Alex, Gerben, Leon, Rutger en Jaap op de Mont Ventoux 2006
AlexSinds 2001 wordt deze pagina elk jaar een stukje langer en ik hoop dat deze trend zich nog een paar jaar voortzet. Want deze pagina wordt alleen uitgebreid als ik zelf de berg weer beklommen heb. Dit jaar had ik het genoegen met een paar fanatieke mountainbikers een weekje in Bedoin te verblijven. Een van hen is Gerben, die er vorig jaar in slaagde mijn dochter naar de top te begeleiden (zie hieronder). Nu had hij zijn mtb-vrienden Leon en Rutger uigedaagd om de Grandonneur te rijden: drie keer op één dag over de routes forestières naar de top. Leon had zijn vader ook uitgenodigd, Jaap, een ervaren racefietser en sinds kort ook begonnen met mountainbiken. Ik had de heren al eens in actie gezien op de Utrechtse Heuvelrug en toen vastgesteld dat zij niet kansloos zouden zijn voor deze uitdaging. En omdat Jaap heel goed met 'de jonge honden' kon meekomen heb ik hem uitgenodigd voor de Forestier in te schrijven.
Hoe het is afgelopen kun je lezen op de pagina Nieuws en in het verslag van Jaap. Hij werd de eerste Forestier du Mont Ventoux, een formidabele prestatie! De 'jonkies' hebben de top ook twee keer bereikt, maar hadden te weinig tijd voor een derde beklimming. Helaas voor hen komen zij niet in aanmerking voor de titel Forestier, omdat ze zich hadden ingeschreven voor de Grandonneur. Ik weet zeker dat ze het in de toekomst nog eens proberen en het dan wel halen.

Alle foto's: Rutger van Ittersum
Rutger, Leon, Jaap, Gerben Jaap Jaap Gerben
En ik? Ik had me vooraf al beschikbaar gesteld om de heren die dag te begeleiden door met de auto op strategische plekken op de berg aanwezig te zijn, met water, voedsel en kleding. Ook heb ik nog het begin van de beklimming vanuit Malaucène verkend, zodat ze daar geen tijd zouden verliezen met zoeken.
Op woensdag zijn we nog met z'n allen met racefietsen vanaf Bedoin naar boven gereden. Ik had er veel meer moeite mee dan andere jaren en ik weet ook wel hoe dat kwam: te weinig getraind dit jaar en een migraine eerder die week.
Op donderdag hebben we de vierde etappe van de Dauphiné Libéré gezien, met aankomst op de Mont Ventoux (zie pagina Nieuws). Wat me opviel is dat je nog tot vlak voordat de deelnemers finishen naar boven kunt fietsen. Misschien een tip voor een volgende keer, want dat moet toch wel een kick geven als je door het publiek langs de weg wordt toegejuicht.

Alle foto's: Rutger van Ittersum
Alex, Jaap, Gerben, Leon, Rutger - start Op de top Gorges de la Nesque Dauphiné Libéré
En eerder die week had ik een ontmoeting met Christian Pic, Président-fondateur van de Club des Cinglés du Mont-Ventoux. Hij had me bij hem thuis uitgenodigd voor een lunch, om eens kennis te maken met die Nederlandse promotor van zijn Club. Het aantal Nederlanders en Belgen onder de Cinglés en Galériens is immers door dekaleberg.nl en door het boek De kale berg enorm toegenomen. Pic was 52 toen hij voor de eerste keer de Cinglé reed. Op 60-jarige leeftijd deed hij het nog eens en nogmaals toen hij 66 was, in 2002. Het jaar daarop reed hij de Galérien! En hij fietst nog steeds: in de week vóór onze ontmoeting had hij nog meegedaan aan een 9-daagse fietstocht over 1300 kilometer. Helaas heeft hij hem niet uit kunnen rijden wegens een blessure.
En wie kwam ik nog op het terras van bar l'Observatoire tegen? Roland Hurtecant, organisator van Brugge-Mont Ventoux (start 14 juli). Hij was die week voor de 132ste keer omhoog gefietst in 2u9', 'op het gemakkie, hè...'  Hurtecant (67), met wie Willem Janssen Steenberg en ik in 2000 een interview hadden voor het boek De kale berg, sprak van 'een historische ontmoeting'. En als je met Roland aan de praat raakt ben je zo een paar biertjes verder...
Al met al een zeer geslaagde en gezellige week.

