|
2
december
2006
'Kom, doorgaan, het is maar een stomme
berg!'
We
zijn na een half jaar geestelijke en lichamelijke voorbereiding
eindelijk eind mei 2006 aangeland in Sault om samen een aantal keren de
Mt Ventoux te bedwingen.
Voor Job
wordt het zijn vuurdoop. Hij is pas vorig jaar zomer met
fietsen begonnen en gaat deze week voor het eerst een berg (en wat voor
een!) bedwingen. Hij is een rasoptimist. En hij is een doorzetter.
Bas
is door zijn vader al jaren bekend met de Mt Ventoux. Vorig jaar is
hij definitief besmet met het virus en heeft toen de berg voor het
eerst (vanuit Bedoin) en binnen 2 uur opgefietst. Hij is in de kracht
van zijn leven, inmiddels weer een jaartje ouder en verstandiger en
hoopt deze week een van de jongste Nederlandse
Cinglé’s te worden door op
één dag van drie kanten naar boven te fietsen.
Stef
is met geen stok op een racefiets te jagen, laat staan dat hij
bereid zou zijn ons op de fiets naar boven te vergezellen. Maar hij
houdt van autorijden, wil wel eens meemaken wat ons bezielt om 1500
meter omhoog te fietsen en wil ons graag helpen met het halen van onze
doelen. Kortom: hij is een zeer welkome begeleider.
Tom
is de veteraan van het gezelschap. 30 jaar geleden op een vakantie
in Malaucène besloot hij dat hij ooit de Mt Ventoux op zou
fietsen, 20 jaar geleden gebeurde dat voor het eerst. Hij is inmiddels
de tel kwijt geraakt van het aantal Malaucène/Sault
beklimmingen (ongeveer 10), maar deed het vorig jaar samen met zijn
zoon voor het eerst(!) vanuit Bedoin.
Van onze eerste beklimming vanuit Sault hebben we dit verslag gemaakt.
Twee dagen later is Bas Cinglé geworden. Job en Tom hebben
hem daarbij op de fiets vanuit Malaucène begeleid. Verder in
de week deden Job en Tom nog een keer de klim vanuit Sault.
Job:
Vandaag gaat het gebeuren, mijn eerste beklimming van de Mt.
Ventoux! Alles in orde? Fiets, drinken, eten? Helm, bril? Prima, nog
even wat extra lucht in de banden en ik ben er klaar voor. Tom en Bas
zijn ook bijna klaar. Tom lijkt wat zenuwachtig, zou hij wat vergeten
zijn? ;-) We gooien de auto van Stef vol met spullen voor onderweg;
water, fototoestel, een paar Marsen en nog veel meer.
Wat mij betreft kunnen we van start! Tom wil via de achteruitgang
vertrekken, maar die kunnen we weer niet vinden dus gaan we gewoon weer
via de hoofduitgang. Bas is zijn water vergeten en tapt die nog even
uit de wonderbron vlak bij de camping en dan rijden we eindelijk naar
de start in Sault.
…..Allemaal de fietscomputers op 0, een marker in de Palm en
de stopwatch aan. Daar gaan we….. 26km tot de top.
Bas:
De eerste kilometer is lekker omlaag. Ik lig rustig op kop maar
bij de eerste haarspeld komen mijn ietwat zwaardere vrienden langszij.
We komen over het bruggetje met een mooie 30km/u. Uit ervaring weet ik
dat het hier gaat beginnen. Nog even checken op de Palm. De batterij
status bevalt me niet helemaal, maar veel kan ik er niet meer aan doen.
Ik fiets langs de heren vóór mij en Tom volgt me. Ik wens Job en Tom
succes en stuif er vandoor… nog 25km te gaan.
