|
Lees ook het vervolg Een jaar later en het vervolg dáárop Trilogie voltooid op mijn 65e
29
juni 2007
'...en
dan ben je boven, maar hoe kom je er af??'
Beklimming vanuit Sault 16 juni 2007
door Harry Plompen (62 jaar)
Bij mijn pensionering twee jaar geleden heb ik mezelf beloofd een keer
een berg op te fietsen; tegelijkertijd vroeg ik me af: en dan ben je
boven, maar hoe kom je er af??
Ik ben nu twee jaar verder. Het staat te gebeuren. Maar eerst wat
trainen. De Gulperberg, de Cauberg en de Keutenberg heb ik achter de
rug. Op naar Frankrijk, de Provence, de Vaucluse, dé berg.
Ook
daar eerst wat trainen.
Eerste trainingsrit 11 juni
Van Villes-sur-Auzon door de Gorges de la Nesque (775 m) tot vlak bij
Sault en via de Col des Abeilles (996 m) weer terug.
Een soepel stijgend traject van 19 km (naar 775 m) op de heenweg en een
fellere klim van 8 km (naar 996 m) op de terugweg, maar die is toch nog
geen 4% gemiddeld, volgens het boek De kale berg. Dat valt tegen.
Tja, de Mont Ventoux is toch nog bijna 1000 m hoger… Hij
ligt er overigens fraai bij vandaag.
Het dalen is het meest enerverend; leuk is anders.
Prachtige natuur, buizerd (of toch arend..??).
Imposante rotspartijen naarmate de rit door de Gorges vordert.
Bij Sault veel lavendelvelden, het prille blauw gemengd met uitbundig
bloeiende klaprozen.
Tweede trainingsrit 13 juni
Ik test tijdens mijn tweede trainingsrit de eerste 9 km van de Mont
Ventoux vanaf Malaucène; ik ga in een uurtje tot 900 m. Het
is
zwaar maar te doen. Het afdalen begint wat te wennen maar blijft een
negatieve temptatie. Om die reden valt de keus voor de echte beklimming
op de weliswaar langere maar deels minder steile klim vanuit Sault.
Misschien overmorgen…
Maar ‘overmorgen’ blijkt het weer te zijn
omgeslagen, te
onbetrouwbaar om de Mont Ventoux op te gaan, vertelt mijn
gîte-huisbaas.
De grote dag 16 juni
Gaat het vandaag lukken om met mijn hybride de Mont Ventoux op te
fietsen?
Nog een beetje fris als er een wolk voor de zon schuift.
Dymphie zwaait me uit vanaf de parkeerplaats en zij verkent Sault,
bekijkt in het park jeu de boules en ziet vanaf het terras van de bar
La Promenade wisselend licht en schaduw over de top strijken.
Twee bananen mee, brood, een bidon water en een bidon met half
sinaasappelsap/half water, snufje zout.
De tocht begint met een afdaling van 1 km (!). Daarna varieert het
stijgingspercentage, soms inspannend maar de eerste 20 km steeds goed
te doen.
Van landelijk (lavendelvelden) gaat het landschap over in bos. Mooi
uitzicht op sommige plekken.
Ik passeer een enkeling, mij passeren er nogal wat.
Twee keer een bananen- en drinkpauze in de eerste 20 km.
Even een glimp van l’Observatoire en het maanlandschap, maar
na
de volgende bocht is dat weer weg. Kilometers later duiken die beide in
schrikwekkende nabijheid plotseling weer op na de laatste bocht voor
Chalet Reynard.
Een groter aantal fietsers – allemaal op racefiets, niemand
op
een fiets als de mijne – voegt zich vanuit Bedoin bij die uit
Sault.
Ik ben dan 1.45 uur bezig.
Nu dan de laatste en zwaarste 6 km: het bos is weg, tussen de stenen
wat armetierig groen maar ook dat maakt plaats voor alleen maar stenen.
Een zwalkende fietser voor mij stopt, later haalt hij me weer in,
zwalkend, en stopt weer. Ik haal er zelf nog een paar in maar word ook
veelvuldig ingehaald.
De eerste 20 km zei je nog bonjour tegen elkaar bij het passeren, daar
heb je nu geen adem meer voor.
Toch lukt het tot mijn verbazing om hier en daar niet op het
allerkleinste kransje te rijden.
Nog even de voet aan de grond voor een laatste slok, 1 bidon leeg nu.