BBQ Joelle en Alex in de Cycleshop Bedoin Alex en Christian Pic van de Club des Cinglés Alex en Roland Hurtecant
foto's: Rutger van Ittersum, Lex Reurings, Gerben van de Kraats
Alex, Nienke en Gerben op de Mont Ventoux 2005

Het 'kalebergvirus' kan heel hardnekkig zijn. Zoals je onderaan deze pagina kunt lezen werd ik er zelf In 1996 door besmet en het virus weet nog altijd van geen wijken. Sterker nog, inmiddels is het hele gezin aangestoken en het slaat Nienke en Gerben op de top. Foto: Alexook over naar mensen in onze omgeving. Zo kon mijn zoon Sander in 2003 de lokroep van De Berg niet weerstaan en een jaar later moest mijn vrouw Betty eraan geloven. Ik had altijd gedacht dat het virus op mijn dochter Nienke geen vat zou krijgen, maar door haar mountainbikende vriend Gerben is zij uiteindelijk toch ook 'bezweken'. Op 14 juli reed zij van Sault naar de top met Gerben aan haar zij en met pa en ma in de auto als extra ondersteuning. Ze is geen verwoed fietser, maar heeft de laatste maanden wel flink aan spinning gedaan. Opkomende hoofd- en rugpijn konden haar niet klein krijgen. Een knappe prestatie!
Een dag eerder hadden Gerben en ik de MTB-Route Joseph Eymard verkend, een van de routes van de Forestier en Grandonneur. Via dit pad kun je de kale berg beklimmen vanuit Bedoin tot iets boven Chalet Reynard; het laatste stuk gaat over de weg. Voor dit pad heb je beslist een mountainbike nodig. Het grootste deel van dit pad is met de MTB goed te berijden; op enkele stukken liggen de keien zo los dat je beter kunt gaan lopen. Omdat hier minder begroeiing is rijd je nog meer in de hete zon, maar je hebt veel meer uitzicht dan vanaf de D974
Gerben schreef een een verhaal over een ridder, een jonkvrouw en een vuurspuwend monster. Wat De Berg al niet losmaakt in een mens...

 

Foto boven: Nienke en Gerben. Foto: Alex

Alex op de Route Joseph Eymard
Nienke's laatste meters...
Gerben op de Route Joseph Eymard


 
Alex en Guido (Cinglé!) en Betty op de Mont Ventoux 2004
Op het prikbord stond het dezelfde avond al te lezen: 'Ongelooflijk, ook Lex, webmaster en schrijver van De kale berg, is na Willem (de andere auteur van het boek) Cinglé geworden vandaag'. Degene die het meldde, Willy Reuvis, had mij het afgelopen jaar Alex & Guido Cinglé / Alex & Betty op de topvia e-mail en in het Wielercafé De kale berg herhaaldelijk uitgedaagd om de berg drie keer op te fietsen. Wél webmaster en auteur, maar géén Cinglé, dat kon niet volgens Willy. Nu had ik het plan om dit jaar naar de Mont Ventoux te fietsen, vanaf huis; dat zou een prima training zijn voor een Cinglé-poging.
We hadden maar één dag om de Cinglé te rijden en dat was donderdag 8 juli. De dag ervoor begon de Mistral hevig te waaien, dus dat zag er niet goed uit. 's Nachts ging de wind liggen en de volgende morgen vertrokken Guido Theloosen en ik tegen half zeven vol goede moed uit Mazan naar Bedoin. Daar stond onze begeleider/coach Luc Dekeyser ons al op te wachten; hij zou ons de hele dag bijstaan waar nodig.
De eerste beklimming verliep onder goede omstandigheden; op de top en tijdens de afdaling naar Malaucène waaide het echter flink. Ooit moeten bijtrappen in die afdaling?
Bij de tweede klim lag de top in de wolken. In de laatste kilometers zag je de wolken af en toe over het wegdek glijden en werd je verrast door harde windstoten. Het zicht was soms niet meer dan twintig meter. Na een bord spagghetti en een kop koffie in restaurant Le Vendran werd voorzichtig naar Sault afgedaald; totaan Chalet Reynard reden we in de mist.
De derde klim ging goed totaan het chalet; de laatste zes kilometers waren echter loodzwaar. Gelukkig was de mist opgetrokken, maar de temperatuur was flink gedaald. Snel even een foto maken en afdalen naar Bedoin.
Het was een lange dag, ook voor Luc, zonder wiens steun wij dit niet hadden volbracht. En een mooie afsluiting van een prachtige fietstocht over de Groene weg naar de Middellandse Zee.
Zie ook een verslagje en foto's van deze tocht op de pagina Je reis naar de Mont Ventoux.