Tom:
Wat zal ik doen? Bas een stukje proberen te volgen, of lekker
rustig Job begeleiden naar zijn eerste Mt. Ventoux overwinning? Ik had
hier op de camping over nagedacht, maar niet echt een beslissing
genomen. Hier moet ik beslissen, maar mijn lichaam heeft al gekozen: ik
blijf even in Bas zijn wiel en we wensen Job samen succes. Ik kan Bas
natuurlijk niet echt volgen en ik ben verstandig genoeg om hem te laten
gaan. Ik kijk achterom, maar de afstand tot Job is al te groot: ik ben
alleen. Ik zit eigenlijk wel lekker in cadans en ik heb het goede
gevoel dat ik harder ga dan vorig jaar. Na een kwartiertje komt Stef
langszij: Bas heeft al twee minuten voorsprong. Job is helemaal uit
zicht.
Stef:
Ben Tom voorbij. Op naar Bas. Net op 908m de tussentijden
opgenomen en ik wil dat rond 1100m nog een keer doen. Daar is Bas, die
fietst nog zo fris als een hoentje de berg op (ben benieuwd hoe hij
straks de Cinglé overleeft). Ik geef Bas even de
tussentijden en ik ga op zoek naar een mooie plek rond de 1100m.
Job:
Tom en Bas gaan er vandoor en wensen me succes. Ik kijk op mijn
hartslagmeter...170...Wat!? Shit, tempo meteen omlaag! Ik ben nog niet
eens de eerste heuvel over en mijn hartslag gaat al veel te hard! Hoe
kan dat nou? Ben ik niet fit of zo? Gisteren tijdens de proefklim samen
met Tom ging het prima... wacht even... toen hebben we ook nog een
stukje gefietst vóór de klim. Dat zal het zijn, ik ben gewoon nog niet
warm! Leuk hoor… en nu? Hartslag omlaag proberen te krijgen,
tempo dus laag houden. Poeh... hoe kom ik zo boven?! Tom en Bas zijn al
lang uit het zicht. OK, even wat drinken en gewoon fietsen. Hoe noemde
Arjan Zoer dit ook alweer… stoempen….
hahaha.
Bas:
Nadat Tom uit mijn wiel is hou ik rustig mijn tempo aan. Stef
scheurt al gauw voorbij. Al snel zie ik hem, met fototoestel in de
aanslag staan. Hij maakt door zijn knieën een foto, wenst me
succes en ik rijd door. Na een lange 170 graden bocht
wordt het weer
vlakker. Mijn beentempo vliegt omhoog en al gauw zit ik op de 22km/u.
Zie ik dat nou goed? Ja hoor, daar fietsen al de
eerste klimmers voor
me. Ha, denk ik, die hebben dus ook het Ventoux virus opgelopen! Ik zie
dat ze niet zo hard rijden dus die zal ik nog wel inhalen. Ondertussen
ben ik onopzettelijk harder gaan rijden. Hoo, dat is helemaal niet de
bedoeling, even wat gas terug nemen. De fietsers liggen nog
zo’n 100 meter voor me. De weg gaat hier wat sterker omhoog.
Als ik het dal in kijk zie ik Stef alweer omhoog komen sjezen.
Tom:
Hoe zou het met Job gaan? Gisteren in een proefklimmetje kwam hij
mooi gelijkmatig naar boven. Zou hij zijn geduld weten te bewaren? Of
blaast hij zichzelf op door de opwinding en adrenaline? Plotseling komt
er een auto voorbij, Nederlands, zilvergrijs, Ford Focus, 14-LT-??.
Wààt!!! Is dat Job? Waarom groet hij niet? Wat is
er gebeurd? Is hij omgekeerd en scheurt hij nu gefrustreerd naar boven?
Wat
jammer. Ik fiets vertwijfeld door en gedachten spoken door mijn hoofd.
“Zonde!” Maar ook: “het is niet voor
iedereen weggelegd”. Pas minuten later weer een heldere
gedachte: “Job rijdt een Golf en geen Ford Focus”.
