Floret silva nobilis, floribus, et foliis. Ubi est antiquus meus amicus? Ah! Hinc equitavit! Eia, quis me amabit? Ah!
Floret silva undique, nah min gesellen ist mir we. Gruonet der walt allenthalben, wa ist min geselle alse lange? Ah! Der ist geriten hinnen, owi, wer soll mich minnen? Ah!
Het edele woud overdekt zich met bloemen en bladeren. Waar is mijn vertrouwde vriend? Ah! Hij ging er op zijn paard vandoor! Oh, wie zal mij liefhebben? Ah!
Overal loopt het bos uit, ik verlang hartstochtelijk naar mijn geliefde, de bossen kleuren helemaal groen, waar blijft mijn geliefde al die tijd? Ah! Hij ging er op zijn paard vandoor, o wee, wie zal mij beminnen? Ah!