Oh ja, mijn vrouw, Betty, is óók nog de berg op gefietst. Wij fietsten dus van De Meern naar de Mont Ventoux in een kleine drie weken, waarin twee rustdagen. 'Je denkt toch niet dat ik die berg op ga!', had ze vooraf nog gezegd, maar ook zij kon uiteindelijk de lokroep niet weerstaan. 'Ik ga het gewoon proberen en ik zie wel.' En met zo'n 1425 kilometer in de benen plus de oefenritten vóór de vakantie was het niet zo moeilijk om vanaf Sault omhoog te fietsen. Ze reed hem bij goede weersomstandigheden op een Gazelle Medeo met verende voorvork, gewicht 18,5 kg.(!) Anderhalve maand geleden was ze al trots dat ze de Cauberg had bedwongen...
En voor de volledigheid: Erica, de vrouw van Guido, heeft hem ook beklommen en zij bereikte de top nog eerder dan Guido. Die zat zich natuurlijk te sparen voor de later te rijden Cinglé...
Nu mijn dochter nog! Volgend jaar?
 
Alex en Sander op de Mont Ventoux 2003
Alex met zoon Sander op de topHet was weer tijd voor een bezoekje aan de kale berg en deze keer wilde zoon Sander wel eens proberen die berg op te knallen. Hij is geen fietser, maar wel een getraind sportman (keeper bij VV De Meern, fitness).
Zo koud als het vorig Junior wordt verwelkomd door een eerder gefinishte landgenootjaar was op de berg (zie plaatje hieronder), zo heet was het nu (eerste week augustus). Je moest héél vroeg starten om niet door een gloeiendhete oven te hoeven rijden.
Junior finishte in 1 uur en 57 minuten, waarbij moet worden aangetekend dat hij op een niet al te beste fiets reed, net terug van twee weken holadijee op Chersonissos en met een flinke verkoudheid onder de leden.
Senior deed er 31 minuten langer over; vooral in het maanlandschap moest hij behoorlijk afzien.
Vanwege de grote hitte (40 graden) werd het bezoek aan de kale berg en omstreken behoorlijk ingekort. Bij deze temperaturen is het namelijk niet echt aangenaam om te fietsen. En het is tenslotte vakantie...

Op de foto's: Alex en Sander op de top (rechts); Sander wordt verwelkomd door een eerder gefinishte landgenoot (links).



Alex en Alwin op de Mont Ventoux 2002
In 2002 is het 35 jaar geleden dat Tom Simpson de dood vond op de Mont Ventoux. Dus dit jaar ga ik zeker weer eens naar de Berg der bergen en waarom dan niet op 13 juli, de dag dat het exact 35 jaar geleden is, de berg beklimmen? Samen met Joanne Simpson, die de Tom Simspon Memorial Gent - Mont Ventoux 2002 rijdt. Een verslag van deze rit lees je elders op deze site.

Foto's van een klein weekje fietsen op en rond de Mont Ventoux vind je op de site van Alwin. Misschien schrijft hij er nog een verhaaltje bij...



