Verslag (127)  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  154  Alfabetische index


 6 juli 2004

Diable Marc Monballieu: 'Ik heb alles afgestemd op mijn hartslag.'

Het prille begin
Dertien jaar geleden heb ik de Ventoux voor het eerst beklommen. Ik had toen net mijn eerste racefiets gekocht (een “tiende-hands” Koga Miyata) en was met mijn gezin op reis in de buurt van Saint Saturnin d’Apt. Toevallig had ik het boek “De beklimming van de Mont Ventoux” van Jos Vandeloo gelezen, en dat inspireerde mij om het ook eens te proberen. Ik deed de beklimming vanaf Sault en had er op dat moment geen flauw benul van dat er ook nog 2 andere zijden waren, en dat ik toevallig veruit de gemakkelijkste kant genomen had (wat wil je: www.dekaleberg.nl bestond toen nog niet). Hoe dan ook: als ik boven kwam was ik totaal uitgeput maar blij als een kind dat het gelukt was. Geen haar op mijn hoofd dat er toen aan dacht later meervoudige beklimmingen te doen. Volledigheidshalve moet ik eraan toevoegen dat ik dan minder getraind was en ongeveer 12 kg zwaarder dan nu, en dat scheelt een slok op een borrel.

De voorbereiding
Zes jaar geleden ben ik beginnen fitnessen (CTC te Brugge), en sindsdien train ik “verstandig”, zoals dat heet Marc Monballieu(op mijn “gezegende leeftijd” van bijna 49 jaar is dit geen overbodige luxe). Jaarlijks een lactaattest,  een individueel programma gebaseerd op deze resultaten, en vooral een langere periode van opbouw naar een piekperiode. Mijn hartslaggegevens zijn als volgt:
• Hartslag in rust: 41
• Overslagpols: 158
• Maximale hartslag: 191
Om in het fitnesscentrum gemotiveerd te blijven trainen, heb je een doel nodig. Voor mezelf stel ik één uitdaging in de winter, en één in de zomer.

Vanaf eind september bouw ik op voor mijn jaarlijkse langlaufvakantie in Italië (Dobbiaco). Langlauf is een sport die qua spieren en uithouding zeer dicht aanleunt bij het fietsen. Als wielertoerist moet je het echt eens proberen. Met een goede conditie en een deftige skating techniek doe je al snel gemiddeld zo’n 70 km per dag! Bovendien zijn de omstandigheden meestal zalig: vakantie, sneeuw, veel zon, leuk hotel, kortom: zeer ontspannend, ondanks de fysieke inspanningen.

Sinds 4 jaar neem ik deel aan een langlaufmarathon (als figurant – ik ben er pas mee begonnen toen ik 36 was en op het vlak van techniek haal je die achterstand nooit meer op). Ga maar eens kijken naar www.ski-marathon.com , misschien krijg je er wel zin in.

Na de winter is er dan weer een periode van opbouw voor de zomeractiviteiten. Twee jaar geleden was het een Cinglé, vorig jaar een Galérien en dit jaar zou het dus een Diable worden. Bij mijn Cinglé ben ik vanaf Bédoin geklommen in iets minder dan 1u40’. In het kader van een meervoudige beklimming is dit voor mij eigenlijk iets te snel, en ik heb het geweten tijdens de 2de en 3de beklimming. Vorig jaar iets rustiger geklommen voor de Galérien, maar eigenlijk nog zonder echt plan.

Voor de Diable heb ik mijn rit volledig afgestemd op mijn hartslag. Ik wilde hoe dan ook niet boven mijn overslagpols gaan, en streefde naar een hartslag rond 145. De door het rustige tempo “verloren tijd” zou ik wel compenseren door nauwelijks te stoppen onderweg.

