Verslag (100)   1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55  56  57  58  59  60  61  62  63  64  65  66  67  68  69  70  71  72  73  74  75  76  77  78  79  80  81  82  83  84  85  86  87  88  89  90  91  92  93  94  95  96  97  98  99  100  101  102  103  104  105  106  107  108  109  110  111  112  113  114  115  116  117  118  119  120  121  122  123  124  125  126  127  128  129  130  131  132  133  134  135  136  137  138  139  140  141  142  143  144  145  146  147  148  149  150  151  152  153  154  155  156  Alfabetische index


  1 december 2002

Mont Ventoux dagboek - Sieto Schutte
Buiten, op het terras van Chalet Reynard, wring ik mijn leren handschoenen uit. Ik huiver. Het is niet warmer dan 3 graden hier en de regen spat onbarmhartig en troosteloos uiteen op het glanzende asfalt. Boven sneeuwt het, heb ik net gehoord. Drie Belgische fietsers, komend van de door grauwe sneeuwregen omsluierde top, parkeren, trillend over hun hele lichaam van de kou, hun fietsen tegen de ballustrade. Ze overleggen. Wel of niet de band, die langzaam leeg loopt, verwisselen? Of toch liever meteen door naar beneden, naar ‘Le Relais de Bedoin', waar het warm zal zijn? Ze gaan door. Ik wacht of ik Dolf of Herman uit de regenmist onder me zal zien opdoemen. Marco is door naar boven. Dat is het verschil. Hij is hier voor het eerst. Hij wil kijken of hij het redt om, ondanks de regen, ondanks de kou, voor het eerst de legendarische Mont Ventoux te bedwingen. Tot Chalet Reynard zijn we samen geklommen, soms pratend, soms zwijgend, de regen viel al die tijd gestadig. Geen toptijd, de ervaring van eerdere klims leerde me dat. In mijn hoofd hamerde een stem met de cadans van 39-30: waarom doorgaan, een snelle tijd zit er toch niet in, het is koud, het is nat en de afdaling zal gevaarlijk zijn. Mijn besluit stond vast. Tot Chalet Reynard, en niet verder. In voorzichtige bewoordingen, om hem niet te demotiveren, heb ik mijn besluit aan hem meegedeeld. We waren één uur en twintig minuten onderweg, toen we afscheid namen bij Chalet Reynard.

Wachtend op Dolf en Herman, zie ik tot mijn verbazing een man op een éénwieler, leren bescherming om de knieën, komend van de top. Déja-vue. Op het Internet heb ik een filmpje van hem gezien. Hij bestaat dus werkelijk! (zie verslag 70).

Chalet Reynard

Binnen is het dampig en aangenaam warm. Mijn gedachten gaan terug naar eerdere beklimmingen.

Juli 1988

Vroeg vertrokken, om de hitte voor te zijn. D. die, al voor de klim begon, omdraaide om zijn zonnebril te zoeken op de camping. "Ik zie je boven wel", mij naroepend.

Ik, in het bos, na 8 km, talloze vliegen die zoemden: waarom doe je dit eigenlijk? Ik sloeg er 4 dood en er kwamen 8 nieuwe bij. Geen benen. Te warm. Geen motivatie. Te veel wijn de avond te voren. De fiets gekeerd en gedaald. D. die ik bij Les Bruns passeerde, riep me toe: "Al moet ik kruipen, ik zal boven komen ". Na twee uur en en twintig minuten was hij boven, zo hoorde ik later op de camping, me wel enigszins ongemakkelijk voelend.

Juli 1990

Met andere vakantiefietsers reed ik onder de fietsvlag van En Route (een fietsreisorganisatie) Parijs-Nice. In Vaison-la-Romaine bleven we een dag over om de Mont Ventoux te beklimmen. Iedereen nerveus, de avond te voren. Ook ik, beschaamd terugdenkend aan mijn opgave. Snel vertrokken lag ik in de beruchte bocht bij St. Estève in vierde positie. De klim was zwaar, maar goed te doen, waarom was ik hier ooit afgestapt? De laatste 2 kilometers voor Chalet Reynard, waar het stijgingspercentage zakt naar 7,5%, nam ik bewust wat gas terug om te herstellen. Twee medefietsers haalden me hier in. Zo bleven de posities en na 1 uur en 49 minuten bereikte ik als zesde de top. Tevreden keek ik naar de diepte onder me. "There's no mountain too high" (Jane & Joanne Simpson).