Alex en Guido op de Mont Ventoux 2001

Eindelijk is het er dan weer van gekomen. Veel later dan de bedoeling was heb ik De Berg op 28 augustus 2001 voor de tweede keer kunnen beklimmen. In 1999 had ik mijn reis naar de Provence op het laatste moment wegens ziekte moeten annuleren en vorig jaar kwam het er ook niet van. Maar nu zou ik met Guido, met wie ik vorig jaar Luik-Bastenaken-Luik had gereden, naar de Mont Ventoux gaan. Guido heeft geen racefiets, maar een hybride. Daarmee had hij tijdens LBL al bewonderende blikken geoogst en ook nu weer viel hij op tussen de vele racefietsen en de enkele mountainbikes.

Zaterdagmiddag laat waren wij aangekomen in ons geriefelijke maison forestière (boswachterswoning) in Bedoin, pal naast de camping waar ik vijf jaar geleden kampeerde. Vanuit de tuin was De Berg te zien. Op zondag maakten we een tocht door de Gorges da la Nesque, van Bedoin naar Sault. Het plan was via de D1 weer terug te rijden via Villes s.Auzon naar Bedoin. "We kunnen natuurlijk ook vanaf Sault naar Chalet Reynard rijden en dan afdalen naar Bedoin", zei ik onderweg tegen Guido. Van Sault naar Chalet Reynard is niet zo zwaar en vanaf het Chalet ben je zo weer in Bedoin. "Dan ervaar je alvast hoe het voelt." Dit leek hem ook wel een goed plan. Guido had nog nauwelijks geklommen dit jaar en het viel hem dan ook niet mee.

De andere dag de Gorges nogmaals gefietst met onze vrouwen en toen wel de D1 terug genomen. Vanaf Sault viel dat behoorlijk tegen, want de D1 stijgt naar bijna 1000 meter en dat hadden we niet gezien op de kaart. En ik was de enige met een racefiets, mijn vrouw reed op een 'gewone', behoorlijk zware fiets, weliswaar met 21 vernellingen, maar zonder enige klimervaring. Die kon dus wel een duwtje in de rug gebruiken.

Dinsdag 28 augustus
Vandaag staat de klim naar de top op het programma, het doel van deze korte vakantie. We staan om 7 uur op, zodat we rond 8 uur vanuit Bedoin kunnen vertrekken. Het weer is uitstekend: Door het bos strakblauwe lucht en nauwelijks wind. En zo vroeg is het nog niet zo warm.
Eerst maar eens een stukje richting Flassan om de spieren een beetje op te warmen. We willen echter zo snel mogelijk De Berg op, dus we keren na een paar kilometer terug naar Bedoin. Bij het fonteintje wensen we elkaar veel succes en we gaan, ieder voor zich. Je moet je eigen tempo rijden en dat is, mede door het verschil in fietsen, niet gelijk. Ik neem dan ook al snel een voorsprong en vraag me af of ik niet te hard van stapel loop. Het gaat echter goed en ik voel dat ik niet langzamer moet gaan rijden.

Ik merk dat ik er minder moeite mee heb dan vijf jaar geleden. De omstandigheden zijn dan ook wel een beetje anders dan toen: ik had toen een heel simpel oud racefietsje en ik had mij slecht voorbereid; ik had nauwelijks getraind en wist niet wat me te wachten stond. En het was voor het eerst in mijn leven dat ik een berg beklom (zie verslag hieronder). Nu heb ik een betere fiets en ik heb flink getraind. Mijn conditie is een stuk beter dan vijf jaar geleden door wekelijkse fitness en regelmatig fietsen met WTC Nieuwegein. Ook de vliegen, die je in het bos vergezellen, zijn vandaag minder talrijk dan de vorige keer, hoewel ze evengoed hinderlijk zijn.

