|
9 oktober 2005
Het verhaal van een kleine muis die de Reus versloeg
In september 2004 heb ik op
één dag drie maal de Mont Ventoux beklommen.
Daarmee werd ik Cinglé du Mont Ventoux.
Toen heb ik gezworen hier terug te komen om te proberen (ik schrijf wel
degelijk proberen) de Reus van de Provence vijf
maal op één dag tebeklimmen en dat in het kader
van het NBG De Kale Berg dat hiervoor een brevet
uitreikt. Ziehier mijn relaas over deze zware beproeving.
Eindelijk is het zover, na een week
wachten wegens het
zeer wisselvallig weer kan ik op dinsdag 13 september mijn poging
wagen. In feite staat het moreel op een zeer laag pitje, de overtuiging
om te lukken is er niet echt, ik geef mezelf maar 20% kans.
Eerste beklimming
Ik
sta op de
in het asfalt
uitgehouwen meet in Bedoin. De zenuwen zijn zeer gespannen. Ik kon
vanmorgen bij het ontbijt geen hap door mijn keel krijgen. Ik eet nog
rap een doosje rijst en ik neem de start als de kerktoren van Bedoin
aangeeft dat het 5 uur is. Ik rijdhet dorp uit en het is pikdonker
zodat ik met moeite de kant van de rijweg kan zien. Ik stel vast dat
mijn armverlichting enkel dient om gezien
te worden en ik ben verplicht een zaklamp in de hand te nemen zodat ik
kan zien waar ik rijd. Mijn vrouw Rogette komt me al gauw
voorbijsnellen met de wagen, zij zal de hele dag lang voor de
broodnodige begeleiding zorgen. Voor mij zie ik het sterrenbeeld Orion.
Het eerste uur zal dat mijn reisgezel worden. Ik weet dat ik heel
economisch zal moeten rijden als ik het wil halen. Op het stuk naar
St-Estève trap ik de 39 x 24. Rustig peddelen en geen kracht
verliezen is de boodschap. Aan de fameuze bocht rijd ik het bos in en
het wordt onmiddellijk 9 à 10%. Ik schakel rap naar mijn
kleinste verzet, namelijk 39 x 28. De benen voelen zeer log en zwaar
aan. Dit gaat niet goed. Ik sla aan het twijfelen, nog maar 6 km ver en
onzekerheid is troef, met wat ben ik hier eigenlijk begonnen. Ik rijd
verder en het zware gevoel in de benen begin ik gewoon te worden.
Drie km vóór le Chalet Reynard kan ik beter de
details in
het landschap onderscheiden, de zaklamp kan opgeborgen worden, de
dageraad breekt aan. Ik kom in het maanlandschap. Ongeveer drie km
vóór de top begint de zon boven de
bergsilhouetten uit te
breken. Spijtig genoeg gebeurt dit prachtige schouwspel achter mijn rug
om. Een mooi kleurenpalet wordt mij hier gratis aangeboden, het is iets
om nooit meer te vergeten.
Ik kom voor de eerste keer boven. Het bordes ligt er verlaten bij en
het is 7°. Mijn rijtijd is de door mij beoogde 2u15’.
Er is
echter geen tijd om de natuur verder te bewonderen, rap het windjack
aan en terug naar beneden richting Bedoin. Daar aangekomen heb ik een
zeer vervelend gevoel, mijn spijsvertering werkt precies niet goed. Ik
weet echter dat ik moet blijven etenen dat doe ik dan ook.
Tweede beklimming
Het is 12,5° als ik omstreeks 8u15
vertrek voor
de tweede beklimming via Route des CèdresRoute
des Chamois. Het gaat terug richting
St-Estève. Na precies 8,2 km rijden kom ik aan de bocht van Pavillon
de Roland. Daar neem ik afscheid van Rogette, ze zal op me
wachten aan Plaine des Hermitants.
en Ik
begin aan de Route
des
Cèdres. Het is vuile asfalt en daar ben ik best tevreden
mee.
