|
28
oktober 2006
Grandonneur
du Mont Ventoux – verslag
Wat voorafging...
Ongeveer begin mei dit jaar wordt er in de club een ballonnetje
opgelaten: zouden we met MTBHA8 eens niet gezamenlijk
eropuit trekken,
en waarom dan niet direct naar de Mont Ventoux, berg der bergen? Er is
direct heel wat enthousiasme, en uiteindelijk beslissen
9 MTBHA’ers + een kameraad van Johan de uitdaging aan te
gaan.
Ikzelf heb de Ventoux bij een eerdere vakantie al drie keer beklommen
(weliswaar “maar” met de koersfiets) en zoek dus
een nieuwe uitdaging. Die vind ik op de website van dekaleberg.nl: Grandonneur du Mont Ventoux, drie
keer naar de top op
één dag via drie verschillende MTB routes. Ergens
eind juli schrijf ik me in, de kaartjes arriveren een paar dagen erna
en zien er heel gedetailleerd uit.
Ik heb tot dat moment door allerlei omstandigheden nog niet veel op de
MTB gezeten, enkel de conditie onderhouden op de koersfiets. Gelukkig
is er in augustus zowat elk weekend een stevige MTB marathon te doen
zodat ik begin september terug gewoon ben aan het dokkeren op
onverharde wegen. Als laatste test doe ik de 160 km van Bouillon, ook
dat loopt relatief vlot zodat ik met een goed gevoel de laatste week de
benen wat relatieve rust gun. Op donderdagavond 14 september vertrekken
we met zijn tienen richting Provence.
Aankomst en verkenning...
Over de reis valt ook wel wat te vertellen, maar laten we het erop
houden dat uiteindelijk iedereen tegen vrijdagmiddag met fiets en
bagage veilig en wel in het hotel in Vaison La Romaine raakt. Het weer
is dan alles behalve veelbelovend, ttz, het regent bij momenten
pijpenstelen. Gelukkig klaart het daarna een beetje op zodat we toch
nog even kunnen losfietsen. Er is dan wel nog maar tijd voor de
verkenning van één rit. Malaucène is
het dichtste bij, en de rest van de club is ook van plan de volgende
dag de route Thérèse Roumanille te rijden, dus de
keus is snel gemaakt. Samen met Wim, Jos en Bart bol ik naar
Malaucène om eens te zien hoe die
Thérèse eruit ziet. We rijden de eerste 3
à 4 kilometer, en de conclusie is duidelijk: geen snolletje
dat zomaar plat gaat voor de eerste de beste wielertoerist: na Chapelle
St-Roch moeten we bijna meteen van de fiets en te voet verder. Het
goede nieuws is dat de route m.b.v. de kaartjes redelijk goed te vinden
lijkt, we houden het er dus bij en haasten ons voor de volgende
plensbui terug naar Vaison. Achteraf kijkt Wim de verslagen en de
kaartjes nog eens na en ziet dat we waarschijnlijk dezelfde fout
gemaakt hebben als Edwin, nl. iets te vroeg rechtsaf gegaan, en een
stukje afgesneden. De echte route zal dus wellicht iets minder steil
zijn, maar evengoed zal er daar wel gestapt moeten worden.
Aan de receptie informeer ik even naar de vooruitzichten voor de
volgende dagen, en die zijn niet zo goed: zaterdag zou hetzelfde zijn
als vrijdag, dus plensbuien afgewisseld met stortregens en een
occasionele opklaring. Zondag zou het wel mooi weer worden. Ik wil
echter liever niet tot zondag wachten, en we zouden graag ook nog de
Gorges de La Nesque doen op zondag, dus na enig twijfelen hak ik de
knoop door en beslis om de volgende dag, zaterdag, te rijden, kome wat
komt. Uiteindelijk ben ik voorbereid op regen, ‘t is te
zeggen, mijn kaartjes zijn perfect geplastificeerd ... .