Onderweg passeer ik een paar keer de vrouwen, die ons met de auto begeleiden. Ze hebben eten en drinken bij zich, maar ik heb niets nodig; ik heb voldoende gegeten bij het ontbijt en ik heb nog genoeg bij me. En omdat het nog niet zo warm is, gebruik ik ook niet zoveel water. Nee, het gaat prima. Guido maakt echter dankbaar van hun diensten gebruik. Vooral water kan hij goed gebruiken; hij transpireert dan ook veel meer dan ik. Dat zal wel door die zwaardere fiets komen.

Van de vorige keer kan ik mij nog herinneren dat het zo lang duurde voordat het Chalet Reynard in zicht kwam, een belangrijk punt op de beklimming vanaf de zuidzijde. Dan heb je het lange stuk bos gehad en wacht je nog zes kilometer door het maanlandschap. Ik draai even een rondje op de parkeerplaats en besluit meteen door te gaan. Ik heb net gehoord dat het goedBij Tom gaat met Guido, maar dat hij nog een eindje achter me zit. Ik zie hem boven wel.
Het eerste stuk vanaf het chalet valt mee. Rustig aan, zeg ik tegen mezelf, want ik weet dat het echt wel zwaarder wordt. Ik vind het hier toch wel prettiger dan in het bos; je ziet tenminste wat om je heen en je ziet hoe de weg naar boven gaat. In het bos heb je maar een beperkt zicht. Maar als het hier waait wens je je weer in het bos. Van wind is vandaag echter niets te bespeuren.

Bij het monument van Tom Simpson besluit ik af te stappen. Niet omdat het niet meer gaat, maar ik wil hier even blijven. We dalen straks af naar Malaucène, dus wellicht komen we hier niet meer en ik wil gewoon even bij het monument zitten. En ik wil een foto van mij bij het monument. Het wachten is dus op de volgauto. En op Guido. De auto komt na een minuut of tien voorbij en rijdt bijna door. Gelukkig zien ze mijn gebaren en begrijpen ze dat ze hier moeten stoppen. De foto wordt gemaakt en ik hoor dat Guido onderweg ook even is afgestapt om van de omgeving te genieten. Het zal dan nog wel een poosje duren voordat hij hier is. Ik blijf nog tien minuten zitten, terwijl een enkele renner het monument passeert. Ik hoor weer een 'Bonjour Tom', net als vijf jaar geleden. Twee renners willen bij het monument op de foto. Ik offer nog een 'Right' (staafje ontbijtkoek met noten) en schrijf www.alexpages.net op een van de vele stickers die op het monument zijn geplakt. Ik had dit thuis natuurlijk moeten voorbereiden en een eigen sticker, beschreven met watervaste inkt, moeten meenemen, bedenk ik mij nu. Volgende keer dan maar.

De laatste twee kilometer zijn behoorlijk zwaar, maar Over de streephet gaat me goed af. Snel gaat het niet, maar ik kom er wel. Ik word aangemoedigd door een MPV met uitgelaten Belgen; ze juichen voor iedere renner die ze passeren; zij genieten op hun manier van de beklimming van De Berg.
Ik ben er nu bijna; de vorige keer zat ik hier helemaal stuk; er kwam maar geen eind aan. En nu ben ik er al. Ik passeer de streep en word gefotografeerd door mijn vrouw. En ik rijd nog een stukje terug om nogmaals een foto te maken, want ze weet niet of-ie wel gelukt is.
Ik voel dat ik helemaal niet moe ben. Dat was de vorige keer wel anders. Ik ga het souvenirwinkeltje in en kijk of er nog iets leuks te vinden is, een T-shirt of zo. Zo laat in het seizoen is er echter niet zoveel meer te krijgen. Wel koop ik een boekje over de Mont Ventoux en een paar ansichtkaarten, waarvan ik er één laat afstempelen.
Ik ga het winkeltje weer uit en geniet van het uitzicht, praat met een Nederlander die na een aantal Alpentoppen te hebben beklommen nog even is doorgereden om de Mont Ventoux mee te pakken. Hij heeft er een uur korter over gedaan dan ik, maar hij is dan ook wel een jaar of vijfentwintig jonger.