Als dit maar zo blijft duren. De eerste km is er een van 5,5% en ik kan
rustig peddelen en recupereren. Ondertussenheb ik gemerkt dat het
asfalt in een bocht plaats gemaakt had voor grind over een afstand van
100 m, dit is geen goed voorteken. Gelukkig is het nu terug vuil
asfalt.
De tweede km wordt er een van 8%, het is nu wat steviger aanpoten
geblazen. Het asfalt verandert nu meer en meer in grind. Mijn vrees
wordt bewaarheid, hier is een mountainbike op zijn plaats, ik beschik
echter maar over een racefiets. Hiermee moet ik het doen. Gelukkig
volgt er weer een km van 5%, zo kan ik mij beter concentreren op de
slechte staat van de weg terwijl ik minder hard moet duwen. Ik probeer
zoveel mogelijk op de hard gereden sporen van jeeps te rijden. Soms
geraak ik buiten een spoor en begint mijn achterwiel weg te glijden in
de stenen. Harder trappen en bijsturen is dan de enige oplossing om nog
recht te blijven. Dit is een ware verschrikking. Mijn racefiets krijgt
het hard te verduren.
Onder mijn banden hoor ik een recital van wegspringende steentjes. Als
dit maar goed afloopt. Gelukkig blijft de weg overal op zijn minst 4
meter breed.
Nu begint het zwaarste stuk, tot les Grands Pins is
het nog 4,5 km aan 9%. De weg ligt er soms zeer slecht. Hier en daar
ontwaar ik door water uitgeslepen gleuven in het grind. Het is beter
dat ik daar niet in terechtkom.
Eindelijk
kom ik aan de
wegsplitsing
van les Grands Pins. Voor dit 8 km slechte stuk heb ik precies 1 uur
nodig gehad. Er resteren nu nog een achttal km over de Route des
Chamois naar Plaine des Hermitants. Eerst moet ik over een afstand van
2 km nog een hoogteverschil van 100 m overwinnen maar dan is de weg
relatief vlak en is het recupereren geblazen tot Plaine des Hermitants.
De rijweg blijft echter even slecht als de Route des Cèdres.
Dit
is echt niet mijn dada. Na 40’ corrigeren en bijsturen kom ik
eindelijk aan Plainedes Hermitants terecht. Welkom terug in de bewoonde
wereld. De komende 6 km tot de top zullen later de enige blijken te
zijn waar ik een praatje kan maken met andere naar boven rijdende
renners. Dit doet deugd.
Op het middaguur kom ik voor de tweede keerboven. In tegenstelling tot
vanmorgen wemelt het er van de toeristen. Het is 11° en mijn
rijtijd is 3u04’. Ik heb echter geen tijd te verliezen en
rijd
onmiddellijk terug naar Bedoin.
Derde beklimming
Beneden is het 22° wanneer ik omstreeks
12u55 voor de derde
keer
vertrek. Deze keer gaat het via de Route des Cèdres naar de Tournant
de l’Anglais. De zon is nu fel op mijn hoofd aan
het timmeren, hopelijk blijft dit niet duren want daar ga je vlugger
van kapot.
Ik kom terug aan de bocht van Pavillon de Roland. Vooraleer de Route
des Cèdres voor de tweede keer aan te vatten wil ik nog een
plak
peperkoek naar binnen spelen. Dit blijkt verrassend genoeg niet te
lukken. Na een paar happen krijg ik braakneigingen. Ik weet dat ik geen
vast voedsel meer door mijn keel kan krijgen. Ik begin onmiddellijk te
vrezen voor een inzinking. Ik moet echter mijn weg vervolgen. Gelukkig
pakken de wolken zich samen aan de top van de Ventoux. Zo kom ik in de
schaduw terecht, dit doet deugd.
