|
| Verslag (130) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 154 Alfabetische index |
|
Rennend en schilderend de Ventoux op: de running
painter Twee uur!
'In twee uur moet ik de Mont Ventoux op kunnen fietsen', zegt Mark weifelend. 'Je bent een angsthaas', roept de jongen naast hem. 'Zeg nu gewoon eens echt hoe snel je de top denkt te bereiken. Zonder uitvluchten, zeg nu gewoon de tijd die je voor ogen hebt.' In de schaduw van de enorme partytent van Rio zitten een stuk of vijftien jonge coureurs die aan de vooravond staan van een enorme uitdaging. Op de camping in het zuid-franse land komen bij een graadje of 35 de zenuwen langzaam naar de oppervlakte. De bravoure is opeens helemaal weg. Gisteravond
om een uurtje of zeven zijn we vertrokken vanuit het Willem van Oranje College in
Waalwijk. Vandaag hebben we wat rondgedobberd in het sprookjesachtige
zwembad en ieder beseft dat het grote moment nu wel erg dichtbij komt.
Ook ik voel van binnen wat kriebelen. Mijn missie is nog net even wat
anders. Mijn manier om geld in te zamelen is al hardlopend de top te
bereiken en dan tegelijkertijd een schilderij te maken. Het Mont
Ventoux Runningpaint. We zijn hier namelijk om met deze sponsoractie
geld in te zamelen voor de stichting Edukans. Om zo een project te
steunen waardoor straatkinderen in Ethiopië naar school kunnen
en een vak kunnen leren.Iedereen, maar dan ook iedereen die ik heb gesproken en die de de kale berg is opgeweest spreekt op waarschuwende toon zijn ontzag uit voor de reus van de Provence. Licht hoofdschuddend horen ze vervolgens mijn uitleg aan over Maarten die met een enorme bak (ezel) achterop voor me uit zal fietsen beladen met kwasten verf en rollers. Ik proef de zenuwachtige voorspellingen van de jonge kerels die het neusje van de zalm vormen van achttienhonderd leerlingen van onze school. Dan is het mijn beurt om mijn geschatte tijd neer te schrijven op het aangegeven papier. Als ik op safe speel dan moet ik drie uur invullen als looptijd van de halve marathon bergop. Gemiddeld stijgingspercentage van ca. 7,5 %. Op het vlakke is deze afstand een makkie die ik een keer of drie per week heb gelopen de laatste maand. Twintig kilometer daar loop ik in zo'n anderhalf uur. Dan moet twee en een half uur toch te doen zijn filosofeer ik wat in de rondte. Toch zou ik diep van binnen niet tevreden zijn met die tijd. In de afgelopen maanden heb ik gedroomd van een tijd twee uur min één seconde. Maar daar weet ik weer van dat dit niet erg realistisch is. Zeker niet na al die waarschuwingen. En als ik de ingevulde fietstijden op de lijst bekijk, schrijf ik 2.20 uur op. Ik heb echt totaal geen idee of dit haalbaar is en merk hardop op dat het ook wel een uur langer kan duren. Ik slaap die nacht prima ondanks de komende race. Het meest zit ik nog in over het schilderij. Het heeft een heel breed kader waar ruitjes op zijn getekend van 5 x 20 mm. Veel van deze hokjes zijn voorzien van logo's en namen. Ik heb de ruimte namelijk per hokje verkocht.