Daar komt Guido aangereden. Hij heeft het gelukkig ook gehaald. Het heeft hem heel wat zweetdruppels gekost en hij wil graag droge kleding aan. Hij vertelt me dat hij op zijn fiets heeft zitten zingen, zo mooi vond hij het. "Wat zong je dan?", vroeg ik nieuwsgierig. "Heut' ist der schönste Tag in meinen Leben". Tsja, wat De Berg al niet teweeg brengt...

Ik had vooraf bedacht dat een kopje soep op de top wel zou smaken. Wat zout kan geen kwaad, dus we hadden in de auto Cup-A-Soup en thermoskannen met heet water meegenomen. Dit bleek een heel goed idee te zijn geweest en ik kan het dan ook aanbevelen. We aten nog wat en namen afscheid van onze vrouwen; zij gingen dezelfde weg terug en wij vertrokken Op het erepodiumnaar Malaucène.

De weg vanaf de top naar Malaucène was zojuist van een nieuw wegdek voorzien, zo strak als een biljartlaken en met kersverse witte strepen erop. Dat is nog eens afdalen! Je hoeft niet bang te zijn voor gaten in de weg, maar het blijft toch oppassen geblazen. Afdalen blijft een gevaarlijke onderneming heb ik al twee keer eerder gemerkt en ik heb me voorgenomen om me deze keer in te houden. Maar ja, wat een prachtig wegdek! Ik haal dan toch nog 78 km per uur en ik weet zeker dat ik, als ik nog een keer hier zou afdalen, gemakkelijk nog een kilometer of tien sneller zal kunnen gaan.

We komen dus snel in Malaucène aan en nemen de drukke D938 naar Bedoin. Na een paar kilometer gaan we linksaf de D19 op. Hier is het weer lekker rustig. Het lijkt wel of Guido nu pas warm is gedraaid, want hij zet er flink de vaart in. Ik heb moeite om hem bij te houden en ik laat hem dan ook maar gaan. In de afdalinkjes rijd ik steeds weer naar hem toe en uiteindelijk arriveren we tegelijk bij ons huis in Bedoin. Nu bespeur ik toch wel enige vermoeidheid en ik ga maar eens lekker op ons terras zitten. Met een welverdiend biertje.

Klik hier voor het verslag (56) van Guido


Alex op de Mont Ventoux 1996
In juli 1996 kampeerde ik met mijn gezin even buiten Bedoin, dé uitvalsbasis voor een beklimming van de Mont Ventoux. Vanaf de camping lag hij al enkele dagen naar mij te lonken en de aanblik was onweerstaanbaar. 'Ik moet en zal hem bedwingen', had ik al een paar keer tegen mezelf gezegd, maar ja, de enige klimervaring die ik tot nu toe had bestond uit een 'rondje' Utrechtste heuvelrug, het fietspad door de duinen tussen Noordwijk en Zandvoort en een tochtje in de nabijheid van de Pyreneeën. Bepaald geen goede basis om hier vol zelfvertrouwen aan te beginnen. Ik had daarom besloten om eerst maar eens een 'verkennende' rit te maken in de omgeving, een beetje om de Ventoux heen. Al fietsend werd ik echter als door een magneet naar de berg toegetrokken. Voordat ik het wist reed ik in St. Estève, waar de echte klim begint. Ik was totaal niet op een beklimming voorbereid, het was ook al later in de middag en ik was ook echt niet van plan om door te gaan. Dit moest en zou mislukken. Ik denk dat ik nog een kilometer of 3, 4 ben doorgereden en toen ben ik omgekeerd. Ik wist genoeg. Het is enorm zwaar, maar een serieuze poging waard. Als ik 's morgens vroeg vertrek heb ik genoeg tijd om boven te komen. Ik was met tien minuten weer op de camping.