Opluchting! Even later komt Stef voorbij. “Zit Job nog in de
race?” Ja, het gaat goed maar hij ligt al 15 minuten achter.
Ik fiets gerustgesteld door. Het wordt hier de laatste km’s
voor chalet Reynard al wat vlakker en ik zit regelmatig boven de 15km/u.
Stef:
1130m. Daar kan ik de auto mooi kwijt. Shit, daar is Bas al. Snel
een foto en de tijd noteren. 32.06 We zijn al een half uur onderweg. 5
minuten later komt Tom aan gepeddeld. Weer een foto en een tussentijd
doorgeven. Tom: 37:00, 5 minuten achter Bas.
Waar blijft Job? Een angstig gevoel bekruipt mij. Zijn hartslag was
hoog, maar hij was nog fit.
52:30 Daar is Job. Nu heb ik tijd genoeg gehad voor een mooi actieshot.
Job een volle bidon in de hand gedrukt en weer in de auto achter
Job aan. Even zijn bidon van de weg gepakt. En weer naast Job. Hij
levert zijn helm in en ploegt verder. Hij heeft het zwaar maar gaat
stug door.
Op naar Tom voor een update van de tussentijden. Tom gooit zijn bidon
naar binnen en wil die bij de volgende stop terug. Op naar Bas.
Job:
Poeh, wat heb ik het warm! Heb ik dan toch de verkeerde keuze
gemaakt door mijn lange fietsbroek aan te doen? ….wacht
even, ik kan de ritsen bij mijn kuiten openen en de broek opstropen.
Kijk dat scheelt, nu nog mijn helm kwijt zien te raken. Die geef ik wel
aan Stef als ik hem de volgende keer zie. Helm af, is dat wel
verstandig? Ik denk aan Barend en hoe nuttig zijn helm was toen hij
tijdens de Amstel Gold race viel. Daar is Stef, ik krijg een volle
bidon en geef mijn helm af. Terwijl ik hem aan Stef geef denk ik nog
even aan Barend… nee dit gaat wel goed! Mijn hartslag is nog
steeds hoog, maar ik fiets wel sneller. Zou ik eindelijk warm zijn of
is het hier gewoon minder steil? Maakt niet uit, zorgen dat ik rond de
160 blijf, de ervaring heeft geleerd dat ik dat wel even vol kan houden.
Daar liggen wat mooie grote dennenappels. Op de terugweg stop ik wel
even om er een aantal mee te nemen voor Miranda.
Waar ben ik eigenlijk ergens, hoe ver is het nog?
Bas:
Aa, een lekker vlak stukje. Ik heb ondertussen al zo’n
10 mensen ingehaald. Van Stef weet ik dat Tom een paar minuten achter
me ligt en dat Job nog verder achter fietst. Na een haarspeld fiets ik
ineens een stuk lekkerder. Dat komt vast doordat ik net een bidon
wonderwater heb leeggedronken. Ik kan met 22 km/h omhoog op weg naar
chalet Reynard. Van de vorige keer kan ik mij herinneren dat er hier
ergens een bordje chalet Reynard 1,3 km…. Ho, een motorongeluk
op de weg. Onthouden dat ik rustig afdaal anders kan ik dinsdag
de Cinglé niet fietsen. En ik wil al helemaal niet als
Barend worden. Waar blijft dat bordje nou? Verrek, dat is toch niet
Chalet Reynard al! Ja hoor! Nou ja, ik zal dat bordje wel gemist
hebben. Waar blijft Stef eigenlijk?
Goed, nu gaat het gebeuren. Ik zie al een paar mensen omhoog ploeteren.
Ik schakel even wat lichter en ik begin de laatste 6 km.
 |
 |
 |
| Job
over de streep |
Job,
Tom, Bas |
Tom
en Stef begeleiden Bas bij zijn Cinglé |
Tom:
Ik ben weer helemaal gerustgesteld en peddel redelijk ontspannen
de laatste km’s tot Chalet Reynard. Ik zit regelmatig boven
de 20 km/h. Ik weet van de vorige keer dat het hier minder steil is.