Ik kom terug terecht op de grindweg. Weer gaat mijn achterwiel
regelmatig aan het slippen. Tijdens de vorige beklimming kon ik door
harder te trappen nog recht blijven en verder rijden, maar nu moet ik
echter voet aan de grond zetten en een tiental meter verder op een
beter stuk terug op de fiets kruipen. Ik weet nu dat mijn benen aan het
leeglopen zijn en ik moet hierna nog twee beklimmingen doen. Dit haal
ik nooit. Ik zie het niet goed meer zitten.
Uiteindelijk, na veel gehark, bereik ik de Tournant de
l’Anglais.
Daar staat Rogette op me te wachten. Van Pavillon de Roland tot hier
heb ik welgeteld 1u16’ gereden. Ik ben blij om even voet aan
de
grond te kunnen zetten. Zo kan de rug even ontlast worden en werk ik
een zakje vloeibaar voedsel naar binnen. Nu gaat het op lekker lopend
asfalt naar de top. In tegenstelling tot de Route des Cèdres
voel ik me eigenaardig genoeg wat beter rijden. Ik krijg terug wat
hoop. Het is 15u40 als ik voor de derde keer boven kom. De thermometer
geeft 10° aan en mijn rijtijd over de derde beklimming is
2u33’.
Ik vat onmiddellijk de afdaling naar Malaucène aan. Tijdens
de
afdaling vraag ik me af hoe mijn benen het de volgende beklimmingzullen
doen. Ik ben er een beetje bangvoor want ik weet dat ook dit een zeer
zware karwei wordt. Beneden is het 22° maar in de zon voelt het
veel te warm aan. Dat zit me weer niet lekker. Ik verplicht mezelf om
nog een doosje rijst naar binnen te werken en dat lijkt me net te
lukken. Gelukkig maar.
Vierde beklimming
Het
is 16u42 wanneer ik in Malaucène de vierde beklimming aanvang.
Langs de weg is geen renner meer te bekennen. Ik ben zeker de laatste
die hier vandaag nog de beklimming begint. Ik rijd onmiddellijk bewust
traag en op het kleinste verzet om de benen weer aan het klimwerk te
laten wennen. Mijn lichaam begint overal pijn te doen.
Tot aan het Belvédère valt de beklimming fysiek nog mee
al valt het moreel nu heel zwaar. Het is voortdurend vechten tegen de
eenzaamheid en ik moet mezelf steeds weer opjutten om verder te rijden.
Nu komen ook die fameuze vier zware kilometers tot de Mont Serein
eraan. Ik weet dat ik nu keihard moet doorbijten want dan is het
zwaarste van de beklimming achter de rug. Mijn onderrug doet fel pijn.
Dit staat me fel tegen.
Eindelijk kom ik aan Mont Serein. Daar staat Rogette. Ik maak van de
gelegenheid gebruik om even te stoppen en alles een beetje op zijn
plooien te laten komen. Ik stap terug op de fiets en begin nu aan de
loodzware kilometer
tot aan Tournant de l’Anglais. Nu is het keihard. Voor de
afwisseling neem ik het stuur onderaan beet en ga recht op de trappers
lopen. Dit valt fel tegen want ik moet onmiddellijk weer gaan zitten.
Alles valt nu tegen, zowel moreel als fysiek. Ik weet dat de twee
kilometers voorbij Tournant makkelijker rijden en dat geeft me de moed
om door te bijten.
Ik kom nu aan de bocht naar rechts en zie het observatorium. Uit
ervaring weet ik dat nu nog een zware kilometer volgt tot de laatste
haarspeldbocht ongeveer 500 m vóór de top. Als ik
dit
doorkom weet ik dat het ergste van dehele onderneming voorbij is. Met
demond volledig opengesperd rijd ik naarboven. Eindelijk, na
2u13’, bereik ik voor de vierde keer het observatorium. Het
is nu
19u08 en de thermometer geeft 11° aan. De toeristen zijn hier,
buiten een zestal uitzonderingen die van de zonsondergang willen
genieten, ook verdwenen. Ik krijg het heel koud en trek onmiddellijk
het windjack aan.