De nacht voor een MTB marathon van enige betekenis slaap ik
traditioneel nogal slecht, en dat is deze keer niet anders. Na een paar
hazenslaapjes word ik wakker rond één uur en
luister de rest van de nacht naar de regen die op het dak roffelt, en
naar Siegfried die zich via de route des Cèdres blijkbaar
een weg naar boven aan het zagen is. Om drie stopt het een tijdje met
regenen, maar tegen half vijf begint het opnieuw en ik troost me met de
gedachte dat al wat eruit is niet meer op mijn kop kan vallen. Om half
zes sta ik dan maar op en begin aan mijn eerste berg van de dag: een
flinke doos pasta met pesto wordt met succes naar binnen gewerkt. Ik
wek Siegfried die zijn brandhout laat voor wat het is om me naar Bedoin
te brengen (dank u Sigi!). Alles is al ingeladen, Siegfried piloteert
ons in een oogwenk tot in Bedoin, stempeltje halen bij de bakker en dan
naar de marmeren streep om de hoek. ’t Is heel lichtjes aan
het motregenen, en de wolken zien er dreigend uit, maar vanop de
Madeleine heb ik wel al een bedeesd opklarinkje zien piepen.
’t Is een heel apart gevoel om zo heel alleen aan de start te
staan, ik ben hier weer aan iets begonnen, denk ik bij mezelf. Gelukkig
spreekt Siegfried me wat moed in, “zo meteen ben je blij dat
je vertrokken bent”. Hij weet zelf natuurlijk ook wel
waarover hij spreekt, en gelijk heeft hij. Om 6:52:46 zet ik aan voor
de eerste meters, in gedachten op de tonen van Boudewijns
“Jimmy”. Hoe sterk is de eenzame fietser? We zullen
het meteen weten.
Route 1 –
Jean Des
Baumes
De eerste kilometers zijn vlot te rijden (asfalt en grindweg) en
makkelijk te vinden. Desondanks houd ik het kaartje bij de hand en zet
bij elk tussenpunt mijn tellertje op 0. Na een kwartiertje ben ik bij
Les Colombets. Vanaf dan wordt de weg veel steniger, en de volgende
kilometer moet er af en toe gestapt worden, niet zozeer door de steilte
van de weg maar vooral door de vele losse stenen. Als het echt moet
raak ik hier wel boven (maak ik mezelf wijs), maar ik wil geen onnodige
krachten verspillen. Ik stop regelmatig om te controleren dat ik juist
zit en na een 40 minuten ben ik op de D974, nog 20 minuutjes later aan
het begin van de Route des Cèdres waar het echt moet
beginnen.
Die route des Cèdres valt reuze mee, naar MTB normen is dit
een autostrade. In het begin stop ik nog aan elk tussenpunt, maar
verkeerd rijden kan je hier echt niet. In de buurt van punt I krijg ik
mijn linkervoet plots niet meer fatsoenlijk in het klikpedaal. Dat heb
ik nog aan de hand gehad, er is zeker weer één
van de vijsjes los geraakt. Ik haal één van de
overbodige vijsjes uit mijn rechterpedaal zodat ik weer verder kan. Dat
trucje heb ik echter al eerder uitgehaald, zodat de spoeling nu wel wat
dun begint te worden maar goed, ik zal er vandaag nog wel een paar keer
mee boven raken.
Terug op de fiets – oeps, bril vergeten (die had ik bij de
reparatie afgezet om aandampen te vermijden). Tien meter asfalt is lang
om op handen en voeten af te zoeken, maar gelukkig vind ik mijn bril
ongeschonden terug. Zo, nu kan ik tenminste terug van het uitzicht
genieten, en dat is prachtig:
 |
 |
 |
| Hoe
sterk is de
eenzame
fietser? |
Route
des Cèdres |
Mont
Ventoux |
Het
is intussen opgehouden met regenen, de lucht is behoorlijk
opgeklaard en iets voor punt L fiets ik zelfs voor de eerste keer in de
zon. Zalig fietsen is het nu, puur MTB plezier. Aan punt L is het
steilste stuk gedaan en kan ik zelfs even het grote plateau boven halen
om naar de asfaltweg te fietsen. Daar aangekomen is het redelijk fris
en bij momenten winderig zodat ik in mijn windvestje verder naar boven
fiets, opnieuw in de mist. Een kilometertje of twee voor de top haal ik
een Amerikaan op een koersfiets in, “trying for the
Cinglé” zegt hij. Ik zeg dat ik ook onderweg ben
voor een triple, off-road dan. “Try” zeg ik er ook
voor de beleefdheid bij, maar ik voel me op dat moment super en ben
zeker dat ik het ga halen. Ik besef wel dat ik duidelijk de
makkelijkste route eerst gedaan heb, maar kom, da’s goed voor
de moraal. Fijne kerel alleszins die Jean des Baumes, hij gaat voor de
bijl in 2h40.
