter weer
verschrikkelijk hard. Moet onderweg erg opletten dat ik niet van mijn
fiets geblazen wordt. Bij sommige windvlagen word ik meters naar links
of naar rechts geblazen. Is dit nog leuk? Nou, eigenlijk niet, maar ik moet naar de top dus
het is niet anders. Om 20.45 uur bereik ik de top. Het is erg heftig
geweest.
Direct maar even naar Lex gebeld dat ik er weer een (fiets)klusje op
heb zitten. Dan dalen om in het donker weer terug te zijn waar ik ruim
16 uur eerder vertrokken ben.
Die is dus binnen. Nog één klus te doen en mijn
doel is bereikt. Als eerste persoon alle titels binnen halen.
 |
 |
|
"Zeg Edwin, hoe komt dat bord daar?!"
"Het bord hing er niet meer, maar heb
ik even geleend van de man van de snoepkraam..."
|
Slechts 2 vingers, maar wel 2 keer
via de bospaden: Forestier! |
Forestier op 10 mei
De laatste klus.
Zo langzamerhand weet ik natuurlijk wel dat het nog wel even moet
gebeuren maar dat het geen enkel probleem zal moeten zijn. Mechanische
pech kan echter natuurlijk wel roet in het eten gooien. Gewone tijd
opstaan en het zoveelste bord spaghetti naar binnen werken (voor mij
een vast patroon waar ik niet van af wil wijken).
Om 08.30 uur vertrek ik voor de zoveelste keer om een klusje te klaren.
Het zonnetje schijnt lekker en ik heb er zin in. De route zal ik nu
niet helemaal beschrijven want dat staat inmiddels al in mijn vorige
verslagen. Lekker trappen en genieten van de omgeving, dat is nu mijn
motto. Niet druk maken of ik het kan, dit is namelijk voor mij geen
vraag maar een weet.
Onderweg kom ik weer de …schapen tegen. Wat is er toch aan
de
hand met schapen? Waarom moeten zij dezelfde weg bewandelen waar ik ook
langs moet? Maar goed, het leven is mooi op de Mont Ventoux en ik
geniet.
Vlak bij Chalet Reynard staat Jacq weer klaar met de auto voor de
broodnodige hulp. Fietsen maar weer eens verwisseld en een lekker
bakkie cappuccino oploskoffie. Smaakt prima als alternatief voor de
Senseo cappuccino. Een broodje erbij en een beetje babbelen dat het
lekker gaat.
Goed, we vertrekken maar weer eens om naar de top te gaan waar ik om
11.35 uur aankom.
Lekker warm boven. Kom er daar achter dat ik vergeten ben om de camera
in de auto te leggen. Niet erg handig van me, maar ik heb een lieve
echtgenote die dat ding best voor mij wil ophalen. De helm maar weer op
en knallen naar Malaucène. Allemachtig, wat is dat toch
kicken.
Volgas weer dalen met snelheden die mijn adrenaline weer tot op een
kookpunt brengen. Af en toe wel even realiseren dat ik niet bezig ben om
mijn snelheidsrecord (90 km/uur) te breken, maar dat ik een klus aan
het doen ben. Wel bij de les blijven.
Om 12.15 vertrek ik uit Malaucène voor de tweede en tevens
laatste route.
Net voorbij Chapelle St.-Roch stap ik voor de laatste keer maar weer
eens op de ATB. Ik zie Jacq straks wel weer bij Mont Serein. Zij
vertrekt naar de camping in Bedoin om de camera op te halen.
Eenmaal weer op de ATB wel weer goed geconcentreerd fietsen want de
komende kilometers zijn niet de gemakkelijkste. Ik merk dat mijn
concentratie af en toe verslapt want tijdens een stukje lopen glij ik
uit en knal ik met mijn enkel tegen een rotsblok. Niet erg handig van
me. Begin te mopperen op mezelf, dat ik nog wel even deze klus af moet
maken voordat ik mag beginnen te juichen. Dus, kop er goed bijhouden
met datgene wat ik aan het doen ben, fietsen dus.