Inmiddels heb ik al een voorsprong van 4 minuten op vorig jaar.
Data-gek als ik ben, heb ik alle tussentijden van vorig jaar op een
papiertje in mijn achterzak staan.
Daar is hij dan! Chalet Reynard. De top schittert uitdagend en
angstaanjagend erboven. Zoals altijd begin ik enigszins
geïntimideerd aan de laatste 6 km en net zoals altijd vallen
de eerste 2 km weer mee. Ik trap regelmatig boven de 10 km/h en het
lijkt dat ik mijn lichtste verzet (34x28) niet nodig ga hebben.
Op het moment dat Stef langs komt dienen de eerste voortekenen van een
inzinking zich aan. Ik klets wat met Stef; “nee, ik heb nog
genoeg water”, maar voel de krachten bijna per trap afnemen.
Als hij doorrijdt naar Bas blijf ik achter met 3,5 loodzware
km’s voor de wielen.
Stef:
Ik lijk wel gek. In racestijl tegen de berg op.
Waar is Bas. Hé, pionnen op de weg. Dus hier gingen de
ambulance en Gendarmerie naar toe. Motorongeluk! Een subtiele hint dat
rijden op een berg gevaarlijk kan zijn.
Als ik het Chalet zie, schiet de snelheid weer omhoog, want ik moet
naar
Bas toe. Ik vind hem in het maanlandschap weer terug. De paniek van:
“waar is Bas” zakt weg, maar ik zit met een dilemma: Bas
zit 4 km onder de top en de batterij van zijn palm is leeg. Job
ploetert beneden door, Tom heeft nog maar 1 bidon en Bas heeft
geen tijdswaarneming meer.
Ik geef Bas zijn tussentijd en blijf bij hem. 1 uur 11 min. 5 km onder
de top. Even een plek voor de auto vinden en Bas aanmoedigen.
Job:
Goh, het gaat inderdaad wel lekker. Nog een mooi uitzicht, wat een
panorama!! Hoe zit het met mijn hartslag? Mooi, hij zakt weer, Weer een
bochie om …. Huh?! Een huis ….. nee, wacht even,
Chalet Reynard!! Nu al? Ok, maar dan begint dadelijk het echte werk!
Snel zo’n glucose ding naar binnen werken dan heb ik onderweg genoeg energie. Ga ik nog een aantal rondjes rijden op de parkeerplaats
voor Chalet Reynard? …. Nee, niet nodig en dan kunnen we de
klim dadelijk niet vergelijken. Hup de 27 achter en beginnen. Mmmh... dat
valt eigenlijk best wel mee zo… ik ga jou pakken Ventoux, ik
ga jou overwinnen!!!
Bas:
Ik fiets lang een schreeuwende Stef. 1h11m krijg ik te horen. Ooh,
nog 24 min om boven te komen, sneller dan de vorige keer. Ik haal het
wel, binnen de 20 minuten. Ik tel 4 bochten tot de top. Maar na 2
bochten vlak voor Tommy voel ik mijn linkerbeen verzuren. Shit, dat is
niet de bedoeling. Zal ik nog lichter gaan? Dan heb ik niets meer
over…. Ik schakel lichter.
Ik kom langs Tommy en groet hem.
Stef rijdt naast me. Kom op, doorbanjeren. Gestaag fiets ik door met
pijn in mijn benen.Ik ben
helemaal niet moe, maar mijn bénen! Nou,
vooruit, nog een paar honderd metertjes. Stef staat alweer bij de
laatste bocht. Kom op, je kan het, nog 5 minuten!, roept Stef
en ik in mezelf.