Daarbinnen komt het eigenlijke schilderij. Ook dit is voorzien van
ruitjes voorzien van namen en teksten. Deze hokjes waren goedkoper omdat ze na het schilderen niet meer te zien zijn. Het contrast tussen de geometrische lijnen in zwart wit zal de abstracte vormen en de primaire kleuren versterken. Ik weet absoluut nog niet wat ik ga schilderen en ben een beetje bang dat het een kliederboel zonder vorm, compositie en zuivere kleuren gaat worden. Het lijkt zo gemakkelijk, om een schilderij te maken zonder herkenbare voorstelling. Maar uit ervaring weet ik hoe wankel het evenwicht is tussen een fris, spannend plaatje en de mislukking van een halve minuut te lang doorwerken aan iets wat goed is. Ik zal beginnen met een lichte kleur als grondlaag. Het mooist zou zijn als je nog net wat onderliggende lijntjes kan zien doorschemeren. Ik ben één keer met Maarten wezen oefenen in Berg en Dal. Een half uurtje maar. Daarna hebben we een fietstocht gemaakt. 'De Reichswaldroute' die we heel de dag kwijt waren. Thuis keek ik nog eens goed op het routekaartje en ontdekte ik dat het de Rijn-Waal route was die erop stond. Maar goed, in dat halve uur ontdekte ik wat ik vergeten was. Rennend schilderen met een kwast haalt niks uit. Het wordt de roller. Ook mengen is niks, ik ga met zuivere kleuren werken recht uit de fles. Waar ik aan moet denken is dat ik alleen rood ga gebruiken voor de allerlaatste strepen. Hiermee zal ik de contour aangeven van de Ventoux. Daarna er niet meer aankomen, hoe mijn vingers ook zullen jeuken. Toch ben ik er niet gerust op. Ik denk aan al die mensen die me geld hebben gegeven voor iets van wat in hun gedachten een mooi schilderij zal worden. Om negen uur starten we in Malaucène. In het stadje is het op het plein al redelijk druk met wielrenners die ongetwijfeld allemaal met hetzelfde doel hier zijn. Ze zien er erg professioneel uit in hun felle wielerkleuren en blinkende fietsen. Op de ezel heb ik een kleurige windvaan van een meter of anderhalf gestoken die vrolijk wappert in het lichte windje. Ik controleer nog even of alles goed zit en twijfel of ik de fles spoelwater wel mee moet nemen. Dat scheelt weer een pond voor Maarten. Dan gebruik ik mijn flesje drinkwater ook mar om te spoelen als dat nodig is. Snel doe ik achter een schuurtje nog een plasje en ontdek ik bij terugkomst dat onze jonge fietsers al naar de startstreep zijn gereden. Maarten heeft het ook niet gezien, en we gaan een beetje op de gok door de drukke straat naar waar we de startstreep vermoeden. De zon schijnt al volop en het is al een heel eind in de twintig graden. Omdat het aan de top veel kouder zal zijn heb ik mijn korte tight aan (je weet wel zoín strakke loopbroek tot net boven de knie). Daarboven mijn speciaal voor dit doel gekochte shirt van mijn cluppie, Sparta '30 uit Andel, waar onze zoons Arne en Remco voetballen en dochter Imke op zaterdag in de kantine werkt. Ook de website, Sparta30.nl, is een product van mijn voetballende zoons. Ik heb toch gekozen voor mijn Adidas schoenen in plaats van de Assics. Als echte Hollander heb ik meteen twee paar gekocht van deze schoenen, die zover afgeprijsd waren dat ik bijna geld toe kreeg. Alleen hadden ze in de winkel nog maar maatje 'één maat te groot'. Bij de eerste training voelde ik vóór Giessen, 2 km verderop, al dat mijn voeten begonnen te glijden. Na wat geklungel met strakkere veters en zo moest ik na een paar keer concluderen dat het eigenlijk gewoon een miskoop was geweest ondanks de superlage prijs. Zo verdwenen ze naar het uiterste hoekje van de schoenenplank. Om de een of andere duistere reden zaten ze een paar maanden later opeens wel goed toen ik het nog eens probeerde. Dus daarom op m'n Adidas-schoenen van twintig euro naar boven. Helemaal in stijl. Mijn donkerblauwe artistiek franse schilderspetje, dat ik van Riet Nauta heb gekregen, wappert over mijn oren. Aan het eind van de straat horen we opeens Marinus roepen: 'Loop maar gelijk door op de startstreep, Henk!' Leuk, ik mag weg vanuit pole-position... Kan ik in ieder geval zeggen dat ik nog op kop heb gelopen. En zo leggen we onder luid gejoel de eerste meters af. Maarten, in zijn supersnelle outfit, merkt voorzichtig op dat het nogal meevalt met het stijgingspercentage. We hebben afgesproken dat ik eerst zeker een kwartier alleen (in)loop en daarna pas begin met schilderen. Dit is niet alleen om goed warm te worden maar meer om het juiste tempo te bepalen. Ook een lesje dat we bij Berg en dal hebben geleerd. Met een schuin oog op de inspanning van Maarten besluit ik geen kwartier te wachten. Ik begin met een laag wit. Door de hitte droogt mijn acrylverf in een mum van tijd en zet ik een stuk geel op. Eerst spuiten en daarna uitrollen. Niet te lang rollen, want dan trekt de verf het papier kapot. Maarten is nieuwsgierig naar wat er achter zijn rug ontstaat en ik vertel hem dat Jan Verschoor dat in 1998 ook was tijdens mijn Runningpaintmarathon. Intussen zie ik aan Maarten dat ik een beetje op moet schieten, want het is intussen flink steiler geworden en hij heeft als extra moeilijkheid dat hij zich aan mij aan moet passen en niet zijn eigen tempo kan rijden. Daarbij mijn lekker lompe schildersezel van zoín tachtig bij tachtig centimeter en het is duidelijk dat hij voor een onmogelijke opgave staat. Nóg even later waarschuwt hij me dat ik een beetje op moet schieten. Snel neem
ik de fles rood en spuit de driehoekige vorm op de lichte ondergrond.
