Fortune plango vulnera stillantibus ocellis, qoud sua michi munera subtrahit rebellis. |: Verum est, quod legitur fronte capillata, sed plerumque sequitur occasio calvata.:|
In Fortune solio sederam elatus, prosperitatis vario flore coronatus; |: quisquid enim florui felix et beatus, nunc a summo corrui gloria privatus.:|
Fortune rota volvitur: descendo minoratus; alter in altum tolitur; nimis exaltatus |: rex sedet in vertice caveat ruinam! nam sub axe legimus Hecubam reginam.:|
De wonden die Fortuna sloeg beklaag ik met betraande ogen, omdat zij haar geschenken op perverse wijze aan mij onttrekt. Het is waar wat men leest, dat zij van voorhoofd rijk aan lokken is, maar als men zijn kans wil grijpen is ze kaal.
Op de troon van Fortuna zat ik hoogverheven, omkranst met verschillende bloemen van voorspoed; Ondanks alle voorspoed die ik heb gekend, gelukzalig en gelukkig, ben ik nu van de top neergestort, van roem beroofd.
Het rad van fortuin wordt rondgedraaid: ik daal vernederd neer, een ander wordt in de hoogte opgetild; al te verheven zit de koning op de top - laat hij oppassen voor z'n val! Want onder aan het rad lezen wij de naam van koningin Hecuba.