Daar gaat hij dan, 11% omhoog. Stef staat weer naast de weg: Kom
op je bent er bijna! Het is toch maar een stomme berg!. "Het is geen
stomme berg!", roep ik terug mijn beentempo verhogend en een oude man
inhalend. Dan de laatste 20 meters. De hoek om en het laatste sprintje
trekken. Na 10 meter zit ik weer, au mijn kostbare benen. Eenmaal boven
stap ik af en komt mijn trouwe begeleider naast me staan. 1h34m. Stef
moet weer naar de anderen. Ik ga rustig zitten, zo dat was nummer 3 van
mijn leven. Nu is het wachten op de rest.
Stef:
1h11m en nog 5 km te gaan voor Bas. Als hij zo door gaat haalt
hij dat makkelijk.
Auto in de berm en aanmoedigen.
Ehh... hij vertraagt. Dit gaat niet goed.
Trappen, blijf
trappen (allerlei clichés om hem aan te
moedigen schieten door mijn hoofd) Bas verbijt zich en versnelt). En haal
adem, trappen en ademhalen!
Bas zwoegt voorbij. De vermoeidheid is duidelijk te zien.
Bij het passeren schreeuw ik nog een aanmoediging. Kom, doorgaan, het is
maar een stomme berg! “Het ís geen
stomme berg!”
mooi zo, dit is hij in ieder geval nog wel. Snel in de auto naar de top.
Op de top snel de auto aan de kant. Wat moeten die toeristen hier toch
en welke gek gaat hier snoep verkopen? Nou ja, naar Bas.
Daar is hij. Ik schreeuw nog eens wat om. Hij is er in 1u 34. Gehaald:
weer 1min sneller dan vorig jaar. Even Bas bevoorraden en dan de berg
weer af naar Tom en Job.
Stef:
Alle slechte rijgewoontes die ik ooit in Amsterdam heb geleerd
zijn weer in gebruik. Dus onfatsoenlijk uitgeparkeerd en naar beneden.
Ik ben de ene Tom nog niet voorbij of daar is mijn Tom. Als ik hem
voorbij rij roep ik dat Bas er is en wat zijn tijd is. Bij de eerste
mogelijkheid de auto gekeerd en weer achter Tom aan. Die zal water
nodig hebben. Maar hij heeft niets nodig, dus weer keren en naar Job.
< Tom: Het gaat
niet goed meer! Ik voel mijn hartslag en ademhaling dalen
en de kracht uit mijn benen vloeien. Ik kijk naar mijn achterwiel en
zie de ongebruikte 28. Ik roep hardop tegen mezelf: “Je hebt
hem toch, gebruik hem dan!” Ik schakel naar 34x28 en hoop op
verlichting. Mijn snelheid zakt van 7-8 naar 6-7 en mijn benen blijven
even zeer doen. Ik worstel door. Ik haal een meisje op een mountainbike
niet al te snel in. Hier, eindelijk de bocht vóór
Tommy. Waar blijft hij nou?.... Helaas, nog een bocht verder. Bijna
stapvoets nader ik het monument, ik groet Tommy en begin aan de laatste
km. Zoals altijd, twijfel ik of ik echt op het laatste rechte stuk zit,
of dat er nog een lus komt. Maar het weerstation komt nu echt heel
dichtbij. Ik red het. Nog even schakelen naar de 24 en staande door de
laatste haarspeld. Mijn benen protesteren bijna hardop maar ik ben al
op de streep. Ik stap af en blijf trillend staan. 1h 49m20. Nog net
één minuut sneller dan vorig jaar. Bas zit lekker
bij een muurtje uit te rusten en ik voeg me tevreden bij hem. Zelfs de
10e keer blijft het een bijzonder moment.
Stef:
Water!! Is het eerste wat Job roept. Keren op de berg is bijna
routine geworden. Bij de fontein wacht ik Job op. Snel een foto en dan
water. De
vermoeidheid is bij Job minder te zien. Maar de snelheid is er wel uit.
