Diable Marc Monballieu: 'Ik
heb alles afgestemd op mijn hartslag.'
Het prille begin
Dertien jaar geleden heb ik de Ventoux voor het
eerst beklommen. Ik had toen net mijn eerste racefiets gekocht (een
“tiende-hands” Koga Miyata) en was met mijn gezin
op reis in de buurt van Saint Saturnin d’Apt. Toevallig had
ik het boek “De beklimming van de Mont Ventoux” van
Jos Vandeloo gelezen, en dat inspireerde mij om het ook eens te
proberen. Ik deed de beklimming vanaf Sault en had er op dat moment
geen flauw benul van dat er ook nog 2 andere zijden waren, en dat ik
toevallig veruit de gemakkelijkste kant genomen had (wat wil je: www.dekaleberg.nl
bestond toen nog niet). Hoe dan ook: als ik boven kwam was ik totaal
uitgeput maar blij als een kind dat het gelukt was. Geen haar op mijn
hoofd dat er toen aan dacht later meervoudige beklimmingen te doen.
Volledigheidshalve moet ik eraan toevoegen dat ik dan minder getraind
was en ongeveer 12 kg zwaarder dan nu, en dat scheelt een slok op een
borrel.
De voorbereiding
Zes jaar geleden ben ik beginnen fitnessen (CTC te
Brugge), en sindsdien train ik “verstandig”, zoals
dat heet
(op mijn
“gezegende leeftijd” van bijna 49 jaar is dit geen
overbodige luxe). Jaarlijks een lactaattest, een individueel
programma gebaseerd op deze resultaten, en vooral een langere periode
van opbouw naar een piekperiode. Mijn hartslaggegevens zijn als volgt:
• Hartslag in rust: 41
• Overslagpols: 158
• Maximale hartslag: 191
Om in het fitnesscentrum gemotiveerd te blijven trainen, heb je een
doel nodig. Voor mezelf stel ik één uitdaging in
de winter, en één in de zomer.
Vanaf eind september bouw ik op voor mijn jaarlijkse
langlaufvakantie in Italië (Dobbiaco). Langlauf is een sport
die qua spieren en uithouding zeer dicht aanleunt bij het fietsen. Als
wielertoerist moet je het echt eens proberen. Met een goede conditie en
een deftige skating techniek doe je al snel gemiddeld zo’n 70
km per dag! Bovendien zijn de omstandigheden meestal zalig: vakantie,
sneeuw, veel zon, leuk hotel, kortom: zeer ontspannend, ondanks de
fysieke inspanningen.
Sinds 4 jaar neem ik deel aan een langlaufmarathon (als
figurant – ik ben er pas mee begonnen toen ik 36 was en op
het vlak van techniek haal je die achterstand nooit meer op). Ga maar
eens kijken naar www.ski-marathon.com , misschien
krijg je er wel zin in.
Na de winter is er dan weer een periode van opbouw voor
de zomeractiviteiten. Twee jaar geleden was het een Cinglé,
vorig jaar een Galérien en dit jaar zou het dus een Diable
worden. Bij mijn Cinglé ben ik vanaf Bédoin
geklommen in iets minder dan 1u40’. In het kader van een
meervoudige beklimming is dit voor mij eigenlijk iets te snel, en ik
heb het geweten tijdens de 2de en 3de beklimming. Vorig jaar iets
rustiger geklommen voor de Galérien, maar eigenlijk nog
zonder echt plan.
Voor de Diable heb ik mijn rit volledig afgestemd op
mijn hartslag. Ik wilde hoe dan ook niet boven mijn overslagpols gaan,
en streefde naar een hartslag rond 145. De door het rustige tempo
“verloren tijd” zou ik wel compenseren door
nauwelijks te stoppen onderweg.
Een echt heel specifieke voorbereiding voor deze Diable
heb ik dus eigenlijk niet gehad. Gewoon een goede conditieopbouw is in
feite voldoende. Voor de “kilometervreters” onder
ons: in april, mei en juni samen heb ik “slechts”
1.800 km gefietst. Daarnaast deed ik van februari tot eind mei
gemiddeld 130 km per week in het fitnesscentrum. Ik heb wel speciaal op
mijn lichaamsgewicht gelet. Normaal weeg ik in deze periode van het
jaar zo’n 77.5 kg (voor 1.80 m). Nu was het 74.5 kg bij de
start (en na aankomst 73).