Ik ben koud aan het einde van deze rode lijn als Maarten het voor
gezien houdt. Snel gris ik nog mijn colaflesje water mee en vervolg
mijn tocht zonder voorganger. Zo af en toe komt een van onze busjes
voorbij met een videocamera uit het raam en word ik schreeuwend
aangemoedigd. Dan wordt het langzaamaan wat rustiger op de brede
asfaltweg die zich langzaam naar boven slingert. Het ene moment denk
je, het valt eigenlijk nog wel mee, best te doen. Maar een bocht verder
voel je aan je benen dat het opeens een stuk steiler is. Kleine stapjes
Henk, denken met je benen, spreek ik in gedachten mezelf toe.
Ontspannen, voeten goed afwikkelen en lekker rondkijken. Zoekend naar
de ideale lijn snij ik zoveel mogelijk de bochten af en zoek ik
tegelijkertijd naar schaduw, want mijn rug is al doorweekt. Gek, dat
heb ik anders nooit zo snel. Misschien had ik mijn nieuwe Sparta 30-
shirt eerst een keer moeten wassen. Nu neemt het bijna geen vocht op.Ik besef eigenlijk nog niet goed dat ik nu echt op de Mont Ventoux loop, na al die maanden voorbereiding. Je ziet de hele berg niet eens. Alleen een weg die eindeloos omhoog loopt. Kijkend op mín horloge schat ik de afstand die ik al heb gelopen. Langs de kant staan zo af en toe witte betonnen paaltjes waar ik de hoogtemeters en de helling op kan lezen. 712 m 8,5%. Later hoor ik dat op de andere kant de afstand op het paaltje staat. Nog twaalfhonderd meter omhoog. Ik denk terug aan de Alpenreis, twee jaar geleden. In gedachten hoor ik collega Jan nog zeggen dat we zeshonderd meter moeten klimmen. Uren deden we daarover. Ik schuif deze gedachte snel weg voor ik erdoor ontmoedigd kan worden. Dan staat plotseling een fietsende leerling voor me op de weg. Hij hangt uitgeput over zijn stuur. Zou hij echt al zo moe zijn? Ik herken in hem degene die gisteren voorspelde dat hij in één uur de top zou halen. Ik zie een volgbus bij hem stoppen. Een paar bochten voor me zie ik een glimp van nog twee fietsers. Ik bedwing me om de jacht op hen te openen en loop in hetzelfde tempo door. Even later zie ik achter me een oudere wielrenner in blauw tenue opdoemen. Een beetje verbaasd merk ik op hoe lang het duurt voor hij me heeft ingehaald. Het is een Fransman. We wisselen een paar woorden, temeer omdat mijn Frans zich beperkt tot een handvol woorden. Ik begrijp dat hij mijn prestatie bewondert. Na eventjes fietst hij langzaam meter voor meter bij me vandaan. Dan komt er een iets flauwer stuk. Meteen begin ik weer te denken aan een snelle tijd. Tot het weer steiler wordt en ik weer alle aandacht nodig heb met het zoeken naar de juiste paslengte en snelheid. Weer verbaas ik me: de blauwe Fransman is vlak voor me. En even later als ik links van de weg in de schaduw loop passeer ik hem zelfs weer. Samen met de volgende twee leerlingen die nog maar stapvoets vooruit komen. Na weer een aantal bochten, soms naar links, soms naar rechts, zie ik een wat ouder mannetje naast de weg staan. 'Monseigneur Petrarca!', roept hij me glimlachend na. 'Oui, Petrarca!, roep ik terug. Petrarca was een Italiaanse musicus en humanist uit de 14e eeuw of zo, die als eerste de Mont Ventoux voor de lol beklom. De eerste toerist wordt hij ook wel genoemd. Daarvoor beklom men bergen alleen uit noodzaak om aan de andere kant te komen. Petrarca ging samen met zijn broer en wat bedienden op weg. Zijn broer nam de korte weg naar boven. Petrarca zocht steeds naar gemakkelijker paden. Van heel hoog boven hem hoorde hij dan zijn broer, die al veel verder was, roepen. Hij kwam tot de conclusie dat, als je naar de top