|
april 2004
"Ik heb
geroepen om mijn moeder en gehuild..."
"Niet te wissen", CANVAS (tweede VRT-net van de Vlaamse
Televisie)
Maandag 1 maart 2004, 13de aflevering: Mark Uytterhoeven
Opgetekend door Luc Dekeijser en geauthoriseerd door Mark Uytterhoeven.
Mark koos o.a.
voor een fragment van de klimtijdrit in de Tour de France van
1987 over 36,5 km van Carpentras naar de top van de Mont Ventoux,
gewonnen door Jean-François Bernard in 01u19'44”
vóór Luis Herrera (1u21'23”) en Pedro
Delgado (1u21'35”).
Mark reisde dat jaar met vrouw en dochter door Zuid-Frankrijk en zocht
de dagen vóór die tijden logement in de buurt van
de Mont Ventoux.
"Er was
geen enkel hotel meer vrij van ver of dichtbij en we zijn toen op de
naaktcamping Domaine de Bélézy beland. Dat was de
enige camping die nog een vrije plaats had. Wij stonden daar met de
tent. Drie of vier dagen vóór de renners in de
Tour de Ventoux moesten oprijden, arriveerden we daar 's avonds. We
kwamen de camping op, tentje rechtzetten en papa nog even de Ventoux
op. Er waren op dat moment een paar dreigende wolken maar het was
beneden nog lekker weer.
Ik ben daar boven op de Ventoux in een onweer terecht gekomen: sneeuw,
hagel, wind. In volle zomer, midden juli! Echt waar, ik heb om mijn
moeder geroepen van de schrik. Ik kwam boven op de kruin, voorbij het
skioord van de Mont Serein en ik zag niks meer. Aan die kant zijn er
ook geen wegmarkeringen en de weg is er ook erg smal, dat wist ik. Ik
heb geroepen op mijn moeder en gehuild. Ik wil terug naar beneden
rijden. Maar die wind! Je legt je tegen de wind. Je bent onbeschut. En
ik dacht, als er geen witte streep is, wat gaat er gebeuren? Ik
probeerde zo rechts mogelijk te houden, maar daar liggen dan steentjes.
Ik wist het echt niet meer. Ik ben over de top geraakt en ik hoorde de
ventilatie klepperen aan het restaurant vlak aan de overkant. Daar
waren supporters van Eric Caritoux - een Frans renner die aan de voet
van de Mont Ventoux woont - die op het asfalt slogans hadden
geschilderd: "Caritoux, Caritoux", "Vive Caritoux" en ook nog reclame
voor "Côtes du Ventoux". Ik reed daar voorbij met de twee
voeten uit de klikpedalen omdat ik schrik had tegen de grond te gaan.
Ik was bevroren. Die supporters zagen me voorbijrijden en zijn met de
wagen achter me aangereden, reden me klem en zonder iets te zeggen
haalden ze de wielen uit de fiets, wierpen alles in de wagen en zeiden:
"Monsieur, faut jamais faire le Ventoux le soir". Ik had het toen wel
begrepen. Ze hebben me aan de tent op de camping afgezet. Ik dacht dat
mijn vrouw en dochter ongelooflijk ongerust zouden zijn, maar nee. Die
zaten daar te gieren en te lachen omdat ik onder het slijk en de modder
zat. Alles kletsnat. Ondertussen was de camping ook half ondergelopen.
Vier dagen later won J.-F. Bernard de tijdrit op de Ventoux in een
afschuwelijk hete zon."
Dan volgt er een
korte samenvatting van de bewuste tijdrit. J.-F. Bernard reed tot aan
de voet van de Mont Ventoux met een tijdritfiets met vol achterwiel.
Toen stapte hij over op een gewone, veel lichtere, fiets.
Mark Uytterhoeven
had dankzij zijn collega-verslaggevers een plaatsje bemachtigd op de
top van de Ventoux.
"Ik zat
gehurkt vóór de nadar aan de binnenkant van de
laatste bocht. Daar heb ik J.-F. Bernard zien passeren met het "snot
voor de ogen". Het was de eerste keer dat ik het zo van dichtbij zag.
Op televisie zie je dat niet, en als je het ziet wordt er meestal niets
over gezegd. Het was alsof hij een kwal aan het opeten was (maakt
daarbij een gebaar van de neus tot aan de borstkas om aan te tonen hoe
groot die "kwal" wel was). Zo diep was hij gegaan. Amper drie minuten
daarna werd hij al geïnterviewd. Zelf ga ik nooit zo diep.
Daarom schrok ik er zo van.
Lieven Maesschalck (kinesist) zei me eens: "Jij bent nog nooit diep
geweest". Die man had gelijk. Ik vind doseren juist mooi aan fietsen.
Het is geen competitie en het is niet de bedoeling om je het snot voor
de ogen te rijden, al heb je natuurlijk wel eens een inzinking.
De dag vóór die bewuste rit ben ik nóg
eens de Ventoux opgereden. De renners hadden een rustdag en waren aan
het trainen op de Ventoux. Ik was goed aan het doorrijden. Toen kwamen
Herrera en een paar anderen voorbij. Herrera was aan het
discussiëren in het Spaans met een van zijn companen. Zij
reden driemaal zo snel als ik. Ik reed toen redelijk goed, ik was een
gezonde jongen van 30 jaar, ik was nog geen oude sukkel. Dat is toch
echt confronterend."
Mark Uytterhoeven
|