Ik vat nu de afdaling naar Sault aan en de koude lucht heeft me
onmiddellijk in zijn greep. Ik zit te schudden en te beven op mijn
fiets maar ik wil zo snel mogelijk beneden zijn, daarom stop ik niet
meer om nog meer kledij aan te trekken. Ik merk dat de weg er na le
Chalet Reynard nat bij ligt. Het heeft hier enkele uren geleden
geregend. Gelukkig ben ik daar niet door gezegend geweest. Na
45’
dalen kom ik in Sault aan. Ik wil nog een blik rijst naar binnen werken
maar ik krijg het maar voor de helft leeg. Dan maar een zakje vloeibare
voeding erbij. Zokan ie wel weer.
Vijfde beklimming
In Sault is het 14°. Ik heb het nog altijd koud en trek mijn
thermovest aan. De duisternis begint te vallen, dus moet ook de
armverlichting weer aangebracht worden. Het is 20u10 als ik Sault
verlaat voor de laatste beklimming. Ik weet nu al dat ik die vervelende
zaklamp niet zal moeten gebruiken want de maan begint nu ook haar werk
te doen.
De eerste kilometers kan ik op een groter verzet rijden. Dan schakel ik
naar 39 x 24. Hiermee zal ik tot aan le Chalet Reynard rijden. Na vijf
kilometer weet ik het voor het eerst zeker: ‘Heren inrichters
van NBG De Kale Berg, mijn naam zal op jullie
lijst terechtkomen’. Wat er ook gebeurt, ik weet zeker dat ik
nu niet meer ga opgeven.
De aanwezigheid van de maan geeft deze allerlaatste beklimming een
speciaal cachet. Het is best aangenaam. De benen draaien vlot op
souplesse tot een drietal kilometer vóór le
Chalet
Reynard. Daar gaat het goed fout. Ik krijg opeens braakneigingen en ik
moet van de fiets. Zeker twee minuten komt het speeksel me voortdurend
in de mond. Om de haverklap moet ik spuwen. Ik moet net niet braken. Ik
wil iets drinken, zelfs puur water krijg ik niet meer naar binnen. Dit
mag zeker niet blijven duren. Ik kruip terug op de fiets, gelukkig
verdwijnen de braakneigingen nu even snel als ze gekomen zijn.
Opeens wordt
de rijweg fors breder. Ik weet dat ik nu nog slechts enkele honderden
meter van le Chalet Reynard verwijderd ben. Dit is een ware verademing.
Daar aangekomen staat Rogette op mij te wachten. Ik neem de tijd om
even te stoppen en te bekomen vooraleer de laatste kilometers naar de
top aan te vatten. Wij staan helemaal alleen op de immens grote
parking, het geeft een vreemd beeld.
Ik begin nu aan het laatste stuk. Ik weet onmiddellijk dat dit niet
goed zal gaan. Tijdens de eerste km voel ik al dat mijn benen vollopen,
dit deugt niet. Ik weet dat er tot boven zeven inhammen zijn. Dit
systeem hanteer ik om af te tellen. Ik kom aan de eerste inham. Nog zes
tegaan en het gaat steeds moeizamer. Aan de tweede inham (Fontaine
de la Grave)
staat Rogette me weer op te wachten. Dit is voor mij een uitnodiging om
nog eens voet aan de grond te zetten. Het is maar voor een half
minuutjemaar toch, ik kan eens goed ontspannen.
Dan rijd ik voort, het wordt nu heel zwaar, ieder spiertje in mijn lijf
voel ik. Dit mag toch niet lang meer duren. Ik verbijt de pijn en kom
aan de derde inham, de vierde inham, de vijfde inham. De maan geeft het
maanlandschap een zachte grijze schijn. Het voelt zo onwezenlijk aan.
Als ik aan de zesde inham kom weet ik dat ik naar het monument van Tom
Simpson toerijd. De rijweg zwenkt steeds maar naar rechts, het monument
komt maar niet in zicht, alles doet pijn.