Een echt heel specifieke voorbereiding voor deze Diable heb ik dus eigenlijk niet gehad. Gewoon een goede conditieopbouw is in feite voldoende. Voor de “kilometervreters” onder ons: in april, mei en juni samen heb ik “slechts” 1.800 km gefietst. Daarnaast deed ik van februari tot eind mei gemiddeld 130 km per week in het fitnesscentrum. Ik heb wel speciaal op mijn lichaamsgewicht gelet. Normaal weeg ik in deze periode van het jaar zo’n 77.5 kg (voor 1.80 m). Nu was het 74.5 kg bij de start (en na aankomst 73).

Het materiaal
Op mijn fiets (een “modale” TREK 1400 van zo’n € 1.500) is een Shimano 105 groep gemonteerd. Vooraan 52, 42, 30, achteraan 11, 13, 14, 15, 16, 17, 21, 23, 25. De tijd dat wielertoeristen meewarig kijken naar fietsers met een triple is gelukkig voorbij. Ik rijd al 10 jaar met een triple en heb nooit begrepen dat sommige fietsers die bergen of langere hellingen beklimmen daar niet voor kiezen. Gezien het relatief langzame ritme dat ik mezelf had opgelegd, heb ik op de steilste stukken vooral op 30*23 en 30*25 gereden. De eerste 20 km vanaf Sault reed ik vooral op 42*23.

De voeding
Aangezien ik niet te snel wou fietsen, zou ik zeker niet de tijd hebben om ergens rustig een spaghetti te gaan eten.Het meegenomen voedselpakket Alle voeding voor onderweg moest dus meegenomen worden (in de Het overschot van het voedselpakket volgwagen natuurlijk – bedankt An). Hieronder een overzicht van de voorraad, en wat er uiteindelijk van overgebleven is.
 
In totaal heb ik dus het volgende verorberd:

 

Kcal

8.5 liter plat water

0

500 gram isostar poeder (uiteraard vermengd met het water)

1.855

3 Isostar repen. In totaal 120 gram

486

4 bananen

496

4 blikken “Boss Bio Rijst”. In totaal 800 gram

744

500 gram rijsttaart (bedankt Mieke voor het bakken van die taart)

1.245

6 GRANY koekjes (abrikoos-appel). In totaal 192 gram

768

3 doosjes Kellogg’s (met beetje melk). In totaal 90 gram

350

Totaal

5.944

Het was voldoende. Ik herinner me dat ik vorig jaar tijdens de Galérien meer gedronken heb, maar het was toen ook veel warmer. ’s Avonds was er nog een spaghettischotel. Van de champagne hebben we de volgende dag genoten (traktatie van Mieke en Geert – heerlijk).

De weersomstandigheden
Beneden was het ’s morgens 17 °C. Ideale temperatuur om te klimmen. Boven vrij koud: 9°C en een strakke wind. Tijdens de eerste 2 afdalingen voelde het tot ver beneden Chalet Reynard zeer koud aan. Overdag beneden 22°C en boven rond de 15. ’s Avonds was het boven nog slechts 12°C. Op zich vielen deze omstandigheden dus nog wel mee, maar de wind was verschrikkelijk. Vanaf een 2-tal km beneden Chalet Reynard tot de top was de wind meestal zwaar in het nadeel. De laatste bocht naar de top aan die kant werd ik telkens (3 keer dus) bijna van de weg geblazen. Een zeer zware Mistral dus, en die maakte de afdalingen ook zeer gevaarlijk.

De kledij
Uiteraard heb je kledij mee voor alle weersomstandigheden. Schoenovertrekjes had ik niet nodig. De gewone fietskledij kon ik aanvullen met een regenjasje, lange broek of body-warmer uit mijn langlaufkledij. Je ziet het op de foto’s: ik heb nogal een boontje voor materiaal van “Peak Performance”. Ik vind het kwalitatief zeer hoogstaand, en de winkel in Brugge met de sympathieke Maj, Wino en Tim heeft een zeer uitgebreid assortiment. Verwisselen van fietsbroek is tijdens een dergelijke langdurige inspanning geen overbodige luxe: een paar uur op een nat zeemvel zou zeker zijn sporen nalaten.