Op dit gedeelte van de route verwacht je niemand te zien, maar niets is
minder waar. Meerdere wandelaars kom ik tegen op plekken waarvan ik
denk: wat heb je hier te zoeken. Zij zullen zich ook afvragen waarom een
fietser nu juist hier langs moet.
De route is nog net zo slecht als in het voorjaar van 2006 toen ik
Grandonneur werd. Het pad, als je soms al kunt spreken van een pad,
ligt bezaaid met keien die ik moet ontwijken met de beperkte
stuurmanskunst die ik op ATB-gebied heb. Ach, een mens kan niet alles
hebben.
Bij Mont Serein staat Jacq natuurlijk alweer klaar. Een lekker bakkie
koffie en een broodje.
Goed, nu nog even de racefiets en de klus zit erop. Nog 6 kilometer
genieten. Ik trap hem maar weer eens an en laat Mont Serein achter me
en ga naar de top. Het is strak blauw en de besneeuwde Alpentoppen zijn
een schitterend gezicht.
Tja, dan kom je om 15.30 uur aan op de top. We omhelzen elkaar en
vieren samen dat het gelukt is. Als eerste in alle klassementen.
Doel bereikt.
Wat voel ik eigenlijk op zo’n moment. Blijheid, vreugde en
ook
het besef dat ik dit soort dingen kan, en mag doen. Ik ben een zeer
bevoorrecht mens.
Dan wil ik heel graag enkele personen informeren.
De belangrijkste voor mij natuurlijk als eerste, en daarna Lex. Als hij
hoort dat ik aan de telefoon ben, dan weet hij alweer genoeg.
Inderdaad de eerste.
Na de fotosessie gaan we naar Chalet Reynard voor een kop koffie.
Lekker op het terras en genieten van alles en nog wat. Ik vertrek voor
het laatste stuk naar Bedoin. Net voor mij vertrekken ook enkele
wielrenners voor de afdaling. Ik ken mezelf en weet dan al dat zij niet
als eerste beneden zullen zijn. Inderdaad, niet erg verstandig om zo te
denken, maar ik kan er niets aan doen dat dit door mijn gedachten
schiet. En ja hoor, ik knal ze met een noodgang voorbij, nog even
kicken van de snelheid.
Bij St. Estève vind ik het genoeg en het laatste stukje gaat
dan
ook lekker rustig en relaxed naar Bedoin. Ach, het is maar wat je
rustig en relaxed noemt.
Om 17.00 uur zijn we weer terug op de camping. Een heerlijk
fietstochtje gehad. Nu spullen inpakken en morgen weer naar huis.
 |
 |
|
Edwin Kamp fietst naar boven achter Joanne Simpson en Barry Hoban - 13 juli 2007.
|
Samen met Joanne Simpson voor Chalet Renard - 13 juli 2007. |
Tot slot:
Het is allemaal gelukt ondanks dat ik mijn oorspronkelijke planning
niet kon aanhouden. Zelf plan ik deze fietskunstjes altijd erg strak,
dit i.v.m. mijn training en voeding. Laatst zei iemand tegen me dat je
best eens van een planning af kan wijken om tot hetzelfde resultaat te
komen. Een wijs persoon.
In de zomervakantie ging ik nog even bij de berg langs. Nu alleen maar
voor mezelf lekker een stukje trappen, zonder aan klassementen te
denken. Ik had van de webmaster gehoord dat Joanne Simpson de trap naar
het monument ging openen en dat Joanne het wel leuk zou vinden als ik
meereed naar boven; iederéén was tenslotte welkom. Het
was een geweldige belevenis en een mooie afsluiting van mijn
Ventoux-avonturen!
Met de vriendelijke fietsgroeten,
Edwin Kamp:
CingléGalérienDiableCannibaleForestierGrandonneur.
Oftewel: Heerser van de
Kale Berg...
Zie ook pagina Giganten, Verslag 131
en Verslag
139.
|