![]() |
| Een venijnig staartje |
| donderdag
27 augustus:
le Bourg d'Oisans (719 m) - l'Alpe d'Huez (1780 m) - Col de Sarennes (1999 m) - Barrages du Chambon - le Freney-d'Oisans (915 m) - Auris (1600 m) - la Garde - le Bourg d'Oisans (58 km) |
Wie in le Bourg d'Oisans verblijft en ook nog Nederlandse
wielerfan is, kan niet om de l'Alpe d'Huez heen. De successen van Zoetemelk,
Kuiper, Winnen en Rooks maken deze
wat saaie en drukke weg tot een verplichte krachtmeting. De niet geringe
inspanningen worden vooral beloond voor wie doorrijdt naar de landschappelijk
veel mooiere Col de Sarennes. Maar goed, eerst ligt die
l'Alpe d'Huez als een lastig obstakel in de weg. Een warming-up is zonder
meer noodzakelijk. Daarom verlieten we le Bourg d'Oisans in noordwestelijke riching. Na
twee kilometer ligt aan de linkerkant de aardige weg naar de Col d'Ornon.
We deden het eerste deel van deze berg om warm te worden. Na deze
warming-up reden we terug en beklommen we de l'Alpe d'Huez. De eerste 3
loodzware kilometers naar la Garde doorstonden we redelijk goed en als
je eenmaal in la Garde bent, haal je het over het algemeen wel. Onderweg staan
geregeld huisjes met daarin een toilet, drinkwater en een telefoon. Ook
kom je aan de rechterkant van de weg een parkje tegen waarvandaan je een
schitterend uitzicht hebt over le Bourg d'Oisans. We hielden alles bij elkaar
tweemaal een korte pauze. Onze tijden zijn dan ook niet erg betrouwbaar -
1 uur 25 minuten voor Alwin en 1 uur 29 minuten voor mij - ook
al omdat je verschillende eindpunten kunt kiezen. Boven haalden we bij het
VVV (Bureau de Tourisme) een gratis diplôme cycliste, een bewijs dat we
deze vreselijke berg met goed gevolg hebben beklommen. Leuk voor aan de
muur, maar wij hadden er liever een van de Galibier gehad. In
het betondorpje l'Alpe d'Huez moet je de oostkant aanhouden en langs het
vliegveld rijden om naar de Col de Sarennes te komen. De rust is al meteen
zeer opvallend en het landschap wordt steeds mooier. Je daalt eerst voor
je aan de beklimming van Col de Sarennes begint. Diverse fietsvrienden
hadden ons al gewaarschuwd voor deze afdaling in verband met grint en basalten
afwateringsgoten over de weg. Luddo zag zelfs een lijk liggen op dit traject.
Door het heldere weer konden we echter goed zien waar steentjes en goten
lagen en het is hier zo mooi dat het sowieso zonde is om snel te dalen.
De eigenlijke beklimming van de Col de Sarennes bestaat
uit een drietal pittige kilometers. Halverwege deze beklimming pauzeerden
we even. Aan de linkerkant van de weg is een soort alpenweitje, waar we
een marmot zagen lopen. Het dier had het formaat van een flinke bever,
met een soort eekhoornstaart, die achter hem aan wapperde toen hij er vandoor
ging. Even later bereikten we hoogste doorgang van de Col de Sarennes op
1999 m. Daar is niet veel te zien: het is niet meer dan een grote parkeerplaats.
Het bordje "Col de Sarennes" was weggehaald, wellicht door een gretige
souvenirjager. Het kale paaltje stond er nog. Het enige dat je er kunt
doen is aan de rechterkant te voet een heuveltje beklimmen waarop je een
prachtig panorama wacht. Op fietsschoenen is het daar echter lastig lopen,
maar je kunt ook even doorfietsen, want om de hoek verschijnt vrijwel het
zelfde weidse uitzicht op de gletsjers van La Meije, de plooiingen in de
lager gelegen bergen en de vele angstaanjagende haarspeldbochten die je
nog wachten. Het lastige deel van de afdaling, zo tot en met de
gehuchten van Clavans, verliep zonder incidenten. Je komt door het prachtige
dal van de Ferrand, een geliefd gebied bij wandelaars, waar je de watervallen
in de verte hoort ruisen. Na Clavans wordt het wegdek beter, breder en
schoner. Hier lijkt het erop dat je de remmen kunt loslaten en voluit kunt
dalen, met uitzondering van het stukje dat met 15 % daalt. Opgelucht omdat
we het gevaarlijkste deel achter de rug hadden, lieten we de wielen vrolijk
ronddraaien met snelheden die schommelden rond de 60 km per uur. De zon
scheen fel. Normaal gesproken kun je bij dergelijke afdalingen vertrouwen
op de verkeersborden: haarspeldbochten staan altijd aangegeven. Misschien
was het dezelfde onverlaat die het bordje van de Col de Sarennes had gestolen,
hoe dan ook, er ontbrak opeens een aanduiding van een scherpe bocht. En
het toeval wilde dat hij geheel in de schaduw lag. Komend vanuit het felle
zonlicht konden we de bocht volstrekt niet zien aankomen. Een soort tunneleffect
zonder tunnel. Ik reed een tiental meters voor Alwin. We gingen allebei
volop in de beugels. Alwin zag hoe ik met beide banden in een onheilspellende
slip raakte en hij voelde ook zijn achterband rap wegglijden. De meedogenloze
rotswand in de bocht kwam in hoge snelheid naderbij... Al skiënd en
surfend, glijdend en schuivend trokken we de fietsen uit alle kracht door
de bocht en bleven op wonderbaarlijke wijze overeind. Op enkele centimeters
afstand van het ruwe gesteente kwamen we tot stilstand. We reden vervolgens
meteen door, en dat is maar het beste om de schrik gelijk kwijt te raken.
|
|
Nog een citaat van Tonny Eyk op Mont Ventoux. |
| Lees verder |
|
|