Het materiaal
Op mijn fiets (een “modale”
TREK 1400 van zo’n € 1.500) is een Shimano 105 groep
gemonteerd. Vooraan 52, 42, 30, achteraan 11, 13, 14, 15, 16, 17, 21,
23, 25. De tijd dat wielertoeristen meewarig kijken naar fietsers met
een triple is gelukkig voorbij. Ik rijd al 10 jaar met een triple en
heb nooit begrepen dat sommige fietsers die bergen of langere hellingen
beklimmen daar niet voor kiezen. Gezien het relatief langzame ritme dat
ik mezelf had opgelegd, heb ik op de steilste stukken vooral op 30*23
en 30*25 gereden. De eerste 20 km vanaf Sault reed ik vooral op 42*23.
De voeding
Aangezien ik niet te snel wou fietsen, zou ik
zeker niet de tijd hebben om ergens rustig een spaghetti te gaan eten.
Alle voeding voor onderweg moest dus meegenomen worden (in de
volgwagen natuurlijk – bedankt An). Hieronder een overzicht
van de voorraad, en wat er uiteindelijk van overgebleven is.
In totaal heb ik dus het volgende verorberd:
|
|
Kcal
|
|
8.5
liter plat water
|
0
|
|
500
gram isostar poeder (uiteraard vermengd met het
water)
|
1.855
|
|
3
Isostar repen. In totaal 120
gram
|
486
|
|
4 bananen
|
496
|
|
4
blikken “Boss Bio Rijst”. In totaal 800
gram
|
744
|
|
500
gram rijsttaart (bedankt Mieke voor het bakken van
die taart)
|
1.245
|
|
6
GRANY koekjes (abrikoos-appel). In totaal 192
gram
|
768
|
|
3
doosjes Kellogg’s (met beetje melk). In totaal 90
gram
|
350
|
|
Totaal
|
5.944
|
Het was voldoende. Ik herinner me dat ik vorig jaar
tijdens de Galérien meer gedronken heb, maar het was toen
ook veel warmer. ’s Avonds was er nog een spaghettischotel.
Van de champagne hebben we de volgende dag genoten (traktatie van Mieke
en Geert – heerlijk).
De weersomstandigheden
Beneden was het ’s morgens 17 °C. Ideale temperatuur
om te klimmen. Boven vrij koud: 9°C en een strakke wind.
Tijdens de eerste 2 afdalingen voelde het tot ver beneden Chalet
Reynard zeer koud aan. Overdag beneden 22°C en boven rond de
15. ’s Avonds was het boven nog slechts 12°C. Op zich
vielen deze omstandigheden dus nog wel mee, maar de wind was
verschrikkelijk. Vanaf een 2-tal km beneden Chalet Reynard tot de top
was de wind meestal zwaar in het nadeel. De laatste bocht naar de top
aan die kant werd ik telkens (3 keer dus) bijna van de weg geblazen.
Een zeer zware Mistral dus, en die maakte de afdalingen ook zeer
gevaarlijk.
De kledij
Uiteraard heb je kledij mee voor alle
weersomstandigheden. Schoenovertrekjes had ik niet nodig. De gewone
fietskledij kon ik aanvullen met een regenjasje, lange broek of
body-warmer uit mijn langlaufkledij. Je ziet het op de
foto’s: ik heb nogal een boontje voor materiaal van
“Peak Performance”. Ik vind het kwalitatief zeer
hoogstaand, en de winkel in Brugge met de sympathieke Maj, Wino en Tim
heeft een zeer uitgebreid assortiment. Verwisselen van fietsbroek is
tijdens een dergelijke langdurige inspanning geen overbodige luxe: een
paar uur op een nat zeemvel zou zeker zijn sporen nalaten.