Opeens wordt de rotsmuur naast mij minder hoog en zie ik het monument
in het maanlicht. Eindelijk. Mystiek is hier niet ver weg. Ik weet dat
het nu nog 1200 m is tot de top en ik prevel binnensmonds
‘Tom,
het gaat me lukken’. Misschien hoort Tom mij wel.
Ik ben nu op weg naar de zevende en laatste inham met het muurtje. De
pijn in mijn benen is ondraaglijk geworden. Dit is niet meer te doen.
Maar ik moet doorbijten. Na lang zwoegen kom ik aan de laatste inham.
Daar staat Rogette weer op mij te wachten. Ik stop nog eens bij haar om
te bekomen. Het observatorium heb ik van daar zomaar voor het grijpen.
Dit kan niet echt zijn.
Ik kruip terug op de fiets. Wat een triomftocht moet worden wordt
integendeel een marteling. Ik tel de witte stippellijnen langs de kant
van de weg. Nog één voorbij, nog
één
voorbij. Zo gaat het verder tot ik de oriëntatietafel ontwaar.
Ik
weet dat de laatste haarspeldbocht honderd meter verder ligt. Ik neem
die heel breed. Vóór mij zie ik het langverwachte
bordes.
Nog een felle inspanning en de verlossing is nabij.
Twintig meter vóór het einde zie ik het silhouet
van
Rogette met een rood lichtje ervoor. Het is de digitale camera die voor
eeuwig zal vastleggen hoe ik over de meet kom: de rechterarm lichtjes
omhoog met vijf uiteengestrekte vingers. Het is 22u32 als ik boven kom
en de temperatuur is 7°. Mijn rijtijd voor de vijfde beklimming
is
2u08’. Het stuk tussen le Chalet Reynard en de top heb ik
afgelegd in 44’ hetgeen betekent dat ik compleet leeggereden
ben.
Boven vallen Rogette en ik elkaar in de armen. Ik pink enkele tranen
weg. Het is me gelukt. Ik ben echter te moe om euforisch te worden.
Terwijl ik mijn windjack aantrek genieten we samen van de ontelbaar
oranje getinte lichtjes diep in het hinterland van de Mont Ventoux. Een
onvergetelijk moment om te blijven koesteren. Het is echter koud en ik
vertrek naar beneden. Rogette rijdt gelukkig achter mij met de
verstralers aan. Zo kan ik goed zien waar ik rijd.
Wanneer we in Bedoin aankomen is het 23u12’. Ik heb hiermee
welgeteld 15u03’ op de fiets gezeten. In totaal ben ik
18u12’ op pad geweest. Ik ben uitgeput. We stoppen op de
parking
net vóór Hotel
l'Escapade. We zien Jan
Lemmens
nog net de deuren van het restaurant sluiten. Ik zeg tegen Rogette:
‘Weet je nog toen we hier vanmorgen vroeg op deze zelfde plek
de
fiets aan het uitladen waren?’ Het mijmeren kan beginnen, en
terecht, want vanaf nu ben ik Diable du Mont Ventoux.
Allerlei
Tijdens deze tocht heb
ik het
volgende gegeten en/of gedronken: 5 blikjes rijst ‘mini
Boss’, 4 bananen, 3 dubbele plakken peperkoek, 1 energiereep,
3
drinkbussen van 750 ml water met energiepoeder PowerBar erin, 2
drinkbussen van 750 ml puur water. De hoogste hartslag die ik ontwaarde
was 158, hetgeen voor mij betekent dat ik praktisch nooit in het rood
reed. Verder wil ik de renners die vroeger zeskeer de Mont Ventoux
bedwongen hebben van harte feliciteren met hun prestatie. Ikzelf zou
het niet meer kunnen opbrengen om er nog een zesde keer op te rijden.
Ook nog felicitaties aan de drie collega-renners die ereveneens als
ikzelf vijf keer opgereden zijn. Om te eindigen wil ik ook de
inrichters van NBG De Kale Berg danken voor het oprichten van dit mooi
initiatief.
Marc Van Hecke
|