wilt, je niet uitsluitend de gemakkelijke paden kunt nemen, omdat je dan niet, of maar een beetje, hogerop komt. Hij stelde: 'Het is onmogelijk dat iets stoffelijks door af te dalen de top bereikt.' Toen ze uiteindelijk na een lange zware tocht bijna boven op de berg aankwamen zei hij tegen zijn bediende dat hij straks op de top het boek van de heilige Augustinus, dat hij altijd bij zich droeg, op een willekeurige plek open zou slaan en dat stuk voor zou lezen. Petrarca geloofde dat dit een persoonlijke boodschap voor hem zou zijn. Diep werd hij geraakt toen hij het volgende las: 'En de mensen gaan om te bewonderen De hoogte van de bergen En de machtige golven van de zee En de brede stromen van de rivieren En de gang van de oceaan En de omloop van de hemellichamen En zij verlaten zichzelf.' Dat was het eigenlijke begin van de reis van Petrarca. Die van toerist naar pelgrim. Verder en verder loop ik intussen over het zwarte asfalt. Zo af en toe komt er een in plastic ingepakte racefietser met zeker zestig, zeventig kilometer per uur naar beneden klappen. Mijn haren gaan bijna overeind als ik hem zonder twijfel de bochten aan zie snijden. Voor geen goud zou ik hem volgen. Laat mij maar lekker lopen. Twaalfhonderd meter hoogte staat er op een volgend paaltje. Ik negeer het opkomende ontmoedigingsgevoel. Nóg zevenhonderd meter omhoog. En verder maar weer. Mijn gedachten gaan nu uit naar het oude vrouwtje dat ik tijdens mijn trainingen dikwijls ben tegengekomen in het Almbos. Moeizaam stapt zij daar op twee krukken haar rondjes. Iedere morgen weer in storm en regen. En altijd groet ze vriendelijk. De laatste morgen voor ons vertrek naar Frankrijk ben ik voor het eerst even bij haar gestopt om haar te zeggen dat ik haar prestatie veel groter vindt dan de mijne. Ik nader een splitsing. Ik dacht dat er maar één weg omhoog liep? Meteen zie ik het doemscenario dat ik een fantastische tijd ga verspelen doordat ik de verkeerde afslag neem. Gelukkig staat er een enorm bord met een pijl die me de juiste richting toont. Helemaal gerust ben ik pas als ik in de bocht nogmaals een bord zie staan. Zo af en toe vraagt Joost in de bus of alles goed gaat. Mijn flesje water wordt bijgevuld en ik ben weer alleen. Eventjes maar, want Eelco komt even naast me rijden. Pas later hoor ik dat hij alles op alles heeft gezet om vóór me op de top aan te komen. Ik dacht dat hij op zín gemakje fietste en zo af en toe stopte om van het fabuleuze uitzicht te genieten. Ook Eric-Jan stopt vlak voor me op de weg. Bij hem is het duidelijker. Hijgend met het hoofd op zín stuur puft hij het uit, om even daarna met een soort sprint bij me vandaan te fietsen. Totdat hij na vijftig meter opnieuw hijgend blijft staan. 'Rustig aan!', roep ik hem in het voorbijgaan toe, 'verdeel je krachten.' Met een grijns op zín gezicht zegt hij dat hij eigenlijk wil stoppen maar niet op wil geven. Later zie ik hem na me boven komen als hij het toch heeft gehaald, klasse! Ik ben restaurant Liotard gepasseerd. Men zegt dat hier pas écht de beklimming begint. Dat is te merken ook, het lijkt hier pas echt steil te worden. Ik voel me hier een soort slak met stapjes van amper een voet. Toch weet ik dat dit de enige manier is door te proberen ontspannen te blijven lopen. Maar niet denken hoe lang het nog is. De temperatuur zakt nu ook duideliijk, warm heb ik het al lang niet meer. Mijn natte rug helpt daar lekker aan mee. Als ik weer een bocht omga voel ik een soort koude airco-wind. Gelukkig verdwijnt deze koude wind weer vrij snel als ik weer tussen wat