Juli 1993

Na ons kamp te hebben opgeslagen in Aubignan, stond op de rustdag van de Ronde van Zuid- Frankrijk van Cycletours de klimtijdrit tegen de Mont Ventoux op het programma. We zouden startenSieto Schutte in de Ronde van Zuid-Frankrijk met Cycletours op basis van leeftijd. Dat hield in dat ik als 44-jarige als tweede zou moeten starten. Reeds voor Ste. Colombe had ik de voor mij gestarte, twee jaar oudere, medereiziger ingehaald. Slechts heel tijdelijk lag ik eerste. Talloze, zoveel jaren jongere, medefietsers passeerden mij, mij meezuigend naar een snelle tijd: 1 uur en 43 minuten. Wij feliciteerden elkaar hartelijk, elk met zijn eigen prestatie.

April 1994

Met z'n zessen in een huisje in Beaumes-de-Venise. Donderdag 14 april moest de grote dag worden. Ik was de enige met ervaring. "Met een 42 wordt het moeilijk, Dolf", de hele week waren we al bezig met ‘Le Géant', die ons vanuit alle hoeken van de Provence grimmig toelachte. Bij de fontein vulden we onze bidons en begonnen we aan ons ongewisse avontuur. Gaandeweg de klim werd het kouder en de bermen meer gevuld met sneeuw. Eén bocht onder me reed Thea, ze zou me niet meer inhalen. Na 1 uur en 19 minuten halt bij Chalet Reynard. Geen doorgang verder. In de bermen lag de sneeuw hoog opgetast, de weg vol keien en een bord ‘Route Barrée'. Nog niet geruimd. Sneu voor die vijf anderen, ik kende reeds de top.

Juli 1999

Inmiddels 50 jaar geworden en toch in de vorm van mijn leven. Na het rijden van de Marmotte op doorweg naar Avignon. Vanuit Vaison-la-Romaine een hernieuwde poging de Berg der Bergen te beklimmen. Bij de streep in Bedoin stonden talloze fietsers klaar om te vertrekken. Nederlanders, zo leerden hun kleding en fietsen. Iemand hield een stopwatch omhoog en telde af. Met tussenpozen vertrok er een fietser. Ik zette mijn teller op nul en reed weg. Ik realiseerde me dat ik in de tijdrit van Cycletours was beland. Voor en achter me fietsers. Ideaal om te proberen mijn snelste tijd te verbeteren. Mijn hartslag rond de 175 houdend, haalde ik reeds voor de bocht bij St. Estève een paar vroeger gestarte fietsers in. Afwisselend 39-30 en 39-26 rijdend, passeerde ik de steilste stukken in het bos. Als het maar enigszins kon, probeerde ik te versnellen door staand 39-23 te trappen. Voorbij Chalet Reynard, waar het versteende duinlandschap begint, haalde een fietser mij in. Tegen de harde wind in verloor ik terrein op hem, maar na elke bocht, die de wind van achteren deed blazen, haalde ik hem weer in om hem zelfs te passeren. Zo speelden wij een winderig kat-en-muis spel op de flanken van de Mons Ventorum. Hij moet me gehaat hebben, maar we zwiepten elkaar op naar een snelle tijd. Na 1 uur en 39 minuten kneep ik tevreden in de remmen en stond uit te hijgen tussen de snoep-en fruitkraampjes op de top. Eerst Abraham zien en dan ‘Le Géant de Provence" sneller dan ooit beklimmen. Er zijn slechtere manieren om oud te worden.

10 mei 2002

Chalet Reynard. Dolf en Herman zitten al een tijd dampend naast me (mijn afstappen hier vormde voor hen een welkom alibi om ook niet verder te hoeven) als Marco, trillend over zijn hele lichaam, de deur opent. "Gehaald, maar vraag niet hoe. Het was stervens koud boven, tussen sneeuwwallen omhoog, hagel en natte sneeuw en niet meer dan 5 meter zicht. Een Fransman boven heeft een foto van me gemaakt en toen snel , nou ja, wat heet snel met toegeknepen remmen en bevroren vingers naar beneden".

Na een verdiend snelle afdaling, waarbij zelfs de zon even door wat mistflarden heenbreekt, zitten we even later in ‘Le Relais de Bedoin' ons te warmen aan de pastis en onze aangedikte heldenverhalen. Deze berg kent slechts helden.

Sieto Schutte

Tijd: 1 uur 39 minuten 6 seconden - zie Klassement MV


   
omhoog© www.dekaleberg.nl