De rit zelf
Zoals al vermeld, heb ik alles afgestemd op mijn hartslag. Ik wou vooral gedurende de eerste beklimmingen niet te diep gaan. Ik had voor de “normale” Marc Monballieu in Sault beklimmingen vanuit Malaucène (daar gestart omdat we er logeerden) en Bédoin gerekend op een tijd van rond de 2u. Het is ongeveer zo uitgekomen. Ook de derde klim heb ik het echt rustig aan gedaan. Daarna voelde ik nog veel reserves; de theorie klopte dus. De 4de klim ben ik iets harder doorgefietst en 5de klim ben ik zeker niet teruggevallen.

Enkele speciaal te vermelden feiten:
• Tijdens de eerste klim (vanaf 4u ’s morgens) was er, in de verlichting van de koplampen van de volgwagen, een enorme activiteit te bespeuren van motten, krekels, wormen, rupsen, … De meest opvallende verschijning was een adder op de weg.
• Tijdens de eerste afdaling (rond 6u10) stond er, ongeveer 2 km lager dan Chalet Reynard, een hinde midden op de weg. Het dier ontdekte me pas toen ik al op ongeveer 75 meter genaderd was, maar het verdween dan ook vliegensvlug.
• Tijdens de eerste klim van de Route Forestière ontmoette ik een oude fransman die daar geparkeerd stond met zijn wagen. De manier waarop hij mij bekeek deed me terugdenken aan een situatie 15 jaar geleden in de Dordogne. Ik had toen met een vriend voor het eerst in mijn leven een mountainbike (VTT) gehuurd, en op het einde van een steile helling hadden we, zwaar bezweet en zichtbaar uitgeput, een gesprek met een oude lokale boer die vermoedelijk voor het eerst in zijn leven een VTT zag. Zijn woorden zal ik niet snel vergeten: “Mais messieurs, avec ces vélos, c’est quand-même la petite machine qui pousse le bonhomme!”. We konden er toen niet mee lachen. Nu wel!

Hartslaggegevens
Dankzij POLAR kon ik een weekje beschikken over een XTRAINER Plus hartslagmeter die heel wat gesofistikeerder is dan mijn eenvoudig modelletje. Elke minuut wordt de hartslag opgeslagen in het geheugen, en deze gegevens heb ik dan in een Excel figuurtje verwerkt. Ik Hartslag van Marc Monballieu beschouw het als het ultieme bewijs van mijn parcours. Ik heb telkens aangeduid over welke klim het gaat; de punten RC, TA en PH verwijzen naar het schema dat je kan vinden op www.dekaleberg.nl. Ter illustratie staat mijn hartslagschema van een deel van een “normale” dag er ook bij. Ik heb het opgenomen vóór onze reis. Ik heb in die periode, tussen 7u30 en 11u30 o.a. de krant gelezen, boodschappen gedaan, mijn fietsen schoongemaakt en de bagage in de auto geladen. Zo zie je het verschil. Zoals je ziet ben ik bijna nooit in het rood gegaan (boven 158 slagen per minuut).

Conclusie
Voor mij was het een prachtige ervaring. Het weer had beter gekund (de zware Mistral was echt wel spelbreker, maar de berg heet natuurlijk ook niet voor niets “Mont Ventoux”) maar het heeft gelukkig niet geregend.

Ik geloof nu nog meer dan vroeger in de theorieën over hartslaggestuurde training. Door niet in het rood te gaan had ik tijdens de laatste klim vanuit Sault veel meer overschot dan tijdens mijn Cinglé en Galérien de vorige jaren. Over het ganse traject ben je al bij al beduidend sneller door het in het begin wat rustiger aan te doen. Op die manier is er ook geen nood aan lange rustpauzes (snel een banaan, sportbar of taartje eten, eventueel kledij of fiets verwisselen en onmiddellijk weer vertrekken). Je kunt eigenlijk gewoon de ganse dag doorgaan, en de dag erna voelen je spieren nauwelijks wat ze de vorige dag gepresteerd hebben.

Marc Monballieu
Les Grés
Malaucène
04/07/2004

Zie ook Verslag 144.


omhoog© www.dekaleberg.nl