bomen kom. Dan zijn de bomen plotseling weg en loop ik in een kaal maanlandschap. De eindeloze klim gaat nu ook bij mijn beentjes zijn tol eisen. Mijn gedachten zijn meer losse flarden en beperken zich tot flitsen van beelden die aan me voorbij vliegen. Mijn stappen moet ik nu meer en meer afstemmen op de hoeveelheid lucht die ik nog heb. Weer een bocht om. Komt er dan nooit een eind aan? Mijn moeilijkste momenten volgen nu. Ik kijk recht tegen een loodrechte roodbruine rotswand van honderden meters hoog. Ik moet mijn hoofd ver achterover buigen om de top te kunnen zien waarop het massieve observatorium de staalblauwe lucht in priemt. Het lijkt op de punt van een schroef. Een weg zie ik hoog boven me slingeren met daarop kleine poppetjes die praktisch stil lijken te staan. Dat moeten wielrenners zijn. En over die weg moet ik ook. Hier moet ik toch even slikken. De schuinte van de weg lijkt een onmogelijke hindernis. Voor het eerst is daar de twijfel. Zal ik hier mijn Waterloo vinden? Zonder iets aan mij te vragen hebben mijn benen voorlopig besloten gewoon door te lopen en ben ik bij de eerste onmogelijk lijkende bocht aangekomen. Nog steiler lijkt het volgende stuk. Ik loop gelijk op met een onbekende fietser die het nog moeilijker dan ik lijkt te hebben. Dat geeft me weer moed, samen met het feit dat ik al ver boven het punt ben van waaruit ik net omhoog keek. Dan staat daar Maarten opeens mËt fiets en schildersezel. 'Komop Henk!', 'het laatste stukje weer samen.' Een moment denk ik dat hij hier onmogelijk op gang kan komen maar dan rijdt hij al voor me en werp ik een blik op mijn eerdere schilderwerk. Ik voel even. Warempel zelfs de rode lijnen zijn al zowat droog. Nu kan ik nog wel even schilderen. Meteen vergeet ik mijn benen en richt ik me geconcentreerd op mijn runningpaint. Veel tijd krijg ik niet want onze hele wielerploeg en buschauffeurs staan langs de kant te klappen en te joelen. Dat geeft me vleugels; in de scherpe draai passer ik Maarten die me te traag de bocht om gaat. Hé, ben ik er al? Ik heb steeds gedacht dat het observatorium niet helemaal op de top stond en dat we nog een
stukje verder moesten. 2.18.18 heb ik zelf als tijd geklokt. Dat had ik
niet gedacht. Waauw helemaal niet gek. Ik word gefeliciteerd en een
franse fietser die ook net boven is wil met me op de foto. Rustig lopen
mijn benen nog wat heen en weer. Ik voel me super. Wel krijg ik het
koud. Waar is Cees met zijn bus, want daar ligt mijn warme fleecetrui
in. Neefje Reinier is ook al boven, met zijn veertien jaar veruit de
jongste klimmer van ons gezelschap. Ik ben razend trots op hem en samen
met hem ga ik op de foto. In mijn hand het 'topje' van de Mont Ventoux
dat ik zojuist heb opgeraapt. Dat moet vrijdag op school bij opbod
worden verkocht voor het goede doel. Als na een half uurtje iedereen
van onze groep binnen is, vertrekken we weer. Maar niet voordat ik
Joost een foto heb laten maken van het Sparta 30 logo op mijn rug met
het bord op de top met de tekst 'Mont Ventoux 1912m'. Als deze foto op
sparta30.nl wordt geplaatst kan ik niet meer stuk in Andel.We gaan over de top aan de andere kant naar beneden richting Bedoin, naar het monument van Tommy Simpson die daar in 1967 ter plekke overleed tijdens een Tour-etappe. Puffende en steunende fietsers die zelfs twintig meter onder de top nog minutenlang hijgend een tussenpauze nemen, hangend op hun stuur, kijken me verdwaasd na. In mijn blote buik zweef ik als een veertje in het zonovergoten maanlandschap naar beneden. Henk van Noorloos Mont Ventoux Frankrijk |