Op de top is het koud en winderig, er is geen kat te zien natuurlijk,
wie heeft hier in godsnaam iets te zoeken? Gelukkig arriveert er net
dan een auto zodat er iemand is om een fotootje te nemen van mijn
eerste top die dag. Berichtje naar de MTB collega’s en dan
dalen richting Malaucène. Op MTB banden mogen hier alle
remmen los, zelfs al is het wegdek nog nat. ’t Is de eerste
keer dat ik deze afdaling doe, en ze is absoluut fantastisch! Gemiddeld
49.1 zonder een trap te geven en na 25 minuten sta ik in
Malaucène, te trappelen als een kind dat nog eens op de
achtbaan wil. Wel eerst langs de kassa passeren natuurlijk... .
Route 2 –
Thérèse Roumanille
Thérèse Roumanille is hier de
caissière van dienst, en tot mijn grote vreugde staat de
rest van de club er ook net, klaar om aan hun klim te beginnen. Snel
bij de bakker passeren om mijn bevoorrading aan te vullen, en we
beginnen samen aan de klim. Deze keer nemen we de juiste route, maar
veel verschil maakt het niet, de eerste kilometer voorbij punt C moet
er geregeld gestapt worden. Daarna wordt het doenbaar om te blijven
rijden, maar het kost wel wat krachten. Ik rijd samen met Siegfried, de
zon schijnt, en het leven is mooi. Deze route is de mooiste van de drie
en er is tijd genoeg voor wat kiekjes, zo heb ik ook eens een fotootje
van mezelf in actie.
Het enige waar ik eigenlijk last van heb is mijn bril die aandampt of
bezweet raakt, en op die stenige ondergrond is het geen sinecure om al
rijdend je bril te poetsen. Ook hier is de weg makkelijk te vinden, na
iets minder dan anderhalf uur zijn we op punt H. Even op adem komen,
nog een fotootje en genieten van het uitzicht.
 |
 |
 |
| Taaie
tante, die Thérèse |
Siegfried
met de glimlach naar de top |
Pas
du Cade |
Net
als we weer willen vertrekken komt ook Wim toe, met in zijn spoor
de rest van de bende. Ik rijd vanaf daar weer alleen door, Siegfried
wacht tot de rest ook even op adem gekomen is.
Ongeveer 25 minuten later ben ik op punt K, en daar is de situatie wat
verwarrend. Er staat een bord met een pijl of drie, die geen van allen
naar een punt wijzen dat ik op de kaart kan terug vinden. Bovendien
staat op het bord zelf Grand Vallat, en die ligt volgens de kaart zeker
2 km noordelijker. Na wat twijfelen neem ik de volgens de kaart goede
weg, een haakse bocht naar rechts. Hier moet volgens het plan een
stukje van 15% komen, ik ben benieuwd. Ik passeer nog een bordje, en in
de vlucht zie ik Mont Serein staan, rechtdoor. Ik zit dus goed denk ik,
en bol lekker door, want het gaat hier zowaar even bergaf. Dan
veranderd de weg plots in een wirwar van takken, en als ik even verder
over een omgevallen boom klim is het gedaan: geen weg meer te zien, een
puinhoop vol takken en stenen, that’s it. Die 15% gemiddeld
kan wel weer kloppen, als ik de richting vervolg is het hier minstens
30% klimmen, maar met een mountainbike heb je hier weinig te zoeken.