De rit zelf
Zoals al vermeld, heb ik alles afgestemd op mijn
hartslag. Ik wou vooral gedurende de eerste beklimmingen niet te diep
gaan. Ik had voor de “normale”
beklimmingen vanuit Malaucène (daar gestart omdat we er
logeerden) en Bédoin gerekend op een tijd van rond de 2u.
Het is ongeveer zo uitgekomen. Ook de derde klim heb ik het echt rustig
aan gedaan. Daarna voelde ik nog veel reserves; de theorie klopte dus.
De 4de klim ben ik iets harder doorgefietst en 5de klim ben ik zeker
niet teruggevallen.
Enkele speciaal te vermelden feiten:
• Tijdens de eerste klim (vanaf 4u ’s
morgens) was er, in de verlichting van de koplampen van de volgwagen,
een enorme activiteit te bespeuren van motten, krekels, wormen, rupsen,
… De meest opvallende verschijning was een adder op de weg.
• Tijdens de eerste afdaling (rond 6u10) stond er,
ongeveer 2 km lager dan Chalet Reynard, een hinde midden op de weg. Het
dier ontdekte me pas toen ik al op ongeveer 75 meter genaderd was, maar
het verdween dan ook vliegensvlug.
• Tijdens de eerste klim van de Route
Forestière ontmoette ik een oude fransman die daar
geparkeerd stond met zijn wagen. De manier waarop hij mij bekeek deed
me terugdenken aan een situatie 15 jaar geleden in de Dordogne. Ik had
toen met een vriend voor het eerst in mijn leven een mountainbike (VTT)
gehuurd, en op het einde van een steile helling hadden we, zwaar
bezweet en zichtbaar uitgeput, een gesprek met een oude lokale boer die
vermoedelijk voor het eerst in zijn leven een VTT zag. Zijn woorden zal
ik niet snel vergeten: “Mais messieurs, avec ces
vélos, c’est quand-même la petite
machine qui pousse le bonhomme!”. We konden er toen niet mee
lachen. Nu wel!
Hartslaggegevens
Dankzij POLAR kon ik een weekje beschikken over
een XTRAINER Plus hartslagmeter die heel wat gesofistikeerder is dan
mijn eenvoudig modelletje. Elke minuut wordt de hartslag opgeslagen in
het geheugen, en deze gegevens heb ik dan in een Excel figuurtje
verwerkt. Ik
beschouw het als het ultieme bewijs van mijn parcours. Ik heb telkens
aangeduid over welke klim het gaat; de punten RC, TA en PH verwijzen
naar het schema dat je kan vinden op www.dekaleberg.nl. Ter illustratie
staat mijn hartslagschema van een deel van een
“normale” dag er ook bij. Ik heb het opgenomen
vóór onze reis. Ik heb in die periode, tussen
7u30 en 11u30 o.a. de krant gelezen, boodschappen gedaan, mijn fietsen
schoongemaakt en de bagage in de auto geladen. Zo zie je het verschil.
Zoals je ziet ben ik bijna nooit in het rood gegaan (boven 158 slagen
per minuut).
Conclusie
Voor mij was het een prachtige ervaring. Het weer had beter gekund (de
zware Mistral was echt wel spelbreker, maar de berg heet natuurlijk ook
niet voor niets “Mont Ventoux”) maar het heeft
gelukkig niet geregend.
Ik geloof nu nog meer dan vroeger in de
theorieën over hartslaggestuurde training. Door niet in het
rood te gaan had ik tijdens de laatste klim vanuit Sault veel meer
overschot dan tijdens mijn Cinglé en Galérien de
vorige jaren. Over het ganse traject ben je al bij al beduidend sneller
door het in het begin wat rustiger aan te doen. Op die manier is er ook
geen nood aan lange rustpauzes (snel een banaan, sportbar of taartje
eten, eventueel kledij of fiets verwisselen en onmiddellijk weer
vertrekken). Je kunt eigenlijk gewoon de ganse dag doorgaan, en de dag
erna voelen je spieren nauwelijks wat ze de vorige dag gepresteerd
hebben.
Marc Monballieu
Les Grés
Malaucène
04/07/2004
Zie ook Verslag 144.