Bocht na bocht na bocht richting top. Ik weet van het boek dat het
voorlopig niet ophoudt.
En dan ben ik er ineens. Ik ben
gelukkig en ontroerd, voel geen vermoeidheid. Ruim binnen het
uur, die laatste 6 km, en 2,5 uur in totaal. Gemiddeld
10 km per uur over de totale afstand, 7 km tijdens het laatste stuk.
Het is mooi weer en niet koud op de top. Het is er nogal druk.
Ik laat me fotograferen door iemand.
Ik loop wat rond, sms naar Dymphie dat ik boven ben, eet wat brood,
maak wat landschapsfoto’s, het is wat nevelig in de verte.
Windjack aan voor de afdaling en daar suis ik naar beneden. Een
enkeling fluit er bij en ik forceer me tot niet te veel en niet te
krampachtig remmen.
Nog een foto van het monument voor Tommy Simpson en verder naar
beneden. Gelukkig is de afdaling vanaf Chalet Reynard tot Sault heel
goed te doen, snelheid komt daar niet boven de 50 km en regelmatig kun
je zelfs meetrappen. Wel vaak oppassen voor losliggend grind, restanten
van wegreparaties.
Al met al toch een uurtje bezig met als sluitstuk uiteraard een klim
van 1 km naar Sault. Dat is nu een fluitje van een cent.
Gelukkig is mijn sms aangekomen en staat Dymphie klaar bij het
vertrekpunt.
Lekkere salade gegeten en een beetje uitgezakt op het terras van bar La
Promenade.
Onvoorstelbaar als je van daaruit naar de top kijkt dat ik daar geweest
ben… Dat gevoel keert nog vaak terug in de komende dagen.
Harry Plompen
24 september 2008
Een jaar later...
Gaandeweg ging het aan me knagen. Ja, ik heb de Mont Ventoux bedwongen maar wel vanaf Sault, de gemakkelijkste kant, al waren de laatste 6 km loodzwaar.
Zou ik het ook gehaald hebben vanaf Bedoin? Zou ik niet toch eens proberen of ik een steilere afdaling aandurf? En een steilere klim aan kan?
Ik hak de knoop door en op 1 juli 2008 is het zover. Vrij vroeg op de fiets, half acht, om de hitte voor te zijn. De eerste 5 km gaan uiteraard vlot, ook al is het taai vals plat.
Na het slaperige Ste Colombe volgt de fameuze bocht door Ste Estève. Ik denk al gauw dat ik me vergist heb, mezelf overschat heb, dit haal ik nooit. Ik keer om bij die boom, nee bij de volgende. Dat denkend trap ik door, als ik deze 100 meter gedaan heb, kan ik de volgende misschien ook aan. En dat blijft rondzingen in mijn hoofd.
Ik moet drinken, maar hoe kom ik dan weer op gang? Die bocht daar, die lijkt me iets minder steil. Oh nee, toch niet. Maar een eindje verderop wel. Even een voet aan de grond en een paar slokken van mijn eigen sportdrank: half-om-half sinaasappelsap en water met een snufje zout. Dat doe ik bij het lopen van een marathon ook. Ik zal op het stuk door het bos nog een paar keer dat voetje aan de grond zetten.
Als ik Chalet Reynard nader lijkt het wel of ik daal, zo voelt het verschil aan tussen 10% en 7% klimmen. Vanaf dat punt ken ik de route van vorig jaar. Maar het is zwaarder dan vorig jaar, na de loodzware passage door het bos. Ik moet vaker dan vorig jaar een voetje aan de grond. Maar ik weet nu dat ik het ga halen. En dat gebeurt ook!
Euforisch draai ik zwaar hijgend de laatste bocht in. Ik ben er. Ik heb er 3 uur over gedaan. Gemiddeld 7 km per uur, vorig jaar 10 km.
Op de top ontmoet ik een paar Engelsen die een foto maken. Helaas is die mislukt. Een van hen is 75 jaar en die heeft de Ventoux ook bedwongen!
Ik bel Dymphie en kan van ontroering geen woord uitbrengen.
De afdaling gaat tot mijn stijgende verbazing prima, veel bochten zijn overzichtelijk, soms durf ik 60 km per uur aan! In een half uur ben ik weer beneden.
Harry Plompen
1 juni 2010 
Trilogie voltooid op mijn 65e
Dan heb je hem met je hybride van 20 kilo in 2007 bedwongen vanuit Sault, vervolgens in 2008 vanuit Bedoin en dan vraagt Alex, de webmaster van deze mooie site, droogjes: ‘En wanneer Malaucène?’