Twee dagen later de stoute (race-)schoenen aangetrokken. Vandaag gaat het gebeuren! Het weer was goed, niet te warm, weinig wind. Om 8 uur vertrok ik van de camping, met 2 tot de nok toe met water gevulde bidons, een paar bananen en pakjes Sultana, naar Het fonteintje in BedoinBedoin, want ik wou starten vanaf het fonteintje, de 'offieciële' startplaats voor de beklimming van de zuidzijde. Meestal zijn hier wel wielrenners te vinden, maar op dit moment waren ze er niet. Niet dat ik dat erg vond, want ik moest het toch alleen doen. Ik stapte op, drukte de startknop van de Cateye in en reed weg, het dorp uit richting camping, want die ligt langs de route.
Tot St. Estève gaat het prima, maar daarna ga ik echt klimmen: 9 - 11%. Gelukkig is het niet heet, maar ik kríjg het wél heet! Het zweet gutst al van mijn lijf en m'n polsen zien zwart van de vliegen. Ik probeer ze weg te jagen, maar daar trekken die beesten zich niks van aan; ze hebben zich unaniem voorgenomen mee te liften naar boven.
Kilometers lang kronkelt de weg door het bos naar boven. Pas na 10 kilometer komt de top even in zicht om even plotseling weer te verdwijnen. En hoewel het zwaar gaat, valt het me tot nu toe toch nog niet echt tegen. Niet afstappen, denk ik bij mezelf, blijven zitten en doortrappen. Zolang de trappers draaien ga ik vooruit; zolang ik vooruit ga kom ik dichterbij. Ik hoor het mezelf zeggen en ik zal het later nog Chalet Reynard - Foto: Alain Demeuse vele keren zeggen, hardop.
De eerste bidon is inmiddels al bijna leeg en ik reken uit of ik wel genoeg water bij me heb. En ik realiseer me dat ik bijna bij Chalet Reynard moet zijn! Dan heb ik er 15 km op zitten, dus dan hoef ik er nog maar 6! Maar dat valt tegen. Chalet Reynard wil maar niet in zicht komen. Hoe kan dat nou? Mijn teller staat al op 16. Hier zou het wat lichter moeten gaan volgens de 'Berggids voor fietsers', maar is dat wel zo? Ha, is dat niet het Chalet? JA, dat IS het Chalet! En daar is ook die kale top weer. Nu doorgaan en dan moet het lukken!
Nog ruim 6 kilometer. In de polder lach ik daar om, maar hier is 6 kilometer niet niks. Hoewel het nu wat lichter lijkt te gaan. En dat is ook zo, want het is wat minder steil. Maar na een kilometer wordt het toch weer zwaarder. Gelukkig staat er niet veel wind en dat geeft me weer de kracht om door te gaan. Ik krijg de pedalen nog steeds rond, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Eigenlijk is dit gekkenwerk, maar nu ik al zover ben, ga ik ook door, tot ik er letterlijk bij neer zal vallen.
Zie ik daar niet het monument van Tom Simpson? Dan moet ik nog 2 kilometer door dit onwezenlijke maanlandschap. Als ik eindelijk Moe maar voldaan...bij het monument ben, stop ik niet (ik zit al vanaf de start in het zadel en zal blijven zitten tot de finish!). Ik zeg wel 'dag Tom', want dat deed Tim Krabbé ook altijd. Het lijkt wel of Tom als dank mij een zetje geeft, want ik versnel zowaar! Hoeveel bochten zouden het nog zijn naar de top? Je hebt het Observatoire nu voortdurend in beeld, toch komt het niet of nauwelijks dichterbij. Tot nu toe heb ik vrijwel alleen gereden, maar hier boven zijn er meer lotgenoten. Een enkele rijd ik voorbij, en ík word ook ingehaald. Ik probeer met hem mee te gaan, maar moet al snel afhaken. Ik moet in mijn eigen tempo zien boven te komen.
Zie ik het goed? Is daar verderop de laatste bocht voor de top? Het is wel te hopen, want dit houd ik niet lang meer vol. De bocht moet ik ruim nemen, want de binnenbocht is te steil. Nog even op de pedalen gaan staan en IK HEB HET GEHAALD! YES! Ik zet mijn fiets tegen een muurtje, doe mijn helm af en plof neer.

Lees ook de verslagen van andere fietsers.

omhoog © www.dekaleberg.nl