Dan maar eens goed naar het kaartje gekeken, tja, ruwweg kan het wel
kloppen. Zou het kunnen dat de weg hier weggespoeld is door een
grondverzakking of zo? Best mogelijk, met al die ontwortelde bomen
hier. Na telefonisch overleg met de rest van de groep, die intussen ook
bij punt K zijn, besluit ik toch maar terug te rijden tot aan de
laatste pijl. Daar zie ik dat de richting rechtdoor Vallat du Mont
Serein is, voor Mont Serein zelf moest ik daar links af, dat klopt
inderdaad ook met het kaartje. Dat missertje kost me 21 minuten, maar
het is nog maar net 13:00, dus daar maak ik me weinig zorgen over. Na
een kort klimmetje (op geen stukken na 15% overigens) zie ik inderdaad
de D974.
Bij Chalet Liotard is weinig beweging te zien, dus ik veronderstel dat
de rest van de groep al door is naar de top. Windvestje aan en ook door
naar de top. Onderweg kom ik Koen Stouten nog tegen, die via het asfalt
naar boven aan het rijden is, en helemaal boven aan de top zit Koen
Stroobants me op te wachten. De anderen zijn er toch nog niet, op
één of andere manier moet ik die gepasseerd zijn
terwijl ze aan de chalet stonden te wachten. Winkeltje is nog steeds
dicht, maar er is wel al wat meer beweging. Sms’je naar de
maats zodat die niet ongerust worden, een fotootje op de top en klaar
om terug naar beneden te rijden. Siegfried en even later Wim zie ik nog
net boven komen. Ik blijf toch maar niet wachten op de rest, de dagtaak
zit er nog lang niet op.
Route 3 – Joseph
Eymard
Met een vaartje van 45 gemiddeld richting Bedoin, nog een stempeltje en
wat bevoorrading oppikken bij de bakker en op naar de laatste klim,
Joseph Eymard. Deze is weer in eenzame-fietser mode te doen, en dat
valt mentaal een beetje zwaar. Maar wie heeft er nood aan moraal als je
goede benen hebt, en die heb ik nog altijd. De eerste kilometers lijkt
de weg redelijk makkelijk te vinden, ik maak me wel wat ongerust omdat
ik links en rechts zijwegen zie die ik niet op de kaart terug vindt.
Dan kom ik aan een splitsing die ik nergens terug vind. Volgens mijn
tellertje moet punt D nog bijna een kilometer verder liggen. Ik verken
even alle wegen, er is er maar één die in
aanmerking komt om te fietsen. Voor alle zekerheid rijd ik toch maar
terug naar punt C. Daar zie ik dat ik inderdaad een stukje
verkeerd gereden ben, de bocht naar rechts ter hoogte van de camping
ligt zeker nog 200 m verder. Hoera, denk ik, maar het maakt nauwelijks
verschil. Een half uurtje na de eerste passage sta ik opnieuw aan
dezelfde splitsing, met volgens mijn teller nog altijd ongeveer 500
meter te weinig. Ik rijd toch maar rechts naar boven, en aan de bochten
kan ik snel zien dat die splitsing inderdaad punt D was.
De volgende stukken zijn lang en zwaar, zowel qua ondergrond (zware
kiezel en stenen) als qua stijgingspercentage. De weg ziet er
merendeels zo uit:
 |
 |
 |
| Mont
Ventoux Bis |
Eymard-ondergrond |
Eymard-View |
Wel
weer een prachtige route, ik stop nog één
keer om een fotootje te nemen.
Tot punt E tel ik ongeveer 6.8 km, dus de halve kilometer die ik eerder
te weinig had zit blijkbaar in dit stukje. Enkel de laatste kilometer
voor punt G is opnieuw wat minder steil. Vanaf daar gaat het snel
richting Jas des Pélerins (punt H) en nog sneller in de
afdaling richting Chalet Reynard. Op naar de top, voor de laatste keer.
Echt snedig gaat het niet meer, maar 38 minuten later sta ik op de top,
weer in de mist, zoals ruim 11 uur eerder. Een laatste fotootje op de
top, Sms’je naar de maats dat de opdracht volbracht is, op
naar de achtbaan richting Malaucène. Als ik op de top
vertrek ben ik de allerlaatste daar.
Tot
Chalet Liotard rijd ik in een dikke mist met de remmen dicht.