Dit jaar gaan we op vakantie naar Italië, dan zou ik via Frankrijk in plaats van Zwitserland kunnen gaan, fluistert een opkomende gedachte mij in. Dymphie vindt het maar niks, maar ach, toe maar...
Mijn training bestaat deze keer uit vier componenten. Kilometers maken in Noord-Holland, met duinklimmetjes bij Egmond, steeds drie keer herhaald. Een paar steile hellingen rond Michelau en Bourscheid in Luxemburg. En rond de Mt Ventoux weer die prachtige rit Le Barroux – La Roque Alric – Lafare – Suzette – Malaucène. Wat ligt La Roque Alric toch schitterend tegen een ijl in het landschap staande rots, alsof die is losgeraakt van de Dentelles de Montmirail, iets verderop. En tenslotte een qua hellingen wat milder trainingsrondje vanuit Malaucène door de Vallée du Toulourenc naar Veaux, Mollans-sur-Ouvèze en Entrechaux.
 |
 |
| Wat ligt La Roque Alric toch schitterend tegen een ijl in het landschap staande rots, alsof die is losgeraakt van de Dentelles de Montmirail, iets verderop.... |
Ook op mijn berg ligt vanaf een paar km onder de top hier en daar nog sneeuw! |
Er waait deze dagen een harde ‘tramontana’ , volgens de eigenares van onze gîte.
Dinsdag 1 juni lijkt de wind wat minder, de knoop doorgehakt, ik ga op pad. Om 9.15 uur ben ik bij het startpunt in Malaucène. Naar de top is het 21 km.
Het begint vrij kalm. Na een paar km flink aan de slag, niet meteen het allerkleinste verzet maar dat laat niet lang op zich wachten. Als ik op 900 m zit beginnen mijn kuiten op te spelen, kort daarna ook mijn liezen. Zo’n pijn heb ik niet eerder gevoeld. Ik wil niets forceren en ga een paar minuten wat oefeningen doen om te ontspannen. Het helpt, de pijn zakt af. Intussen waait het wat harder maar het voordeel van de vele bochten is dat je er niet voortdurend last van hebt.
Zeer zware stukken wisselen de gewoon zware af. Cijfers malen door mijn hoofd: als ik 10 km heb gedaan, zit ik bijna op de helft. Maar dat is niet de helft van de klim van 1912 m, want Malaucène ligt op 330 m, dus moet je ......nou ja, ik kom er niet precies uit maar inmiddels ben ik wel een paar bochten verder.
Vlak voor en op de Mont Serein gaat het snel, maar 3%. Mooi om de spieren al rijdend los te schudden.
Links ontvouwt zich een prachtig vergezicht op de besneeuwde toppen van het Mont Blanc massief. Ook op mijn berg ligt vanaf een paar km onder de top hier en daar nog sneeuw!
Gelukkig vertoont het maanlandschap – anders dan vanaf Bedoin – zich pas 2 km onder de top. Na nog wat laatste oefeningen volgt de zware slotklim. De witte toren heb ik kort daarvoor zien opdoemen, gevolgd door een witte bol die helaas bij het passeren niet op hetzelfde niveau blijkt te liggen. Nog een paar bochten tegen een straffe, gierende en fluitende koude wind in. Aan het eind van een bocht zie ik geparkeerde auto’s staan. Als ik daar ben, blijk ik er toch nog niet te zijn, nog 100 pittige meters, en dan ben ik er echt, na 3 uur klimmen. Net zolang als vanuit Bedoin.
Naar Dymphie gebeld, zij en ik gelukkig.
Een Fransman zet mij op de foto, later ook nog een Duitser, andere Fransen bestuderen met verbazing mijn fiets, tillen hem even omhoog en beweren dat er vast een motortje in verborgen zit. (Grapje, het was daags na het gerucht dat Cancellara in Parijs-Roubaix met een motortje zou hebben gereden).
De afdaling is verschrikkelijk koud, ondanks fleecevest en windjack. Ik bibber zo dat ik bang ben de controle te verliezen, even gestopt, een foto van de sneeuw gemaakt en snel weer verder.
Het blijft koud tot beneden maar de afdaling verloopt verder prima, ook als ik even 65 km per uur haal. In ruim een half uur ben ik beneden.
De trilogie Sault-Bedoin-Malaucène heb ik volbracht!

|