Maar Job heeft geen verleden. Boven is boven. “Maak je een
foto als ik Tom passeer!! Ik zeg dat ik dat zal doen en spring weer in
de
auto en rij naar boven.
Eenmaal bij het monument van Tom Simpson bel ik Tom om even door te
geven waar Job is. Er staat hier een behoorlijke koude wind. Even later
belt Tom of ik toch even naar boven kom om wat kleren af te geven.
“Want het duurt nog wel even voor dat Job er is”.
Op de weg naar boven krijg ik nog even een voorbeeld van hoe diep
sommige mensen moeten gaan om boven te komen en met welk
“gemak” een +/- 60 jarige man het kan.
Job:
Hoorde ik mijzelf daar nou net zeggen dat ik je ga pakken,
Ventoux? Na 2 km in de klim gaat het toch ineens allemaal veel
zwaarder! Mijn hartslag gaat weer snel omhoog, er zit niets anders op
dan het tempo omlaag te doen. 7 km/h, 6km/h….. 5km/h
… In stilte klom ik verder, alleen het gekraak van mijn
schoenen is hoorbaar als ik kracht zet. Daar is Stef, Water!! Roep ik
en hij brengt me gelukkig snel een volle bidon. Thanx. Ik vraag aan hem
of hij een foto van me wil maken als ik voorbij Tommy fiets.
“Doe ik” hoor ik nog en al stoempend vervolg ik
mijn klim. Langzaam maar zeker komt de top dichterbij ….
Heel langzaam, maar zeker.
Dan komt Tommy in zicht en als ik er voorbij ga groet ik hem, niet
hardop want er stonden mij te veel mensen. Helaas staat Stef er niet
voor een live foto. Ho! Let op je hartslag, hij zat alweer op 170,
169,… 168… 167 prima, zo
kan ik verder. Opeens komt Stef er weer aan, ik zie hem verbaasd
kijken. Als hij naast mij rijdt, roept hij dat ik al verder ben dan ze
(Tom, Stef en Bas) hadden verwacht. Dat sterkt!!
Stef:
Na Tom op de top te hebben voorzien van warme kleren ga ik met
Bas terug op weg naar Job. Tot onze verbazing is Job de top al tot 500
m genaderd en moeten we als een gek in de bocht weer naar de
top.
Job zit er bijna door, maar trekt nog even een moedig eindsprintje en
krijgt wat ruimte om te finishen.
Job:
De laatste bocht komt eraan, het verkeer staat stil omdat een bus
stil staat. Gelukkig laat een wachtende auto met respect een brede
doorgang voor mijn open. Ik besluit nu een sprint te trekken door de
bocht, mijn hartslag schiet omhoog 180, … 183, ach, wat
maakt het uit. Stef en Bas juichen al en Tom staat een eindje verder te
gebaren dat ik er nog niet ben. Ik rijd tussen de mensen door naar Tom.
Dan is het nu volbracht, mijn eerste beklimming van de Mt Ventoux zit
erop 2 uur 29 minuten. Is er ergens een WC?
Stef:
Ze zijn er alle drie. Marianne had gelijk toen ze zei dat ook ik
het zwaar zou krijgen ondanks dat ik het in een auto mag doen. Alle
drie boven en ik ben beretrots op ze. Job is boven gekomen in 2u29m.
Tom in 1u49m en Bas in 1u34m. Job heeft het gehaald en vader en zoon
zijn weer 1 minuut sneller geweest.
Nog even een trotse foto bij het hoogtebord en dan warm aankleden,
watervoorraden en eten bijvullen en naar beneden.
En eindelijk kan ik eens zien waar ik ben geweest.

Bas Zalsmtra - Cinglé du
Ventoux nr. 1591.
Tekst: Tom
Zalmstra - Foto's: Stef Koning
Zie ook Foto van de Week
en Klassement Cinglés en
Galériens.
|