Daarna klaart het op, maar net als ik nog eens alle registers wil open
trekken in de afdaling word ik overvallen door een stortbui van
jewelste. Twintig meter verder ben ik doorweekt tot op het vel, en nog
eens vijfhonderd meter lager verkleumd tot op het bot. Het is of de
berg eens wil laten zien dat het enkel dankzij zijn goede luim is dat
ik het vandaag gehaald heb, want als ik dit eerder op mijn hoofd
gekregen had, was het wel gedaan geweest denk ik. De bedoeling was om
vanaf Malaucène door te rijden naar het hotel in Vaison,
maar dat haal ik zo niet meer. Op een ietwat beschut plekje dus stoppen
en bellen naar de collega’s of die een reddingsteam willen
uitsturen, graag met handdoek, droge kleren en een deken. Ik bibber in
de afdaling zo erg dat ik er bij het remmen gratis ABS bij krijg, en
dat is geen luxe want de weg is een waterval. Een kilometer of 10 voor
Malaucène breekt de zon door (terwijl het nog steeds
pijpenstelen regent) en zorgt voor de mooiste dubbele regenboog die ik
in tijden gezien heb. Een foto nemen is niet echt een optie, en daar
heb ik nu wel spijt van.
In Malaucène wankel ik druipnat bij de bakker binnen om het
restant van mijn bevoorrading op te halen. Ik verwacht vreemde blikken,
maar blijkbaar zijn ze daar wel wat gewoon, want zonder verpinken krijg
ik mijn zakje terug. Ik installeer me bij de fontein en hoop dat Johan
er snel aankomt want ik ben door en door koud. Ik bibber zo hard dat ik
nauwelijks mijn recup drankje naar binnen krijg. Een vriendelijk
Nederlands-Duits koppel komt informeren of het wel gaat. Ja hoor,
alleen een beetje koud. Door het gebibber moet het er niet echt
overtuigend uitgekomen zijn, want ik krijg prompt eerst de pull en dan
de vest van de vrouw. Leve de emancipatie. Daarna krijg ik nog een paar
warme knuffels erbovenop, eerst van haar, daarna ook van hem. Ik vind
het allemaal even heerlijk, je kan je indenken hoe ver ik heen
was...
 |
| Mont
Ventoux - tris |
Uiteindelijk komt het reddingsteam, Johan, Manu
en Sigi, er toch aan.
De wetten in verband met openbare zedenschennis worden kordaat aan onze
schoentjes gelapt, weg met die natte kleren (er was overigens niets te
zien, en elke man die ooit een koude douche van enige duur genomen
heeft zal weten wat ik daarmee bedoel). Ik bedank nog eens mijn
onbekende redders, vanaf nu supporter ik altijd voor Oranje en de
Mannschaft. Dan in een warme auto met een deken omgeslagen richting
hotel, zodat ik langzaam terug een beetje op temperatuur kom. De
aankomst in het hotel is hartverwarmend, ik krijg applaus en een
zelfgemaakte badge, die zal een ereplaatsje krijgen in mijn fotoboek.
De eenzame fietser mag weer op stal, hier dat brood en droge kleren,
die stoel bij de haard, de reiziger is thuis!
Polar stats:
153.9 km - 5010 hoogtemeters 12h05 onderweg,
7h50 geklommen (5010 hm verspreid over 73 km), 2h17
gedaald (5047 hm verspreid over 74 km) en 1h59 rust + vlak (7km)
Rupert
Mergan
PS: misschien nog een tip voor wannabe grandonneurs
zonder veel begeleiding onderweg: laat de dag op voorhand bij de
bakkers in Bedoin/Malaucène verse bevoorrading
achter. Werkte voor mij, in Bedoin waren ze zelfs zo
vriendelijk om het in de koelkast te zetten... . Door het relatief
frisse weer heb ik niet zoveel bevoorrading nodig gehad onderweg:
ongeveer 4 liter sportdrank, anderhalve liter water, 2 cola's, 3
suikerwafels, 2 croissants, 3 Snickers en 3 muesli repen.
Zie ook pagina Nieuws
en Klassement Forrestiers en Grandonneurs.
Meer foto's op de site van MTBHA8.
|